Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-02-27
ECLI:NL:RBAMS:2024:704
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
87,178 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/997060-18
Datum uitspraak: 27 februari 2024
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,
gedetineerd.
Inhoudsopgave
1Onderzoek
1.1
Onderzoek ter terechtzitting
1.2
Inleidende opmerkingen
1.2.1
Werkwijze van de rechtbank
1.2.2
Start van het onderzoek
1.2.3
Procesdossier Marengo
2Tenlastelegging
3Voorvragen
3.1
Algemeen kader vormverzuimen
3.2
PGP-bewijs
3.2.1
Inleiding
3.2.1.1 Algemene uitgangspunten
3.2.1.2 Toetsingskader
3.2.2
Feitelijke gang van zaken
3.2.2.1 Ennetcom-data (onderzoek De Vink)
3.2.2.2 PGP-safe-data (onderzoek Sassenheim)
3.2.2.3 Hansken/Marengo-dataset
3.2.2.4 Controle geheimhouders Marengo-dataset
3.2.3
Gevoerde verweren
3.2.3.1 Verwerving
3.2.3.2 Verwerking
3.2.4
Oordeel van de rechtbank
3.2.4.1 Toepasselijkheid Unierecht bij de verwerving
3.2.4.2 Grondslag van de verkrijging van de data
3.2.4.3 Verwerking van de PGP-data in de onderzoeken Ennetcom en PGP-safe
3.2.4.4 Doorverstrekking van de PGP-data aan andere onderzoeken
3.2.5
Geheimhoudersbelangen bij verkrijging en verwerking van de PGP-data
3.2.5.1 Verweer van de verdediging
3.2.5.2 Oordeel van de rechtbank
3.2.6
Tactische en technische verwerking van de PGP-data
3.2.6.1 Verweren van de verdediging
3.2.6.2 Oordeel van de rechtbank
3.2.6.2.1 Inzage in brondata
3.2.6.2.2 Inzage in Marengo-dataset
3.2.6.2.3 Controle en contra-expertise Hansken
3.2.6.2.4 Hansken is geen (buitenwettelijk) technisch hulpmiddel
3.2.6.2.5 Onvolledigheid van de PGP-data
3.2.6.2.6 Forensische onbetrouwbaarheid van de PGP-data
3.2.6.2.6.1 Hashwaarden
3.2.6.2.6.2 Integriteit en betrouwbaarheid van de PGP-data
3.2.6.2.6.3 PGP-e-mailadres (mede) bij een ander in gebruik
3.2.6.2.7 Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije
3.2.7
Voorwaardelijke verzoeken
3.2.7.1 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU
3.2.7.2 Aanhouden van de zaak
3.2.7.3 Overige voorwaardelijke verzoeken
3.3
Conclusie
4Waardering van het bewijs
4.1
De kroongetuige
4.1.1
Inleiding
4.1.2
Totstandkoming van de overeenkomst
4.1.3
Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst
4.1.4
Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst
4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling?
4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan?
4.1.4.3 Samenvatting en conclusie
4.1.5
Betrouwbaarheid van de kroongetuige
4.1.5.1 Verweer van de verdediging
4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank
4.1.6
Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU?
4.2
PGP-identificatie
4.2.1
Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo
4.2.2
Identificatie e-mailadressen overige gebruikers
4.2.3
Identificatie e-mailadressen [verdachte]
4.3
Zaaksdossier Rudolf
4.3.1
Inleiding
4.3.2
Standpunten
4.3.3
Voorgeschiedenis
4.3.4
Duiding van de PGP-berichten
4.3.4.1 Achtergrond
4.3.4.2 Observatie op [slachtoffer 1]
4.3.4.3 Na moord op [slachtoffer 1]
4.3.4.4 Voorbereiding aanslag op spyshop in periode van observeren [slachtoffer 1]
4.3.4.5 Voorbereiding aanslag op spyshop na de moord op [slachtoffer 1]
4.3.4.6 Berichten over rolluiken
4.3.4.7 Berichten over handgranaten en een bazooka
4.3.4.8 Berichten over afgeven handgranaten
4.3.4.9 Berichten over PGP-toestel voor [verdachte]
4.3.4.10 Berichten over stallen auto met valse kentekenplaten en regelen bazooka
4.3.4.11 De crash
4.3.5
Oordeel van de rechtbank
4.3.5.1 Juridisch kader voorbereiding
4.3.5.2 Voorbereidingsmiddelen
4.3.5.3 Juridisch kader medeplegen
4.3.5.4 Rol van [verdachte]
4.3.5.5 Levensgevaar en/of gevaar voor lichamelijk letsel te duchten
4.3.5.6 Conclusie
4.4
Zaaksdossier Ster
4.4.1
Standpunten
4.4.2
Feiten
4.4.2.1 Schietincident op 17 april 2016
4.4.2.2 Onderzoek naar de uitvoerders
4.4.2.3 Veroordeling [betrokkene 1] en
[betrokkene 2]
4.4.3
Duiding van de PGP-berichten
4.4.3.1 Vraag naar auto’s
4.4.3.2 Klaarzetten auto’s
4.4.3.3 Stalling auto’s
4.4.3.4 Jerrycans en flessen benzine
4.4.3.5 Vuurwapens
4.4.3.6 Sweepen auto’s
4.4.3.7 Spotten
4.4.3.8 Overige berichten van na de moord
4.4.3.9 Schoonmaken kamer [betrokkene 2]
4.4.3.10 Geld
4.4.3.11 In brand steken overstapauto
4.4.4
Oordeel van de rechtbank
4.4.4.1 Vrijspraak medeplegen
4.4.4.2 Medeplichtigheid
4.5
Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)
4.5.1
Standpunten
4.5.2
Oordeel van de rechtbank
4.5.2.1 Juridisch kader
4.5.2.2 Gepleegde misdrijven
4.5.2.3 Wagenpark
4.5.2.4 Onderzoek Koper
4.5.2.5 Aangetroffen administraties
4.5.2.6 Verklaringen van [medeverdachte 1]
4.5.2.7 Conclusie ten aanzien van de criminele organisatie
4.5.2.8 Deelname aan de criminele organisatie
5Bewezenverklaring
6Strafbaarheid van de feiten
7Strafbaarheid van verdachte
Motivering
8.2
Standpunt van de verdediging
8.3
Oordeel van de rechtbank
8.3.1
Ernst van de feiten en persoon van de verdachte
8.3.2
Redelijke termijn
8.3.3
Wet straffen en beschermen
8.3.4
Conclusie
9Beslag
9.1
Standpunten
9.2
Oordeel van de rechtbank
10Toepasselijke wettelijke voorschriften
Dictum
Bijlage 1 – Tenlastelegging
Bijlage 2 – Overzicht PGP-e-mailadressen en gebruikers
Bijlage 3 – Feitenvaststelling overige zaaksdossiers
Bijlage 4 – Bewijsoverwegingen criminele organisatie ten aanzien van de medeverdachten
Bijlage 5 – Standpunten en toelichting Openbaar Ministerie met betrekking tot beslag
1Onderzoek
1.1
Onderzoek ter terechtzitting
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 12 en 13 december 2019, 27 en 28 februari 2020, 19 en 27 mei 2020, 11, 12, 13 en 27 augustus 2020, 3 september 2020, 28 en 29 oktober 2020, 3 november 2020, 13, 14 en 15 januari 2021, 11, 12 en 22 maart 2021, 7 en 16 april 2021, 26 mei 2021, 2, 29 en 30 juni 2021, 14, 15, 21 en 22 september 2021, 13 oktober 2021, 14, 16, 17, 20 en 22 december 2021, 1 en 21 maart 2022, 17 en 20 mei 2022, 8, 9, 13, 14, 16, 20, 21, 23 en 28 juni 2022, 13 september 2022, 4 oktober 2022, 6 december 2022, 22 februari 2023, 27 en 29 maart 2023, 12 april 2023, 17 mei 2023, 14 juli 2023, 6 oktober 2023, 21 december 2023, 6 en 14 februari 2024.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie (hierna: het Openbaar Ministerie) en van wat verdachte en zijn verdediging (hierna: de verdediging) naar voren hebben gebracht.
1.2
Inleidende opmerkingen
1.2.1
Werkwijze van de rechtbank
Het onderzoek Marengo heeft betrekking op zeventien verdachten. Zestien van hen worden verdacht van betrokkenheid bij een of meer moorden, pogingen daartoe of voorbereiding daarvan. Alle verdachten worden beschuldigd van betrokkenheid bij dezelfde criminele organisatie die gericht was op moorden, vuurwapendelicten en gekwalificeerde diefstal. In dit vonnis zijn de overwegingen en beslissingen opgenomen die in de strafzaak tegen de hierboven genoemde verdachte zijn gegeven. De rechtbank wijst vandaag ook vonnis in de zaken van de zestien andere verdachten die (grotendeels) gelijktijdig terecht hebben gestaan.
De rechtbank zal in plaats van de term ‘verdachte’ steeds de namen van de verdachten gebruiken: [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 9] , [medeverdachte 10] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [medeverdachte 13] , [verdachte] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 15] en [medeverdachte 16] . De rechtbank gebruikt een voorletter in die gevallen waarin meerdere verdachten in het dossier dezelfde achternaam hebben en de hele voornaam als ze ook dezelfde voorletter hebben.
Omdat in de zaak van [medeverdachte 1] het onderzoek ter terechtzitting al was aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland treedt de rechtbank in zijn zaak op als de rechtbank Midden-Nederland. In de zaak van [medeverdachte 3] was het onderzoek ter terechtzitting met betrekking tot het onderzoek Zeilboot al aangevangen bij de rechtbank Midden-Nederland op het moment dat de zaak Marengo aanving bij de rechtbank Amsterdam. Dat is de reden dat er in de zaak van [medeverdachte 3] separate vonnissen worden gewezen.
Het onderzoek Marengo bestaat uit een groot aantal deelonderzoeken die onderling met elkaar verweven zijn, door de daarop gebaseerde verdenking van het leidinggeven aan dan wel de deelname aan de criminele organisatie. Deze verwevenheid maakt dat de rechtbank niet alleen op de verweren van de betreffende verdachte in zal gaan, maar waar nodig ook hetgeen is aangevoerd in de zaken van de andere verdachten (ambtshalve) in haar oordeel zal betrekken.
1.2.2
Start van het onderzoek
Op 14 januari 2017 heeft [medeverdachte 1] zich na overleg met zijn advocaat laten aanhouden en vanaf dat moment is een kroongetuigetraject gaan lopen. [medeverdachte 1] heeft in 41 kluisverklaringen verklaard over een aantal moorden of pogingen daartoe waar hij deels zelf bij betrokken is geweest. Op 27 december 2017 is dit uitgemond in een overeenkomst met [medeverdachte 1] als kroongetuige. Door zijn verklaringen en door ontsleutelde PGP-berichten is een groot aantal verdachten in beeld gekomen die ervan verdacht worden te behoren tot een organisatie die verantwoordelijk is voor tot op dat moment grotendeels onopgeloste levensdelicten. Het onderzoek dat hieruit voortkwam kreeg de naam Marengo. [medeverdachte 1] was op 5 september 2017, dus al voordat hij de overeenkomst sloot, als verdachte aangehouden in de zaak Roos/Doorn. Op 18 december 2017 is [medeverdachte 8] , op wie de nacht daarvoor een aanslag was gepleegd waarbij hij gewond is geraakt, als eerste verdachte aangehouden in het onderzoek Marengo. In de loop van 2018, 2019 en 2020 zijn de overige verdachten in het onderzoek Marengo aangehouden.
1.2.3
Procesdossier Marengo
Het procesdossier bevat (zoveel mogelijk chronologisch) de volgende deelonderzoeken:
Rudolf: de moord op [slachtoffer 1] op 9 september 2015 en het beramen van een ontploffing in de spyshop te Nieuwegein in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015;
Ster: de moord op [slachtoffer 2] op 17 april 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 2] en [betrokkene 3] in de periode van 1 maart 2016 tot en met 17 april 2016;
Aker: de moord op [slachtoffer 3] op 9 mei 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 3] in de periode van 1 januari 2016 tot en met 31 januari 2016;
Kreta: de moord op [slachtoffer 4] op 22 juni 2016 en het beramen van de moord op [slachtoffer 4] , [betrokkene 4] , [betrokkene 5] en [betrokkene 6] in de periode van 17 april 2016 tot en met 22 juni 2016;
Tennis: de poging tot moord op [betrokkene 7] op 11 oktober 2016;
Plato: de poging tot moord op [betrokkene 8] op 5 december 2016;
Zeilboot/Raspvijl: de poging tot moord en de moord op [slachtoffer 6] op 8 december 2016 en de poging tot moord op [slachtoffer 6] op 2 juli 2016;
Roos/Doorn: de moord op [slachtoffer 5] op 12 januari 2017 en het beramen van de moord op [betrokkene 9] in de periode 1 december 2016 tot en met 14 januari 2017;
De criminele organisatie in de periode van 16 juli 2015 tot en met 14 januari 2017.
Daarnaast bevat het dossier het onderzoek Alpine, dat gaat over een witwasverdenking tegen [medeverdachte 14] .
In het strafdossier van iedere verdachte is, behalve het gehele Marengo-dossier (met bovengenoemde negen deelonderzoeken), tevens gevoegd:
10. alle processen-verbaal van de terechtzittingen van de rechtbank tegen ieder van de Marengo-verdachten (met uitzondering van de processen-verbaal van de terechtzittingen over de persoonlijke omstandigheden van de verdachten en de processen-verbaal van de terechtzittingen waarin enkel is gepleit of gedupliceerd; deze processen-verbaal maken slechts deel uit van het strafdossier van de desbetreffende verdachte);
10.
Beoordeling
3.2.6.2.3 Controle en contra-expertise Hansken
De verdediging betoogt dat zij onvoldoende mogelijkheden heeft gehad om de werking van Hansken te controleren en de software van Hansken aan een contra-expertise te onderwerpen. Zij heeft daartoe tijdens regiezittingen en bij pleidooi gewezen op de rapporten van de in het kader van het onderzoek Tandem II ingeschakelde deskundige [naam deskundige 1] van 15 januari 2018 en 4 maart 2018 waarin [naam deskundige 1] concludeert dat die controlemogelijkheden met betrekking tot de rol en functionaliteit van Hansken in het digitaal forensische onderzoeksproces onvoldoende zijn.
Onder verwijzing naar de vonnissen van 21 september 2021 van de rechtbank Rotterdam in de zaken tegen Ennetcom en haar middellijk bestuurder – waarin een soortgelijk verweer is gevoerd – onderkent de rechtbank het door de verdediging geschetste gevaar dat bij de analyse van bulkdata door complexe algoritmische systemen de resultaten van het systeem leidend worden zonder dat de achterliggende algoritmen kunnen worden gecontroleerd. In het kader van het recht op een eerlijk proces (en dus gelijke proceskansen) moet de verdediging kunnen controleren of de door Hansken geproduceerde resultaten betrouwbaar zijn. Daartoe mag van de verdediging echter wel worden verwacht dat zij concreet maakt op welke punten deze controle moet plaatsvinden. Het in algemene zin stellen dat ‘de controlemogelijkheden onvoldoende zijn’ kan niet als zodanig gelden. Het voorgaande klemt temeer nu in het Marengo-dossier stukken zijn gevoegd waarin is ingegaan op de werking van Hansken. Gewezen wordt het rapport van deskundige [naam deskundige 2] (hierna: [naam deskundige 2] ) van 5 februari 2018 in datzelfde onderzoek Tandem II, waarin hij vragen van de verdediging in die zaak over de betrouwbaarheid en volledigheid van Hansken als selectietool beantwoordt. [naam deskundige 2] is vervolgens op 12 februari 2018 in dat onderzoek gehoord door de rechter-commissaris en de verdediging in de zaak Tandem II heeft daar in aanwezigheid van haar eigen deskundige [naam deskundige 1] vragen kunnen stellen aan [naam deskundige 2] . Ook dat proces-verbaal van verhoor is toegevoegd aan het procesdossier. Verder geldt dat over principes en de werking van Hansken peer-reviewed artikelen zijn verschenen. De verdediging heeft gesteld dat [naam deskundige 2] – nu hij niet rechtstreeks betrokken was bij het gebruik van Hansken ten aanzien van de Ennetcom-data (het antwoord op vraag 2 van de verdediging in het rapport van 5 februari 2018) – vragen niet heeft kunnen beantwoorden, maar zij heeft daarbij onvoldoende concreet gemaakt wat zij nog wil controleren en/of onderzoeken. [naam deskundige 2] heeft in zijn beantwoording bovendien gezegd, en het Openbaar Ministerie heeft hierop ook herhaaldelijk gewezen, dat bij twijfel over de volledigheid van een bericht altijd extra controles uitgevoerd kunnen worden in Hansken zelf of met analysemogelijkheden buiten Hansken. De mogelijkheid tot controle en contra-expertise heeft dus wel degelijk bestaan, zij het dat de verdediging dan wel moet laten weten wat, op welke wijze en door wie onderzocht moet worden. De verdediging heeft dit op de speciale PGP-regiezitting van 11 maart 2021 niet, althans onvoldoende, concreet gemaakt. Ook later heeft zij dit niet gedaan. De rechtbank onderschrijft dan ook niet dat de verdediging geen effectieve controlemogelijkheden heeft gehad.
De verdediging heeft bij pleidooi nog verwezen naar Europese jurisprudentie waaruit volgens haar volgt dat zij recht heeft een contra-expertise. De rechtbank is echter van oordeel dat de verwijzing naar die jurisprudentie niet opgaat omdat Hansken en de met Hansken verkregen resultaten niet aan te merken zijn als deskundigenrapportages.
Bij pleidooi heeft de verdediging gewezen op voorbeelden van ‘fouten’ in Hansken. Deze voorbeelden zijn echter eerder op regiezittingen besproken en – voor zover nodig – verduidelijkt en opgehelderd. Zo heeft de verdediging wederom verwezen naar het in het onderzoek De Vink uitgebrachte NFI-rapport van 16 juni 2020. Het gaat in dat rapport echter niet om een fout in Hansken, maar om een verandering van de naam ‘email from’ naar ‘mailbox name’, welke verandering is ingegeven door voortschrijdend inzicht voor wat betreft de benaming van dat ‘veld’. Het hoe en waarom van die verandering wordt in het rapport van 16 juni 2020 verder uitgelegd. Ook heeft de verdediging wederom verwezen naar ‘fouten’ in de exportfunctie naar de Excelbestanden. De verdediging doelt hier, zo begrijpt de rechtbank, op de brief van 14 september 2020 in het onderzoek Himalaya. Ook die brief gaat niet over fouten in Hansken, maar over een geconstateerd verschil tussen de weergave in Hansken en de weergave in het ten behoeve van de inzage gemaakte Excel-bestand. Het NFI heeft dit geconstateerd en hersteld.
De verdediging heeft nog gesteld dat de werking van Hansken beperkingen kent, zoals het niet kunnen zoeken op minder dan drie tekens waardoor zij niet kan zoeken naar woorden met een ‘y’, zoals ‘hy’ in verband met de aan [medeverdachte 16] toegeschreven schrijfwijze. De rechtbank stelt echter vast dat deze beperking evenzeer geldt voor het Openbaar Ministerie, zodat in zoverre geen sprake is van ongelijke proceskansen. De conclusie van de verdediging dat deze beperking verdachte in zijn verdedigingsrechten heeft geschaad volgt de rechtbank niet, alleen al omdat de verdediging ook op langere woorden met een ‘y’ kon zoeken.
3.2.6.2.4 Hansken is geen (buitenwettelijk) technisch hulpmiddel
De rechtbank is in navolging van eerdere uitspraken van rechtbanken van oordeel dat Hansken niet kan worden aangemerkt als een technisch hulpmiddel in de zin van artikel 126ee aanhef en onder a Sv. De eisen zoals genoemd in het Besluit zijn daarom niet van toepassing. Die eisen zien namelijk op technische hulpmiddelen die worden ingezet bij een stelselmatige observatie, het opnemen van vertrouwelijke communicatie of het opnemen van telecommunicatie en daarvoor wordt Hansken niet gebruikt. Hansken is ook niet aan te merken als een buitenwettelijk technisch hulpmiddel. Het wordt namelijk niet gebruikt voor het verkrijgen van bewijs. Hansken wordt ingezet ten behoeve van het bekijken van bewijs, nadat het is verkregen. De verdediging heeft nog gesteld dat de werking van de Hansken-software heeft bepaald welke PGP-berichten ter kennis kwamen van het onderzoeksteam zodat de uitgangspunten uit de wetsgeschiedenis van artikel 126ee Sv voor Hansken van belang zijn. Die stelling maakt het oordeel van de rechtbank niet anders. Het citaat uit de wetsgeschiedenis waar de verdediging naar verwijst benadrukt het belang van waarborgen aangaande de kwaliteit en de onschendbaarheid van de met technische hulpmiddelen vastgestelde waarnemingen die (immers) in de plaats komen van eigen waarnemingen door verbalisanten. De PGP-data zelf zijn echter niet vastgelegd met Hansken, zodat overeind blijft dat Hansken niet is gebruikt voor het verkrijgen van bewijs.
3.2.6.2.5 Onvolledigheid van de PGP-data
De verdediging heeft uitvoerig uiteengezet dat de PGP-data onvolledig zijn. Voor zover de verdediging hieraan het verweer heeft gekoppeld dat de PGP-berichten niet of in onvoldoende mate kunnen bijdragen aan het bewijs overweegt de rechtbank als volgt.
De PGP-berichten dienen te worden aangemerkt als andere geschriften in de zin van artikel 344 lid 1 onder 5 Sv. Dit betekent dat deze berichten alleen voor het bewijs kunnen worden gebruikt in samenhang met andere bewijsmiddelen.
Bij het gebruik van de PGP-berichten voor het bewijs past behoedzaamheid. De rechtbank is zich ervan bewust dat veelal sprake is van incomplete PGP-communicatie.
Conclusie
Voor zover in het voorgaande al vormverzuimen of (andere) onrechtmatigheden zijn vastgesteld leiden deze noch op zichzelf, noch gezamenlijk tot de conclusie dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in de vervolging. De conclusie van de rechtbank is daarom dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging.
Verder is de dagvaarding geldig, is deze rechtbank bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.
4Waardering van het bewijs
4.1
De kroongetuige
In zaken van medeverdachten is een niet-ontvankelijkheidsverweer gevoerd in het kader van het onderwerp ‘de kroongetuige’. De overwegingen en beslissingen van de rechtbank over dit onderwerp zijn van belang in de zaken van alle verdachten. Deze zijn daarom ambtshalve hieronder in dit vonnis opgenomen. Voor wat betreft dit gedeelte van het vonnis is de tekst voor alle verdachten gelijkluidend. Als in hoofdstuk 4.1 over ‘de verdediging’ wordt gesproken, wordt daarmee de verdediging van enkele medeverdachten bedoeld.
4.1.1
Inleiding
In dit onderdeel zal de rechtbank de rechtmatigheid beoordelen van de overeenkomst die de Staat der Nederlanden heeft gesloten met [medeverdachte 1] als kroongetuige en daarnaast een oordeel geven over de betrouwbaarheid van de verklaringen die hij heeft afgelegd.
De rechtbank zal eerst de totstandkoming van de overeenkomst met [medeverdachte 1] beschrijven. Daarna zal zij de verweren bespreken die de rechtmatigheid van de overeenkomst betreffen. Vervolgens komen de verweren aan bod die de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] betwisten. Hoewel de door de verschillende verdachten gevoerde verweren niet geheel overeenkomen en niet alle verdachten zich over en weer bij alle verweren hebben aangesloten, zal de rechtbank ze gezamenlijk bespreken, ook in de vonnissen van de verdachten namens wie geen verweer gevoerd is.
Het oordeel over de rechtmatigheid van de kroongetuigenovereenkomst ligt op grond van de wettelijke regeling primair bij de rechter-commissaris. Maar als de rechtmatigheid van deze overeenkomst uitdrukkelijk onderbouwd door de verdediging wordt bestreden, moet de rechtbank – als zij oordeelt dat de overeenkomst wel rechtmatig is – de redenen geven die daartoe hebben geleid (artikel 359 lid 2 Sv).
De rechtbank dient te beoordelen of de overeenkomst met [medeverdachte 1] dringend noodzakelijk was om de opsporing, voorkoming of beëindiging van feiten mogelijk te maken die anders niet of niet tijdig zou plaatsvinden, of er een redelijke verhouding was tussen het belang van de te verkrijgen informatie en/of de te leveren tegenprestatie en of de overeenkomst – in het licht van de gevoerde verweren – binnen de grenzen van het recht is gebleven.
4.1.2
Totstandkoming van de overeenkomst
[medeverdachte 1] is op 14 januari 2017 met een vuurwapen in Amsterdam aangehouden en vervolgens in voorlopige hechtenis genomen. Dit was een vooropgezet plan, waarover hij met zijn raadsman had overlegd. Na zijn aanhouding heeft hij verteld dat hij klem zat tussen twee groeperingen – de familie [slachtoffer 5] en de groepering rond [medeverdachte 16] –, dat hij zelf betrokken was geweest bij verschillende liquidaties en dat hij bereid was daarover verklaringen af te leggen. In de dagen daarna hebben gesprekken plaatsgevonden tussen [medeverdachte 1] , bijgestaan door zijn raadsman, het Team Bijzondere Getuigen (TBG) en de aan dat team verbonden officier van justitie (de TBG-officier van justitie). In die gesprekken heeft [medeverdachte 1] gemeld over welke levensdelicten hij zou kunnen verklaren en zijn de voorwaarden voor het afleggen van kluisverklaringen besproken. Uiteindelijk heeft hij tussen 26 januari 2017 en 18 mei 2017 in totaal 41 kluisverklaringen afgelegd. In de maanden daarna heeft een verificatieonderzoek naar deze verklaringen plaatsgevonden.
