Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-13
ECLI:NL:RBAMS:2025:3075
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
1,463 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 25/2158
uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 mei 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde: mr. K. Cras),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. I.M. Touwen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om een veroordeling van de staatssecretaris in de proceskosten.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft op 1 april 2025 een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvangen van verzoeker. Dit verzoek hangt samen met het bezwaarschrift van 1 april 2025 tegen het besluit van 20 februari 2025 waarbij de staatssecretaris de aanvraag om een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG) heeft afgewezen.
1.2.
Verzoeker heeft op 10 april 2025 het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken omdat een hoorzitting in de hoofdzaak is gepland. De voorzieningenrechter heeft de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een proceskostenveroordeling. De staatssecretaris heeft de rechtbank meegedeeld dat hij geen aanleiding ziet voor een veroordeling in de proceskosten.
1.3.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling af. Hij legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
3.1.
In een voorlopige-voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
Is de staatssecretaris aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. Verzoeker geeft als reden voor intrekking van het verzoek om voorlopige voorziening dat inmiddels op zeer korte termijn een hoorzitting in de hoofdzaak is gepland. Verzoeker verzoekt daarbij om het reeds betaalde griffierecht aan hem terug te storten.
5. De staatsecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat niet aan het verzoek is tegemoetgekomen en dat er op grond van de Awb geen aanleiding is voor een veroordeling in de proceskosten. De staatssecretaris heeft verzoeker niet aangemerkt als iemand die reeds in het bezit is van de VOG. De staatssecretaris heeft een stap in het normale proces van de beoordeling van het bezwaar gezet en daarin heeft verzoeker aanleiding gezien het verzoek in te trekken. Dat is volgens de staatssecretaris iets anders dan dat hij verzoeker aanmerkt als iemand die reeds in het bezit is van een VOG.
6. Verzoeker wilde met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat hij tot zes weken na bekendmaking van de te nemen beslissing op bezwaar zou worden behandeld als ware hij in het bezit is van een VOG ten behoeve van de chauffeurskaart bij KIWA Register B.V. Het verzoek zag aldus op een (tijdelijke) toewijzing van een VOG voor de beoogde functie.
7. De voorzieningenrechter stel vast dat verzoeker zijn verzoek op 10 april 2025 heeft ingetrokken omdat er op korte termijn een hoorzitting in de hoofdzaak is gepland. Er is echter naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake van een in het kader van het verzoek om voorlopige voorziening gedane toezegging tot een (tijdelijke) toewijzing van een VOG of opschorting van het besluit. Er is enkel een hoorzitting gepland. De voorzieningenrechter volgt de staatssecretaris dan ook dat geen sprake is van tegemoetkoming en dit is reden om het verzoek om vergoeding van de proceskosten af te wijzen. De staatssecretaris hoeft daarom ook geen griffierecht te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een veroordeling van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.D. Arnold, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Simonis, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht. Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
Artikel 8:82, vierde lid, van de Awb.