Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2025-11-19
ECLI:NL:RBAMS:2025:11356
Strafrecht; Materieel strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
2,011 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBAMS:2025:11356 text/xml public 2026-03-12T16:46:04 2026-03-11 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Amsterdam 2025-11-19 13/143284-19 Uitspraak Eerste aanleg - meervoudig NL Amsterdam Strafrecht; Materieel strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2025:11356 text/html public 2026-03-12T16:32:38 2026-03-12 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBAMS:2025:11356 Rechtbank Amsterdam , 19-11-2025 / 13/143284-19 Vaststelling wederrechtelijk verkregen voordeel en betalingsverplichting op € 91.875,33 (ontneming). vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummers: 13/143284-19 (ontneming) Datum uitspraak: 19 november 2025 Vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam, op vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr), in de zaak, behorende bij de strafzaak met parketnummer 13/143284-19, tegen: [betrokkene] , geboren in [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1984, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna: betrokkene. 1 Het onderzoek ter terechtzitting De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van de vordering van de officier van justitie, de schriftelijke reactie van de raadsman, de conclusie van repliek van de officier van justitie en het onderzoek op de terechtzitting van 5 november 2025. 2 De vordering en de grondslag daarvan De vordering van de officier van justitie van 18 november 2021 strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en het aan veroordeelde opleggen van de verplichting tot betaling aan de Staat van dat geschatte voordeel tot een maximum van € 102.290,53. Op de zitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat dit bedrag dient te worden gematigd met € 10.415,20, omdat laatstgenoemd bedrag al is verbeurdverklaard in de onderliggende strafzaak. Daarmee komt de uiteindelijke vordering neer op € 91.875,33. Betrokkene is bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2019 voor de volgende strafbare feiten veroordeeld: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod op 10 mei 2019; witwassen, meermalen gepleegd in de periode van 1 januari 2018 tot en met 13 juni 2019; opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod op 10 mei 2019. Tegen dit vonnis heeft betrokkene hoger beroep ingesteld. Het gerechtshof in Amsterdam heeft op 13 augustus 2024 onder parketnummer 23-004397-19 het vonnis van de rechtbank voor wat de bewezenverklaring betreft in stand gelaten. Hiertegen heeft betrokkene cassatie ingesteld. Het arrest van het gerechtshof is op 1 april 2025 onherroepelijk geworden. Betrokkene heeft voordeel verkregen uit de opbrengsten van de strafbare feiten waarvoor hij (onherroepelijk) is veroordeeld. Op grond van artikel 36e, tweede lid Sr moet hem de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van dat rechterlijk voordeel worden opgelegd. 3 Het wederrechtelijk verkregen voordeel 3.1 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft primair verzocht de ontnemingsvordering af te wijzen om de volgende redenen. Ten eerste moeten de contante gelden ter hoogte van € 64.129,60 niet worden meegerekend als wederrechtelijk verkregen voordeel, omdat deze verdiend zijn door middel van (legaal) gokken op voetbalwedstrijden. Hetzelfde geldt voor het bedrag van € 10.415,20 dat in contanten is aangetroffen in de kluis. Verder wordt in de ontnemingsrapportage ten onrechte uitgegaan van een beginsaldo van € 0,-. Dit moet minimaal € 20.000,- zijn, aangezien uit de getuigenverklaring van de neef van veroordeelde, [neef veroordeelde] , van 13 april 2022 bij de raadsheer-commissaris, blijkt dat zij in 2017 samen € 40.000,- hebben gewonnen met gokken en dit bedrag onderling hebben verdeeld. Daarnaast kunnen de horloges ter waarde van € 18.000,- en de contante aankoop van verdovende middelen ter hoogte van € 11.204,05 niet worden meegenomen in de berekening. Het is onduidelijk wie de horloges heeft gekocht. Subsidiair heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het verhoren van [neef veroordeelde] omdat een deel van het geld is verdiend door het kopen van Nike kleding voor derden. 