In september 2017 is [medeverdachte 1] als verdachte aangemerkt in het onderzoek Roos en in zijn cel aangehouden. Deze aanhouding was niet gebaseerd op de kluisverklaringen van [medeverdachte 1] (die immers nog in de kluis lagen), maar op andere onderzoeksbevindingen. In november 2017 heeft [medeverdachte 1] een voorovereenkomst ondertekend. Op 20 december 2017 heeft het College van procureurs-generaal toestemming gegeven voor de voorgenomen overeenkomst. Op 27 december 2017 heeft [medeverdachte 1] een overeenkomst gesloten met de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door een officier van justitie, nadat de rechter-commissaris op dezelfde datum deze overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en [medeverdachte 1] had getoetst en rechtmatig had bevonden. De rechter-commissaris heeft deze beslissing op 29 december 2017 schriftelijk vastgelegd en ondertekend. De ondertekende overeenkomst is tekstueel gelijk aan de voorovereenkomst.
In de overeenkomst verbindt [medeverdachte 1] zich om als getuige verklaringen af te leggen met betrekking tot een aantal in de overeenkomst genoemde misdrijven (hierna: de dealfeiten) en doet hij afstand van zijn verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Sv. Daarnaast verklaart [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn kluisverklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust. De officier van justitie verbindt zich om bij onverkorte nakoming door [medeverdachte 1] de strafeis voor zijn aandeel in de dealfeiten te zullen stellen op twaalf jaren gevangenisstraf. Daarbij verklaart de officier van justitie dat de strafeis tegen een verdachte die geen kroongetuige is, bij gelijke omstandigheden een gevangenisstraf van vierentwintig jaren zou inhouden.
In de overeenkomst is vastgelegd dat [medeverdachte 1] wordt vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 4] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding voor deze moord, het medeplegen van de moord op [slachtoffer 5] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 9] ), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties.
[medeverdachte 1] is na het sluiten van de overeenkomst nog tientallen keren, vaak hele dagen lang, verhoord. Vanaf maart 2018 is hij intensief verhoord door de (tactische) recherche. Op de terechtzitting van 11 juli 2019 is er een eerste gelegenheid geweest voor de verdediging om [medeverdachte 1] vragen te stellen. Verspreid over het eerste half jaar van 2020 is hij vervolgens veertien dagen verhoord door de rechter-commissaris, waarbij de verdediging hem voor het eerst uitgebreid vragen kon stellen. Vanaf december 2020 is [medeverdachte 1] meermaals ter terechtzitting verhoord, eerst door de rechtbank en vervolgens door diverse advocaten. Het laatste verhoor ter terechtzitting vond plaats op 6 februari 2024, in de zaak van [medeverdachte 9] . Het dossier bevat in totaal ruim 3.000 pagina’s aan verhoren van [medeverdachte 1] .
4.1.3
Verweren betreffende de rechtmatigheid van de overeenkomst
Er zijn diverse verweren gevoerd die strekken tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie dan wel tot bewijsuitsluiting van de verklaringen van [medeverdachte 1] , omdat de overeenkomst met [medeverdachte 1] niet rechtmatig is.
Dictum
alle processen-verbaal van (getuigen)verhoor door de rechter-commissaris die in de zaken van een of meer van de verdachten zijn opgemaakt.
Alle verklaringen van alle verdachten zoals afgelegd op de terechtzittingen maken dus deel uit van het procesdossier, ook de verklaringen die zij in hun eigen zaak hebben afgelegd. Dit maakt dat het procesdossier voor elke verdachte (afgezien van de persoonsdossiers) gelijkluidend is.
2Tenlastelegging
De tenlastelegging is op de zitting van 27 augustus 2020 gewijzigd. [verdachte] wordt kort gezegd beschuldigd van het volgende.
Feit 1: Deelname aan een criminele organisatie met als oogmerk moord, gekwalificeerde diefstal en/of het bezit van vuurwapens en munitie in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 14 januari 2017 (ZD 140 Sr);
Feit 2: Betrokkenheid bij de voorbereiding van het teweegbrengen van een ontploffing in de spyshop in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015 op het adres [adres] in Nieuwegein (ZD Rudolf);
Feit 3: Betrokkenheid bij de moord op [slachtoffer 2] op 17 april 2016 in IJsselstein (ZD Ster).
De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1, die aan dit vonnis is gehecht. Die bijlage geldt als hier ingevoegd.
3Voorvragen
De verdediging heeft verweer gevoerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. De rechtbank zal hier in het navolgende op ingaan.
3.1
Algemeen kader vormverzuimen
Als bij het voorbereidend onderzoek sprake is van onherstelbare vormverzuimen, kan de rechter daaraan gevolgen verbinden. Uit de wet en de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat het moet gaan om vormverzuimen die zijn begaan in het onderzoek dat voorafgaat aan het onderzoek ter terechtzitting. Onder die vormverzuimen zijn in het bijzonder ook begrepen normschendingen bij de opsporing. De rechter kan ook gevolgen verbinden aan een vormverzuim door een ambtenaar die met opsporing en vervolging is belast, maar dat niet is begaan bij het voorbereidend onderzoek tegen de verdachte of aan een onrechtmatige handeling jegens de verdachte door een andere functionaris of persoon dan zo’n opsporingsambtenaar. Een rechtsgevolg kan dan op zijn plaats zijn indien het betreffende vormverzuim of de betreffende onrechtmatige handeling van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of de (verdere) vervolging van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit.
De consequenties die de rechter aan schending van een vormverzuim kan verbinden zijn, in oplopende zwaarte: de enkele constatering van de schending van een vormverzuim, strafvermindering, bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.
In het algemeen geldt dat hoe groter de ernst van het vormgebrek en de gevolgen daarvan zijn, des te zwaarder het rechtsgevolg is dat de rechter daaraan kan verbinden. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat de zwaarste sanctie voor een vormverzuim, de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging, slechts in zeer uitzonderlijke gevallen aan de orde kan zijn. In zijn arrest van 1 december 2020 heeft de Hoge Raad over de aan te leggen maatstaf overwogen:
‘De strekking van deze maatstaf is dat in het geval dat een zodanig ernstige inbreuk op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak is gemaakt dat geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM, niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging plaatsvindt. Het moet dan gaan om een onherstelbare inbreuk op het recht op een eerlijk proces die niet op een aan de eisen van een behoorlijke en effectieve verdediging beantwoordende wijze is of kan worden gecompenseerd. Daarbij moet die inbreuk het verstrekkende oordeel kunnen dragen dat – in de bewoordingen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens – “the proceedings as a whole were not fair”. In het zeer uitzonderlijke geval dat op deze grond de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging in beeld komt, hoeft echter niet – in zoverre stelt de Hoge Raad de eerder gehanteerde maatstaf bij – daarnaast nog te worden vastgesteld dat de betreffende inbreuk op het recht op een eerlijk proces doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte heeft plaatsgevonden.
Aanleiding voor niet-ontvankelijkverklaring op deze grond kan bijvoorbeeld bestaan in het geval dat de verdachte door een opsporingsambtenaar dan wel door een persoon voor wiens handelen de politie of het openbaar ministerie verantwoordelijk is, is gebracht tot het begaan van het strafbare feit waarvoor hij wordt vervolgd, terwijl zijn opzet tevoren niet al daarop was gericht (vgl. HR 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0655), of waarin gedragingen van politie en justitie ertoe hebben geleid dat de waarheidsvinding door de rechter onmogelijk is gemaakt (vgl. HR 8 september 1998, ECL:NL:HR:1998:ZD1239).’
Bij de beoordeling of sprake is van vormverzuimen waaraan de rechter een niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie kan verbinden dient, zoals hiervoor vermeld, te worden nagegaan of sprake is van de situatie dat “the proceedings as a whole were not fair”, met andere woorden: heeft de verdachte een oneerlijk proces gehad? Onderdeel van een eerlijk proces is dat de rechter die over de zaak oordeelt het onderzoek in de zaak onafhankelijk en onpartijdig, zonder vooringenomenheid, uitvoert en daarna een gemotiveerd oordeel geeft. Onderdeel van een eerlijk proces is ook dat de verdediging tegen het onderzoeksmateriaal en de beschuldigingen kan inbrengen wat zij daartegen wil inbrengen en daartoe het door haar gewenste onderzoek kan uitvoeren. Daarvoor moet de verdediging ook voldoende tijd en gelegenheid worden gegund. Of sprake is van een eerlijk proces is niet alleen afhankelijk van de mate waarin rekening wordt gehouden met de belangen van de verdachte, maar ook met de gerechtvaardigde belangen van anderen die bij het strafproces zijn betrokken, zoals slachtoffers en nabestaanden. Ook dient daarbij rekening te worden gehouden met het publieke belang bij het onderzoek en bestraffing van de specifieke strafbare feiten die het betreft. De beoordeling of sprake is geweest van een eerlijk proces kan in beginsel pas achteraf worden gemaakt. Dan kan namelijk pas worden bezien of de rechter alle betrokken belangen juist heeft afgewogen en beoordeeld. Dit betekent dat de rechtbank bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging, al vooruit moet kijken naar haar beoordeling over de eerlijkheid van dit proces in zijn geheel. De rechtbank moet zich dus al in het kader van de voorvragen (mede) een oordeel vormen over haar eigen beslissingen in Marengo en de wijze waarop deze zijn gemotiveerd.
Namens diverse verdachten is betoogd dat om meerdere redenen sprake is van vormverzuimen, die ieder voor zich maar ook in samenhang bezien en bij elkaar opgeteld (primair) moeten leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie. Verdedigingen hebben zich over en weer bij elkaars verweren aangesloten. Het gaat dan onder andere om verweren in het kader van het PGP-bewijs, de rechtmatigheid van de overeenkomst met de kroongetuige en de verweren in het kader van de gestelde publieke berechting. De door de verdediging van [verdachte] gevoerde verweren, waaronder ook vallen de verweren waarbij namens hem is aangesloten, zullen in het navolgende worden besproken. De rechtbank zal daarbij beoordelen of sprake is van de door de verdediging gestelde vormverzuimen, en zo ja, of deze leiden tot de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
Beoordeling
Dit komt in de eerste plaats doordat op de servers niet alle communicatie meer te vinden was vanwege het retentiebeleid van de aanbieder van de dienst. In het geval van PGP-safe geldt bovendien dat niet alle servers zijn gekopieerd, maar dat de keuze is gemaakt voor het kopiëren van de apparatuur uit de serverkast die vanaf 2012 werd gehuurd. De apparatuur die in de vanaf 2016 gehuurde serverkast stond, is dus niet gekopieerd. Het kopiëren bij PGP-safe is bovendien op enig moment door de Costa Ricaanse autoriteiten beëindigd toen die servers nog niet volledig waren gekopieerd. Daar komt bij dat in het dossier die berichten terecht zijn gekomen die het Openbaar Ministerie uit de Marengo-dataset als relevant heeft geselecteerd. Hierbij past overigens de kanttekening dat de verdediging inzage heeft gehad in de Marengo-dataset en zij zelf ook heeft kunnen verzoeken om voeging van berichten die zij relevant vond.
Verder geldt dat de meeste verdachten hebben ontkend de (enige) gebruiker van een bepaald PGP-account te zijn, dan wel zich op hun zwijgrecht hebben beroepen. Slechts enkele verdachten hebben duiding gegeven aan de inhoud van de berichten. In de berichten wordt soms onduidelijk gesproken. In sommige gevallen zijn conversaties onvolledig. In een deel van de conversaties ontbreken zelfs alle berichten van een van de deelnemers. De context van de berichten is dan ook niet steeds duidelijk. Daar staat tegenover dat voor de bewijswaarde relevant is dat personen die een versleutelde berichtendienst gebruikten zich onbespied waanden en vaak openlijk communiceerden over waar ze mee bezig waren, zonder pogingen dit te verhullen. Ook dat weegt de rechtbank mee bij de beoordeling.
Het voorgaande leidt de rechtbank tot de conclusie dat weliswaar met behoedzaamheid naar de PGP-berichten voor het bewijs moet worden gekeken, maar dat het niet zo is dat de PGP-berichten in algemene zin niet of in onvoldoende mate aan het bewijs kunnen bijdragen vanwege hun onvolledigheid.
3.2.6.2.6 Forensische onbetrouwbaarheid van de PGP-data
De verdediging betoogt dat de PGP-data niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden omdat deze forensisch onbetrouwbaar zijn.
3.2.6.2.6.1 Hashwaarden
De rechtbank stelt voorop dat in het dossier is verantwoord dat de data zoals die in Canada en Costa Rica zijn veiliggesteld en gekopieerd ook de data zijn die in Nederland zijn gebruikt. Die vaststelling kon worden gedaan aan de hand van een vergelijking van de zogenoemde hashwaarden van die data.
3.2.6.2.6.2 Integriteit en betrouwbaarheid van de PGP-data
De verdediging heeft herhaaldelijk gesteld dat zich bij Ennetcom integriteitsproblemen en storingen hebben voorgedaan die mogelijk van invloed kunnen zijn geweest op de betrouwbaarheid van het PGP-materiaal. Met name rond en op de PGP-regiezittingen van 11 en 12 maart 2021 is hierover het debat gevoerd tussen de verdediging en het Openbaar Ministerie. De rechtbank heeft vervolgens op 1 april 2021 het verzoek van de verdediging om een deskundige te benoemen en getuigen te horen in verband met deze integriteitsproblemen en storingen afgewezen. De verdediging heeft bij pleidooi opnieuw aandacht gevraagd voor dezelfde gestelde integriteitsproblemen en storingen.
De rechtbank overweegt in navolging van het arrest van 11 februari 2022 van het gerechtshof Amsterdam het volgende. Bij elk ICT-systeem dat is aangesloten op het internet, en dus ook bij het Ennetcom-systeem, bestaat de mogelijkheid dat de data worden gewijzigd, bijvoorbeeld door een hack of door een technisch gebrek. Deze omstandigheid is echter onvoldoende om aan te nemen dat de Ennetcom-data onbetrouwbaar zijn. Daarbij is van belang dat duizenden gebruikers jarenlang (kennelijk naar tevredenheid) gebruik hebben gemaakt van de diensten van Ennetcom. Overheidsdiensten bleken lange tijd niet in staat om de communicatie die via dit systeem werd gevoerd te onderscheppen en de daarbij behorende PGP-telefoons te ‘kraken’. Uit de verklaring die de bestuurder van Ennetcom op 7 juni 2021 als getuige heeft afgelegd bij de raadsheer-commissaris van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijkt verder dat Ennetcom in zijn bedrijfsvoering aandacht had voor onregelmatigheden in het communicatiesysteem, voorzorgsmaatregelen nam om dergelijke onregelmatigheden te voorkomen en ook maatregelen trof bij incidenten. De rechtbank verwijst in dit verband ook naar het verhoor bij de rechter-commissaris van de rechtbank Gelderland van 6 februari 2019 van de bij Ennetcom van december 2014 tot januari 2016 werkzame service- en supportmanager. Deze verklaart onder andere dat de controles na een incident in Parijs medio 2015 werden aangescherpt. Uit een door de bestuurder van Ennetcom opgestelde lijst blijkt dat dergelijke incidenten zich wel voordeden, maar dat het aantal incidenten – afgezet tegen de hoeveelheid klanten en de omvang van door hen verstuurde berichten – in al die jaren betrekkelijk gering is.
De rechtbank stelt vast dat de vragen van de verdediging die specifiek raken aan de integriteit van de data in het dossier zijn beantwoord. De rechtbank wijst op het reeds aangehaalde rapport van [naam deskundige 2] van 5 februari 2018 en het eveneens eerder aangehaalde verhoor bij de rechter-commissaris van 12 februari 2018 in het onderzoek Tandem II. In dat verhoor heeft [naam deskundige 2] onder andere gereageerd op de bevindingen van [naam deskundige 3] in zijn – op verzoek van de verdediging – opgestelde rapportage van 16 januari 2018. Ook wijst de rechtbank op het rapport van [naam deskundige 2] van 9 maart 2018 in het onderzoek Tandem II.
De uitleg van [naam deskundige 2] komt er in de kern op neer dat ‘een beetje ontsleutelen’ van PGP-data niet mogelijk is. Als de ontsleuteling niet correct zou zijn, dan zou dit een onsamenhangende en onleesbare tekst hebben opgeleverd. Manipulatie van de inhoud van de berichten zou in beginsel mogelijk zijn maar is, gelet op de PGP-versleuteling, eigenlijk praktisch onmogelijk. De rechtbank ziet gelet op deze uitleg geen aanleiding om aan de juistheid van de ontsleuteling te twijfelen. De rechtbank wijst in dit verband ook op het proces-verbaal waarin de recherche een aantal zuiver theoretische scenario’s heeft doorgenomen rondom de integriteit en de betrouwbaarheid van de gegevens van de Ennetcom-servers. Daarin wordt gesteld dat manipulatie van de inhoud van berichten tot inconsistenties in de berichtenuitwisseling of zelfs tot onleesbaarheid van de berichten zou moeten leiden en dat daarvan niet is gebleken. Ook staat daarin dat configuratiefouten of technische gebreken het bedrijfsmodel van Ennetcom zouden raken en dat het onaannemelijk is dat dergelijke gebreken door de beheerders niet onmiddellijk zouden worden opgelost. De rechtbank kan dat goed volgen, aangezien – zoals hiervoor al overwogen – vele gebruikers jarenlang (kennelijk naar tevredenheid) gebruik hebben gemaakt van de diensten van Ennetcom. Er zijn, zo schrijft de recherche in dat proces-verbaal, geen indicaties aangetroffen voor sporen van technische gebreken in de berichtenuitwisseling of in de BES-systemen. In de conclusie van het proces-verbaal wordt de verdediging erop gewezen dat, als zij concrete feiten en omstandigheden aanwijst, scenario’s verder kunnen worden onderzocht. Van die mogelijkheid heeft de verdediging geen gebruik gemaakt.
De rechtbank is gelet op het voorgaande niet gebleken dat de gestelde integriteitsproblemen of storingen invloed hebben gehad op de ontsleutelde inhoud van de PGP-berichten.
Conclusie
Zo is aangevoerd dat de huidige toepassing van de kroongetuigenregeling, zoals door de Hoge Raad is goed gevonden in het Passageproces, niet juist is in het licht van de wetsgeschiedenis. Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is dat een kroongetuige geen koopgetuige mag zijn, maar in de huidige praktijk is de beschermingsovereenkomst een vrijplaats voor het geven van een financiële beloning in ruil voor verklaringsbereidheid. Enig rechterlijk toezicht ontbreekt, terwijl artikel 226j lid 3 Sv daarvoor wel een aanknopingspunt biedt. In deze zaak zijn er door de iPhone-berichten van [medeverdachte 1] sterke aanwijzingen dat er een toezegging is gedaan van een buitenproportionele beloning. Uit die berichten blijkt dat [medeverdachte 1] geld wil zien en zelf een causaal verband legt tussen dat geld en zijn verklaringen. Dat is in strijd met de bedoeling van de wetgever en daarmee in strijd met de wet en dus onrechtmatig.
Doordat de verdediging geen inzicht wordt verschaft in de financiële inhoud van de beschermingsovereenkomst, een rechter hier geen kennis van heeft kunnen nemen en de vragen aan de kroongetuige over zijn financiële verwachtingen werden belet, kan niet worden volgehouden dat de verdediging een redelijke gelegenheid heeft gehad om de wederrechtelijkheid van de afspraken met de kroongetuige, waaronder de mogelijkheid van de beïnvloeding van de betrouwbaarheid van die getuige door die overeenkomst, te presenteren. Dit is een schending van de in artikel 6 EVRM vervatte ‘equality of arms’. Daar komt bij dat aannemelijk is dat de verklaringen van de kroongetuige, indien deze worden gebruikt, van doorslaggevend belang zullen zijn, maar er geen maatregelen zijn getroffen ter compensatie van het gebrek aan kennis van de verdediging over de totstandkoming van de overeenkomst.
Daarnaast is door de verdediging aangevoerd dat er aan [medeverdachte 1] ongeoorloofde toezeggingen zijn gedaan. Zo beweert hij zelf dat hem is toegezegd dat de straf die aan hem is opgelegd voor het wapenbezit op 14 januari 2017 op enigerlei wijze in de executiefase zou worden verdisconteerd in de aan hem op te leggen straf in de zaak Marengo. Als door het Openbaar Ministerie verdiscontering van de voornoemde straf is afgesproken, dan staat vast dat [medeverdachte 1] in strijd met de wet meer korting op zijn straf toegezegd heeft gekregen dan is toegestaan. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en derhalve is er wederom sprake van een schending van artikel 6 EVRM.
Ook het feit dat bij de strafeis rekening wordt gehouden met de inmiddels gewijzigde regeling met betrekking tot de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: de v.i.-regeling) – waardoor netto slechts acht jaren gevangenisstraf resteert – levert volgens de verdediging een grotere korting op de straf op dan wettelijk is toegestaan. Daar komt bij dat de overeengekomen bruto-strafeis van vierentwintig jaren – vergeleken met de strafeisen in de zaken van de medeverdachten – al disproportioneel laag was. Bovendien is sprake van ontoelaatbare toezeggingen door [medeverdachte 1] niet te vervolgen in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, door hem niet te vervolgen voor Opiumwetdelicten, door het ongemoeid laten van het financiële voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken) en door de begunstiging van de levenspartner van [medeverdachte 1] . Dit geldt ook voor de keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen van [medeverdachte 1] . Hij wordt in de zaak Kreta – anders dan zijn medeverdachten – niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op de broers [betrokkene 6] en [betrokkene 5] (hierna: [betrokkene 5] ) en [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ), hoewel hij daartoe wel handelingen heeft verricht. In de zaak Roos/Doorn wordt hij de facto niet vervolgd voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 9] , nu dit meer subsidiair ten laste is gelegd en daar dus niet aan toe gekomen zal worden.
Tot slot stelt de verdediging dat er een extra begunstiging zit in bepaling 4.2 van de overeenkomst, waarin staat dat als [medeverdachte 1] de overeenkomst niet is nagekomen, hij een redelijke termijn krijgt om dat alsnog te doen. Dit is een toezegging die buiten het kader van artikel 226g Sv valt. Daarmee is in strijd met de wet gehandeld en een onrechtmatige overeenkomst gesloten. Ook dit levert een schending van artikel 6 EVRM op.
4.1.4
Oordeel van de rechtbank ten aanzien van de overeenkomst
4.1.4.1 Onjuiste toepassing kroongetuigenregeling?
In de Passage-arresten van 23 april 2019 heeft de Hoge Raad de door het gerechtshof Amsterdam geschetste kaders waarbinnen de kroongetuigenregeling moet worden toegepast, bevestigd. Kern is volgens de Hoge Raad ‘dat toezeggingen met betrekking tot de feitelijke bescherming van de getuige geen onderdeel uitmaken van de in art. 226g, eerste lid, Sv bedoelde afspraak en evenmin kunnen worden beschouwd als afspraken in de zin van art. 226g, vierde lid, Sv, zodat voor het openbaar ministerie geen verplichting bestaat dergelijke toezeggingen bekend te maken en deze ook geen voorwerp zijn van toetsing door de rechter-commissaris op de voet van art. 226g, derde lid, Sv of door de zittingsrechter’. Dat is de wettelijke regeling zoals zij op dit moment is. De omstandigheid dat er in de wetenschap en in de politiek af en toe gepleit wordt voor een aanpassing van de regeling en de invoering van een onafhankelijke toetsing van de op grond van artikel 226l Sv gesloten beschermingsovereenkomst, doet daaraan niet af. Voor een toetsing van de beschermingsovereenkomst door de rechter-commissaris biedt artikel 226j lid 3 Sv thans in ieder geval geen grondslag.
Uitgangspunt van de kroongetuigenregeling is – daar heeft de verdediging gelijk in – dat de verklaring van de kroongetuige niet ‘gekocht’ mag worden. Anderzijds zullen de beschermingsmaatregelen die uiteindelijk worden getroffen veelal ook een financiële component bevatten. Een kroongetuige zal eenmaal op vrije voeten immers een nieuw bestaan moeten opbouwen en dat kost geld. De stelling van de verdediging dat er sterke aanwijzingen zijn dat er in het onderhavige geval sprake is van een koopgetuige en dat er (dus) een causaal verband is tussen de verklaringen van de kroongetuige (c.q. zijn verklaringsbereidheid) en een beloning, volgt de rechtbank echter niet. De rechtbank heeft kennisgenomen van de door de verdediging ingebrachte chats van de kroongetuige met familieleden, die zijn teruggevonden op de iPhone die hij in de periode september 2017 tot medio februari 2018 heimelijk in zijn cel heeft gehad. Op grond van die berichten lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat [medeverdachte 1] in het kader van de beschermingsovereenkomst zoveel mogelijk geld wilde ontvangen. Er is echter geen aanknopingspunt voor de stelling dat er vervolgens ook daadwerkelijk zulke hoge geldbedragen aan [medeverdachte 1] zijn toegezegd, dat die redelijkerwijs niet meer met passende bescherming in verband kunnen worden gebracht.
