Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-09-04
ECLI:NL:RBAMS:2025:6851
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,360 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/172689-25
Datum uitspraak: 4 september 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 12 juni 2025 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 12 mei 2025 door het Tribunale Penale di Cagliari, Italië (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedag] 1988 te [geboorteplaats] ,
inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen:
[adres] ,
thans gedetineerd in [detentieadres] ,
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 28 augustus 2025, in aanwezigheid van mr. W.L.M. van Poll, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. G.J. Woodrow, advocaat in Tilburg.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding bevolen.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3. Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een ‘bevel tot voorlopige hechtenis in de gevangenis’ van 5 mei 2025 (referentie: PROC. N. 8075/20 R.G. P.M.). Uit het EAB, in samenhang gelezen met het a-formulier, blijkt dat dit bevel is uitgevaardigd door een rechterlijke autoriteit (namelijk: de rechter belast met het vooronderzoek van het gerechtshof van Cagliari).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Italiaans recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in het EAB.
4Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst de strafbare feiten aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld, te weten:
deelneming aan een criminele organisatie;
illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Italië een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van maatschappelijke re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. De opgeëiste persoon heeft immers het centrum van zijn belangen in Nederland gevestigd. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De rechter belast met het vooronderzoek van het gerechtshof van Cagliari heeft de volgende garantie gegeven:
“I would like to inform you that, pursuant to Article 5(3) of the Framework Decision on EAW (2002/584/JHA), in the event that, at the end of criminal proceedings No 8075/20 R.G.N.R., a sentence is handed down against [opgeëiste persoon] , which has become irrevocable, to a custodial sentence without the grant of a suspended sentence, there is nothing to prevent him from being authorized to serve that sentence in the Netherlands under European Framework Decision 2008/909/JRA, without prejudice to the determinations of the Ministry of Justice.”
Naar aanleiding van deze informatie heeft het Internationaal Rechtshulp Centrum (IRC) op 11 juli 2025 de volgende vraag gesteld:
“(…) Can you please confirm that [opgeëiste persoon] will be returned to the Netherlands if he is sentenced to an unconditional and irrevocable prison sentence?”
De rechter belast met het vooronderzoek van het gerechtshof van Cagliari heeft op 13 juli 2025 als volgt op deze vraag geantwoord:
“(…) I confirm that [opgeëiste persoon] will be returned to the Netherlands following an unconditional and irrevocable prison sentence.”
Naar het oordeel van de rechtbank is deze garantie voldoende.
6Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW
Het EAB ziet op feiten die geacht worden geheel of gedeeltelijk op Nederlands grondgebied te zijn gepleegd. In zo’n situatie kan de rechtbank de overlevering weigeren.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank af te zien van deze weigeringsgrond en voert daartoe aan dat het strafrechtelijk onderzoek tegen de opgeëiste persoon in Italië is aangevangen, de bewijsmiddelen zich daar bevinden, de verdovende middelen daar zijn ingevoerd en in beslag zijn genomen en het Nederlandse Openbaar Ministerie niet voornemens is de opgeëiste persoon voor deze feiten te vervolgen.
De rechtbank stelt voorop dat:
- aan de regeling van het EAB ten grondslag ligt dat overlevering de hoofdregel is en weigering de uitzondering moet zijn;
- de gedachte achter deze facultatieve weigeringsgrond is, te voorkomen dat Nederland zou moeten meewerken aan overlevering voor een zogenoemd lijstfeit dat geheel of ten dele in Nederland is gepleegd en dat hier niet strafbaar is of hier niet pleegt te worden vervolgd.
De rechtbank stelt vast dat in het licht van de door de officier van justitie genoemde omstandigheden het gegeven dat de feiten geacht worden gedeeltelijk in Nederland te zijn gepleegd onvoldoende aanleiding geeft om de weigeringsgrond toe te passen.
7Artikel 11 OLW; detentieomstandigheden
De raadsman heeft de rechtbank verzocht om terug te komen op haar eerdere beslissing om niet langer een algemeen gevaar aan te nemen vanwege de Italiaanse detentieomstandigheden. Volgens de raadsman blijkt uit door hem overgelegde nieuwsberichten dat de detentieomstandigheden in Italië nog altijd niet zijn verbeterd, in het bijzonder niet in de detentie-instellingen op Sardinië, waar de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd. Daarnaast heeft de raadsman verwezen naar een door hem overgelegd (onvertaald) rapport van Antigone van juni 2025 waaruit zou volgen dat de algemene detentieomstandigheden in Italië zorgwekkend zijn. De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat daarom geen gevolg moet worden gegeven aan het EAB. Subsidiair heeft hij aangevoerd dat nadere vragen moeten worden gesteld over de omstandigheden voor de opgeëiste persoon.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
9Toepasselijke wetsartikelen
De artikelen 2, 5, 6, 7 en 13 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Tribunale Penale di Cagliari, Italië voor de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. A.K. Glerum en E.M. de Bie, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D.F.A. Reuvekamp, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 september 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Hof van Justitie van de Europese Unie, 6 juni 2023, C-700/21, O. G. (Mandat d’arrêt européen à l’encontre d’un ressortissant d’un État tiers), ECLI:EU:C:2023:444, punt 64.
Artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, OLW.