Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-05-08
ECLI:NL:RBAMS:2025:3062
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,442 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/5249
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 mei 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, de gemeente
(gemachtigde: mr. C. Telting).
Procesverloop
1.1.
Eiser ontvangt een uitkering op grond van de Participatiewet. De gemeente heeft met het besluit van 30 mei 2024 aan eiser een maatregel opgelegd om de uitkering met 100% te verlagen. Eiser heeft tegen deze beslissing bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 12 augustus 2024 is de gemeente bij die beslissing gebleven.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 31 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de gemeente.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Deze zaak gaat over een maatregel die aan eiser is opgelegd om zijn uitkering met 100 procent te verlagen, uitgesmeerd over een periode van drie maanden.
2.2.
De gemeente heeft deze maatregel aan eiser opgelegd omdat hij zich niet aan de verplichtingen uit de Participatiewet heeft gehouden. Volgens de gemeente heeft eiser nagelaten om drie sollicitaties aan zijn werkconsulent te overleggen. Daarnaast weigert hij algemeen geaccepteerde arbeid en heeft hij zich nog niet aangemeld bij het Jobcentre, terwijl dit wel de afspraak was.
2.3.
Eiser is het om verschillende redenen niet eens met de maatregel. Zo vindt hij het onterecht dat hij niet is gehoord vóór het opleggen van de maatregel. Verder volgt uit het Individueel Psychodiagnostisch Onderzoek (IPO) rapport dat hij (nog) niet in staat was om te solliciteren omdat hij overspannen was. Eiser heeft dit IPO rapport naar zitting meegenomen. Het feit dat de gemeente eiser alsnog sollicitaties stuurde en contact met hem zocht terwijl zij op de hoogte was van eisers situatie, laat volgens hem zien dat er sprake is van pestbeleid bij de gemeente. Eiser meent dat de gemeente de bijstandsgerechtigden zo snel mogelijk wil laten uitstromen uit de Participatiewet, ongeacht of dat ten koste gaat van hun welzijn.
2.4.
De gemeente, die pas later op zitting kwam, heeft na binnenkomst het volgende verklaard. Pas die ochtend heeft de gemeente de medische stukken van eiser kunnen inzien. Het bestreden besluit kan geen stand kan houden op de manier zoals het nu voorligt. De gemeente was voorafgaand aan het IPO rapport al van mening dat eiser eigenlijk een verlaging van 30 procent van zijn uitkering had moeten krijgen, in plaats van 100 procent. Maar nu de gemeente de medische stukken van eiser heeft gezien, is zij van mening dat er helemaal geen maatregel aan eiser had moeten worden opgelegd. De gemeente erkent dat het besluit onrechtmatig is. Om die reden trekt de gemeente het bestreden besluit in. Dit betekent dat de gemeente eiser tegemoetkomt en dat hij het misgelopen geld van zijn uitkering teruggestort krijgt op zijn rekening.
2.5.
De rechtbank heeft eiser vervolgens gevraagd of hij zijn beroep wil voortzetten. Eiser heeft daarop geantwoord dat hij graag een oordeel wil over het, in zijn ogen, pestbeleid van de gemeente. Ook al is het bestreden besluit in zijn zaak ingetrokken. Hij doet dit niet alleen voor hemzelf maar ook voor anderen die met dit beleid van de gemeente te maken hebben. Daarnaast benadrukt eiser dat het pestbeleid in strijd is met internationaal recht.
Is er sprake van procesbelang?
3.1.
Om een zaak aan de bestuursrechter te mogen voorleggen, moet er sprake zijn van procesbelang. Dit betekent dat iemand een reëel en actueel belang moet hebben bij de uitkomst van de procedure. Met andere woorden, wat hij met deze procedure nog kan bereiken.
3.2.