Redengevend is daarbij dat de door de verdediging geciteerde berichten weliswaar duidelijk maken dat [medeverdachte 1] bepaalde financiële wensen heeft, maar dat nergens blijkt dat het Openbaar Ministerie deze wensen vervolgens ook heeft gehonoreerd. Verder dateren de berichten waarin [medeverdachte 1] zijn wensen aan zijn familieleden kenbaar maakt, voor een deel van januari 2018, dus van na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst. Op het moment van het sluiten van de overeenkomst op 27 december 2017 verbond hij zich om verklaringen af te leggen. Kennelijk waren de beschermingsmaatregelen en de daarbij behorende financiële afspraken toen nog niet geregeld.
Dictum
In het voorkomende geval zal de rechtbank beoordelen of een eventueel ander, minder zwaar, rechtsgevolg aan een geconstateerd vormverzuim verbonden zal moeten worden. De rechtbank zal voorts nagaan of een eventuele opeenstapeling van vormverzuimen die op zichzelf niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie leiden, in samenhang bezien wel dienen te leiden tot het oordeel dat geen sprake (meer) is van een eerlijk proces.
3.2
PGP-bewijs
3.2.1
Inleiding
De verdediging heeft verweren gevoerd met betrekking tot de rechtmatigheid van de verkrijging en verwerking van PGP-berichten afkomstig uit de Ennetcom-data en de PGP-safe-data. De rechtbank zal hieronder eerst de feitelijke gang van zaken beschrijven en vervolgens de gevoerde verweren bespreken.
3.2.1.1 Algemene uitgangspunten
Uitgangspunt in ons recht is dat het privéleven en privé-gegevens een hoge mate van bescherming genieten. Dat geldt zowel in het Unierecht, waar dit is vastgelegd in de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest), als in het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), waar het recht op privacy is vastgelegd in artikel 8, als ook in onze nationale wetten. De Nederlandse rechter toetst niet aan de grondwet, maar ook daarin zijn onder andere het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10) en het briefgeheim (artikel 13) vastgelegd.
Deze rechten geven echter geen onbeperkte bescherming. Inperking is mogelijk, maar moet bij wet zijn voorzien en noodzakelijk, evenredig en proportioneel zijn. Dit is bepaald in artikel 52 Handvest en in artikel 8 lid 2 EVRM. Daarbij geldt dat hoe zwaarder de verdenking is (zeer ernstige misdrijven, georganiseerd verband), hoe groter de inbreuk in principe mag zijn.
3.2.1.2 Toetsingskader
Het feit dat de Ennetcom- en PGP-safe-data niet in het onderzoek Marengo zijn vergaard maar in andere onderzoeken (De Vink en Sassenheim), staat niet (zie hoofdstuk 3.1 Algemeen kader vormverzuimen) aan een toetsing van de verkrijging en verwerking in de weg. Toetsing kan aan de orde komen bij een onrechtmatige handeling jegens de verdachte begaan in een ander voorbereidend onderzoek indien het vormverzuim van bepalende invloed is geweest op het verloop van het opsporingsonderzoek naar en/of verdere vervolging van de verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit.
De rechtbank constateert dat de Ennetcom- en PGP-safe-berichten – overigens ook volgens het Openbaar Ministerie zelf – in het onderzoek Marengo een prominente rol spelen in de bewijsconstructie. De rechtbank is daarom van oordeel dat eventuele vormverzuimen bij de verkrijging en de verwerking van de PGP-data binnen de onderzoeken De Vink en Sassenheim van bepalende invloed zijn geweest bij het opsporingsonderzoek en de vervolging van de verdachten binnen Marengo. Dit betekent niet dat de rechtbank de onderzoeken De Vink en Sassenheim ziet als voorbereidend onderzoek naar de verdachten in het onderzoek Marengo. Het betekent uitsluitend dat zij reden ziet de rechtmatigheid van de verkrijging en verwerking van de Ennetcom- en PGP-safe-data te toetsen, naar aanleiding van de door verdediging op dit punt gevoerde verweren.
3.2.2
Feitelijke gang van zaken
3.2.2.1 Ennetcom-data (onderzoek De Vink)
In het dossier bevindt zich een groot aantal e-mailberichten afkomstig van in Canada bij het Nederlandse bedrijf Ennetcom veiliggestelde data. Ennetcom leverde diensten op het gebied van versleutelde communicatie. Met BlackBerry-telefoons voorzien van specifieke software konden via een PGP (pretty good privacy)-protocol met daaraan gekoppelde e-mailadressen versleutelde tekstberichten en notities worden verzonden. De gebruikers van de telefoons en e-mailadressen konden op die manier anoniem communiceren. De encryptiesleutels waren opgeslagen op de BlackBerry Enterprise-Servers (hierna: BES-servers) van Ennetcom. Deze servers bevonden zich in Toronto, Canada.
Na een rechtshulpverzoek van Nederland aan de Canadese autoriteiten zijn op 19 april 2016 de gegevens op de servers die door Ennetcom werden gebruikt veiliggesteld. Het rechtshulpverzoek zag op vier destijds lopende strafrechtelijke onderzoeken (Koper, Rooibos, Rendlia en De Vink). Het onderzoek Marengo maakte hier dus geen deel van uit.
Op 13 september 2016 besliste het Superior Court of Justice in Canada dat de bij Ennetcom veilig gestelde data (hierna: de Ennetcom-data) aan Nederland mochten worden verstrekt. De Canadese rechter verbond hieraan de voorwaarden dat de Ennetcom-data alleen mogen worden gebruikt voor onderzoek en vervolging van strafbare feiten als deelneming aan een criminele organisatie, moord, doodslag, witwassen, brand/ontploffing, alsmede pogingen en voorbereidingshandelingen daartoe, die direct verband hielden met de eerder genoemde onderzoeken Koper, Rooibos, Rendlia en De Vink, tenzij hiervoor van tevoren een gerechtelijke machtiging door het Koninkrijk der Nederlanden was afgegeven.
Op 12 januari 2018 hebben de zaaksofficieren van justitie van de onderzoeken Tandem I en II een machtiging gevraagd aan de rechter-commissaris om Ennetcom-gegevens uit Tandem I en II te verstrekken aan en te laten gebruiken door het onderzoeksteam Marengo. In de toelichting op die vordering staat onder andere dat in de datasets in de zaken Tandem I en II gegevens zijn aangetroffen die voor de onderzoeken Tandem I en II niet van betekenis zijn, maar wel voor het onderzoek Marengo en dat tot de verdachten in dat onderzoek [medeverdachte 16] , [medeverdachte 1] , [betrokkene 10] , [betrokkene 11] , [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] behoren. Bij beslissing van 23 februari 2018heeft de rechter-commissaris het Openbaar Ministerie gemachtigd om de verzochte gegevens beschikbaar te stellen aan het onderzoeksteam Marengo. De informatie heeft geleid tot zestien e-mailadressen die te linken zouden zijn aan [medeverdachte 16] en/of zijn familieleden en aan een aantal liquidaties dan wel pogingen daartoe in de periode 2016/2017 (in het bijzonder de moord op [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ) op 17 april 2016, de voorbereiding van moord op [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ), de moord op [slachtoffer 6] (hierna: [slachtoffer 6] ) op 8 december 2016, de moord op [slachtoffer 5] (hierna: [slachtoffer 5] ) op 12 januari 2017, de moord op [slachtoffer 4] (hierna: [slachtoffer 4] ) op 22 juni 2016, de moord op [slachtoffer 1] op 9 september 2015 en de poging tot moord op [betrokkene 7] (hierna: [betrokkene 7] ) op 11 oktober 2016).
Toen het onderzoeksteam Marengo toegang wilde tot de Ennetcom-data heeft het Openbaar Ministerie aan de rechter-commissaris daartoe op 7 maart 2018, aangevuld op 21 maart 2018, om toestemming verzocht. Voor de inhoudelijke toetsing van deze vordering heeft de rechter-commissaris in lijn met eerdere beslissingen op vergelijkbare vorderingen aansluiting gezocht bij artikel 126ng van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv).
De rechter-commissaris heeft op 22 maart 2018 geoordeeld dat in het onderzoek Marengo aan deze voorwaarden is voldaan en bepaald dat onderzoek wordt verricht aan en in de gegevens die zich op de servers van Ennetcom bevonden, dat dit onderzoek op de voet van het bepaalde in artikel 177 Sv via de officier van justitie wordt opgedragen aan het onderzoeksteam Marengo.
Beoordeling
Bij het voorgaande betrekt de rechtbank nog dat de inhoud van de PGP-berichten op een groot aantal onderdelen bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen, zoals hierna bij de bespreking van de zaaksdossiers zal worden weergegeven.
3.2.6.2.6.3 PGP-e-mailadres (mede) bij een ander in gebruik
Enkele raadslieden voeren het verweer dat hun cliënt niet de enige gebruiker was van een bepaald e-mailadres en/of dat een e-mailadres op enig moment tijdelijk in gebruik was bij een ander dan de eerdere gebruiker.
De rechtbank stelt in dit verband voorop dat, waar dit het geval zou zijn, dit geen invloed heeft op de integriteit van het bericht zelf, gelet op wat hiervoor over de ontsleuteling is overwogen. De rechtbank heeft in de zaaksdossiers inderdaad voorbeelden aangetroffen van het wisselen van de gebruiker van een PGP-telefoon en het tijdelijk gebruiken van een PGP-telefoon van een ander. Deze gevallen komen voor zover nodig in die zaaksdossiers aan de orde. In voorkomende gevallen wordt in de processen-verbaal van identificatie verantwoord op basis waarvan is geconcludeerd dat een e-mailadres op een volgende gebruiker is overgegaan.
Op basis van het dossier heeft de rechtbank niet kunnen vaststellen dat gewisseld werd van gebruiker zonder dat dit kenbaar werd gemaakt aan de andere deelnemer aan een gesprek. Dat ligt ook voor de hand: het zou immers ernstig afbreuk doen aan het vertrouwen van de andere deelnemers aan de versleutelde communicatie als zij het risico zouden lopen dat hun berichten onbedoeld bij derden terecht zouden kunnen komen. Dat geldt temeer nu de gesprekken in het dossier Marengo veelal zien op (voorbereidingen van) liquidaties. In het verlengde hiervan ligt ook niet voor de hand dat een derde gebruik maakt van een PGP-toestel van een ander zonder dat de eigenlijke gebruiker dat weet, en al helemaal niet dat die derde dan communiceert over (voorbereidingen van) liquidaties. Al met al brengt dit de rechtbank ertoe om, behoudens duidelijke aanwijzingen voor het tegendeel, ervan uit te gaan dat als een PGP-account aan een geïdentificeerde persoon kan worden gekoppeld, de berichten van dat account ook door die persoon zijn verzonden of ontvangen.
3.2.6.2.7 Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije
De rechtbank heeft zich rekenschap gegeven van het na de dupliek van de verdediging gewezen arrest van het EHRM van 26 september 2023 in de zaak Yüksel Yalçinkaya tegen Turkije, waarin het EHRM oordeelt dat artikel 6 EVRM is geschonden. Dit arrest geeft de rechtbank evenwel geen aanleiding om anders te oordelen over de geboden inzage- en controlemogelijkheden voor de verdediging in relatie tot het recht op een eerlijk proces. Daartoe is redengevend dat het EHRM in dat arrest expliciet heeft overwogen – kort gezegd – dat de omstandigheid dat het bewijs ziet op versleutelde elektronische data geen aanleiding is om een andere toets toe te passen in het licht van artikel 6 EVRM dan de toets die het steeds heeft aangelegd.Ook waar het gaat om het niet aan de verdediging verstrekken van alle brondata verwijst het EHRM naar zijn eerdere jurisprudentie. Bovendien verschillen de feitelijke vaststellingen in die Turkse zaak zodanig van de feiten in Marengo dat een vergelijking niet opgaat. De rechtbank wijst er onder andere op dat de klager in die Turkse zaak geen toegang had tot gegevens die specifiek op hemzelf betrekking hadden, dat dit (ByLock-)bewijs van doorslaggevend belang was voor de veroordeling en klager geen reële mogelijkheid had om het bewijs te betwisten. Ook was de Turkse rechter niet ingegaan op de verweren van klager over de rechtmatigheid en de betrouwbaarheid van de gegevens. Die omstandigheden doen zich in Marengo – zoals hiervoor uiteen is gezet – niet voor. Zo heeft de verdediging wél inzage in de Marengo-dataset, hebben de raadslieden de ‘eigen lijnen’ op een laptop verstrekt gekregen, kan de verdediging desgewenst bij het NFI met Hansken in de Marengo-dataset zoeken en heeft zij gedurende dit proces verzoeken met betrekking tot dat PGP-bewijs kunnen doen en daaromtrent verweren kunnen voeren, waarop de rechtbank steeds gemotiveerd heeft beslist.
3.2.7
Voorwaardelijke verzoeken
3.2.7.1 Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU
De verdediging heeft voorwaardelijk, namelijk indien de verdediging niet wordt gevolgd in een of meerdere van de door haar ingenomen standpunten over de uitleg en schending van het Unierecht met betrekking tot de verkrijging en verwerking van de PGP-data, dan wel als wordt volstaan met constatering van een vormverzuim, prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU, met het verzoek aan het Hof om de zogenoemde versnelde procedure (een procedure préjudicielle accélérée, PPA) toe te passen. Daartoe stelt de verdediging een aantal concreet geformuleerde vragen voor.
De rechtbank komt gelet op voorgaande beslissingen toe aan de beoordeling van dit verzoek. De rechtbank heeft hiervoor uiteengezet dat zij de verdediging niet of niet steeds geheel volgt in haar standpunten over gestelde schendingen van Unierecht en de daaraan te verbinden rechtsgevolgen. Het antwoord op de te stellen vragen ligt echter naar het oordeel van de rechtbank al besloten in de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU zoals die eerder is besproken. De rechtbank acht zich dan ook voldoende voorgelicht en wijst het verzoek daarom af.
3.2.7.2 Aanhouden van de zaak
De verdediging heeft bij dupliek aan haar voorwaardelijk verzoek het subsidiaire verzoek toegevoegd dat als de rechtbank het (nog) niet noodzakelijk acht zelf prejudiciële vragen te stellen, de zaken van verdachten aan te houden tot na de beslissing van het Hof van Justitie EU op de prejudiciële vragen van het Berlijnse gerecht van 19 oktober 2022. Die vragen zijn vooral relevant voor de vraag of uit het Unierecht, in het bijzonder uit het doeltreffendheidsbeginsel, volgt dat schendingen van het Unierecht – samengevat – ook bij ernstige strafbare feiten niet geheel zonder gevolgen mogen blijven en ten minste gevolgen moeten hebben voor het bewijs of de op te leggen straf.
De rechtbank heeft acht geslagen op de Europese jurisprudentie, ook die waarin het doeltreffendheidsbeginsel een rol speelt. Daarover acht de rechtbank zich voldoende voorgelicht. De omstandigheid dat een ander, niet Nederlands gerecht (mede) over dat onderwerp prejudiciële vragen heeft gesteld, geeft de rechtbank geen aanleiding de zaken aan te houden in afwachting van die beantwoording. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachten in deze zaak zich al zeer lange tijd in (geschorste) voorlopige hechtenis bevinden en voor hen van belang is dat de zaken thans worden afgerond.
3.2.7.3 Overige voorwaardelijke verzoeken
De verdediging heeft voorts voorwaardelijk, namelijk voor het geval de rechtbank tot enige bewezenverklaring zal komen, verzocht om alle Ennetcom- en PGP-safe-data die met de rechtshulpverzoeken aan Canada en Costa Rica zijn verkregen op toegankelijke wijze verstrekt te krijgen en daar het Openbaar Ministerie opdracht toe te geven. Daarnaast is voor dat geval verzocht (alsnog) de volgende personen als getuige te horen/als deskundige te benoemen:
1. [betrokkene 14]2. [betrokkene 15]
3. [naam deskundige 2] of een andere direct bij de werking en ontwikkeling van Hansken betrokken deskundige (van het NFI)4. [naam deskundige 1]
5.
Conclusie
Daar komt bij dat de kluisverklaringen, waarin hij over alle dealfeiten uitgebreid heeft verklaard, ruim daarvoor – in de periode van januari tot mei 2017 – zijn afgelegd. Er was toen nog geen concreet zicht op een overeenkomst en een van de hoofdpunten van de kroongetuigenovereenkomst is, naast het afleggen van nadere verklaringen, dat hij in die kluisverklaringen de waarheid heeft verklaard. Die kluisverklaringen kunnen dus hoe dan ook niet aangemerkt worden als ‘gekocht’. Er is het voorgaande in aanmerking nemende geen aanknopingspunt voor de suggestie van de verdediging dat [medeverdachte 1] welbewust over zoveel mogelijk feiten is gaan verklaren, om een (financieel) zo gunstig mogelijke deal eruit te slepen.
De omstandigheid dat de verdediging de (financiële aspecten van de) beschermingsmaatregelen niet kan toetsen levert geen schending van het beginsel van ‘equality of arms’ op. De positie van de verdediging verschilt hierin immers niet van het zaaks-Openbaar Ministerie en de verdediging heeft bovendien volop de gelegenheid gehad om het waarheidsgehalte van de kluisverklaringen en (daarmee) de betrouwbaarheid van de kroongetuige te toetsen. Van een onjuiste toepassing van de kroongetuigenregeling – en van een schending van artikel 6 EVRM – is gezien het bovenstaande geen sprake.
4.1.4.2 Zijn er ongeoorloofde toezeggingen gedaan?
De verweren richten zich voor een groot deel op (vermeend) ongeoorloofde toezeggingen. Daarvoor geldt het volgende. De toezegging die in het kader van een kroongetuigenovereenkomst mag worden gedaan is dat strafvermindering met toepassing van artikel 44a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) zal worden gevorderd, te weten – voor zover hier van belang – maximaal de helft bij een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Daarnaast kan er sprake zijn van zogenoemd gunstbetoon als bedoeld in artikel 226g lid 4 Sv. Dit gaat om het gebruik van wettelijke bevoegdheden door de officier van justitie die een gunstige invloed kunnen hebben op de bereidheid van de kroongetuige tot het afleggen van een verklaring, maar die niet strekken tot strafvermindering of anderszins verband houden met de beantwoording van de vragen van de artikelen 348 en 350 Sv. Gunstbetoon ziet op toezeggingen van relatief geringe omvang. Een toezegging die niet meer behelst dan hetgeen de officier van justitie onder normale omstandigheden met toepassing van het bestaande beleid zou hebben besloten, is geen toezegging in de zin van de wet.
In de door het College van procureurs-generaal opgestelde Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken (hierna: de Aanwijzing) is het kader van de toezeggingen nader uitgewerkt, waarbij in artikel 5 de niet toelaatbare toezeggingen zijn omschreven. Dit artikel luidt, voor zover van belang:
‘De officier van justitie mag geen toezeggingen doen met betrekking tot:
1. de inhoud van de tenlastelegging (zogenoemde plea-bargaining, bijvoorbeeld over het aantal op te nemen feiten in de dagvaarding en de zwaarte daarvan);
2. het in afwijking van het geldende opsporings- en vervolgingsbeleid afzien van actieve opsporing of vervolging van strafbare feiten (een toezegging die strekt tot het staken van de opsporing of tot een sepot na afsluiting van het opsporingsonderzoek in afwijking van het bestaande vervolgingsbeleid, is derhalve niet toegestaan);
3. (…)
4. het geven van een financiële beloning;
5. (…)
6. het geheel of gedeeltelijk achterwege laten van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing;
7. het begunstigen van anderen dan de getuige, zoals diens levenspartner;
8. (…)’
Financiële beloning?
Hiervoor is al overwogen dat de berichten in de iPhone van [medeverdachte 1] weliswaar de conclusie rechtvaardigen dat hij zoveel mogelijk geld wilde ontvangen in het kader van de beschermingsovereenkomst, maar dat er geen aanwijzing is dat het Openbaar Ministerie hierin is meegegaan en hem – via de beschermingsovereenkomst – in ruil voor zijn verklaringen een financiële beloning heeft toegezegd.
Veroordeling wapenbezit in januari 2017
Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 1] zich op 14 januari 2017 heeft laten aanhouden met een vuurwapen omdat hij bescherming zocht. Bij een doorzoeking zijn vervolgens een tweede vuurwapen en een jammer aangetroffen. [medeverdachte 1] is hiervoor vervolgd en aan hem is uiteindelijk in hoger beroep op 20 september 2018 zeven maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest opgelegd. Als basis voor de stelling van de verdediging dat sprake zou zijn van een ongeoorloofde toezegging, geldt de bewering van [medeverdachte 1] dat het Openbaar Ministerie hem zou hebben toegezegd dat de straf voor het wapenbezit bij de executie afgetrokken zou worden van de uiteindelijk op te leggen straf in de zaak Marengo. [medeverdachte 1] en zijn verdediging baseren dit op handgeschreven berekeningen van mr. [advocaat 1] . Het Openbaar Ministerie betwist echter dat een dergelijke afspraak is gemaakt.
De rechtbank stelt voorop dat de afspraak die volgens [medeverdachte 1] gemaakt is, een afspraak zou zijn als genoemd in artikel 5 lid 6 van de Aanwijzing, en dat deze daarmee ongeoorloofd zou zijn. Dat deze toezegging door het Openbaar Ministerie gedaan zou zijn is echter niet aannemelijk geworden. De verklaring van [medeverdachte 1] en de berekeningen van mr. [advocaat 1] zijn daarvoor onvoldoende, waarbij wordt meegewogen dat de andere advocaat die [medeverdachte 1] destijds bijstond heeft verklaard dat die afspraak niet is gemaakt. Bovendien hebben partijen bij het ondertekenen van de kroongetuigenovereenkomst ten overstaan de rechter-commissaris uitdrukkelijk verklaard dat er geen verdere of andersluidende afspraken zijn gemaakt.
Is de basis-strafeis van vierentwintig jaren proportioneel?
Zoals hiervoor besproken heeft het Openbaar Ministerie in de overeenkomst de basis-strafeis bepaald op een gevangenisstraf van vierentwintig jaren en toegezegd om vijftig procent hiervan als straf te zullen eisen bij nakoming van de verplichtingen door [medeverdachte 1] . In het algemeen geldt dat het Openbaar Ministerie bij het bepalen van een strafeis een ruime beoordelingsvrijheid heeft die de rechter moet eerbiedigen. Dat geldt ook voor een strafeis tegen een kroongetuige. Het is echter denkbaar dat een toegezegde basis-strafeis tegen een kroongetuige zo onbegrijpelijk laag is dat het verschil met een reguliere strafeis niet anders kan worden opgevat dan als tegenprestatie voor af te leggen verklaringen. Daarvan is sprake als het Openbaar Ministerie, gelet op alle omstandigheden van het geval en met inachtneming van zijn ruime beoordelingsvrijheid, in redelijkheid niet tot de toegezegde basis-strafeis heeft kunnen komen.
[medeverdachte 1] wordt (kort gezegd) vervolgd voor het medeplegen van de moord op [slachtoffer 4] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan) en voorbereiding van deze moord (subsidiair de medeplichtigheid daaraan), het medeplegen van de moord op [slachtoffer 5] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan, meer subsidiair voorbereidingshandelingen voor de moord op [betrokkene 9] ), het medeplegen van de poging tot moord op [betrokkene 7] (subsidiair de medeplichtigheid daaraan en – de rechtbank begrijpt, meer subsidiair – voorbereidingshandelingen voor die moord) en de deelname aan een criminele organisatie die in het bijzonder tot oogmerk heeft het plegen van liquidaties. In vergelijking met de straffen die het Openbaar Ministerie in de zaak Marengo heeft geëist tegen medeverdachten is de basis-strafeis van vierentwintig jaren gevangenisstraf naar de huidige maatstaven laag te noemen.
Dictum
De rechter-commissaris heeft verder bepaald dat dit onderzoek is beperkt tot de 26 e-mailadressen en de mogelijk vastgelegde contacten daarvan, zoals opgesomd in de vordering van de officier van justitie van 21 maart 2018 en voorts dat dit onderzoek wordt verricht aan de hand van het bij de vordering van 21 maart 2018 gevoegde plan van aanpak, waarbij door het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) een dataset wordt samengesteld uit de Ennetcom-data. In de beslissing wordt bepaald dat alleen de gegevens in die dataset mogen worden onderzocht en dat voor zover relevante gegevens worden aangetroffen, deze bevindingen aan de processtukken in het onderzoek Marengo worden toegevoegd. Op aanvullende vorderingen van het Openbaar Ministerie heeft de rechter-commissaris overeenkomstig beslist op 25 april 2018 en 10 september 2019. In het onderzoek De Vink heeft een controle op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouders plaatsgevonden in de verkregen data van de servers van Ennetcom.
3.2.2.2 PGP-safe-data (onderzoek Sassenheim)
In het dossier bevindt zich ook een groot aantal berichten dat afkomstig is van in Costa Rica bij het bedrijf Rack Lodge S.A. veiliggestelde data. Het veiligstellen van die data heeft plaatsgevonden in het onderzoek Sassenheim. Dit onderzoek zag, kort gezegd, op de faciliterende rol van de aanbieders van PGP-safe. Deze aanbieders werden verdacht van betrokkenheid bij de verkoop van producten en diensten op het gebied van versleutelde communicatie (PGP encrypted BlackBerry’s) aan criminelen. Om onderzoek naar de data van PGP-safe te kunnen doen is op 4 april 2017 (aangevuld op 24 april 2017) een rechtshulpverzoek aan de autoriteiten in Costa Rica verzonden met onder andere het verzoek onderzoekshandelingen te verrichten aan de infrastructuur, waaronder data aanwezig op de (BES-)server(s), van de leverancier van PGP-diensten en -producten.
