Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-10-07
ECLI:NL:RBAMS:2025:7536
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
5,000 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-220187-25
Datum uitspraak: 7 oktober 2025
TUSSEN-UITSPRAAK
op de vordering van 7 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 24 april 2025 door het Landgericht Aachen (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] (Duitsland),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. L.C. Cox, advocaat in Amersfoort, die heeft opgetreden als waarneemster van mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort, en door een tolk in de Duitse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een samenvoegingsvonnis van het Landgericht Aachen van 14 juli 2014 (ref. 61 KLs 42/13), onherroepelijk geworden op 6 november 2015. In onderdeel F) van het EAB worden twee onderliggende vonnissen genoemd: een vonnis van het Amtsgericht Aachen van 10 oktober 2013 dat onherroepelijk is geworden op 5 november 2013 (ref. 441 Cs 509 Js 1093/13-439/13) en een vonnis van het Amtsgericht Jülich van 10 oktober 2013 dat onherroepelijk is geworden op 20 november 2013. Verder vermeldt onderdeel F) dat bij definitieve beslissing van het Landgericht Bonn van 25 mei 2018, die sinds 30 mei 2018 onherroepelijk is, de resterende gevangenisstraf na gedeeltelijke tenuitvoerlegging voorwaardelijk is opgeschort. Bij definitieve beslissing van het Landgericht Bonn van 25 september 2024, onherroepelijk sinds 22 oktober 2034 [sic], is de voorwaardelijke straf met betrekking tot de resterende gevangenisstraf ingetrokken, zodat de resterende gevangenisstraf nu ten uitvoer moet worden gelegd.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een resterende vrijheidsstraf voor de duur van 256 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis van 14 juli 2014.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Inleiding
Op 30 september 2025 heeft de Staatsanwaltschaft Aachen de volgende aanvullende informatie verstrekt:
"Section D of the EAW is based on the judgment of Landgericht Aachen of 14.07.2014 (61 KLs 42/13), which included the judgment of Amtsgericht Aachen of 10.10.2013 and the judgement of Amtsgericht Jülich of 10.10.2013. The convicted person was present when the judgment was handed down and the other judgments were imposed. Therefore the judgment of Amtsgericht Aachen of 10.10.2013 and the judgement of Amtsgericht Jülich of 10.10.2013 no longer exist independently. These judgments are part of the judgment of Landgericht Aachen of 14.07.2014.
The enforcement of the sentence was ordered because of a new criminal offence (penalty order of Amtsgericht Aachen of 04.08.2023, 449 Cs 338/23) during the probation period. The convicted person received this penalty order sent to his address at the time, which was placed in his mailbox in accordance with the applicable delivery regulations. He lodged an appeal against the penalty order through a defense attorney, but then failed to appear at the scheduled main hearing despite having been duly summoned at the address to which the penalty order had previously been delivered. The appeal against the penalty order was therefore dismissed and the judgment became final."
"1. The convicted person was present when the judgment was handed down in the judgment of Landgericht Aachen of 14.07.2014 (61 KLs 42/13). He was also present when the judgment was handed down in the judgment of Amtsgericht Jülich. The other mentioned judgement was a penalty order. In this respect, personal appearance is not required, as these are sent by mail to the residential address of the person concerned.
2. The convicted person was summed by mail to his address. A notification of the date and place of the court hearing(s) at which the merits of the case have been discussed was sent to the address the requested person had provided himself during the pretrial proceedings in this case."
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de zaak moet worden aangehouden om aanvullende informatie op te vragen bij de Duitse autoriteiten. Uit de reeds verstrekte aanvullende informatie blijkt onvoldoende naar welk adres de strafbeschikking van 4 augustus 2023 is gestuurd. De opgeëiste persoon zegt geen weet te hebben van deze beslissing, terwijl in de aanvullende informatie staat dat hij tegen de beslissing beroep heeft aangetekend. Het verzoek is daarom om aanvullende informatie op te vragen over de machtiging van de advocaat in deze procedure.
