Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-10-09
ECLI:NL:RBAMS:2025:7438
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
5,014 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-219954-25
Datum uitspraak: 9 oktober 2025
TUSSENUITSPRAAK
op de vordering van 11 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 1 augustus 2025 door the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII, Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] (Hongarije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier in Nederland,
nu gedetineerd in [detentie adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 september 2025, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten van 1 augustus 2025, vermeldt een national arrest warrant No. 3.B.XXI.96/2025/32 of the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII, uitgevaardigd op 23 juni 2025.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Hongaars recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
Standpunt van de raadsman
De raadsman bepleit dat sprake is van een executie-EAB. De opgeëiste persoon is in Hongarije al veroordeeld voor het feit dat staat omschreven in het EAB en waarvoor overlevering wordt verzocht. De raadsman verzoekt daarom de zaak aan te houden om aan de Hongaarse autoriteiten meer informatie te vragen over de grondslag van het EAB.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzet zich tegen aanhouding. De rechtbank moet uitgaan van de juistheid van de informatie van de Hongaarse autoriteiten. Bovendien heeft de opgeëiste persoon geen stukken ter onderbouwing overgelegd waaruit blijkt dat hij in Hongarije onherroepelijk is veroordeeld.
Oordeel van de rechtbank
Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van de informatie die door de Hongaarse autoriteiten is verstrekt. Er zijn geen objectieve stukken overgelegd waaruit blijkt dat deze informatie onjuist is. De enkele stelling van de opgeëiste persoon, dat hij al onherroepelijk is veroordeeld voor het feit dat ten grondslag ligt aan dit EAB is niet voldoende. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aanvullende vragen te stellen over de grondslag van het EAB.
4Strafbaarheid
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als voldaan is aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking.
5Artikel 11 OLW: Hongaarse detentieomstandigheden
Inleiding
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken op basis van het rapport van the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment (hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de ill-treatment van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
Bij brief van 4 augustus 2025 heeft the Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Law de volgende informatie gegeven over de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd:
“With reference to the extradition case pending based on a European arrest warrant before the competent Dutch authority under the case number referred to above, in relation to Hungarian citizen
[opgeëiste persoon]
(date of birth: [geboortedag] 1998), I hereby inform you of the following. (…)
Depending on the stage of the criminal proceedings,
it can not be clearly predicted in which Hungarian penitentiary institution the extradited prisoner will initially be placed.
However, this is not even relevant, as [opgeëiste persoon] will be transferred to the
Szombathely National Prison
shortly after his admission. Information related to the undertaking is recorded in the registration file of each prisoner concerned (manually and electronically). (…)”
Standpunt van de raadsman
De raadsman bepleit dat de verstrekte detentiegarantie niet voldoende is, omdat niet kan worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering wordt geplaatst in de penitentiaire inrichting in Tiszalök. Bovendien blijkt uit de verstrekte garantie dat opgeëiste persoon mogelijk in Szombathely National Prison wordt geplaatst waar de detentieomstandigheden vergelijkbaar zijn met de penitentiaire inrichting in Tiszalök. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman verwezen naar pagina 20 van het rapport van de Hungarian Helsinki Committee van 6 mei 2024. De raadsman verzoekt om een aanvullende garantie op te vragen zodat de fundamentele rechten van opgeëiste persoon worden gewaarborgd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staat. De verstrekte garantie is afdoende, omdat ten aanzien van Szombathely National Prison geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten is aangenomen. De officier van justitie heeft hierbij verwezen naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank waarin de overlevering op basis van een gelijkluidende garantie is toegestaan. Het door de raadsman overgelegde rapport dateert van vóór het CPT-rapport, op grond waarvan uitsluitend een algemeen gevaar is aangenomen voor Tiszalök.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nader te bevragen zoals hiervoor in rubriek 5 is overwogen;
VERLENGT de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen (eindigend op 23 november 2025), onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
BEPAALT dat de zaak zo snel mogelijk, maar uiterlijk op 6 november 2025, opnieuw op zitting wordt aangebracht.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Westerman en M. Scheeper, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232
ECLI:NL:RBAMS:2025:4708.
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-219954-25
Datum uitspraak: 9 oktober 2025
TUSSENUITSPRAAK
op de vordering van 11 augustus 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 1 augustus 2025 door the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII, Hongarije, (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] (Hongarije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier in Nederland,
nu gedetineerd in [detentie adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 25 september 2025, in aanwezigheid van mr. W.H.R. Hogewind, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Zilver, advocaat in Utrecht, en door een tolk in de Hongaarse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Ook heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB, gelezen in samenhang met de aanvullende informatie van de Hongaarse autoriteiten van 1 augustus 2025, vermeldt een national arrest warrant No. 3.B.XXI.96/2025/32 of the Court of Budapest Districts XX, XXI and XXIII, uitgevaardigd op 23 juni 2025.
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Hongaars recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB.