Op 9, 10 en 11 mei 2017 is in Costa Rica uitvoering gegeven aan dit rechtshulpverzoek, waarbij onder andere data zijn veiliggesteld die werden aangetroffen op de (BES-)server(s) van PGP-safe. De BES-infrastructuur bevond zich in twee serverkasten waarvan er één sinds 2012 en één sinds 2016 aan PGP-safe was verhuurd. Het onderzoek is beperkt tot de serverkast die was verhuurd sinds 2012. Toen de Costa Ricaanse autoriteiten de doorzoeking beëindigden waren nog niet alle bestanden gekopieerd. De in Costa Rica aangetroffen data en overige goederen zijn vervolgens overgedragen aan het onderzoeksteam Sassenheim. De voorwaarde van een rechterlijke toets voor gebruik van de PGP-safe-data in andere onderzoeken, zoals in de beslissing van de Canadese rechter bij de Ennetcom-data, is door de Costa Ricaanse rechter niet gesteld voor de Sassenheim-data.
In het proces-verbaal onderzoeksbevindingen van 21 december 2017 staat dat in het onderzoek Sassenheim met betrekking tot het PGP-adres ezfk116w@pgpsafe.net relevante berichten zijn aangetroffen met betrekking tot de moord op [slachtoffer 5] op 12 januari 2017 en de poging moord op [betrokkene 9] (hierna: [betrokkene 9] ) op 14 januari 2017, waarvan de zaaksofficier van justitie in Sassenheim toestemming heeft gegeven deze te delen. Uit het proces-verbaal van 24 januari 2018 blijkt dat vervolgens door de zaaksofficier van justitie van het onderzoek Sassenheim ook toestemming is gegeven om de zogenoemde metadata van genoemd PGP-adres te delen met het onderzoek Marengo.Vanuit het onderzoek Sassenheim is op 12 februari 2018 aan het onderzoek Marengo een aantal e-mailadressen verstrekt. Op 13 maart 2018 heeft het onderzoeksteam Marengo vanuit het onderzoek Sassenheim e-mailberichten ontvangen van 44 e-mailadressen. Het betrof hier de eerste kring van contacten van de op 12 februari 2018 aan het onderzoek Marengo verstrekte e-mailadressen. Later zijn daar nog e-mailadressen aan toegevoegd.In het onderzoek Sassenheim heeft ook een controle op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouders plaatsgevonden in de verkregen data van de servers van PGP-safe.
3.2.2.3 Hansken/Marengo-dataset
Het NFI heeft een zoekmachine, genaamd Hansken, ontwikkeld om grote hoeveelheden data te onderzoeken. Bij het onderzoek aan de Ennetcom-data is gebruik gemaakt van Hansken. De Ennetcom-data zijn in de periode van 13 oktober 2016 tot 12 juli 2017 in Hansken ingevoerd.Op 29 maart 2018 is binnen Hansken een subset gemaakt onder de projectnaam Canadata_26Marengo_PC, die na een nieuwe versie van Hansken is uitgebreid in april 2019.
Ook bij het onderzoek aan de Sassenheim-data is gebruik gemaakt van Hansken. Uit dit onderzoek zijn data verstrekt aan het onderzoek Marengo. Daartoe is op 4 januari 2018 binnen Hansken een zogenoemde subset gemaakt onder de projectnaam Sassenheim_Marengo_PC. Die subset is laatstelijk uitgebreid op 27 augustus 2018.
Aldus is op basis van de (aangevulde) plannen van aanpak met behulp van Hansken gezocht in de Ennetcom-data en is op basis daarvan het Ennetcom-gedeelte van de Marengo-dataset samengesteld. Daarnaast is Sassenheim-data binnen Hansken in een subset ter beschikking gesteld aan Marengo. Tezamen vormen deze sets de Marengo-dataset (hierna: de Marengo-dataset).
3.2.2.4 Controle geheimhouders Marengo-dataset
Op 30 januari 2020 heeft de rechercheofficier van justitie van het Landelijk Parket, die sinds 1 januari 2020 optrad als geheimhoudersofficier van justitie met betrekking tot de Marengo-dataset, het deel van de Marengo-dataset afkomstig van Ennetcom gecontroleerd op de aanwezigheid van mogelijke geheimhouderscommunicatie. Daarbij zijn 77 dataregels voorlopig als geheimhoudersbericht aangemerkt. Op 17 februari 2020 heeft deze geheimhoudersofficier van justitie het deel van de Marengo-dataset afkomstig van PGP-safe gecontroleerd op geheimhouderscommunicatie. Daarbij zijn geen geheimhoudersberichten aangetroffen. Op 26 juni 2020 heeft de geheimhoudersofficier van justitie nader onderzoek gedaan aan de genoemde 77 geïdentificeerde dataregels op basis waarvan ten aanzien van een zestal dataregels is geconcludeerd dat hier geen sprake was van een geheimhoudersbericht. Er zijn 71 dataregels definitief als geheimhoudersbericht aangemerkt.
Op 22 september 2020 heeft de geheimhoudersofficier van justitie opdracht gegeven deze 71 dataregels in de De Vink-dataset en de Marengo-dataset definitief ontoegankelijk te maken. Deze opdracht is op 13 oktober 2020 uitgevoerd. De 71 dataregels zijn blijkens het proces-verbaal 36 unieke berichten.
3.2.3
Gevoerde verweren
3.2.3.1 Verwerving
Er is met betrekking tot de verwerving van de PGP-data in de onderzoeken De Vink en Sassenheim – samengevat – het volgende aangevoerd. De verdediging heeft sterke aanwijzingen dat het hoofddoel van de rechtshulpverzoeken was om de inhoud van alle berichten te verkrijgen. Er is gehandeld in strijd met fundamentele rechtsbeginselen zoals het verbod op détournement de pouvoir, het proportionaliteitsbeginsel, zorgvuldige verslaglegging en de belangen van geheimhouders. Het Openbaar Ministerie heeft ten onrechte artikel 125i Sv aan de rechtshulpverzoeken – en daarmee aan de verkrijging van de PGP-data – ten grondslag gelegd. Artikel 125la Sv, met daarbij een machtiging van de rechter-commissaris, had als basis moeten dienen en bij de uitvoering is niet voldaan aan de beperkende voorwaarden van 125la Sv, gericht op het voorkomen van kennisname van ongerichte bulkdata in het strafrecht.
Conclusie
Daarbij moet echter worden meegewogen dat de overeenkomst is gesloten in december 2017 en dat de straffen die destijds voor dergelijke feiten werden opgelegd beduidend lager waren dan thans het geval is. Alle omstandigheden overziend is de basis-strafeis van vierentwintig jaren niet zo onverklaarbaar laag dat deze niet anders kan worden verklaard dan als een verkapte tegenprestatie voor het afleggen van verklaringen, terwijl de maximale strafkorting van vijftig procent niet wordt overschreden. Daarom acht de rechtbank de overeenkomst met [medeverdachte 1] ook op het punt van de overeengekomen basis-strafeis niet onrechtmatig.
Aanpassing strafeis aan nieuwe v.i.-regeling
Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie een lagere straf geëist dan in de overeenkomst is toegezegd. Aanleiding daarvoor is de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen op 1 juli 2021. In deze nieuwe wet is de termijn van de voorwaardelijke invrijheidstelling gemaximeerd tot twee jaren bij gevangenisstraffen vanaf zes jaren. De basis-strafeis van vierentwintig jaren zou ten tijde van het sluiten van de overeenkomst een gevangenisstraf van twaalf jaren en een netto gevangenisstraf van acht jaren betekenen. Daar mocht [medeverdachte 1] volgens het Openbaar Ministerie bij het sluiten van de overeenkomst van uitgaan. Tijdens de gesprekken daarover met de raadslieden van [medeverdachte 1] is, toen het ging over de netto-strafverwachting, het voornemen van het kabinet om de v.i.-regeling te versoberen wel aan bod gekomen. Daarbij heeft het Openbaar Ministerie aan de raadslieden aangegeven dat de afspraak zoals die met [medeverdachte 1] op dat moment werd gemaakt (en de gerechtvaardigde verwachtingen die [medeverdachte 1] daaraan mocht ontlenen) door het Openbaar Ministerie zouden worden geëerbiedigd. Het Openbaar Ministerie heeft daarbij steeds gezegd dat het laatste woord hierover uiteraard aan de rechter is. De inhoud van de overeenkomst biedt volgens het Openbaar Ministerie ruimte om een gevangenisstraf te eisen die erop neerkomt dat de kroongetuige netto acht jaren moet zitten, nu in de overeenkomst is opgenomen: ‘onder gelijkblijvende omstandigheden’. Na de invoering van de Wet straffen en beschermen zijn de omstandigheden gewijzigd. In het requisitoir is daarom niet vierentwintig jaren gevangenisstraf als uitgangspunt genomen, maar twintig jaren gevangenisstraf, welke met vijftig procent is verminderd tot de uiteindelijke strafeis van tien jaren gevangenisstraf in plaats van twaalf jaren gevangenisstraf. De verdediging stelt zich echter op het standpunt dat het Openbaar Ministerie daarmee een grotere korting op de strafeis heeft gegeven dan de wet toestaat.
De rechtbank overweegt als volgt. Bij het aangaan van de overeenkomst in 2017 gold de oude regelgeving die erop neerkwam dat een veroordeelde tot een lange gevangenisstraf in beginsel na het uitzitten van twee derde van zijn gevangenisstraf in aanmerking kwam voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Het Openbaar Ministerie en [medeverdachte 1] konden bij het aangaan van de overeenkomst geen rekening houden met de gevolgen die de Wet straffen en beschermen zou hebben voor de uitvoering van de aan [medeverdachte 1] op te leggen straf, omdat de invoering van die wet nog onzeker was. De mogelijkheid dat [medeverdachte 1] na de inwerkingtreding van deze wet bij een gelijkblijvende basis-strafeis in een nadeliger positie zou komen te verkeren dan waar hij op grond van de overeenkomst van uit mocht gaan, is wel onder ogen gezien. Hoewel in de overeenkomst alleen gesproken wordt over de basis-strafeis en niet over de netto uit te zitten gevangenisstraf, acht de rechtbank het aannemelijk dat juist de te verwachten netto gevangenisstraf voor [medeverdachte 1] van belang is geweest bij de vraag of hij de overeenkomst wilde aangaan. In die zin is er dan ook sprake van een wijziging van omstandigheden die tot gevolg heeft dat de overeenkomst voor [medeverdachte 1] nu anders uitpakt dan hij bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten. Gelet op het belang dat opgewekt vertrouwen in beginsel gehonoreerd dient te worden is de rechtbank van oordeel dat het Openbaar Ministerie in afwijking van de overeenkomst zijn strafeis ter zitting mocht baseren op een basis-strafeis van twintig jaren gevangenisstraf. De rechtmatigheid van de overeenkomst wordt daardoor ook achteraf niet aangetast.
Het niet vervolgen voor bepaalde zaken en de keuzes bij de tenlastelegging
Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad leent de beslissing van het Openbaar Ministerie om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing. Ditzelfde geldt voor de spiegelbeeldige beslissing om niet te vervolgen. Maatstaf is daarbij of niet geoordeeld kan worden dat een redelijk handelend lid van dat Openbaar Ministerie van vervolging heeft kunnen afzien. Het enkele feit dat die vervolgingsbeslissing een criminele getuige betreft maakt niet dat daardoor de beoordelingsmaatstaf verandert.
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hem enige weken na de poging om [slachtoffer 6] te vermoorden door middel van een explosief onder zijn auto bij ’t Kalfje in Amsterdam (de zaak Raspvijl) door [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] is gevraagd of hij semtex kon leveren. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat het zijn eigen conclusie was dat dit voor een nieuwe aanslag op [slachtoffer 6] bedoeld zou zijn. [medeverdachte 1] heeft daar toen navraag over gedaan bij een contactpersoon maar daar is het wat semtex betreft bij gebleven – deze is, zo verklaart [medeverdachte 1] , nooit door hem geleverd. Omdat de gesprekken die [medeverdachte 1] stelt te hebben gevoerd pas plaatsgevonden zouden hebben na de bomaanslag bij ’t Kalfje, kan de rechtbank niet inzien hoe dat leidt tot een strafbare rol van [medeverdachte 1] in de zaak Raspvijl. Ook los daarvan is niet onbegrijpelijk dat het Openbaar Ministerie heeft afgezien van vervolging, alleen al omdat het in de verklaring van [medeverdachte 1] enkel gaat over gesprekken en steunbewijs ontbreekt.
Voor wat betreft de zaak Zeilboot geldt dat het Openbaar Ministerie heeft aangegeven dat het leveren van kentekeninformatie door [medeverdachte 1] op 8 december 2016 onvoldoende is voor een strafbare rol van [medeverdachte 1] bij de moord op [slachtoffer 6] , nu hij vaker kentekeninformatie opvroeg en doorgaf, dit ook gebeurde voor bijvoorbeeld observaties door de politie en hij op dat moment niet wist dat de door hem opgevraagde informatie bedoeld was ten behoeve van de moord op [slachtoffer 6] . Voorts heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat het laten bevragen van kentekens en het doorgeven van die informatie wordt meegewogen in het verwijt van deelname aan de criminele organisatie. De rechtbank acht de beslissing om [medeverdachte 1] niet in de zaak Zeilboot te vervolgen – het dossier in ogenschouw nemend – niet onbegrijpelijk.
Dictum
Kennisname van vertrouwelijke communicatie is een doorkruising van grondrechten die gestoeld moet zijn op een bij wet voorzienbare procedure die waarborgt dat de inmenging gericht is en een bepaald karakter heeft met een voorafgaande onafhankelijke rechterlijke toetsing. Daarmee geldt dat bij de verkrijging van de data zonder rechterlijke toetsing vooraf is gehandeld in strijd met het Unierecht en niet aan de materiële eisen uit de Europese jurisprudentie is voldaan. Op basis van deze jurisprudentie is verkrijging van algemene en ongedifferentieerde toegang tot communicatie van tienduizenden Ennetcom- en PGP-safe gebruikers over een min of meer ongelimiteerde tijdsspanne nimmer gerechtvaardigd. De stellingen dat niet geconcludeerd kan worden dat het Openbaar Ministerie zich niet aan de beperkende voorwaarden van artikel 125la Sv heeft gehouden en dat witwassen een ruime grondslag biedt om te achterhalen of de PGP-telefoons voor criminele doeleinden werden ingezet, zijn niet houdbaar. Daarnaast zijn de Canadese en Costa Ricaanse autoriteiten misleid over de aan de rechtshulpverzoeken ten grondslag liggende bevoegdheid en op grond van het vertrouwensbeginsel hebben zij geen effectieve rechterlijke controle kunnen uitoefenen. Ook is de verdenking in het rechtshulpverzoek aan Costa Rica ten onrechte verzwaard met terrorisme. Bovendien is het niet aannemelijk dat de Canadese en Costa Ricaanse rechter zoveel willekeurige berichten van willekeurige PGP-gebruikers hebben willen verstrekken, aldus de verdediging.
3.2.3.2 Verwerking
Met betrekking tot de verwerking van de PGP-data heeft de verdediging daarnaast het volgende – samengevat – aangevoerd. Het betreft bulkdata die ongericht en zonder aanzien des persoons is verzameld, en die volledig is doorzocht en is verspreid over andere strafzaken. Gegevens mogen op grond van het Unierecht alleen door de politie worden verwerkt als zij rechtmatig zijn verkregen en er sprake is van doelbinding en minimale gegevensverwerking. Regels omtrent verwerking moeten duidelijk en nauwkeurig zijn en voorspelbaar voor degenen op wie deze van toepassing zijn. Daarvan is geen sprake. In de onderzoeken De Vink en Sassenheim zijn de berichten zo ruim mogelijk ontsleuteld, terwijl de communicatie in die onderzoeken kennelijk van ondergeschikt belang was. Dit is een verregaande niet-proportionele inbreuk op de privacy van de gebruikers en artikel 94 Sv vormt daarvoor geen toereikende wettelijke grondslag. Er is vervolgens een systeem opgetuigd waarbij het Openbaar Ministerie beschikt over ongedifferentieerde privacygevoelige informatie en deze met een machtiging van de rechter-commissaris doorverstrekt aan andere onderzoeken zoals Marengo en deze verwerking is in strijd met het Unierecht en het EVRM. Ten aanzien van de PGP-safe-data heeft bij de doorverstrekking geen enkele rechterlijke controle plaatsgevonden en de procedure via de rechter-commissaris die voor de Ennetcom-data is verzonnen is geen effectief rechterlijk toezicht aan de hand van voorziene en duidelijke regels. De verkrijging in Marengo kent als tussenschakel de verkrijging in Tandem II en bij de verkrijging in die zaak hebben eveneens ernstige verzuimen plaatsgevonden.
Voor wat betreft de verwerking heeft de verdediging verweren gevoerd die ingaan op de tactische en technische verwerking van het bronmateriaal via Hansken. Bovendien zijn volgens de verdediging bij de verkrijging en verwerking van de PGP-data geheimhoudersbelangen geschonden.
3.2.4
Oordeel van de rechtbank
3.2.4.1 Toepasselijkheid Unierecht bij de verwerving
De stelling van de verdediging dat de wijze waarop de Nederlandse opsporingsdiensten aan de Ennetcom- en PGP-safe-data zijn gekomen strijdig is met het Unierecht in het licht van Richtlijn 2002/58/EG betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie, hierna: Richtlijn 2002/58/EG) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie EU) die daarop betrekking heeft, is onjuist. Deze kwestie is voor wat betreft de Ennetcom-data al aan de orde gekomen in het arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2022. Ook in het arrest van 13 juni 2023 waarin de Hoge Raad prejudiciële vragen van de rechtbanken Noord-Nederland en Overijssel beantwoordt, wordt hier aandacht aan besteed. Genoemde richtlijn is alleen van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens in verband met de levering van openbare elektronische-communicatiediensten over openbare communicatienetwerken in de Gemeenschap, met inbegrip van openbare communicatienetwerken die systemen voor gegevensverzameling en identificatie ondersteunen (artikel 3 Richtlijn 2002/58/EG). In de onderzoeken De Vink en Sassenheim zijn geen onderzoeksresultaten verkregen op grond van aan Ennetcom en PGP-safe opgelegde verwerkingsverplichtingen. Het gaat in die zaken om de uitoefening door strafvorderlijke autoriteiten van bevoegdheden waarmee het veiliggestelde berichtenverkeer is verkregen. Bovendien geldt dat Ennetcom en PGP-safe een versleutelde berichtendienst aanboden, waarbij de gebruikers van die diensten in beginsel geen persoonsgegevens kenbaar hoefden te maken en waarbij men alleen met elkaar kon communiceren als men beschikte over een PGP-e-mailadres. Bij de PGP-telefoons die werkten op basis van de zogenoemde S/MIME encryptiestandaard van Ennetcom komt daar nog bij dat sprake was van een gesloten circuit, alleen PGP-telefoons die op basis van deze standaard werkten konden met elkaar communiceren. Er was dan ook geen sprake van verwerking van persoonsgegevens door Ennetcom en PGP-safe. Om die redenen is Richtlijn 2002/58/EG hier niet van belang. Evenmin is er bij de beheerders van de servers sprake van een verwerkingshandeling die valt onder EU-verordening 2016/679 of diens voorganger Richtlijn 95/46/EG.
3.2.4.2 Grondslag van de verkrijging van de data
Uitgangspunt voor de rechtbank is dat de doorzoekingen in serverruimtes in respectievelijk Canada en Costa Rica hebben te gelden als doorzoekingen bij Ennetcom en PGP-safe. Het kopiëren van een server in het kader van een doorzoeking is – anders dan de verdediging stelt – niet gelijk te stellen met bulkinterceptie. Het gaat immers niet om het onderscheppen van communicatie. De door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) vastgestelde kaders voor bulkinterceptie zijn daarom niet zonder meer toepasbaar op de doorzoekingen bij Ennetcom en PGP-safe. De stelling van de verdediging dat het hoofddoel van deze doorzoekingen was om de inhoud van alle berichten die op de servers aanwezig waren te verkrijgen – en dat er daarmee sprake is van overtreding van het verbod op détournement de pouvoir – heeft zij niet met concrete feiten en omstandigheden onderbouwd en kan de rechtbank ook niet afleiden uit het strafdossier. Dit verweer wordt daarom verworpen. Dit geldt ook voor het verweer dat de in de rechtshulpverzoeken verzochte doorzoekingen in strijd waren met het beginsel van proportionaliteit: ook daarvoor bestaan onvoldoende aanwijzingen.
Bij de beoordeling van de vraag of het Openbaar Ministerie de rechtshulpverzoeken waarin om deze doorzoekingen werd gevraagd (mede) had moeten baseren op artikel 125la Sv dient als eerste de vraag beantwoord te worden of aanbieders van diensten als Ennetcom en PGP-safe beschouwd moeten worden als “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” als bedoeld in dat artikel. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend.
Conclusie
Met betrekking tot de zaak Orinoco – een schietincident op 24 december 2010 waarbij [medeverdachte 1] iemand in zijn been geschoten zou hebben – geldt dat het Openbaar Ministerie van het parket Midden-Nederland eind 2022 heeft beslist dat vervolging van [medeverdachte 1] daarvoor niet opportuun is ‘gezien (onder meer) het tijdsverloop, de recente veroordeling van [medeverdachte 1] voor het wapenbezit en de huidige vervolging van [medeverdachte 1] in 26Marengo, alsmede het feit dat de huidige ernstige problematiek op het gebied van cocaïnehandel en de daarmee gepaard gaande geweldsdelicten al alle focus en capaciteit kosten van politie en justitie Midden-Nederland.’ Een dergelijke beslissing valt niet alleen binnen de beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie heeft, maar kan bovendien – nu deze vijf jaren na het sluiten van de kroongetuigenovereenkomst pas is genomen – nimmer worden aangemerkt als een (ongeoorloofde) toezegging in het kader van die overeenkomst. Dit zou alleen anders zijn als op voorhand zou zijn toegezegd dat er geen vervolging zou plaatsvinden voor na het sluiten van de overeenkomst opkomende verdenkingen, maar dat daar sprake van is, is gesteld noch gebleken.
Hoewel er – vooral op basis van de eigen verklaringen van [medeverdachte 1] – ontegenzeggelijk aanwijzingen zijn dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan Opiumwetdelicten, valt de beslissing van het Openbaar Ministerie om hem daar niet voor te vervolgen zonder meer binnen de beoordelingsvrijheid die het ten aanzien daarvan heeft. Het opsporingsonderzoek heeft zich immers niet hierop gericht, maar op een groter belang, namelijk een groot aantal moorden en pogingen daartoe, voorbereidingshandelingen voor moorden en een criminele organisatie die zich met moorden bezighield. Die beslissing van het Openbaar Ministerie beoordeelt de rechtbank niet als een ontoelaatbare toezegging.
Voor geen van de door de verdediging genoemde kwesties – het niet vervolgen van [medeverdachte 1] in de zaken Zeilboot/Raspvijl en Orinoco, het niet vervolgen voor Opiumwetdelicten – geldt derhalve dat de door het Openbaar Ministerie genomen beslissingen onbegrijpelijk zijn en buiten de beoordelingsvrijheid vallen die het Openbaar Ministerie toekomt. Dit geldt ook voor de (andere) keuzes die het Openbaar Ministerie gemaakt heeft bij het opstellen van de tenlasteleggingen. De keuze om [medeverdachte 1] in de zaak Roos/Doorn alleen in de subsidiaire variant voor voorbereiding van de moord op [betrokkene 9] te vervolgen is – nu hij na de (vergis)moord op [slachtoffer 5] is gestopt met die voorbereidingen – niet onbegrijpelijk. Dit geldt ook voor de keuze om hem in de zaak Kreta niet te vervolgen voor voorbereiding van moord op [betrokkene 4] en de broers [betrokkene 5 en 6] , nu hij over de zaak Kreta uitgebreide verklaringen heeft afgelegd en het zwaartepunt van zijn voorbereidingshandelingen duidelijk lag bij [slachtoffer 4] . Dat het Openbaar Ministerie hierover – in strijd met het in artikel 5 lid 1 en 2 van de Aanwijzing verwoorde immuniteitsverbod – toezeggingen heeft gedaan aan dan wel afspraken heeft gemaakt met [medeverdachte 1] , is bovendien gesteld noch aannemelijk geworden.
Begunstiging levenspartner [medeverdachte 1] ?
De verdediging stelt dat uit de berichten in de hiervoor genoemde iPhone blijkt dat de levenspartner van [medeverdachte 1] spreekt over maandelijkse toelagen, gelden die verborgen werden, een huis in Marokko dat zou worden gekocht en een auto, waarbij er ontevredenheid is over de auto. Dit zijn financiële voordelen voor de levenspartner die in strijd zijn met artikel 5 lid 7 van de Aanwijzing, aldus de verdediging.
Vast staat dat de partner van [medeverdachte 1] – door buiten haarzelf liggende omstandigheden – uit haar normale leven is weggerukt en in een beveiligingsprogramma terecht is gekomen. Dat de situatie waarin zij verkeert met zich kan brengen dat zij van de overheid een toelage en bepaalde voorzieningen krijgt, wekt geen bevreemding. De berichten waar de verdediging op wijst bieden geen ondersteuning voor de stelling dat er daarbij sprake zou zijn van een verboden toezegging aan [medeverdachte 1] door het begunstigen van zijn levenspartner.
Ongemoeid laten van financieel voordeel (uit drugshandel, liquidaties, chantage en witwaspraktijken)?