3.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft haar gematigde vordering gehandhaafd en heeft daartoe - voor zover hier relevant - het volgende naar voren gebracht. De eenvoudige kasopstelling bij de berekening van wederrechtelijk verkregen voordeel is een door de Hoge Raad goedgekeurde berekeningsmethode. Betrokkene is in eerste aanleg pas op de zitting in de strafzaak met een onderbouwing gekomen van de stelling dat hij al jarenlang geld heeft verdiend met gokken op voetbalwedstrijden. De rechtbank heeft de verklaring terzijde geschoven. De latere getuigenverklaring van neef [neef veroordeelde] bij de raadsheer-commissaris biedt daar ook geen onderbouwing voor en is bovendien strijdig met zijn getuigenverklaring in eerste aanleg. De officier van justitie heeft zich verzet tegen het laten verhoren van [neef veroordeelde] als getuige, omdat dit verzoek onvoldoende is onderbouwd. Verder heeft te gelden dat de contanten voor een totaal van € 10.415,20 niet bij betrokkene in de kluis zijn aangetroffen, zoals de raadsman heeft betoogd, maar op verschillende plekken in de woning. Voor zover de raadsman bedoelt te betogen dat dit bedrag moet worden gezien als wat er nog over was van de gokwinsten van € 20.000,- in 2017, gaat dit argument ook niet op. Voor de aangekochte horloges doet het er niet toe wie deze heeft aangekocht, omdat de aankoopbewijzen van de horloges in de kluis in de woning van betrokkene lagen en hij over de herkomst ervan zelf geen verklaring heeft afgelegd. Daar komt bij dat uit het financiële onderzoek is gebleken dat op de dag van de aankoop van de horloges vanaf de rekening van betrokkene € 1.200,- is overgeschreven naar [persoon] , welk bedrag overeenkomt aan het aankoopbedrag van de horloges. Het is dan ook aannemelijk geworden dat betrokken de bij hem aangetroffen horloges heeft bekostigd uit de opbrengsten van de strafbare feiten. 3.3 Het oordeel van de rechtbank Wie is veroordeeld voor een strafbaar feit kan uit dat feit financieel voordeel hebben gehad. De rechter kan dat voordeel afnemen door te beslissen dat betrokkene evenveel moet betalen aan de staat. Betrokkene heeft mogelijk ook andere strafbare feiten gepleegd en uit die feiten financieel voordeel gekregen. Dan moet wel bewezen zijn dat de betrokkene die andere strafbare feiten heeft gepleegd. Voorop staat dat betrokkene op 1 april 2025 onherroepelijk is veroordeeld voor de aanwezigheid van een handelshoeveelheid soft- en harddrugs en het witwassen uit enig misdrijf van € 74.123,20, bestaand uit € 63.708,- aan contante stortingen op zijn bankrekening en € 10.451,20 aan contanten in zijn woning, waarbij € 10.451,20 is verbeurd verklaard. Daarvan moet de rechtbank uitgaan bij het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Betrokkene heeft verklaard dat hij legale inkomsten heeft gehad uit gokken op voetbalwedstrijden (al dan niet samen met zijn neef [neef veroordeelde] ) en uit de verkoop van Nike kleding. Dit is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt; niet hoeveel hij daarmee heeft verdiend en welke bedragen op zijn bankrekening met gokken zijn verdiend. De door betrokkene overgelegde stukken bieden ook geen ondersteuning voor zijn verklaring, omdat het steeds om relatief kleine bedragen gaat, deze niet op naam zijn gesteld en niet dateren van 2017. De door neef [neef veroordeelde] afgelegde getuigenverklaringen bieden ook geen steun voor deze verklaring. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de door de raadsman aangevoerde verweren niet tot matiging van het wederrechtelijk verkregen voordeel of afwijzing van de vordering kunnen leiden.