Subsidiair stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat de overlevering moet worden geweigerd omdat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de veroordeling uit 2023 en hij geen advocaat heeft gemachtigd om namens hem beroep in te stellen tegen deze beslissing.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de zaak moet worden aangehouden om aanvullende informatie op te vragen bij de Duitse autoriteiten met betrekking tot het vonnis van het Amtsgericht Aachen van 10 oktober 2013. De reden hiervoor is dat op basis van de verstrekte informatie niet beoordeeld kan worden of opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen ten aanzien van dat vonnis. Bij het samenvoegingsvonnis van het Landgericht Aachen en het vonnis van het Amtsgericht Jülich is artikel 12 OLW niet aan de orde omdat de opgeëiste persoon aanwezig was bij het proces. Ten aanzien van de strafbeschikking van 4 augustus 2023 kan worden afgezien van de weigeringsgrond omdat deze beslissing naar het opgegeven adres van de opgeëiste persoon is verstuurd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt allereerst vast dat aan het EAB een samenvoegingsvonnis ten grondslag ligt, bestaande uit twee (onderliggende) vonnissen. Blijkens het EAB is met één van deze vonnissen (Amtsgericht Aachen van 10 oktober 2013) een geldboete opgelegd en met het andere vonnis (Amtsgericht Jülich van 10 oktober 2013) een vrijheidsstraf.
Feiten
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de andere feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Feiten
in de gevallen, waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert, mondeling, persoonlijk opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen;
mishandeling.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd.
BEPAALT dat de zaak vóór 16 oktober 2025 (de beslistermijn verstrijkt op 26 oktober 2025) op zitting wordt aangebracht.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman tegen nader te bepalen datum en tijdstip.
BEVEELT de oproeping van een tolk voor de Duitse taal tegen nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. L.F. Bögemann en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)).
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-220187-25
Datum uitspraak: 7 oktober 2025
TUSSEN-UITSPRAAK
op de vordering van 7 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 24 april 2025 door het Landgericht Aachen (Duitsland) (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[de opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] (Duitsland),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans gedetineerd in de [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 30 september 2025, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door mr. L.C. Cox, advocaat in Amersfoort, die heeft opgetreden als waarneemster van mr. E. Kolokatsi, advocaat in Amersfoort, en door een tolk in de Duitse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een samenvoegingsvonnis van het Landgericht Aachen van 14 juli 2014 (ref. 61 KLs 42/13), onherroepelijk geworden op 6 november 2015. In onderdeel F) van het EAB worden twee onderliggende vonnissen genoemd: een vonnis van het Amtsgericht Aachen van 10 oktober 2013 dat onherroepelijk is geworden op 5 november 2013 (ref. 441 Cs 509 Js 1093/13-439/13) en een vonnis van het Amtsgericht Jülich van 10 oktober 2013 dat onherroepelijk is geworden op 20 november 2013. Verder vermeldt onderdeel F) dat bij definitieve beslissing van het Landgericht Bonn van 25 mei 2018, die sinds 30 mei 2018 onherroepelijk is, de resterende gevangenisstraf na gedeeltelijke tenuitvoerlegging voorwaardelijk is opgeschort. Bij definitieve beslissing van het Landgericht Bonn van 25 september 2024, onherroepelijk sinds 22 oktober 2034 [sic], is de voorwaardelijke straf met betrekking tot de resterende gevangenisstraf ingetrokken, zodat de resterende gevangenisstraf nu ten uitvoer moet worden gelegd.
De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een resterende vrijheidsstraf voor de duur van 256 dagen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis van 14 juli 2014.
Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in het EAB.
3.1
Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW
Inleiding
Op 30 september 2025 heeft de Staatsanwaltschaft Aachen de volgende aanvullende informatie verstrekt:
"Section D of the EAW is based on the judgment of Landgericht Aachen of 14.07.2014 (61 KLs 42/13), which included the judgment of Amtsgericht Aachen of 10.10.2013 and the judgement of Amtsgericht Jülich of 10.10.2013. The convicted person was present when the judgment was handed down and the other judgments were imposed. Therefore the judgment of Amtsgericht Aachen of 10.10.2013 and the judgement of Amtsgericht Jülich of 10.10.2013 no longer exist independently. These judgments are part of the judgment of Landgericht Aachen of 14.07.2014.