De verdediging stelt dat [medeverdachte 1] niet geconfronteerd is met een ontnemingsvordering en dat hij geen vragen hoefde te beantwoorden over drugshandel, zijn financiële voordeel en zijn – uit de berichten in de iPhone naar voren komende – chantage- en afpersingspraktijken. De verdediging verzuimt echter te onderbouwen waarom dit op een ongeoorloofde toezegging aan de kroongetuige zou wijzen. Op grond van de kroongetuigenovereenkomst is het duidelijk waarover [medeverdachte 1] verplicht is te verklaren. Ten aanzien van ander (vermeend) strafbaar handelen dan de dealfeiten heeft hij geen verklaringsplicht. Over eventueel financieel voordeel dat hij gehad heeft als gevolg van de dealfeiten is hij op grond van de overeenkomst wél verplicht te verklaren. De rechtbank constateert dat hij dat ook gedaan heeft en dat het enige financiële voordeel dat hij – naar eigen zeggen – heeft gehad € 5.000,- was voor zijn rol in de zaak Tennis. De keuze om ten aanzien van dit bedrag af te zien van een ontnemingsvordering past – gezien de hoogte van het bedrag, afgezet tegen de aard en de omvang van de verdenkingen waarvoor [medeverdachte 1] wel vervolgd wordt – binnen de ruime beoordelingsvrijheid die het Openbaar Ministerie toekomt. Van een beslissing die zo onbegrijpelijk is dat deze moet worden gezien als een ontoelaatbare, verkapte tegenprestatie voor het afleggen van zijn verklaringen is geen sprake.
Is de bepaling in artikel 4.2 van de overeenkomst een ongeoorloofde toezegging?
Artikel 4.2 van de kroongetuigenovereenkomst luidt als volgt:
‘Zover de officier van justitie van mening is dat sprake is van de onder 4.1 sub a genoemde omstandigheid, zal hij zulks aangeven bij de raadsman van de getuige alsmede de getuige zelf en de getuige in staat stellen om binnen een redelijke termijn alsnog de voorwaarde uit de overeenkomst na te komen.’
Dit artikel verwijst naar het in artikel 4.1 sub a van de overeenkomst geformuleerde recht van de officier van justitie om deze schriftelijk te ontbinden in het geval dat de getuige enige voorwaarde uit de overeenkomst niet, niet volledig of niet naar behoren nakomt. De stelling van de verdediging dat er een extra begunstiging zit in deze bepaling kan de rechtbank niet volgen.
De verplichtingen van [medeverdachte 1] zijn in de overeenkomst als volgt omschreven:
1.1
De getuige verplicht zich vanaf de datum van ondertekening van deze overeenkomst telkens overeenkomstig de hem door of vanwege het College van Procureurs-Generaal of de officier van justitie gegeven aanwijzingen onvoorwaardelijk zijn medewerking te verlenen aan het afleggen van (nadere) verklaringen tegenover leden van het Openbaar Ministerie of door of vanwege de officier van justitie aangewezen ambtenaren als bedoeld in artikel 141 Wetboek van Strafvordering. De verplichting tot het afleggen van deze (nadere) verklaringen heeft betrekking op de misdrijven die worden beschreven in de (kluis)verklaringen die als bijlage bij deze overeenkomst zijn gevoegd.
Dictum
De rechtbank Rotterdam bespreekt in haar vonnissen van 21 september 2021 tegen Ennetcom en haar middellijk bestuurder uitgebreid de wetsgeschiedenis dienaangaande. Kern is dat er aan de hand van die wetsgeschiedenis alle reden is om aan te nemen dat het begrip “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” in artikel 125la Sv verouderd is, omdat het verwijst naar de oude aanduiding van voor de Wet Computercriminaliteit II. Blijkens de Memorie van Toelichting bij het nog in te voeren artikel 2.7.42 van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv (nieuw)), gaat ook de wetgever ervan uit dat destijds over het hoofd is gezien om artikel 125la Sv aan de nieuwe omschrijving aan te passen. De rechtbank houdt het er daarom voor dat het begrip “aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of een openbare telecommunicatiedienst” in artikel 125la Sv dient te worden uitgelegd aan de hand van het begrip “aanbieder van een communicatiedienst” zoals thans verwoord in artikel 138g Sv. Een andere uitleg zou een merkwaardige, onbedoelde en met artikel 8 EVRM strijdige lacune doen ontstaan voor wat betreft de vertrouwelijkheid van elektronisch berichtenverkeer, waar gebruikers van dergelijk berichtenverkeer – destijds nog analoog aan het briefgeheim – in beginsel van uit mochten gaan. Inmiddels is de tekst van artikel 13 Grondwet, waarin de grondwettelijke bescherming van het briefgeheim is verwoord, overigens zodanig aangepast dat deze ook ziet op elektronische communicatie. Het briefgeheim wordt daarom nu brief- en telecommunicatiegeheim genoemd.
Het bovenstaande betekent echter niet dat daarmee artikel 125i Sv geheel uit beeld verdwijnt. Juist in het bijzondere geval dat de aanbieder van een communicatiedienst tevens verdachte is – zoals het geval is bij Ennetcom en PGP-safe – kunnen de opsporingsdiensten in het kader van een doorzoeking gegevens die in een bij die verdachte aanwezige gegevensdrager zijn opgeslagen, vastleggen op de voet van artikel 125i Sv. Artikel 125la Sv komt als lex specialis van artikel 125i Sv in beginsel pas in beeld als er communicatie tussen derden op deze gegevensdrager wordt aangetroffen en de officier van justitie daar kennis van wil nemen. Uit het rechtshulpverzoek inzake Ennetcom komt naar voren dat de politie ter voorbereiding van het rechtshulpverzoek in een testomgeving de BES-infrastructuur heeft nagebouwd. Op basis daarvan verwachtten de opsporingsdiensten dat er mede versleutelde communicatie tussen gebruikers van de dienst op de server zou staan en dat deze wellicht ook te ontsleutelen was. Daarnaast blijkt dat het zoveel mogelijk kennisnemen van die communicatie, in het licht van de witwasverdenking en de daaraan gekoppelde premisse dat de gebruikers overwegend criminelen waren die met elkaar communiceerden over criminele zaken, een doel was van de hele operatie. Ook uit het rechtshulpverzoek inzake PGP-safe blijkt dat de opsporingsdiensten, op basis van de ervaringen die dan al zijn opgedaan met Ennetcom, verwachtten PGP-communicatie tussen gebruikers van de dienst aan te treffen en te kunnen ontsleutelen. De stelling van de verdediging dat het hoofddoel van de rechtshulpverzoeken was om de hand te leggen op alle communicatie is niet onderbouwd en acht de rechtbank, zoals hiervoor al is geoordeeld, ook niet aannemelijk. Het gegeven dat wel verwacht kon worden inhoudelijke communicatie aan te treffen maakt echter dat het Openbaar Ministerie naar het oordeel van de rechtbank artikel 125la Sv mede aan de beide rechtshulpverzoeken ten grondslag had moeten leggen en dat deze dus vergezeld hadden moeten gaan van een machtiging van de rechter-commissaris.
Het ontbreken van de voorafgaande machtiging door de rechter-commissaris levert een onherstelbaar vormverzuim op. Dit vormverzuim heeft zich weliswaar niet in het voorbereidend onderzoek jegens de verdachten in Marengo voorgedaan, maar zoals hiervoor overwogen zal wel moeten worden beoordeeld of dit vormverzuim tot consequenties moet leiden in deze strafzaak. Bij die beoordeling houdt de rechtbank rekening met het belang dat het voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
De rechtbank acht niet aannemelijk dat het Openbaar Ministerie artikel 125la Sv bewust buiten toepassing heeft gelaten met als doel om (eventuele restricties van) een rechterlijke machtiging te omzeilen. Evenmin is gebleken dat het Openbaar Ministerie de Canadese en Costa Ricaanse rechter op dit punt doelbewust heeft misleid. De verdediging stelt dat de mededeling in het rechtshulpverzoek dat uit het centrale bedrijfsprocessen systeem naar voren komt dat PGP-safe toestellen voorkomen in onderzoeken met betrekking tot (onder meer) terrorisme als een verzwaring van de verdenking moet worden beschouwd en diende om de Costa Ricaanse autoriteiten te misleiden, maar die stelling kan de rechtbank niet volgen. Deze passage leest de rechtbank als een illustratie van het soort feiten dat met behulp van encrypte communicatie wordt voorbereid en gepleegd.
De rechtbank gaat ervan uit dat, als de officier van justitie in Nederland om een machtiging had verzocht, de rechter-commissaris deze had afgegeven, gezien de ernst van de verdenkingen en hetgeen bekend was over Ennetcom en PGP-safe, namelijk dat de diensten van deze aanbieders (bij uitstek) werden gebruikt om communicatie over ernstige strafbare feiten geheim te kunnen houden, zoals ook uitvoerig uiteen is gezet in de rechtshulpverzoeken. Het belang dat het geschonden voorschrift dient, te weten rechterlijk toezicht op het verkrijgen van gevoelige gegevens, is groot, maar nakoming van het voorschrift zou in dit geval voor deze zaak geen andere uitkomst hebben gehad. Kennisname van de communicatie van de gebruikers van de diensten van verdachten was immers van evident belang in het licht van de tegen hen – Ennetcom en PGP-safe – bestaande verdenking. De omstandigheid dat bij het kopiëren van de servers een – gezien het retentiebeleid van Ennetcom en PGP-safe – onverwacht grote hoeveelheid versleutelde berichten van gebruikers zijn vastgelegd, maakt dit niet anders.
Het nadeel dat door het vormverzuim zou zijn geleden, kan volgens vaste jurisprudentie niet gelegen zijn in de ontdekking van een strafbaar feit. In het onderhavige geval kan hoogstens in algemene zin worden gezegd dat bij het kopiëren van een dergelijke grote hoeveelheid versleutelde communicatie altijd in enige mate sprake is van privacyschending. De verdachten in Marengo betwisten overigens voor het overgrote deel dat zij degenen zijn die aan de veiliggestelde en overgedragen communicatie hebben deelgenomen. De rechtbank concludeert dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
3.2.4.3 Verwerking van de PGP-data in de onderzoeken Ennetcom en PGP-safe
De opsporingsdiensten hebben gelet op het voorgaande de datasets met een zeer grote hoeveelheid vertrouwelijke communicatie rechtmatig verkregen door de servers van Ennetcom en PGP-safe te kopiëren. Een wettelijke regeling voor de toegang tot en het beheer van dergelijke datasets kent het Nederlandse strafvorderlijke stelsel nog niet. De datasets zijn immers niet in het beheer van de opsporingsdiensten gekomen door de inbeslagname van een gegevensdrager of door vordering van deze gegevens overeenkomstig artikel 126ng Sv. In de Smartphone-arresten van de Hoge Raad van 4 april 2017 is bepaald dat een opsporingsambtenaar een onderzoek aan deze gegevensdrager kan verrichten indien de met dat onderzoek samenhangende inbreuk op de persoonlijke levenssfeer als beperkt kan worden beschouwd. Indien bij het onderzoek sprake is van een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene is onderzoek door de officier van justitie of zelfs de rechter-commissaris aangewezen.
Conclusie
1.2
Een zelfde verplichting als onder 1.1 genoemd bestaat ten aanzien van het afleggen van getuigenverklaringen tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de strafkamer van enige rechtbank en/of de raadsheer-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig ressort en/of de strafkamer van enig gerechtshof in het kader van de strafrechtelijke vervolging, waaronder begrepen het op naam en zonder vermomming afleggen van verklaringen in een openbare terechtzitting, tenzij het Openbaar Ministerie vermomming noodzakelijk acht.
1.3
De getuige zal bij gelegenheid van de hiervoor onder 1.1 en/of 1.2 genoemde verhoren niet weigeren te verklaren over zijn eigen (al dan niet strafrechtelijk relevante) betrokkenheid bij de feiten die worden genoemd in de (kluis)verklaringen zoals neergelegd in de bijgevoegde processen-verbaal. Hij zal zijn verklaringen zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid afleggen. De getuige doet afstand van het hem als verdachte toekomende verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 Wetboek van Strafvordering. Met betrekking tot onderwerpen die niet worden genoemd in de (kluis)verklaringen geldt het verschoningsrecht van de getuige onverkort.
1.4
De getuige verklaart door ondertekening van deze overeenkomst dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen, zoals deze blijkt uit bijgevoegde processen-verbaal naar zijn beste weten volledig op waarheid berust.
1.5
De getuige zal vanaf het moment van ondertekening van deze overeenkomst, behoudens het onder 1.6 gestelde, op geen enkele wijze tegenover derden, met uitzondering van zijn raadsman, zijn partner en zijn naaste familie, melding maken van deze overeenkomst en de (inhoud van) de daarin bedoelde verklaringen.
1.6
De getuige zal rechtstreeks noch door middel van een derde, onder wie zijn raadslieden, anders dan tegenover de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in enig arrondissement en/of de raadsheer- commissaris in enig resort en/of in een (openbare) terechtzitting van de strafkamer van enige rechtbank of gerechtshof, dan wel ingevolge enige (andere) wettelijke verplichting, mededeling doen over de totstandkoming van deze overeenkomst en de wijze waarop aan deze overeenkomst uitvoering wordt gegeven. De getuige zal geen mededeling doen over (aspecten van) getuigenbescherming(smaatregelen).
Slechts bij de eerste drie verplichtingen – het onvoorwaardelijk zijn medewerking verlenen aan het afleggen van nadere verklaringen over de dealfeiten tegenover de recherche (1.1), tegenover rechters (1.2) en het bij die verhoren niet mogen weigeren te verklaren over zijn eigen betrokkenheid bij de dealfeiten en het zonder voorbehoud, volledig en naar waarheid verklaren (1.3) – is het niet, niet volledig of niet naar behoren nakomen herstelbaar. Bij niet-nakoming van de overige verplichtingen, waarbij met name de onder 1.4 opgenomen verplichting voor [medeverdachte 1] dat de inhoud van zijn (kluis)verklaringen naar zijn beste weten volledig op waarheid berust in het oog springt, is niet-nakoming onherstelbaar. Naar haar aard kan een bepaling als artikel 4.2 slechts betrekking hebben op herstelbaar niet nakomen. Echter, ook zonder deze bepaling vloeit uit de artikelen 6:265 jo. 6:82 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voort dat bij dergelijk niet nakomen pas tot ontbinding van de overeenkomst kan worden overgegaan nadat de schuldenaar een redelijke termijn voor nakoming wordt gesteld en nakoming binnen die termijn uitblijft. Een dergelijke contractsbepaling voegt dus niets toe. De stelling van de verdediging dat artikel 4.2 een vrijbrief is om te liegen en daarmee een ongeoorloofde toezegging van het Openbaar Ministerie, is derhalve onjuist.
4.1.4.3 Samenvatting en conclusie
Uit het hiervoor besprokene volgt dat de kroongetuigenregeling niet onjuist is toegepast door het Openbaar Ministerie en dat er geen aanwijzingen zijn dat aan [medeverdachte 1] verboden toezeggingen zijn gedaan in ruil voor het afleggen van verklaringen. Daarbij geldt dat de overeenkomst met [medeverdachte 1] betrekking heeft op feiten als bedoeld in artikel 226g Sv en het Openbaar Ministerie het naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden dringend noodzakelijk heeft geacht om tot een overeenkomst met [medeverdachte 1] te komen. Hij kon immers verklaren over een aantal voltooide en mislukte liquidaties waarvan de opsporing op een dood spoor was beland en zonder zijn verklaringen niet binnen afzienbare tijd tot resultaat had geleid. Zijn verklaringen behelsden bovendien de vermeende opdrachtgever en het middenkader, die tot op dat moment niet of nauwelijks in beeld waren bij justitie. Door de verklaringen van [medeverdachte 1] kon zicht worden verkregen op een nog actieve criminele organisatie (zie hoofdstuk 4.5 Zaaksdossier 140 Sr (criminele organisatie)) die (mede) als oogmerk had het plegen van moorden, die tot dan toe onder de radar was gebleven. Ook in onderling verband en samenhang bezien is er geen sprake van een overschrijding van de grenzen van proportionaliteit en subsidiariteit, zodat de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie of het uitsluiten van de verklaringen van [medeverdachte 1] van het bewijs op die grond niet slagen.
4.1.5
Betrouwbaarheid van de kroongetuige
4.1.5.1 Verweer van de verdediging
Kern van het verweer van de verdediging is de stelling dat uit de bewoordingen van de wet en de Aanwijzing voortvloeit dat niet alleen de verklaringen van de kroongetuige op betrouwbaarheid dienen te worden beoordeeld, maar ook de persoon van de kroongetuige.
Daarbij heeft de verdediging in de eerste plaats gewezen op getuigen die [medeverdachte 1] omschrijven als een (pathologische) leugenaar. Ook wijst de verdediging op de wijze waarop [medeverdachte 1] (volgens de verdediging) overkomt als hij door rechters verhoord wordt (snel pratend, op het eerste oog betrouwbaar, maar ijskoud en zonder spijt) en het beeld dat opstijgt uit zijn iPhone-berichten (een nare houding naar zijn familie inzake getuigenbescherming, een schaker, een manipulator, ijskoud, iemand die aangeeft een boef te blijven, iemand die zich diffamerend uitlaat over de medewerkers van het Team Getuigenbescherming (TGB) en die het onderste uit de kan wil). Het beeld dat volgens de verdediging blijft hangen is een kroongetuige die enkel oog heeft voor zijn eigen belang, die zich superieur voelt, meedogenloos (over de ruggen van derden) en manipulatief is, die volgens eigen zeggen altijd crimineel zal blijven en die bereid is tot leugens voor eigen bestwil. Daarnaast heeft de verdediging zich uitgeput in het fileren van de vele verklaringen van de kroongetuige en daarbij gewezen op vele inconsistenties, ongerijmdheden dan wel onwaarschijnlijkheden, speculaties en – in haar ogen – kennelijke leugens in deze verklaringen. De conclusie van de verdediging is dat de kroongetuige niet betrouwbaar is en dat zijn verklaringen op vele punten onwaar zijn en daarom niet voor het bewijs gebruikt kunnen worden.
4.1.5.2 Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij een crimineel is, en dat blijkt ook uit het dossier. Ook heeft hij tijdens het proces onder ede tegenover de rechtbank gelogen over de telefoons die hij in zijn cel heeft gehad en heeft hij lange tijd gewacht met het beantwoorden van bepaalde vragen, terwijl duidelijk was dat hij die vragen wel moest beantwoorden. [medeverdachte 1] heeft nadien telkens uitleg gegeven over zijn beweegredenen voor zijn handelen tijdens die verhoren. Wat hier ook allemaal van zij – voor de beoordeling door de rechtbank is het uiteindelijk niet relevant.
Dictum
Daarbij valt – in het licht van artikel 8 EVRM – aan onderzoek door de rechter-commissaris in het bijzonder te denken in gevallen waarin op voorhand is te voorzien dat de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zeer ingrijpend zal zijn, aldus de Hoge Raad.
Uitgangspunt in deze arresten is het algemene kader voor inbeslagneming van voorwerpen en de daaraan gekoppelde bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan die voorwerpen. Deze bevoegdheden kunnen op grond van de artikelen 95 en 96 Sv ook worden uitgeoefend door de op grond van artikel 148 Sv met het gezag over de opsporing belaste officier van justitie, nu deze blijkens artikel 141 aanhef en onder a, Sv met opsporing is belast. Voorts kunnen die bevoegdheden op grond van artikel 104 Sv worden uitgeoefend door de rechter-commissaris. De hier genoemde wettelijke bepalingen bieden tevens de grondslag voor het verrichten van onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen door de officier van justitie respectievelijk de rechter-commissaris, indien de inbeslagneming is geschied door een opsporingsambtenaar. Deze wettelijke bepalingen vormen ook een voldoende grondslag voor onderzoek aan inbeslaggenomen voorwerpen als elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken dat een meer dan beperkte inbreuk op de persoonlijke levenssfeer meebrengt. Naar het oordeel van de rechtbank dient dat ook te gelden voor dergelijk onderzoek aan van elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken veiliggestelde gegevens, die op basis van een rechtshulpverzoek door een buitenlandse autoriteit zijn overgedragen. Dit is in lijn met het toekomstige artikel 2.7.38 Sv (nieuw), dat in grote lijnen een codificatie van de Smartphone-arresten bevat. Dit artikel spreekt naast stelselmatig onderzoek van gegevens in een digitale gegevensdrager of geautomatiseerd werk, ook over dergelijk onderzoek ten aanzien van gegevens die hieruit zijn overgenomen. Het wettelijk stelsel, zoals door de Hoge Raad uitgelegd in de Smartphone-arresten, voorziet daarmee in een drietrapsraket voor onderzoek dat ook van toepassing is op de veiliggestelde PGP-data.
Het volledig kopiëren van een geautomatiseerd werk wordt in de Memorie van Toelichting van het hiervoor genoemde nieuwe wetsartikel genoemd als voorbeeld van een onderzoekshandeling waarbij op voorhand redelijkerwijs voorzienbaar is dat een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van iemands privéleven kan worden verkregen. Dat is in zijn algemeenheid juist als dit geautomatiseerde werk te koppelen is aan een persoon, maar daar is in het onderhavige geval geen sprake van. De verwachte privacyschending door het kopiëren van de Ennetcom- en PGP-safe-data is – zelfs bij volledige ontsleuteling van alle berichten – naar zijn aard beperkt, omdat niet te verwachten is dat de data op de server, waaronder de communicatie, direct te herleiden is naar individuele gebruikers. Deze hoefden immers niet hun identiteit of andere persoonsgegevens kenbaar te maken aan de aanbieders van deze dienst en dus is het hoogst onwaarschijnlijk dat (meta)data die rechtstreeks zou kunnen leiden naar de gebruikers, terug zijn te vinden op de servers van Ennetcom en PGP-safe. Ten aanzien van het berichtenverkeer geldt bovendien dat redelijkerwijs te verwachten was dat gebruikers niet onder eigen naam communiceren en dat de communicatie overwegend crimineel en zakelijk van aard zou zijn. Daardoor was in die fase niet op voorhand te voorzien dat bemoeienis van de officier van justitie of rechter-commissaris aangewezen zou zijn. Het onderzoek van de onderzoeksteams De Vink en Sassenheim was niet gericht op identificatie van de gebruikers van de dienst, maar op het vaststellen van de overwegend criminele context van hun communicatie. De kennisname van de communicatie door dit onderzoek was daarom niet meer dan een beperkte inbreuk op de privacy van iedere individuele gebruiker. De omstandigheid dat het veel gebruikers betreft maakt dat niet anders. Overeenkomstig het hiervoor geschetste kader is het ontsleutelen van de communicatie proportioneel en mocht dit vervolgonderzoek in die strafzaken door opsporingsambtenaren plaatsvinden.
3.2.4.4 Doorverstrekking van de PGP-data aan andere onderzoeken
De vraag is of de Nederlandse opsporingsdiensten door het bewaren van die gegevens – volgens de verdediging in strijd met nationale en internationale regels van privacybescherming – ongerichte bulkdata onder zich hebben. Dat er sprake is geweest van het bewaren van een grote hoeveelheid privacygevoelige data is voor de rechtbank evident. Van een algemene en ongedifferentieerde verzameling data, wat doorgaans bedoeld wordt met bulkdata, kan – anders dan de verdediging stelt – echter niet worden gesproken. Het gaat immers om de data van een afgebakende groep, namelijk de gebruikers van respectievelijk Ennetcom en PGP-safe, en om een concrete verdenking dat deze diensten gebruikt werden door criminelen die zich (in georganiseerd verband) met zeer ernstige strafbare feiten bezig hielden. Dat is een wezenlijk andere situatie dan bijvoorbeeld het bewaren van alle metadata van alle abonnees van een (willekeurige) telecomprovider ten behoeve van toekomstige strafrechtelijke onderzoeken. Desalniettemin staat voor de rechtbank vast dat reeds het bewaren van de data enige inbreuk maakt op de privacy van de betrokkenen. Dat hierbij zou zijn gehandeld in strijd met nationale of Europese wet- en regelgeving is door de verdediging echter niet aannemelijk gemaakt en is de rechtbank ook anderszins niet gebleken.
De vraag is echter wel hoe met deze hoeveelheid onderzoeksgegevens moet worden omgegaan. EU-Richtlijn 2016/680 heeft betrekking op de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing of de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd door wijziging van de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, alsmede het Besluit politiegegevens, het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens en het Besluit politiegegevens bijzondere opsporingsdiensten. Deze regelgeving is van belang als (persoons)gegevens die onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten zijn verkregen en vervolgens aan de Nederlandse autoriteiten ter beschikking zijn gesteld, in Nederland worden verwerkt ten behoeve van de opsporing of vervolging. In zijn algemeenheid is doelbinding een belangrijk beginsel bij de normering van onderzoek aan in de opsporing verkregen gegevens. Met andere woorden: uitgangspunt is dat dergelijke gegevens slechts gebruikt worden voor het doel waarvoor ze verzameld zijn. Doelafwijkend gebruik is echter toegestaan als dit bij wet is voorzien, noodzakelijk en proportioneel is. De eerste Ennetcom-berichten die aan het onderzoeksteam Marengo werden verstrekt waren afkomstig uit het onderzoek Tandem. Dat aan de verkrijging in het onderzoek Tandem gebreken kleven die gevolgen zouden moeten hebben voor het onderzoek Marengo kan de rechtbank niet volgen. Bij de samenstelling van de Tandem-dataset is, om uitvoering te geven aan de voorwaarde zoals gesteld door de Canadese rechter, gekozen voor de daar beschreven procedure bij de rechter-commissaris, via een vordering van de officier van justitie op grond van de artikelen 181, 177 en 126ng Sv. Anders dan de verdediging aanvoert is de constructie die is gekozen om aan de voorwaarden van de Canadese rechter te voldoen, zie de Hoge Raad in het hiervoor aangehaalde arrest van 13 juni 2023, toelaatbaar. Dat in het onderzoek Tandem bij de samenstelling van de dataset niet is gewerkt conform het plan van aanpak op de wijze zoals de rechter-commissaris dat voor ogen had, doet aan de rechtmatigheid van de Tandem-dataset niet af.