Procesbelang kan vanaf het begin van een procedure aanwezig zijn maar het kan ook gedurende de procedure verdwijnen. De rechtbank heeft tijdens de zitting al aan eiser geprobeerd uit te leggen dat zij verplicht is om te toetsen of er nog sprake is van procesbelang wanneer de gemeente de bestreden beslissing intrekt omdat die beslissing onrechtmatig is.
3.3.
Eiser heeft op de zitting duidelijk gemaakt dat hij niet alleen voor zijn eigen belang opkomt in deze zaak, en dat de zaak voor hem principieel van aard is. Hij zet zich in voor de belangen van anderen die slachtoffer worden van het beleid van de gemeente. Hij heeft verklaard dat hij dit werk ziet als zijn roeping.
3.4.
Volgens vaste rechtspraak is een uitsluitend formeel of principieel belang niet voldoende voor het aannemen van procesbelang. Oftewel, de hoogste bestuursrechter heeft bepaald dat het opkomen voor de belangen van anderen in een procedure niet het enige argument van de procedure mag zijn.
3.5.
De rechtbank kan begrijpen dat eiser het belangrijk vindt om zich in te zetten voor de belangen van anderen. Toch is dat, zoals hiervoor overwogen, op zichzelf onvoldoende reden om een inhoudelijke uitspraak bij de rechter af te dwingen. Omdat de gemeente in de zaak van eiser het onrechtmatige besluit heeft ingetrokken heeft eiser de hoogst haalbare uitkomst van de procedure al bereikt. Hij heeft namelijk gelijk gekregen. Dat hij als gevolg van dit besluit schade heeft geleden is niet gesteld.
3.6
Dat volgens eiser het pestbeleid van de gemeente ook anderen raakt, is dus niet voldoende voor de bestuursrechter om het procesbelang te kunnen aannemen. Een burger moet persoonlijk door een beslissing worden geraakt om beroep in te kunnen stellen bij de bestuursrechter. Nu de maatregel van de gemeente van tafel is, voldoet eiser niet aan deze eis. Uiteraard kan een andere burger (onder de voor hem of haar geldende voorwaarden) die door een beslissing van de overheid wordt geraakt (en bij wie de bestreden beslissing overeind blijft staan), wel bij de bestuursrechter om een uitspraak verzoeken. Het is dan aan deze burger om de zaak aan te kaarten, waarbij een andere uitkomst van de procedure nog daadwerkelijk kan worden bereikt door die burger.
3.7.
De rechtbank kan ook geen inhoudelijk oordeel geven over eisers stelling dat er sprake is van pestbeleid van de gemeente en dat dat in strijd zou zijn met het internationaal recht. De rechtbank begrijpt de wens van eiser dat hij graag een inhoudelijk oordeel wil over een punt wat hem heel erg dwars zit. Maar ook dit argument van eiser zorgt er niet voor dat procesbelang moet worden aangenomen.
3.8
Het procesbelang is een vereiste waar de rechtbank niet zomaar overheen kan stappen. Omdat eiser geen procesbelang heeft, is zijn beroep niet-ontvankelijk.
Conclusie
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Omdat de gemeente het bestreden besluit heeft ingetrokken krijgt eiser het griffierecht terug. De gemeente moet dat vergoeden. Er zijn geen proceskosten gemaakt die in aanmerking komen voor een vergoeding.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
bepaalt dat de gemeente het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.F.J. Bernt, rechter, in aanwezigheid van
mr. W.L. van der Pijl, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 18 van de Participatiewet.
Gebaseerd op artikel 8 lid 2 van de Maatregelverordening Participatiewet.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 17 april 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:816, en van 6 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:769 .
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 februari 2022 van de Centrale Raad voor Beroep, ECLI:NL:CRVB:2022:446.
Als iemand stelt dat hij schade heeft geleden en tot op zekere hoogte aannemelijk maakt dat hij die schade als gevolg van de bestuurlijke besluitvorming heeft geleden, heeft diegene in beginsel ook belang bij inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 15 maart 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:669.
Gericht op een rechtsgevolg.