Standpunt van de raadsman
De raadsman bepleit dat sprake is van een executie-EAB. De opgeëiste persoon is in Hongarije al veroordeeld voor het feit dat staat omschreven in het EAB en waarvoor overlevering wordt verzocht. De raadsman verzoekt daarom de zaak aan te houden om aan de Hongaarse autoriteiten meer informatie te vragen over de grondslag van het EAB.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie verzet zich tegen aanhouding. De rechtbank moet uitgaan van de juistheid van de informatie van de Hongaarse autoriteiten. Bovendien heeft de opgeëiste persoon geen stukken ter onderbouwing overgelegd waaruit blijkt dat hij in Hongarije onherroepelijk is veroordeeld.
Oordeel van de rechtbank
Gelet op het vertrouwensbeginsel gaat de rechtbank uit van de juistheid van de informatie die door de Hongaarse autoriteiten is verstrekt. Er zijn geen objectieve stukken overgelegd waaruit blijkt dat deze informatie onjuist is. De enkele stelling van de opgeëiste persoon, dat hij al onherroepelijk is veroordeeld voor het feit dat ten grondslag ligt aan dit EAB is niet voldoende. De rechtbank ziet dan ook geen reden om aanvullende vragen te stellen over de grondslag van het EAB.
4Strafbaarheid
Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist
De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval worden toegestaan, als voldaan is aan de eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
poging tot diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en verbreking.
5Artikel 11 OLW: Hongaarse detentieomstandigheden
Inleiding
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken op basis van het rapport van the Comittee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading treatment or Punishment (hierna: CPT) van 3 december 2024 overwogen dat sprake is van een onveilige situatie in de penitentiaire inrichting in Tiszalök, gelet op de ill-treatment van gedetineerden door het gevangenispersoneel en het geweld tussen gedetineerden onderling. Daarop heeft de rechtbank geoordeeld dat er voor gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Tiszalök een algemeen reëel gevaar bestaat dat zij aan een onmenselijke of vernederende behandeling zullen worden blootgesteld in de zin van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
Bij brief van 4 augustus 2025 heeft the Ministry of Justice of Hungary, Department of International Criminal Law de volgende informatie gegeven over de detentie-instelling waar de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd:
“With reference to the extradition case pending based on a European arrest warrant before the competent Dutch authority under the case number referred to above, in relation to Hungarian citizen
[opgeëiste persoon]
(date of birth: [geboortedag] 1998), I hereby inform you of the following. (…)
Depending on the stage of the criminal proceedings,
it can not be clearly predicted in which Hungarian penitentiary institution the extradited prisoner will initially be placed.
However, this is not even relevant, as [opgeëiste persoon] will be transferred to the
Szombathely National Prison
shortly after his admission. Information related to the undertaking is recorded in the registration file of each prisoner concerned (manually and electronically). (…)”
Standpunt van de raadsman
De raadsman bepleit dat de verstrekte detentiegarantie niet voldoende is, omdat niet kan worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering wordt geplaatst in de penitentiaire inrichting in Tiszalök. Bovendien blijkt uit de verstrekte garantie dat opgeëiste persoon mogelijk in Szombathely National Prison wordt geplaatst waar de detentieomstandigheden vergelijkbaar zijn met de penitentiaire inrichting in Tiszalök. Ter onderbouwing hiervan heeft de raadsman verwezen naar pagina 20 van het rapport van de Hungarian Helsinki Committee van 6 mei 2024. De raadsman verzoekt om een aanvullende garantie op te vragen zodat de fundamentele rechten van opgeëiste persoon worden gewaarborgd.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat artikel 11 OLW niet aan de overlevering van de opgeëiste persoon in de weg staat. De verstrekte garantie is afdoende, omdat ten aanzien van Szombathely National Prison geen algemeen reëel gevaar van schending van grondrechten is aangenomen. De officier van justitie heeft hierbij verwezen naar een eerdere uitspraak van deze rechtbank waarin de overlevering op basis van een gelijkluidende garantie is toegestaan. Het door de raadsman overgelegde rapport dateert van vóór het CPT-rapport, op grond waarvan uitsluitend een algemeen gevaar is aangenomen voor Tiszalök.
Dictum
HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nader te bevragen zoals hiervoor in rubriek 5 is overwogen;
VERLENGT de termijn waarbinnen de rechtbank op grond van artikel 22, eerste en derde lid, OLW uitspraak moet doen op grond van artikel 22, vijfde lid, OLW met 30 dagen (eindigend op 23 november 2025), onder gelijktijdige verlenging van de gevangenhouding op grond van artikel 27, derde lid, OLW.
BEPAALT dat de zaak zo snel mogelijk, maar uiterlijk op 6 november 2025, opnieuw op zitting wordt aangebracht.
BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon tegen nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.
BEVEELT de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. M. Westerman en M. Scheeper, rechters,
in tegenwoordigheid van M.L. Kole, griffier.
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 9 oktober 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Bijvoorbeeld Rechtbank Amsterdam 13 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:1257, na de tussenuitspraak van 7 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:232
ECLI:NL:RBAMS:2025:4708.