Conclusie
Waar het om gaat is of de verklaringen die [medeverdachte 1] over de dealfeiten heeft afgelegd betrouwbaar zijn. Het is niet aan de rechtbank om een oordeel te geven over het karakter of de rechtschapenheid (of het gebrek daaraan) van de persoon [medeverdachte 1] . Kennisname door de rechtbank en de procespartijen van een (al dan niet bestaand) psychologisch rapport dat (in een ander kader dan het kader van zijn strafzaak) over [medeverdachte 1] zou zijn opgemaakt acht de rechtbank daarom niet relevant. [medeverdachte 1] is een criminele getuige. Dat gegeven en de omstandigheid dat hij zelf van (betrokkenheid bij) zeer ernstige strafbare feiten wordt verdacht en het Openbaar Ministerie met hem een verklaringsovereenkomst heeft gesloten in ruil voor strafvermindering, noopt bij gebruik van zijn verklaringen voor het bewijs uiteraard tot behoedzaamheid. De in artikel 360 lid 2 Sv geformuleerde opdracht van de wetgever aan de rechter om in dat geval daarvoor in het bijzonder reden te geven is ingegeven door het aan de figuur van de kroongetuige verbonden risico. Immers, de voordelen die de kroongetuige uit hoofde van de met hem gemaakte afspraken (kunnen) toevallen bergen het risico in zich dat die getuige kan menen er voordeel bij te hebben om in meer of mindere mate niet naar waarheid te verklaren.
Los van het bovenstaande geldt dat de rechter op grond van artikel 344a lid 4 Sv het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, niet uitsluitend kan aannemen op grond van verklaringen van (kort gezegd) kroongetuigen. Die bepaling verzet zich er echter niet tegen dat de bewezenverklaring in beslissende mate wordt aangenomen op grond van de verklaring van een kroongetuige. Het voorgaande betekent dus dat voor een zaak met een enkele kroongetuige de gewone regels van het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv gelden. Dit betekent dat een bewezenverklaring niet geheel gebaseerd mag worden op de verklaring van deze getuige. Het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 Sv betreft echter de tenlastelegging in haar geheel en niet een onderdeel daarvan. Deze bepaling verbiedt de rechter om tot een bewezenverklaring te komen als de door één getuige verklaarde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
De verklaringen van [medeverdachte 1] dienen dus kritisch bekeken te worden. Daarbij geldt voor de rechtbank dat de kluisverklaringen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid een sleutelrol vervullen, nu van deze verklaringen met de meeste zekerheid aangenomen kan worden dat ze niet zijn beïnvloed door voortschrijdende kennis van het dossier en mediaberichten en andere invloeden die (gewild of ongewild) de authenticiteit van verklaringen kunnen beïnvloeden. [medeverdachte 1] heeft in de periode van januari tot en met mei 2017 in de kluisverklaringen zeer uitgebreid verklaard over de dealfeiten. In deze periode had hij geen toegang tot enig dossier en ook geen toegang tot openbare bronnen (los van de toegang tot Google Maps of Google Street View tijdens verhoren, om bijvoorbeeld een locatie aan te kunnen wijzen). Hij heeft dus enkel uit zijn geheugen kunnen putten. De rechtbank constateert dat [medeverdachte 1] in zijn kluisverklaringen buitengewoon gedetailleerd heeft verklaard over de zaken waar hij zelf bij betrokken zegt te zijn geweest (te weten Kreta, Tennis, Roos/Doorn en de criminele organisatie), zowel over zijn eigen rol als over de rollen van medeverdachten. Over de andere dealfeiten – waar hij niet zelf bij betrokken is geweest – heeft hij eveneens uitgebreid verklaard en daarbij ook steeds aangegeven wat zijn bronnen van wetenschap waren (doorgaans van horen zeggen, waarbij zijn bronnen veelal ‘de straat’, [medeverdachte 8] en [medeverdachte 9] waren).
[medeverdachte 1] wist dat zijn verklaringen in aanloop naar een mogelijke kroongetuigenovereenkomst zoveel mogelijk geverifieerd zouden worden en dat leugens over zijn eigen rol (door deze kleiner te maken) of de rollen van anderen (door hen onterecht te beschuldigen) een kroongetuigenovereenkomst in gevaar konden brengen. Wat hij niet wist, was dat de Ennetcom-server en een deel van de PGP-safe-server gekopieerd zouden worden en dat in de periode na het afleggen van de kluisverklaringen een zeer grote hoeveelheid PGP-berichten rondom de dealfeiten boven tafel zou komen en dat deze PGP-berichten ook bij de verificatie van zijn verklaringen konden worden betrokken. De rechtbank constateert dat juist deze PGP-berichten de verklaringen van [medeverdachte 1] op veel punten (vaak tot in de details) ondersteunen. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 1] tijdens de vele verhoren – bij de recherche, bij de rechter-commissaris en op zitting – consistent is blijven verklaren over de dealfeiten, zijn eigen rol en de rollen van anderen. De conclusie van de verdediging van [medeverdachte 8] dat [medeverdachte 1] een groot aantal evidente onwaarheden heeft verklaard onderschrijft de rechtbank derhalve niet. De rechtbank constateert dat deze beweerdelijke evidente onwaarheden voor zover het de dealfeiten betreft telkens (onderdelen van) verklaringen van [medeverdachte 1] betreffen die geen of weinig ondersteuning vinden in andere bewijsmiddelen. Dat maakt het echter geen onwaarheden. De omstandigheid dat een (deel van een) verklaring niet of niet geheel geverifieerd kan worden, maakt niet dat deze gefalsificeerd (en dus onwaar) is. Het kan uiteraard wel met zich brengen dat de bewijskracht van (dat deel van) die verklaring minder groot is.
De rechtbank beschouwt [medeverdachte 1] gezien het voorgaande als een betrouwbaar verklarende getuige, waar het gaat over strafbare feiten die aan hem en zijn medeverdachten in de zaak Marengo ten laste zijn gelegd. Uiteraard moet de rechtbank bij de beoordeling van de zaaksdossiers steeds onderzoeken of de voor het bewijs relevante onderdelen van de verklaringen van [medeverdachte 1] de betrouwbaarheidstoets kunnen doorstaan. Per zaaksdossier zal, voor zover de kroongetuige daarover voor de verdachten belastend heeft verklaard, nader worden ingegaan op de betrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 1] .
4.1.6
Prejudiciële vragen Hof van Justitie EU?
De rechtbank begrijpt uit de dupliek van de verdediging van [medeverdachte 16] dat voorwaardelijk is verzocht om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie EU over – samengevat – de vraag of de beperkingen voor de verdediging om de financiële afspraken met de kroongetuige te kunnen controleren, onder meer tijdens de ondervraging van de kroongetuige, zich nog verdragen met een doeltreffend proces.
De rechtbank komt, gelet op de voorgaande beslissing, toe aan de beoordeling van dit verzoek. De rechtbank ziet in hetgeen de verdediging heeft aangevoerd geen grond voor het stellen van prejudiciële vragen. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht en wijst het verzoek daarom af.
4.2
PGP-identificatie
4.2.1
Identificatie e-mailadressen verdachten Marengo
De rechtbank heeft op basis van de processen-verbaal van identificatie – en in voorkomende gevallen op basis van overige informatie in het dossier en/of wat is besproken ter terechtzitting – vastgesteld wie de gebruiker van een PGP-e-mailadres was. Ook is op basis daarvan vastgesteld of, en zo ja onder welke bijnamen een bepaalde gebruiker bekend stond of werd opgeslagen. In bijlage 2 bij dit vonnis is een overzicht opgenomen van deze PGP-e-mailadressen en de gebruikers met hun eventuele bijnamen.
De rechtbank zal hierna ten aanzien van [verdachte] aan de hand van de vindplaats in het dossier weergeven op grond waarvan is vastgesteld dat hij de gebruiker van een bepaald e-mailadres was.
Dictum
De rechtbank heeft in die zaak (overigens) geoordeeld dat op dit punt sprake is van een onherstelbaar vormverzuim maar heeft aan dat vormverzuim geen consequenties verbonden.
Dat het onderzoeksteam Tandem in strijd met de Canadese voorwaarde gegevens heeft gedeeld met het onderzoeksteam Marengo vindt geen steun in het dossier, nu dit met machtiging van de rechter-commissaris is gedaan. Anders dan de verdediging stelt, zijn er evenmin aanwijzingen dat opsporingsambtenaren de Tandem-dataset zonder rechterlijke toestemming hebben bestudeerd en gebruikt voor andere onderzoeken.
Hiervoor is bij de beschrijving van de feitelijke gang van zaken vermeld hoe informatie uit de onderzoeken Sassenheim en De Vink (via een tussenstap in het onderzoek Tandem) bij Marengo is gekomen. De vraag is of dit gebruik voor een ander doel is toegestaan. Bij de Ennetcom-data is, om uitvoering te geven aan de voorwaarde zoals gesteld door de Canadese rechter, gekozen voor de daar beschreven procedure bij de rechter-commissaris, via een vordering van de officier van justitie op grond van de artikelen 181, 177 en 126ng Sv. Hiervoor is al overwogen dat deze werkwijze toelaatbaar is. De doorverstrekking is dus bij wet voorzien. Zij is ook proportioneel en noodzakelijk, nu het in de machtigingen van de rechter-commissaris steeds gaat om e-mailadressen en zoektermen die rechtstreeks gerelateerd zijn aan levensdelicten en de identificatie van deze e-mailadressen slechts plaatsvindt voor zover de communicatie enige relevantie heeft voor het onderzoek naar deze levensdelicten. Voor de stelling van de verdediging dat de rechter-commissaris is misleid door een onzorgvuldige vertaling van de voorwaarde van de Canadese rechter heeft de rechtbank geen ondersteuning in het dossier aangetroffen.
Voor de doorverstrekking van de PGP-safe-data is de wettelijke procedure van artikel 126dd Sv gevolgd. Deze regeling kent geen voorziening van een rechterlijke toetsing voor zover de doorverstrekte data elektronisch berichtenverkeer betreft waarvan de inhoud in het eerdere strafrechtelijke onderzoek nog niet bekend was. Een dergelijke in de wet verankerde toets ligt – nu zonder meer vaststaat dat de bescherming van het briefgeheim zich ook uitstrekt tot dat elektronisch berichtenverkeer – wel voor de hand. Dit leidt de rechtbank ook af uit de hiervoor al aangehaalde arresten van het EHRM van 25 mei 2021 over interceptie van (bulk)communicatie. De door het kopiëren van de servers van Ennetcom en PGP-safe verkregen communicatie is weliswaar niet door interceptie verkregen, maar het kader dat door het EHRM wordt gegeven voor de verdere verwerking van deze privacygevoelige data is in dit geval wel toepasselijk. Daarbij geldt dat er sprake moet zijn van een ‘independent authorisation’ indien dieper in de data wordt doorgedrongen, zodat een onafhankelijke autoriteit beoordeelt of de inbreuk op de in artikel 8 lid 1 EVRM genoemde belangen binnen de grenzen blijft van wat noodzakelijk is in een democratische samenleving. De Nederlandse officier van justitie voldoet niet aan die eis van onafhankelijkheid. Een machtiging door een rechter-commissaris voldoet daar wel aan. Ook een wijze van rechterlijk toetsen zoals voorgeschreven door de Canadese rechter bij de Ennetcom-data, waarbij kortweg alleen onderzoek naar zeer ernstige strafbare feiten een schending van het briefgeheim rechtvaardigt en een rechter die een en ander normeert, volstaat.
Het ontbreken van een machtiging van een rechter om de PGP-safe gegevens door te verstrekken aan andere onderzoeken is een onherstelbaar vormverzuim. De vraag is vervolgens welke gevolgen dit verzuim dient te hebben. Bij die beoordeling houdt de rechtbank rekening met het belang dat het voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Het belang – bescherming van de privacy – is groot, maar de ernst van dit verzuim dient wel te worden gerelativeerd.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het Openbaar Ministerie bewust een rechterlijke machtiging heeft willen omzeilen; de bestaande wettelijke regeling is immers gevolgd. De criteria op basis waarvan de officier van justitie de PGP-safe-data heeft doorverstrekt – het gaat om een op dat moment nog niet opgehelderd levensdelict en om specifieke e-mailadressen die te koppelen zijn aan de gebruikers van de e-mailadressen die hierover spreken – zijn bovendien zodanig dat een rechter zonder meer deze machtiging zou hebben afgegeven. Deze doorverstrekking voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het nadeel dat door het vormverzuim zou zijn geleden, mag volgens vaste jurisprudentie niet gelegen zijn in de ontdekking van een strafbaar feit. In het onderhavige geval kan als nadeel dan in algemene zin worden genoemd: een inbreuk op de privacy, al betwisten de verdachten in Marengo voor het overgrote deel dat zij degenen zijn die aan de veiliggestelde en overgedragen communicatie hebben deelgenomen. Gelet hierop concludeert de rechtbank dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
3.2.5
Geheimhoudersbelangen bij verkrijging en verwerking van de PGP-data
3.2.5.1 Verweer van de verdediging
De verdediging betoogt dat de politie en het Openbaar Ministerie bij de verkrijging en verdere verwerking van de PGP-data structureel en opzettelijk tekort zijn geschoten in hun zorgplicht ten aanzien van geheimhoudersbelangen en -rechten en dat dit tot onherstelbare schendingen daarvan heeft geleid. Bovendien stelt zij dat deze schendingen structureel zijn en zich niet tot deze zaak hebben beperkt.
3.2.5.2 Oordeel van de rechtbank
De rechtbank overweegt als volgt. In zijn arrest van 20 september 2022 overweegt de Hoge Raad dat met het voorschrift van artikel 126aa lid 2 Sv is beoogd het belang te beschermen dat eenieder de mogelijkheid heeft om vrijelijk een advocaat te raadplegen, zonder vrees voor openbaarmaking van wat aan de advocaat in diens hoedanigheid wordt toevertrouwd. Het voorschrift strekt ertoe dat gegevens die als gevolg van de toepassing van de bevoegdheden genoemd in artikel 126aa lid 1 Sv zijn verkregen, onmiddellijk worden vernietigd indien zij vallen onder het verschoningsrecht als bedoeld in artikel 218 Sv, zodat is verzekerd dat die gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en dat daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht wordt geslagen. Uit artikel 126aa lid 2 Sv vloeit derhalve voort dat gegevens als in die bepaling bedoeld niet in het strafproces kunnen worden gebruikt.
In het Marengo-dossier zijn geen berichten uit de Marengo-dataset gevoegd die later geheimhoudersberichten bleken te zijn. Bovendien zijn er geen aanwijzingen dat in het onderzoek Marengo PGP-geheimhouderscommunicatie tussen verdachten en hun raadslieden op enigerlei wijze een rol heeft gespeeld. Van schending van geheimhoudersbelangen in de zaak Marengo is – voor zover het PGP-kwesties betreft – in zoverre dus geen sprake. Wat in het licht van bovengenoemd kader van artikel 126aa lid 2 Sv wel bevreemdt is dat op meerdere plaatsen in het Marengo-dossier (doorstuur)berichten voorkomen die als (mogelijke) geheimhoudersberichten zijn te identificeren en die kennelijk deel uitmaken van een proces-verbaal dat vanuit een ander onderzoek aan Marengo is verstrekt. Het Openbaar Ministerie noemt daarvan twee voorbeelden en ook de rechtbank is nog een dergelijk bericht tegengekomen. Dergelijke geheimhouderscommunicatie dient niet in een strafproces te kunnen worden gebruikt en dient dus ook niet te worden gevoegd in een ander strafproces. Of dit een verzuim is in de zin van artikel 359a Sv zal aan het eind van deze paragraaf worden besproken.
Conclusie
Als die verwijzing naar de vindplaats in het dossier – waar de feiten en omstandigheden die leiden tot de identificatie zijn beschreven – nog tot een inhoudelijke reactie nopen, naar aanleiding van hetgeen door de verdediging is aangevoerd of ambtshalve is geconstateerd, zal de rechtbank daarop hierna ook ingaan.
4.2.2
Identificatie e-mailadressen overige gebruikers
Het dossier bevat een aantal processen-verbaal van identificatie met betrekking tot e-mailadressen die door het Openbaar Ministerie aan andere personen, niet zijnde verdachten in Marengo, worden toegeschreven. In sommige gevallen is de identificatie van de gebruiker(s) van die overige e-mailadressen van belang voor de beoordeling en duiding van conversaties uit de zaaksdossiers en/of voor de koppeling van e-mailadressen aan (Marengo-)verdachten. Om die reden is de rechtbank nagegaan of de identificatie op basis van de in die processen-verbaal van identificatie genoemde feiten en omstandigheden gerechtvaardigd is. De rechtbank komt tot de conclusie dat dit het geval is. Om die reden zijn ook deze overige gebruikers van e-mailadressen in de genoemde bijlage bij dit vonnis opgenomen.
4.2.3
Identificatie e-mailadressen [verdachte]
Het Openbaar Ministerie stelt dat de e-mailadressen 3a32049712@ennetcom.biz, 7d4024@activeshield.net en 761944bc9n@ennetcom.biz aan [verdachte] kunnen worden toegeschreven. Verder stelt het Openbaar Ministerie dat [verdachte] ook bekend is onder de bijnamen Tali en Taliban.
De verdediging stelt dat de aan [verdachte] toegeschreven PGP-adressen niet aan hem kunnen worden gekoppeld.
De rechtbank stelt op basis van de processen-verbaal van identificatie vast dat [verdachte] de gebruiker is geweest van het in april 2016 gebruikte adres 3a32049712@ennetcom.biz, het in mei 2016 gebruikte adres 7d4024@activeshield.net en van het in september en oktober 2015 gebruikte adres 761944bc9n@ennetcom.biz. Verder stelt de rechtbank vast dat [verdachte] ook wel met ‘Tali’ en ‘Taliban’ wordt aangeduid.
De verdediging heeft nog gesteld dat [verdachte] zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel (hierna: KvK) op 8 april 2016 al geregeld had zodat het bericht van 16 april 2016, afkomstig van het e-mailadres 3a32049712@ennetcom.biz, waarin staat dat de gebruiker bezig is zijn taxi shit te regelen, niet op [verdachte] kan slaan. De rechtbank leest in dit bericht echter niet alleen: “Ok meneer verder alles goed ben bezig met die taxi shit regelen duurt een beetje lang maar komt wel goed”, maar ook: “Ik ben aan het wachten op verklaring van gedrag meneer die andere die ik had is verlopen”. Uit bevraging van de gegevens bij de KvK blijkt dat [verdachte] zich op 8 april 2016 heeft ingeschreven met het bedrijf [naam taxibedrijf] . [verdachte] heeft op 3 maart 2016 en op 20 april 2016 een Verklaring Omtrent Gedrag (hierna: VOG) aangevraagd voor een ondernemingsvergunning, met als doel taxichauffeur te worden. Deze zijn respectievelijk op 7 maart 2016 en 25 april 2016 verstrekt. De ‘taxi shit regelen’ uit het bericht van 16 april 2016 leest de rechtbank dan ook in het licht van die aanvraag van een VOG door [verdachte] .
4.3
Zaaksdossier Rudolf
4.3.1
Inleiding
Het zaaksdossier Rudolf ziet op de moord op [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) op 9 september 2015 – waar [verdachte] niet van wordt verdacht – en op de voorbereiding van het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing in het pand van een spyshop te Nieuwegein (hierna: de spyshop) in de periode van 15 augustus 2015 tot en met 19 oktober 2015.
Zoals hierna zal volgen blijkt uit het dossier dat medeverdachten al bezig zijn met de voorbereidingen voor de aanslag op de spyshop in de periode dat ook de moord op [slachtoffer 1] wordt voorbereid. De voorbereidingen voor de aanslag op de spyshop zijn doorgegaan nadat de moord is gepleegd. De achtergrond van de moord op [slachtoffer 1] en de voorgenomen aanslag op de spyshop is, zoals hierna ook zal volgen, terug te voeren op hetzelfde motief. Gelet daarop zal de rechtbank ook de voor [verdachte] relevante feiten en omstandigheden rondom de moord op [slachtoffer 1] bespreken.
4.3.2
Standpunten
Volgens het Openbaar Ministerie kan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor het teweegbrengen van een ontploffing bewezen worden verklaard.
De verdediging betoogt dat [verdachte] van het ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
4.3.3
Voorgeschiedenis
Op 15 juli 2015 worden in het onderzoek Koper diverse verdachten aangehouden in verband met de voorbereidingen van het plegen van moord en het voorhanden hebben van een grote hoeveelheid wapens. In de woning van een van de verdachten in het onderzoek Koper – [betrokkene 16] (hierna: [betrokkene 16] ) – wordt onder meer een notitieboekje met handgeschreven aantekeningen aangetroffen. Uit die administratie en het onderzoek blijkt dat er op 26 mei 2015 door verdachten in Koper – [betrokkene 17] en [betrokkene 18] (hierna: [betrokkene 18] ) – bij de spyshop twee bakensets en een alarmset zijn aangeschaft voor € 7.000,-.[slachtoffer 1] werkte bij de spyshop.
4.3.4
Duiding van de PGP-berichten
4.3.4.1 Achtergrond
Na de aanhoudingen in het onderzoek Koper op 15 juli 2015 is er berichtenverkeer tussen verschillende personen waaronder [medeverdachte 16] , [medeverdachte 11] , [medeverdachte 12] , [betrokkene 12] en [betrokkene 20] (hierna: [betrokkene 20] ). In die berichten gaat het onder andere over de aanhouding in dat onderzoek van [betrokkene 16] , bijgenaamd ‘Devil’ en [betrokkene 21] (hierna: [betrokkene 21] ), bijgenaamd ‘Boek’. De rechtbank acht de navolgende berichten relevant. De tijdsaanduiding van de hierna weergegeven berichten betreft steeds UTC-tijd. Als het exacte tijdstip relevant is zal de rechtbank dit in de tabel corrigeren met de zomertijd (+2 uur) die toen gold. Waar een dergelijke aanpassing wordt gedaan zal dit expliciet worden overwogen.
Dictum
Voorts dient te worden besproken een door de verdediging aangevoerd incident, waarbij tijdens een inzage door de verdediging (mrs. [advocaat 3] en [advocaat 4] ) bij het NFI op 19 juli 2022 in de Marengo-dataset met behulp van Hansken een geheimhoudersbericht zichtbaar werd. Het NFI heeft in opdracht van het Openbaar Ministerie uiteengezet hoe dit heeft kunnen plaatsvinden. De uitleg komt erop neer dat de Hansken-omgeving waarin deze inzage plaatsvond een andere is dan die waartoe de politie toegang heeft en dat dit bericht abusievelijk zichtbaar was in de NFI-omgeving. Dit zegt uiteraard iets over de (onvolkomen) wijze waarop het onleesbaar maken van geheimhoudersberichten plaatsvindt. Daarop zal verderop in deze paragraaf nader worden ingegaan. Genoemd bericht maakt echter – zoals onbetwist door het Openbaar Ministerie gesteld – geen deel uit van het Marengo-dossier of van de Marengo-dataset waarin procespartijen inzage hebben. Dit wordt bevestigd door het feit dat de verdediging na die inzage heeft verzocht om voeging in het Marengo-dossier van zeven PGP-berichten, waaronder het desbetreffende geheimhoudersbericht, maar dat de politie juist dat ene bericht niet kon vinden. De rechtbank beschouwt deze kwestie dan ook als een onfortuinlijke vergissing tijdens de inzage bij het NFI en niet als een verzuim in de zaak Marengo.
In het begin van dit hoofdstuk heeft de rechtbank geoordeeld dat eventuele vormverzuimen bij de verkrijging en de verwerking van de PGP-data binnen de onderzoeken De Vink en Sassenheim van bepalende invloed zijn geweest bij het opsporingsonderzoek en de vervolging van de verdachten in het onderzoek Marengo. Gelet daarop dient de rechtbank te beoordelen of in die zaken schendingen van geheimhoudersbelangen hebben plaatsgevonden.
Daarbij geldt voor de rechtbank als uitgangspunt dat het voor de opsporingsdiensten bij het kopiëren van servers weliswaar niet evident was dat daar ook geheimhouderscommunicatie op zou staan, maar dat zij met die mogelijkheid wel rekening dienden te houden. Uit de processen-verbaal waarin hiervan verslag wordt gedaan blijkt ook dat zij dat hebben gedaan. De opsporingsdiensten hebben van meet af aan inspanningen verricht om te bewerkstelligen dat mogelijke geheimhouderscommunicatie werd onderkend en ontoegankelijk werd gemaakt. Zo is op de dag van het veiligstellen van de Ennetcom-data in Canada naar alle PGP-gebruikers van Ennetcom het bericht uitgegaan dat de serverinhoud in beslag is genomen en zijn professioneel verschoningsgerechtigden opgeroepen zich te melden bij de politie. Hetzelfde is gedaan op de dag dat in Costa Rica de PGP-safe server (gedeeltelijk) was gekopieerd.