The enforcement of the sentence was ordered because of a new criminal offence (penalty order of Amtsgericht Aachen of 04.08.2023, 449 Cs 338/23) during the probation period. The convicted person received this penalty order sent to his address at the time, which was placed in his mailbox in accordance with the applicable delivery regulations. He lodged an appeal against the penalty order through a defense attorney, but then failed to appear at the scheduled main hearing despite having been duly summoned at the address to which the penalty order had previously been delivered. The appeal against the penalty order was therefore dismissed and the judgment became final."
"1. The convicted person was present when the judgment was handed down in the judgment of Landgericht Aachen of 14.07.2014 (61 KLs 42/13). He was also present when the judgment was handed down in the judgment of Amtsgericht Jülich. The other mentioned judgement was a penalty order. In this respect, personal appearance is not required, as these are sent by mail to the residential address of the person concerned.
2. The convicted person was summed by mail to his address. A notification of the date and place of the court hearing(s) at which the merits of the case have been discussed was sent to the address the requested person had provided himself during the pretrial proceedings in this case."
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw stelt zich primair op het standpunt dat de zaak moet worden aangehouden om aanvullende informatie op te vragen bij de Duitse autoriteiten. Uit de reeds verstrekte aanvullende informatie blijkt onvoldoende naar welk adres de strafbeschikking van 4 augustus 2023 is gestuurd. De opgeëiste persoon zegt geen weet te hebben van deze beslissing, terwijl in de aanvullende informatie staat dat hij tegen de beslissing beroep heeft aangetekend. Het verzoek is daarom om aanvullende informatie op te vragen over de machtiging van de advocaat in deze procedure.
Subsidiair stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat de overlevering moet worden geweigerd omdat de opgeëiste persoon niet op de hoogte was van de veroordeling uit 2023 en hij geen advocaat heeft gemachtigd om namens hem beroep in te stellen tegen deze beslissing.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de zaak moet worden aangehouden om aanvullende informatie op te vragen bij de Duitse autoriteiten met betrekking tot het vonnis van het Amtsgericht Aachen van 10 oktober 2013. De reden hiervoor is dat op basis van de verstrekte informatie niet beoordeeld kan worden of opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen ten aanzien van dat vonnis. Bij het samenvoegingsvonnis van het Landgericht Aachen en het vonnis van het Amtsgericht Jülich is artikel 12 OLW niet aan de orde omdat de opgeëiste persoon aanwezig was bij het proces. Ten aanzien van de strafbeschikking van 4 augustus 2023 kan worden afgezien van de weigeringsgrond omdat deze beslissing naar het opgegeven adres van de opgeëiste persoon is verstuurd.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt allereerst vast dat aan het EAB een samenvoegingsvonnis ten grondslag ligt, bestaande uit twee (onderliggende) vonnissen. Blijkens het EAB is met één van deze vonnissen (Amtsgericht Aachen van 10 oktober 2013) een geldboete opgelegd en met het andere vonnis (Amtsgericht Jülich van 10 oktober 2013) een vrijheidsstraf.
Feiten
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de andere feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Feiten
in de gevallen, waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert, mondeling, persoonlijk opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen;
mishandeling.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd.
BEPAALT dat de zaak vóór 16 oktober 2025 (de beslistermijn verstrijkt op 26 oktober 2025) op zitting wordt aangebracht.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon en zijn raadsman tegen nader te bepalen datum en tijdstip.
BEVEELT de oproeping van een tolk voor de Duitse taal tegen nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. J.G. Vegter, voorzitter,
mrs. L.F. Bögemann en C.M.S. Loven, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. M.J. Gauneau, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 7 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
HvJ EU 23 maart 2023, C-514/21 en C-515/21, ECLI:EU:C:2023:235 (Minister for Justice and Equality (Herroeping van de opschorting)).