Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-03-04
ECLI:NL:RBAMS:2025:1501
Strafrecht; Europees strafrecht
Eerste en enige aanleg
1,850 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13-357501-24
Datum uitspraak: 4 maart 2025
UITSPRAAK
op de vordering van 11 november 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 22 oktober 2024 door the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division in Polen (hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon]
,
geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] (Polen),
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
nu gedetineerd in de [detentieadres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 15 januari 2025, in aanwezigheid van mr. G.M. Kolman, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht, en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de Overleveringswet (OLW) uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met dertig dagen verlengd.
Tevens heeft de rechtbank voor sluiting van het onderzoek ter zitting de gevangenhouding van de opgeëiste persoon bevolen.
Bij tussenuitspraak van 29 januari 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en meteen geschorst om het antwoord af te wachten op de vraag in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon na een eventuele overlevering aan Polen naar alle waarschijnlijkheid zou worden gedetineerd.
De behandeling van het EAB is, met toestemming van de officier van justitie en de opgeëiste persoon, op 18 februari 2025 hervat in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing ter zitting van 29 januari 2025. De behandeling heeft plaatsgevonden in aanwezigheid van mr. A. Keulers, officier van justitie. De opgeëiste persoon is ter zitting verschenen en is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C.N.G.M. Starmans, advocaat te Utrecht en een tolk in de Poolse taal.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.
3Tussenuitspraak van 29 januari 2024
In haar tussenuitspraak heeft de rechtbank reeds geoordeeld over de grondslag en inhoud van het EAB (3.), de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW (3.1), de strafbaarheid van het feit (4.) en de toepassing van artikel 11 OLW in relatie tot artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de EU (5.). Deze overwegingen dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
4Artikel 11 OLW
4.1
Penitentiaire inrichting in Barczewo
De rechtbank verwijst naar hetgeen zij in haar tussenuitspraak van 29 januari 2025 onder 6. heeft overwogen. Deze overwegingen dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
In verband met de detentieomstandigheden in de penitentiaire inrichting in Barczewo heeft de rechtbank in deze tussenuitspraak de vraag gesteld in welke gevangenis de opgeëiste persoon naar alle waarschijnlijkheid zou worden geplaatst indien hij aan Polen zou worden overgeleverd.
Bij uitspraak van 14 februari 2025 heeft de rechtbank (in een andere overleveringszaak) intussen geoordeeld dat er geen algemeen reëel gevaar bestaat dat gedetineerden in de penitentiaire inrichting Barczewo onmenselijk of vernederend worden behandeld. De raadsman heeft op dit punt geen nader verweer gevoerd en aldus niets aangevoerd wat in de onderhavige zaak tot een ander oordeel zou (kunnen) leiden dan in voormelde uitspraak. Om die reden is het antwoord op de vraag in welke penitentiaire inrichting de opgeëiste persoon na overlevering naar alle waarschijnlijkheid zal worden gedetineerd niet langer relevant en staat artikel 11 OLW niet aan overlevering in de weg.
4.2
Poolse remand prisons
Door de raadsman is aangevoerd dat in de overleveringszaak van een andere cliënt van hem, waarin de overlevering ook ziet op de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, door de Poolse justitiële autoriteit is meegedeeld dat die opgeëiste persoon na overlevering in een remand prison wordt geplaatst. Daarom kan niet worden uitgesloten dat dit in de onderhavige zaak ook zal gebeuren. Aangezien de rechtbank een algemeen reëel gevaar heeft aangenomen dat gedetineerden die in Polen in remand prisons zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, dient te worden nagevraagd of de opgeëiste persoon na overlevering aan Polen ook in een remand prison zal worden geplaatst.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit verweer niet slaagt. Allereerst is in de onderhavige zaak niet gebleken dat de opgeëiste persoon na overlevering in een remand prison zal worden geplaatst en meer in het bijzonder: aan een remand regime zal worden onderworpen. Voor zover de raadsman verder heeft willen betogen dat moet worden aangenomen dat gedetineerden die een vrijheidsstraf moeten uitzitten in Polen na hun overlevering stelselmatig in remand prisons worden geplaatst en daar aan remand regimes worden onderworpen, is dit niet met objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens onderbouwd.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
6Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5 en 7 OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan the Warsaw Regional Court, VIII Penal Division in Polen voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
Deze uitspraak is gedaan door:
mr. A.J.R.M. Vermolen, voorzitter,
mrs. M. Westerman en L.F. Bögemann, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 4 maart 2025.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet.
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Ter publicatie aangeboden.
ECLI:NL:RBAMS:2025:909.