Deze oproepen hebben er echter niet toe geleid dat enig professioneel verschoningsgerechtigde zich heeft gemeld als Ennetcom- of PGP-safe-gebruiker. Daaruit kan de conclusie worden getrokken dat ofwel professioneel verschoningsgerechtigden, waaronder advocaten, geen gebruik maakten van de diensten van Ennetcom en PGP-safe, ofwel dat zij zich om hen moverende redenen niet hebben willen melden. Als dat laatste het geval is, dan betekent dat dat er mogelijk communicatie die onder het verschoningsrecht valt is verscholen in de voor de opsporingsdiensten toegankelijke berichten. Omdat deze communicatie niet als zodanig is te herkennen zonder daar kennis van te nemen, neemt de professioneel verschoningsgerechtigde het risico dat zijn geprivilegieerde communicatie door de opsporingsdiensten wordt gelezen en zelfs (ongewild) een rol kan gaan spelen in een strafdossier. De verdediging heeft betoogd dat het in strijd zou zijn met haar geheimhoudingsplicht als zij gehoor zou geven aan een dergelijke oproep. Die stelling is – zo begrijpt de rechtbank – kennelijk gebaseerd op de vrees dat ondanks dat een advocaat zijn PGP-adres(sen) heeft doorgegeven, door de opsporingsdiensten kennis zal worden genomen van de inhoud van de berichten van die desbetreffende lijn(en) en/of dat/die PGP-adres(sen) van (een) cliënt(en) waarmee is gecommuniceerd via een achterdeur bekend worden bij de opsporingsdiensten. Dit kennelijk op wantrouwen jegens deze diensten gebaseerde standpunt mag de verdediging innemen, maar het niet melden heeft dan wel tot gevolg dat bovengenoemd risico wordt gelopen. Naar het oordeel van de rechtbank mag van een advocaat in deze situatie worden verwacht dat hij zich inspant om deze professionele spagaat te adresseren, bijvoorbeeld door zich hiermee te wenden tot zijn beroepsorganisatie, die hier vervolgens op kan acteren. Het is de rechtbank niet bekend of dit destijds is gebeurd.
Uiteindelijk heeft het Openbaar Ministerie zelf getracht professioneel verschoningsgerechtigden te identificeren door de Ennetcom- en PGP-safe-data te doorzoeken op relevant geachte zoektermen. Naar het oordeel van de rechtbank was er op dat moment geen aanleiding voor om bij die zoektocht individuele geheimhouders (die zich immers niet gemeld hadden) of enige beroepsorganisatie te betrekken. De zoekslag die volgde heeft geleid tot de vondst van berichten die herleidbaar waren naar e-mailadressen die mogelijk in gebruik waren bij professioneel verschoningsgerechtigden. Die e-mailadressen en de bijbehorende data zijn hierop onzichtbaar en ontoegankelijk gemaakt. Voorts is een procedure in het leven geroepen die inhoudt dat indien bij het doorzoeken van de data toch op mogelijke informatie van professioneel verschoningsgerechtigden wordt gestuit, deze informatie ontoegankelijk wordt gemaakt, waarbij door personen buiten het onderzoeksteam wordt beoordeeld of ook de andere communicatie die herleidbaar is naar dat e-mailadres mogelijk onder het verschoningsrecht valt. De beoordeling of in een dergelijk geval sprake is van geheimhouderscommunicatie wordt gedaan door een officier van justitie die niet bij het betreffende onderzoek betrokken is. In afwachting van diens beslissing wordt de aangetroffen communicatie steeds zekerheidshalve onzichtbaar gemaakt.
De vraag die beantwoord moet worden is of het Openbaar Ministerie met deze benadering de in acht te nemen zorgvuldigheid ter zake van de communicatie van professioneel verschoningsgerechtigden voldoende heeft gewaarborgd. Uit het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 20 september 2022 leidt de rechtbank af dat het zogenoemde uitgrijzen van geheimhouderscommunicatie slechts te beschouwen is als vernietigen als bedoeld in artikel 126aa lid 2 Sv, als verzekerd is dat de gegevens geen deel uitmaken van de processtukken en daarop in het verdere verloop van het strafproces geen acht kan worden geslagen. Dat verzekeren heeft de Hoge Raad zodanig genormeerd dat vaststellingen dienen te worden gedaan over de wijze waarop is gewaarborgd dat personen die bij het opsporingsonderzoek zijn betrokken op geen enkele wijze toegang kunnen krijgen tot de uitgegrijsde gegevens, waarbij ook van belang is dat als er technisch mogelijkheden bestaan om eenmaal gegrijsde informatie opnieuw toegankelijk te maken, moet blijken voor wie, op welke wijze en onder welke voorwaarden deze gegevens dan opnieuw toegankelijk kunnen worden.
Uit de hiervoor beschreven inspanningen blijkt dat het Openbaar Ministerie zich zeer bewust was van de noodzaak om protocollen te ontwikkelen over de wijze waarop voldaan zou moeten worden aan de bepalingen van artikel 126aa lid 2 Sv en artikel 5 lid 1 en 2 van het Besluit bewaren en vernietigen niet-gevoegde stukken.
Het dossier bevat de reeds aangehaalde processen-verbaal over het schoningsproces in de zaken De Vink en Sassenheim.
Conclusie
15 juli 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
11:25
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
By devil en boek gaan ze niks vinden toch sir?
12:16
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Echt fucked up dus
14:48
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sir allemaal top advos erop zetten
voor boek iedereen direct vandaag sir
16:36
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sir by wie liggen die yzers die liggen toch by iemand thuis verstopt?? En stash bij wie stashen we??? Leg me uit?
16:45
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sir laat ze zus nieuwe sleutels halen en met bus hele kluis weg daar anders hangen we!!! En waar zyn de vrouwen en assie??
16:54
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Die eigenaar van osso moet toch sleutels hebben sir??? Waar is eigenaar van osso???? Heb je devil ze zus al gestuurt om nieuwe sleutels te halen??
17:06
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Ok en laat zus van dev nieuwe pas en sleutel regelen dan regel ik grote bus en halen we kluis weg daar sir
17:25
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Welke box ?
17:27
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Ja sir begryp echt niet hoe jullie die pasje en sleutels by hem hebben kunnen laten echt geen begrip ervoor u weet hoe heet we zyn sir al weken maanden weet u hoeveel yzers daar liggen is echt geen woorden voor
17:29
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Nee nee nee sir sorry maar dit is zwaar te gek voor woorden echt te gek voor woorden iedereen weet hoe heet we zyn en dan pasje waar yzers liggen thuis !! En geen extra nood waar vrouwen en assie ligen dit is onbegrypelyk echt sir echt te erg gewoon!!!
17:35
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Wat een dodelyke fout echt dodelyk gewoon
17:40
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Ok relax sir insch'allah komt goed alleen nu belangrykste die bewys van vrouwen weg en die assie alles aan die rotje geven beste direct!
20:17
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Weet advo al van wat ze verdacht worden sir? En ze kunnen alleen box van devil hebben opengemaakt by ze ma en zussen zyn ze iet geweest anders hadden ze zus meteen inval gedaan sir
20:18
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Zeker sir we hebben geluk! Wanneer krygt ze sleutel van haar box?
20:19
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
We hebben wereld geluk nu snel die sleutel en kluis leeg in heb al waar alles heen kan sir!!
20:23
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Wie ze box is dat van devil 136??
21:03
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Dictum
Ook bevat het dossier algemene NFI-informatie over de functionaliteiten binnen Hansken (zoals het toekennen van de verschillende ‘rollen’) om procedures rondom geheimhouderinformatie te faciliteren overeenkomstig de – eveneens in het dossier gevoegde – Handleiding Verwerking geheimhouderinformatie aangetroffen in inbeslaggenomen voorwerpen en in digitale bestanden van de landelijke vergadering rechercheofficieren, van juni 2014.
De rechtbank stelt vast dat het uitgrijzen in de zaken De Vink en Sassenheim niet volledig aan de door de Hoge Raad geformuleerde standaard voldoet. Met name aan de eis dat ‘moet blijken voor wie, op welke wijze en onder welke voorwaarden deze gegevens dan opnieuw toegankelijk kunnen worden’ is in de zaken De Vink en Sassenheim onvoldoende kenbaar voor de rechtbank voldaan. En uit het incident waarbij de verdediging tijdens een inzage bij het NFI opeens op een geheimhoudersbericht in een zogenoemde werkset kon stuiten terwijl dat bericht eigenlijk uitgegrijsd was, leidt de rechtbank af dat in de uitvoering dingen mis kunnen gaan. Echt verbazingwekkend is dat natuurlijk niet. Het Openbaar Ministerie, de politie en het NFI hadden – door het kopiëren van de servers van Ennetcom en PGP-safe met daarop miljoenen versleutelde berichten – met een nieuw fenomeen te maken. Naar het oordeel van de rechtbank hebben zij daarbij geprobeerd zo goed mogelijk de belangen van professionele geheimhouders te beschermen.
Het niet-vernietigen als bedoeld in artikel 126aa lid 2 Sv (of overeenkomstig de door de Hoge Raad geformuleerde standaard uitgrijzen) van geheimhouderscommunicatie levert een onherstelbaar vormverzuim op. Dit vormverzuim heeft zich weliswaar niet in het voorbereidend onderzoek jegens de verdachten in Marengo voorgedaan, maar zoals hiervoor overwogen zal wel moeten worden beoordeeld of dit vormverzuim tot consequenties moet leiden in deze strafzaak. Bij die beoordeling houdt de rechtbank rekening met het belang dat het voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat het Openbaar Ministerie bewust laks is geweest met het ontoegankelijk maken van geheimhoudersberichten in de datasets. Integendeel, uit de verslaglegging leidt de rechtbank af dat het Openbaar Ministerie zijn uiterste best heeft gedaan om deze berichten zo snel mogelijk te onderkennen en af te schermen. Het belang dat het geschonden voorschrift dient, te weten het belang dat eenieder de mogelijkheid heeft om vrijelijk een professioneel verschoningsgerechtigde te raadplegen, zonder vrees voor openbaarmaking van wat aan deze professioneel verschoningsgerechtigde in diens hoedanigheid wordt toevertrouwd, is uiteraard groot. Van enig nadeel veroorzaakt door het vormverzuim voor de verdachten in de zaken De Vink en Sassenheim is echter geen sprake, reeds omdat de verdachten in die zaken niet door de niet-naleving van het voorschrift waren getroffen in het belang dat de overtreden norm beoogt te beschermen. Zij waren immers geen professioneel verschoningsgerechtigden en gesteld noch gebleken is dat berichten van hen met een professioneel verschoningsgerechtigde in het dossier waren gevoegd.
Dat geldt evenzeer voor de verdachten in de zaak Marengo. Ook zij lijden geen concreet nadeel. De berichten van de onderkende e-mailadressen van geheimhouders zijn in De Vink en Sassenheim ontoegankelijk gemaakt. Deze zijn, voor zover zij al deel uitmaakten van het door de rechter-commissaris goedgekeurde plan van aanpak voor Marengo, binnen de Marengo-dataset nooit zichtbaar geweest. Uit een latere controle van de Marengo-dataset is gebleken dat het deel afkomstig uit de PGP-safe-data geen (potentiële) geheimhoudersberichten bevatte. Het deel afkomstig uit de Ennetcom-dataset bleek bij die controle uiteindelijk 71 dataregels (36 unieke berichten) te bevatten die als geheimhoudersbericht waren aan te merken. Die zijn vervolgens alsnog ontoegankelijk gemaakt. Op het onbetwiste totaal van ruim 875.000 dataregels die de Marengo-dataset bevat is dit aantal gering te noemen. Bovendien zijn, zoals hiervoor al is vastgesteld, vanuit de Marengo-dataset geen geheimhoudersberichten in het Marengo-dossier terechtgekomen en gesteld noch gebleken is dat het gaat om enige communicatie tussen een van de verdachten en hun raadslieden.
De stelling van de verdediging dat geheimhouderscommunicatie bij de start van de verdenking, bij het samenstellen van het dossier of bij beslissingen in de opsporing een rol hebben gespeeld, is op geen enkele manier onderbouwd. Ook de stelling dat geheimhoudersberichten lange tijd voor velen zichtbaar zijn geweest is niet onderbouwd. De rechtbank concludeert dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
Los van het bovenstaande levert het voegen van uit andere onderzoeken afkomstige geheimhouderscommunicatie in het strafdossier Marengo – zoals hiervoor beschreven – ook een vormverzuim op. Het verstrekken van geheimhoudersberichten die onderdeel uitmaken van een proces-verbaal in een ander onderzoek aan Marengo is niet toegestaan. De omstandigheid dat deze communicatie pas op een later moment als geheimhouderscommunicatie wordt onderkend maakt dat niet anders. Met uitzondering van het door het Openbaar Ministerie aangehaalde tweede voorbeeld, uit de telefoon van [betrokkene 12] (hierna: [betrokkene 12] ), lijken die (doorstuur)berichten communicatie tussen [medeverdachte 16] en zijn toenmalige raadsvrouw te bevatten en die communicatie hoort uiteraard niet in dit strafdossier thuis. Het belang om deze communicatie uit strafdossiers te houden is groot. Nu de communicatie echter geen relevantie heeft voor de strafzaak en hoogstens eruit afgeleid zou kunnen worden dat zij met elkaar communiceren, is er geen nadeel voor [medeverdachte 16] veroorzaakt door het vormverzuim. Ook voor de andere Marengo-verdachten geldt dat zij geen nadeel lijden door dit verzuim.
De verdediging van [medeverdachte 16] betoogt dat het geheimhoudersbericht in het eerste voorbeeld waarin de bijnaam van [betrokkene 13] (de verdachte in de zaak Tandem II, hierna: [betrokkene 13] ) voorkomt tactisch gebruikt is en verweven blijft met de aan [medeverdachte 16] toegeschreven accounts. Voor zover de verdediging daarmee bedoelt dat de identificatie van de PGP-lijn 39x7w1nz2h@ennetcom.biz (hierna ook: 39x7) van [medeverdachte 16] (mede) heeft kunnen plaatsvinden doordat kennis is genomen van dat geheimhoudersbericht, volgt de rechtbank haar daarin niet. De identificatie van de 39x7 heeft in het onderzoek Tandem II immers plaatsgevonden aan de hand van berichtenwisseling tussen [medeverdachte 16] en diens broer en zus. De rechtbank concludeert het voorgaande beschouwend ook hier dat met constatering van het vormverzuim kan worden volstaan.
3.2.6
Tactische en technische verwerking van de PGP-data
3.2.6.1 Verweren van de verdediging
De verweren van de verdediging over de tactische en technische verwerking van de PGP-data zien voor een belangrijk deel op de stelling dat geen sprake zou zijn van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM, in het bijzonder omdat het recht op gelijke proceskansen (equality of arms) als invulling van artikel 6 lid 3 onder b EVRM zou zijn geschonden. De verdediging meent dat zij onvoldoende gelegenheid heeft gehad om het met Hansken verkregen bewijsmateriaal te kunnen controleren en betwisten omdat zij geen toegang heeft gekregen tot de brondata en de software van Hansken. De ontwikkeling en het gebruik van Hansken zijn niet gereguleerd en er is geen mogelijkheid tot contra-expertise.
Conclusie
Sir laten we checken of ze yzers hebben gevonden zoniet direct weg!! En kluis van vrouwen kan je niet snachts kapot maken toch?
21:09
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Stash bus ook gepakt sir?? Ja sz kan ze meteen pakken wegzetten!!! Maar yzer is het belangrykste dat ze die niet pakken want dat is gewoon zwaar arsenaal
21:16
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Pfffff sir die yzers moeten weg daar!!
21:23
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sz staat klaar voor ons sir en kunnen bus met stash pakken als moet! Waar is onze bus met stash sir??
21:27
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Ok sir belangryste is yzer en die vrouwen alles kunnen we aan SZ geven
21:40
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sir advos moeten nu toch weten wat aanklacht is ??
21:42
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
En tegen boek sir die aanklacht moet nu ook bekent zyn sir belangrykste nu is top advos voor hun!!
22:18
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sms tito die kent ze allemaal
16 juli 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
14:15
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Echt sir u ziet weet niet wat er is maar hoe dingen zyn geregelt en we zyn zo heet geen woorden voor alleen voor die yzer is zeker 5jaar!! Echt ongelooflyk vrouwen geld sleutels wat een fucking amateurs shit en zoveel zenders hebben we gevonden en nu hangt iedereen gewoon ongeloolyk
17 juli 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
16:05
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Onder
------Origineel bericht------
Van: Blackknight devil
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Jul 2015 16:03
Salaam alikom sir ik heb net die man gesproken die devill helpt broertje van [betrokkene 22] hy zei tegen my dat ze in maart zyn begonnen met dit onderzoek en het komt door die gestolen autos die s5 en rs6 die iniedergeval die S5 die gestolen is die jongens werden in de gaten gehouden toen hun die auto verkochten zat er al een zender onder die auto is van wyk by duurstede naar geina gereden en daarna naar mourik daar is die in box gezet hebben ze gekeken zagen ze hem staan hebben ze box vol gehangen met camera en richtmicrofoon ze hebben beelden van spotters en boek by garage en gesprekken dat ze het over liqudatie hebben voorbereiding ze hebben hun zien oefenen met schieten met kalas die spotters zyn naar box van devil gegaan met devil zyn code binnengekomen zo zyn ze by die box gekomen
19:34
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Onder
-----Origineel bericht-----
Van: Sz
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 17 Jul 2015 17:04
Salam mr, lees even onder goed! Mijn neefje heeft ze nog 5 x vertel sweep die autos hij is met ze bij die autos geweest mr! Hij vond het raar dat die accus leeg waren! Mijn neefje sweept altijd zijn autos enzo! Die heeft er ook een paar snelle autos liggen!
-----Origineel bericht-----
Van: Ipi nifo
Aan: Selftest
Onderwerp: Re:
Verzonden: 17 Jul 2015 19:02
Oke dat is klote nifo.. Ik heb ze nog duidelijk gezegt controleer deze auto want accu's kunnen niet zomaar leeg lopen! Ik heb het wel 5x gezegt dat ze die auto's moeten swepen en dat door de politie apparatuurs die ze plaatsen de accu's leeg eten.. Nee ze hebben mij niet verteld hoelang die daar al stond.
-----Origineel bericht-----
Van: Brd
Aan: lp
Onderwerp: Re:
Verzonden: 17 Jul 2015 18:56
Nee niet omdat nifo, omdat ze die autos in beslag hebben genomen! Er was een onderzoek door een van die autos..
Dictum
Hansken had bovendien niet gebruikt mogen worden omdat het een buitenwettelijk technisch hulpmiddel is, nu het niet voldoet aan de eisen die daaraan in het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering (hierna: het Besluit) worden gesteld. Ten slotte zijn de data onvolledig en forensisch onbetrouwbaar.
3.2.6.2 Oordeel van de rechtbank
3.2.6.2.1 Inzage in brondata
De rechtbank stelt voorop dat de brondata geen deel uitmaken van de processtukken. De Hoge Raad heeft in het eerste Ennetcom-arrest van 28 juni 2022 het juridisch kader voor de beoordeling van verzoeken van de verdediging om voeging van althans inzage in niet tot de processtukken behorende gegevens (nogmaals) uiteengezet.
De maatstaf bij de beoordeling van een verzoek tot voeging van stukken bij de processtukken is op grond van artikel 315 lid 1 Sv in verbinding met artikel 415 Sv of de noodzaak daarvan is gebleken. Bij het nemen van zijn beslissing hierover moet de rechter in aanmerking nemen dat op grond van artikel 149a lid 2 Sv in beginsel alle stukken aan het dossier dienen te worden toegevoegd die voor de ter terechtzitting door hem te nemen beslissingen redelijkerwijs van belang kunnen zijn. Het gaat hierbij dus om de relevantie van die stukken.
De verdediging kan – mede gelet op het in artikel 6 lid 3, aanhef en onder b, EVRM gewaarborgde recht van de verdachte om te beschikken over de tijd en faciliteiten die nodig zijn voor de voorbereiding van zijn verdediging en met het oog op het doen van een verzoek tot het voegen van stukken aan het dossier – een gemotiveerd verzoek doen tot het verkrijgen van inzage in specifiek omschreven stukken. Tijdens het vooronderzoek kan een dergelijk verzoek worden gedaan overeenkomstig de in artikel 34 Sv geregelde procedure. Na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting beslist de zittingsrechter – zo nodig op basis van de bevindingen van nader onderzoek dat door een ander dan de zittingsrechter, bijvoorbeeld de rechter-commissaris, is verricht naar de aard en de inhoud van de betreffende stukken en gegevens – of en zo ja, in welke mate en op welke wijze, die inzage kan worden toegestaan.
In dit proces heeft de verdediging meerdere malen verzocht om inzage in de brondata, welke verzoeken door de rechtbank zijn afgewezen. Anders dan de verdediging stelt volgt uit de Europese jurisprudentie niet dat de verdediging daar recht op heeft. Het EHRM overweegt ten aanzien van grote datasets onder meer dat het beginsel van equality of arms niet inhoudt dat de verdediging het ongeclausuleerde recht heeft op toegang tot de volledige dataset. Als de opsporingsinstantie niet op de hoogte is van de inhoud van de totale dataset en de verdediging niet duidelijk vermeldt welke specifieke kwesties in de data onderzocht moeten worden en daarvoor redenen aandraagt of specifieke zoekopdrachten voorstelt, is er geen sprake van het achterhouden van bewijs. Het onderzoeksteam Marengo en het Openbaar Ministerie hebben allebei geen inzage in de brondata. De verdediging wenst in feite dus verdergaande toegang tot de Ennetcom- en PGP-safe-data te verkrijgen dan het Openbaar Ministerie heeft en daartoe bestaat, ook bezien in het licht van artikel 6 EVRM, geen aanleiding. Ten aanzien van de toegang tot de Ennetcom-data komt daar nog bij dat een verdergaande toegang in strijd zou zijn met de door de Canadese rechter gestelde voorwaarden. De verdediging heeft evenwel steeds de mogelijkheid gehad zich te wenden tot de rechter-commissaris met een onderbouwd verzoek, bijvoorbeeld met opgave van relevante zoektermen, om binnen de brondata te (laten) zoeken naar specifieke berichten waarvan de verdediging meent dat de Marengo-dataset daarmee zou moeten worden uitgebreid. Van deze laatste mogelijkheid heeft de verdediging geen gebruik gemaakt. Voor zover de verdediging heeft betoogd dat het vooraf moeten opgeven van zoektermen een ongeoorloofde inperking is van haar rechten, volgt de rechtbank haar daarin niet. Overeenkomstig artikel 34 Sv mag van de verdediging immers een concrete onderbouwing verlangd worden. Vanwege de met een ongeclausuleerde inzage gepaard gaande inbreuk op de privacy van zeer veel andere personen en gelet op de in het geding zijnde opsporingsbelangen, is de restrictie dat zij concreet, bijvoorbeeld door het opgeven van zoektermen, vermeldt waarnaar in de brondata gezocht zou moeten worden, gerechtvaardigd. De verdediging heeft alleen gesteld dat zich in die brondata mogelijk ontlastende PGP-berichten bevinden, maar deze enkele algemene stelling is onvoldoende voor het oordeel dat inzage in alle brondata noodzakelijk is voor de voorbereiding van de verdediging en met het oog op het doen van een verzoek tot voeging.
3.2.6.2.2 Inzage in Marengo-dataset
Uit de Marengo-dataset zijn berichten geselecteerd die volgens het Openbaar Ministerie redelijkerwijs van belang konden zijn voor enige door de rechtbank in de strafzaken van verdachten te nemen beslissing. Deze berichten zijn aan het procesdossier toegevoegd. De volledige Marengo-dataset behoort echter niet tot de processtukken. Daarvoor geldt hetzelfde juridisch kader uit het hiervoor aangehaalde arrest van de Hoge Raad van 28 juni 2022. De gedurende dit proces (herhaalde) verzoeken van de verdediging om de Marengo-dataset aan haar te verstrekken zijn door de rechtbank steeds afgewezen. Hoewel het onderzoeksteam Marengo wel over de Marengo-dataset beschikt acht de rechtbank het niet verstrekken daarvan aan de verdediging gerechtvaardigd. De daartoe aangedragen argumenten – de privacybelangen van (onbekende) derden en het algemene belang dat berichten die mogelijk relevant zijn voor de opsporing in andere zaken, niet onnodig worden verstrekt – acht de rechtbank valide. De rechtbank wijst in dit verband op de mededeling van het Openbaar Ministerie op de zittingen van 27 en 28 februari en 6 maart 2020 dat ‘slechts’ tien procent van de (toen nog circa 610.000) berichten in de Marengo-dataset uit communicatie van de aan verdachten toe te schrijven PGP-lijnen bestaat en dat het bij de overige negentig procent van de berichten gaat om communicatie van derden of van verdachten via op dat moment (nog) niet geïdentificeerde PGP-lijnen. Ook het EHRM heeft in dit kader overwogen dat het noodzakelijk kan zijn om de verdediging de toegang tot materiaal te beperken om de fundamentele rechten van anderen of een belangrijk algemeen belang te waarborgen. Dat de verdediging niet de beschikking heeft gekregen over de volledige Marengo-dataset maar daarin alleen inzage heeft gekregen acht de rechtbank – mede gelet op wat hierna over die inzagemogelijkheden wordt overwogen – dan ook niet in strijd met het beginsel van equality of arms.
De verdediging heeft wel recht op inzage in de Marengo-dataset. Zij heeft die inzagemogelijkheid gekregen vanaf 10 februari 2020. De Marengo-dataset kon door de raadslieden op afspraak bij politiebureaus in Amsterdam, Rotterdam en Utrecht worden ingezien. De Marengo-dataset was daarnaast ook op afspraak in te zien op een laptop in de penitentiaire inrichting in aanwezigheid van de gedetineerde verdachte. In de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught waren op afspraak twee laptops met daarop de Marengo-dataset beschikbaar, zodat aan beide zijden van de glazen wand tussen de raadsman en de verdachte een laptop beschikbaar was. Ook kon de verdediging zelf op afspraak bij het NFI in de Marengo-dataset zoeken met behulp van Hansken. Enkele raadslieden hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Verder heeft de rechtbank op 13 maart 2020 beslist dat de zogenoemde ‘eigen lijnen’ – te weten alle berichten van een door de politie aan een specifieke verdachte toegeschreven PGP-adres – tijdelijk ter beschikking moeten worden gesteld aan de raadslieden van die verdachte.
Conclusie
Zat zender onder! Onder die s5 vanaf maart lie
22:33
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Ok sir moeten heads klaar hebben staan en u moet echt weg daar zosnel mogelyk tot we dossier hebben
19 juli 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
16:06
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Sir pak geld wat u nodig hebt en stashes en alles regel ik maak u niet druk 2jongens die ryden meer niet nodig en heads altyd klaarstaan snelle fietsen zyn er yzers alles gaat gewoon door sir! En zeg hoeveel pap u nodig hebt en pak het ik regel alles we'll!! Ik liet aan u over maar nu gaan we op myn manier werken
16:22
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 12]
Exact sir dit soort dingen wisten we dat kan gebeuren alleen zonde van zulke fouten met huurautos na yzer opslag dev vrouwen geld yzers telefoons etc dat mocht absoluut niet maar tot de dood en dan verder sir
20 juli 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:28
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Nee ben even na head toe
28 juli 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
22:46
[betrokkene 20]
[medeverdachte 12]
Oke en waar zijn ze gekocht sir daar tog bij de spay zeker
23:36
[betrokkene 20]
[medeverdachte 12]
Oke welk die we laats zagen sir of die andere want je heb er 2 ouwe die we laats zagen met zweapen en kale ouwe die vroeger scoutoe was
23:40
[betrokkene 20]
[medeverdachte 12]
Ja en je heb en ander eigen naar die kale die ouwe man hij heeft zo jeep auto Porsche cajen die is die ouwe scoutoe manetje
23:42
[betrokkene 20]
[medeverdachte 12]
Of die ander ouwe die we laats zagen 1 van die 2 heben de woord daar en die ander zijn werk manetjes meestal is die ouwe daar die we laats zagen die help de klanten denk ook dat hij dan heb gepraat om dat tie ze heb geholpen
23:44
[betrokkene 20]
[medeverdachte 12]
Maar k denk die ouwe van laats sir die we hebben gezien zit niks in de auto flikker en auto zit vol jah wat u zeg
23:47
[betrokkene 20]
[medeverdachte 12]
U bedoel die ouwe van laats tog die we hebben gezien die weet k niet dan ga k we’ll even posten daar wat voor auto hij heeft
29 juli 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:56
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Ok dat is wreed hoor , want dat kan niet toch wie zijn die gasten , kan echt niet of is die spy shop zelf scotu ???
11:27
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Dus hoe zijn we nu op het spoor gekomen door die box of die gasten van spy shop ?
16 oktober 2015
Conclusie
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:46
[betrokkene 23]
[medeverdachte 12]
Oke bro! Ja boekhouding hebben ze goed uitgespit die was gevonden bij Dev! Er staat een datum en aankoopbedrag in van 7000 op die datum is er een gps set gekocht waarvan de factuur bij Dev is aangetroffen! Advocaat zegt wordt lastig om die boekhouding weg te lullen!
12:50
[betrokkene 23]
[medeverdachte 12]
Ja broer factuur spyshop nieuwegein als ik mij niet vergis!
Uit de voorgaande berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 16] al snel nadat in het onderzoek Koper verdachten zijn aangehouden en doorzoekingen zijn verricht een beeld probeert te krijgen van wat de politie allemaal in beslag heeft genomen, dat hij regelt dat de nog niet in beslag genomen wapens en drugs veilig worden gesteld en dat hij bespreekt dat advocaten geregeld moeten worden die snel duidelijkheid moeten kunnen geven over de aanklacht en het dossier. In die berichten komt ook naar voren dat men zich afvraagt hoe de politie op het spoor is gekomen van de wapenloods. [medeverdachte 16] ontvangt hierover informatie van [medeverdachte 5] (‘Sz’) en [medeverdachte 6] (‘Blackknight devil’) en stuurt deze informatie door aan [medeverdachte 12] . [medeverdachte 16] laat [medeverdachte 12] weten dat er schutters klaar moeten staan en dat alles gewoon doorgaat. Uit de berichten komt naar voren dat het vermoeden ontstaat dat de spyshop heeft samengewerkt met de politie en dat dit tot de aanhoudingen in het onderzoek Koper heeft geleid.
De rechtbank leidt uit het bericht van 20 juli 2015 af dat [medeverdachte 11] in contact staat met een schutter aangezien hij [medeverdachte 12] laat weten dat hij ‘even na head’ toe is. Uit de berichten van 28 juli 2015 leidt de rechtbank af dat [betrokkene 20] en [medeverdachte 12] spreken over [slachtoffer 1] en een eigenaar van de spyshop (hierna: spyshop-eigenaar 1), aangezien dit de enige twee oudere mannen zijn die in de spyshop werken. Spyshop-eigenaar 1 had een Porsche Cayenne op zijn naam staan, was vroeger politierechercheur en is boven op zijn hoofd kaal.
Uit het bericht van 29 juli 2015 leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 11] met [medeverdachte 12] bespreekt dat de spyshop mogelijk zelf politie (‘scotu’) is en dat [medeverdachte 11] zich afvraagt of de politie hen door de box of door de mensen van de spyshop op het spoor is gekomen.
De berichten van 16 oktober 2015 dateren van na de moord op [slachtoffer 1] . Hieruit maakt de rechtbank op dat door [betrokkene 23] aan [medeverdachte 12] wordt bevestigd dat de gevonden boekhouding door de politie goed is onderzocht en dat de daarin gevonden factuur van de aankoop bij de spyshop een probleem is. Deze berichten dragen bij aan de vaststelling dat bij de later te bespreken criminele organisatie van [medeverdachte 16] het beeld is ontstaan dat de politie de wapenloods op het spoor is gekomen doordat de spyshop mee zou hebben gewerkt met de politie.
4.3.4.2 Observatie op [slachtoffer 1]
Uit PGP-berichten in de periode van 29 juli 2015 tot aan de moord op [slachtoffer 1] op 9 september 2015 volgt dat [slachtoffer 1] in die periode is geobserveerd door [betrokkene 12] die daarover steeds verslag uitbrengt aan [medeverdachte 12] . De spotactiviteiten van [betrokkene 12] worden bevestigd door de track and trace gegevens van de door [betrokkene 12] gehuurde auto, camerabeelden en telecomgegevens.
4.3.4.3 Na moord op [slachtoffer 1]
Na de moord, die om 18:22 uur plaatsvond, worden de navolgende berichten gewisseld tussen [medeverdachte 16] en [betrokkene 24] (hierna: [betrokkene 24] ). In de weergave van de berichten van 9 september 2015 zal de rechtbank de UTC-tijdsaanduiding corrigeren overeenkomstig de zomertijd die toen gold en dus bij die UTC-tijd twee uur optellen zodat inzichtelijk is dat de berichten kort na de moord zijn gewisseld.
Conclusie
9 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
19:08
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
NEeeeeeeeeeeeee
Welke spyshop zijn jullie geweest
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 9 Sep 2015 19:01
Salam sir kyk nieuws straks!
Kanker spyshop honden !! Hebben dubbel spel gespeelt met ons sweapen en zenders plaatste ze voor petten sir maar boodschap is aangekomen
19:26
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Zo snel whahahahahhahahahahah ik ga kijken
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 9 Sep 2015 19:22
Wat staat op nieuws of nog niet zeker want hy is pas 20min geleden gaan slapen
19:29
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Nog niets
ongedateerd
[medeverdachte 16]
[betrokkene 24]
Dacht al dan zal zo wel komen live show voor ze vrouw kk verrader dubbelspel spellen hoerenzoon
Helemaal mee een sir helemaal eens prachtig hahahhaah
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 9 Sep 2015 19:33
Dacht al dan zal zo wel komen live show voor ze vrouw kk verrader dubbelspel spellen hoerenzoon
23 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:54
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Ik ga kijken maar blijft tricky sir. Een leverancier is in frankrijk als ik mij niet vergis dan zou u direct moeten halen door neefjes daar.
De standaard code veranderen.
Dat tata politie geen contact heeft met leverancier is niet te garanderen.
Ik niemand die het zelf in elkaar maakt.
Politie is scherp op trackers bij liquidaties sir !!!!
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 23 Sep 2015 07:46
Daarom heb ik die spyhond ook laten slapen sir! Zou u top trackers voor me kunnen regelen die te vertrouwen zyn
13:17
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Sir ken die leverancier niet. Je moet zo zien mensen doen graag dingen verdienen graag geld vinden het stoer met criminelen om te gaan maar als politie naar ze komt spugen ze alles uit. Het zijn normale zakenmensen die de lusten willen maar niet de lasten.
Garantie heb je als je zelf trackers kan maken want buiten jezelf is bijna niemand te vertrouwen
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 23 Sep 2015 08:01
Ok sir maar aub maak ze duidelyk geen vieze streken heb geen zin om die ook te laten slapen
De rechtbank ziet in de inhoud van deze berichten tussen [medeverdachte 16] en [betrokkene 24] van 9 september 2015 en 23 september 2015 bevestiging dat [medeverdachte 16] opdracht heeft gegeven voor de moord op [slachtoffer 1] . In die berichten laat [medeverdachte 16] immers onder andere weten dat aan de spyshop een duidelijke boodschap is afgegeven, dat die man twintig minuten geleden is gaan slapen en dat hij ‘die spyhond’ heeft laten slapen.
4.3.4.4 Voorbereiding aanslag op spyshop in periode van observeren [slachtoffer 1]
Vanaf 9 augustus 2015, en derhalve al in de periode dat [betrokkene 12] aan het observeren is, stuurt [medeverdachte 16] berichten aan [medeverdachte 11] waaruit blijkt dat er op dat moment ook al voorbereidingen worden getroffen voor een aanslag op de spyshop. In de dataset komen ongedateerde berichten van [medeverdachte 11] voor. Aangezien deze berichten passen als reactie op de desbetreffende berichten van [medeverdachte 16] , plaatst de rechtbank deze in datzelfde tijdsbestek. Uit de berichten van [medeverdachte 16] wordt duidelijk dat [medeverdachte 16] niet alleen wil dat het beoogde bij de spyshop werkzaam zijnde slachtoffer wordt vermoord, maar dat er ook een aanslag op de spyshop moet volgen.
Conclusie
De rechtbank acht de navolgende berichten relevant.
9 augustus 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
21:25
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Nee hoeft niemand te zyn sir gewoon zaak weg boodschap duidelyk is makkelyk weg te komen daar met auto
ongedateerd
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
Ja klopt vandaar , hij kent weg niet , dus is chauffeur mogelijk ? Anders heb die even tijd nodig
10 augustus 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
20:19
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Spreek prys af sir en gebruiksaanwyzing van
die bazook zit erop ! Vraag wat ie wilt zit op industrie meteen aan snelweg sir
20:56
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok vraag zorro even
20:59
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Laat hem gebruiksaanwyzing goed goed doornemen sir moet meteen goed gebeuren
15 augustus 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
15:47
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Hoe gaat daar verder nog nieuws iets byzonders??
ongedateerd
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
Nee maar die gast , wil 10 ik zei is goed , hij gaat plek kijken , maar piet zegt eerst slapen , dat had ik u nog niet doorgegeven meneer
15:58
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ja klopt hy zou al slapen maar head komt deze dagen terug sir dan bazook kan die jongen vast nu weg leren en u zeggen wat ie nodig heeft sir
ongedateerd
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
Ja daar gaat ie aan beginnen ik kon niet aan hem zeggen wat voor 1 het was want hij zegt er zijn 3 soorten bazok ? Van 2 weet ie er mee om te gaan ik zei zit gebruiks aanwijzing bij ?
Uit de voorgaande berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 16] [medeverdachte 11] instrueert om een duidelijke boodschap aan de spyshop af te geven en een prijsafspraak te maken met de persoon die dat met een bazooka moet gaan doen. Ook leidt de rechtbank hieruit af dat [medeverdachte 11] van [medeverdachte 12] heeft gehoord dat de man (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer 1] ) eerst vermoord gaat worden, dat er daarna een aanslag op de spyshop zal worden gepleegd en dat [medeverdachte 16] het hiermee eens is. De bespreking van die volgorde komt ook terug in de navolgende berichten.
22 augustus 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
18:47
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok sir en wat zegt u echt boodschap is al die werkers daar binnen zyn en doen gewoon fuck hun echt kk honden.
Conclusie
Hun hebben ons dit geflikt als myn keuze is sir doen terwyl die werkers binnen zyn kk tatas !! Nooit meer verraders of dubbel spel
ongedateerd
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
Ik kan u alleen maar gelijk geven , die man moet slapen , die man is veeeel te ver gegaan , alleen voorzichtig moeten we zijn dat is belangrijk meneer ! Dat ga ik overleggen , want ik zei tegen head er is niemand daar ! Hij zei me wel dat maakt hem niks uit
18:54
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Dan gewoon doen als hun daar zyn sir moet een duidelyke boodschap zyn sir echt veel tever vraag piet boek en ik hele ruzie die man gaf gewoon geld terug en ontkennen echt hond
ongedateerd
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
Ja piet heb me gezegd kan echt niet , dat is echt normaal slapen hoor ! Maar wat eerst gaat man slapen toch ? En daarna zegt u met baz als mensen daar zijn ??
18:59
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ja sir deze dagen man slapen dan baz als mensen daar zyn dan weet iedereen geen verrader tegen ons zyn echt tever sir die man heeft die cameras afluister zender alles by ons gezet trackers direct doorgevene facturen alles sir
19:23
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok sir want aub u moet nu echt alles over nemen aub nu is het aan u en weet wat u moet doen met geld en alles sir we zyn echt bazen nu dus gedraag u er na is ons levens werk!!!
19:25
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok pak pgp en sms me aub want ik wil alleen met u praten voortaan zodat u alles over neemt
De rechtbank merkt ten aanzien van de hier vermelde berichtenwisseling tussen [medeverdachte 11] en [medeverdachte 16] op 22 augustus 2015 op dat uit onderzoek aan de logbestanden waaruit de
e-mailberichten afkomstig zijn is gebleken dat de volgorde van deze berichten juist is weergegeven.
23 augustus 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
ongedateerd
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
Hoe gaat t menEer met u , ik ben met de head en hij vraagt hoeveel mensen kunnen er dan binnen zijn en zegt is anders dan dat er geen mensen zijn , maar hij vind het geen probleem
15:48
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Sir zullen max 2 a 3werkers zyn maar gaat om effect sir boodschap is duidelyk dan
16:19
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ja sir als op aankomt veel praten weinig actie ! Dan moeten we chauffeur vinden voor hem sir
die tatas moeten echt huilen om wat ze hebben gedaan en meteen duidelyk boodschap voor wie kroongetuige wil worden
16:23
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok sir die black moet er ook staan nu echt deze hele shit mede door die gasten autos terug geven vol gewoon echt ongelooflyk en nog vrolyk doorgaan alsof wy stront zyn en dit pikken! Desnoods laat ik me kleine ryden sir echt
8 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
06:28
[betrokkene 12]
[medeverdachte 12]
Ja er slapen 100 % mensen de man van die porche en zijn vrouw maar zie geen kind hahahaha ja bazooka gaat zeker er door een gahahaha
06:39
[betrokkene 12]
[medeverdachte 12]
Die dingen gaan er we'll dwars door heen. Is lastig sir met alles wat je wilt doen hebben hun een probleem boven
De rechtbank leidt uit deze berichten af dat [medeverdachte 16] , [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] zich realiseren dat er in de spyshop mensen aanwezig kunnen zijn als er een aanslag zou worden gepleegd.
Conclusie
[betrokkene 12] noemt in dit verband concreet ‘de man van die porche en zijn vrouw’ en ‘hebben hun een probleem boven’. Dit is echter geen beletsel om de aanslag te plegen. Ook voor de schutter is het volgens [medeverdachte 11] geen probleem als er mensen aanwezig zijn tijdens de aanslag. [medeverdachte 16] zegt dat er maximaal twee à drie werkers zullen zijn maar dat het gaat om het effect en dat de boodschap dan duidelijk is.
Deze berichten sluiten aan bij het feit dat spyshop-eigenaar 1 en zijn vrouw dan ingeschreven staan op het adres van de spyshop. Dat de spyshop een privégedeelte heeft is bovendien zichtbaar aan de buitenkant van het pand waar een bord hangt met daarop vrij groot de vermelding: ‘PRIVÉ’. Ook past het bericht van 8 september 2015 bij het feit dat spyshop-eigenaar 1 op dat moment een Porsche Cayenne op zijn naam heeft staan.
In verband met de beoordeling van de rol van [medeverdachte 11] merkt de rechtbank op dat zij de aangehaalde berichten van [medeverdachte 16] aan [medeverdachte 11] van 22 augustus 2015 leest in samenhang met de berichten die [medeverdachte 16] op 18 en 19 augustus 2015 aan [medeverdachte 11] heeft gestuurd.
18 augustus 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
23:31
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ja sir geen gewone DST mocro FBI en BMPJ voor 32moorden en al die wapens hebben ze ook op geschoven sir!! Ze hebben my op haar na gemist orders van koning om die kut wapens sir die kk tatas hebben my geneukt zwaar en span!!
23:56
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
We houden contact als ik op zodiac ga laat ik u weten sir!! En als wat gebeurt doe u best doorgaan peru ligt ook nog 220kg rasta weet alles hoe wat welke wegen sir
19 augustus 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
17:27
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Sir ik ben veilig ik ben span en niemand hoeft te weten alleen piet
De rechtbank concludeert op basis van deze berichten dat [medeverdachte 16] van Marokko naar Spanje (‘Span’) is gevlucht om aan arrestatie te ontkomen. Daartoe wijst zij erop dat de afkorting ‘DST’ volgens de politie vermoedelijk slaat op de Direction Générale de la Surveillance du Territoire, de Marokkaanse binnenlandse veiligheidsdienst. De omschrijving ‘mocro FBI’ wijst ook in de richting van Marokko.
De mededeling in het bericht van 22 augustus 2015 dat [medeverdachte 11] alles moet overnemen, laat zien dat [medeverdachte 16] steunt en rekent op [medeverdachte 11] als hij – kennelijk – met enige haast vertrekt uit Marokko naar Spanje. [medeverdachte 16] informeert [medeverdachte 11] daarover en verder hoeft, behalve [medeverdachte 12] (‘Piet’), niemand te weten dat [medeverdachte 16] in Spanje zit. Dit wijst erop dat [medeverdachte 16] vertrouwen heeft in [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] en bereid is zaken aan [medeverdachte 11] over te dragen die [medeverdachte 16] eerder zelf regelde.
4.3.4.4 Voorbereiding aanslag op spyshop in periode van observeren [slachtoffer 1]
Na de moord op [slachtoffer 1] gaan de voorbereidingen voor een aanslag op de spyshop verder.
4.3.4.6 Berichten over rolluiken
11 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
11:23
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Rolluik ?
11:28
[betrokkene 12]
[medeverdachte 12]
Ik weet we'll dat ze rol luiken hebben die doen ze ook elke dag omlaag maar die glas weet ik niks vanaf sir. Hmdl sir en met u
12:26
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Ok is goed dus dan wat moeten ze meenemen om ruit kapot te maken denkt u , en waar moeten ze hem gooien ?? Voor of achter ?
19:10
[betrokkene 12]
[medeverdachte 12]
Sir ree er net langs alle rol luiken voor en achter omlaag
19:29
[betrokkene 12]
[medeverdachte 12]
Is we'll lastig sir als ik het zo bekijk er zijn genoeg dagen dat ze rol luiken open laten.
Conclusie
Maar soms gooien ze alles dicht er is vast we'll een opening daar sir nee ik ree alleen langs de kanaal zag ik dat toevallig
19:47
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Ja ik ben r , ok kunnen ze die omhoog doen ?
20:17
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Ok zal ik even moeten kijken of dat lukt , maar is wel beste klopt wel , maar we kunnen toch wel weten of er een raam vrij is , want is toch alleen beneden ? En niet boven toch ???
12 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
08:55
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Het is toch alleen beneden ?? Niet boven toch ?? Als die rolluiken dicht zijn is het wel wat anders lijkt me ? Als ze makkelijk zijn niet natuurlijk ! En boven was open maar dat hoort niet bij de zaak ?
10:05
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Dat gaf spotter toch ook aan , soms rolluik dicht en vaker niet toch ? Of vind u ze moeten daar rolluik openen en raam kapot maken ?
De rechtbank leidt uit deze berichten af dat [betrokkene 12] , die op [slachtoffer 1] aan het spotten is geweest bij de spyshop, op verzoek van [medeverdachte 11] informatie geeft aan [medeverdachte 12] over de rolluiken bij de spyshop. Deze berichten sluiten aan bij het feit dat de spyshop rolluiken heeft. [medeverdachte 11] en [medeverdachte 12] spreken vervolgens onder andere over het kapot maken van een ruit en wat daarvoor nodig is.
4.3.4.7 Berichten over handgranaten en een bazooka
9 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
17:02
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Laten we kyken wat effect is met bazook sir dan is boodschap duidelyk !
17:04
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok appels dan hebben we die nog liggen??
17:05
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
U weet met appels sir moeten ze 1 st raam kapot slaan en na binnen gooien bazook afstand dwars er door heen en grote boodschap voor al die kk spyshops
17:07
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
Dat begrijp ik goed , maar we hebben die spy bekeken is gewoon letterlijk blik !
17:07
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Hebben we appels meneer, ik heb ander gezegd is veel beter
17:12
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok sir meteen duidelyk !! Check of we appels hebben
17:14
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Laat even weten wat nodig is en spreek duidelyk prys af afhandelen die kk verraders
17:17
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok sir wat u wilt als maar goed gedaan wordt
tito ook appels gebruikt maar moet raam 1 st kapot dan na binnen gooien als aan my ligt die bazook !! Meteen nieuws voor iedere kk verrader
17:23
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Ok dan moeten we dat wel fix
18:48
[medeverdachte 12]
[medeverdachte 16]
Wij hebben geen appels meer
18:57
Conclusie
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Sir we hebben geen appels ik ga snel checken of we iets goeds kunnen regelen
19:07
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Heb appels geregelt hoeveel moet ik nemen
19:08
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 16]
2 is goed meneer
19:11
[medeverdachte 16]
[medeverdachte 11]
Ok sir
Uit de berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 16] met [medeverdachte 11] bespreekt dat de aanslag op de spyshop wat hem betreft het beste met een bazooka kan worden gedaan. De optie om de aanslag met handgranaten te doen wordt echter ook verkend. Omdat [medeverdachte 12] laat weten dat er geen handgranaten meer zijn, regelt [medeverdachte 16] dat handgranaten worden besteld. [medeverdachte 16] stemt de bestelling af met [medeverdachte 11] .
4.3.4.8 Berichten over afgeven handgranaten
10 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:56
[medeverdachte 12]
1729661703@
ennetcom.com
Goedenmiddag bro,alles goed? Heb je een adress voor mij? dan stuur ik iemand om die appels op te halen.
12:57
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Geen probleem sir. Snitchen moeten slapen
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 10 Sep 2015 14:51
My jongen gaat zo mailen na die email en stemmen ze af ok sir dank u!!
13:08
[medeverdachte 12]
1729661703@
ennetcom.com
16.00u kan die daar zijn ongvr.
13:10
[medeverdachte 12]
1729661703@
ennetcom.com
Zilveren citroen bro
13:32
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Wat voor 1 is het motorscoorter toch ? Of motor ?
13:33
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Appels kan wel meteen , maar motor denk ik beter wanneer ze gaan want ik heb morgen met ze afgesproken ?
13:56
[medeverdachte 12]
1729661703@
ennetcom.com
Rustig bro,nog 10km dan is die er
14:04
[medeverdachte 12]
1729661703@
ennetcom.com
Hij staat er
14:10
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Afgegeven sir
14:14
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Ik bedank u ook
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 10 Sep 2015 16:10
Dank u sir
Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 16] bij [betrokkene 24] handgranaten bestelt, dat [betrokkene 24] daartoe de contactgegevens verstrekt waarna [medeverdachte 12] met dat (onbekend gebleven) contact via PGP-communicatie afspraken maakt om de handgranaten te laten ophalen door iemand met een zilveren Citroën. Dat de handgranaten ten behoeve van [medeverdachte 16] zijn afgeleverd volgt in ieder geval uit het bericht van [betrokkene 24] aan [medeverdachte 16] van 14:10 uur.
Conclusie
Uit het navolgende bericht van 12 september 2015 kan worden afgeleid dat [medeverdachte 11] met [medeverdachte 12] bespreekt dat [verdachte] handgranaten in ontvangst zal gaan nemen en ze zal verstoppen.
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
17:26
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Ja is goed , tal neemt die appels aan en verstopt ze
De rechtbank wijst verder op de volgende berichten van 20 en 21 september 2015.
20 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
22:01
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Had al iemand erop gezet en had dagen geleden antw moeten hebben maar zal t wel vergeten zijn. Ik stuur een reminder uit
-----Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 20 Sep 2015 16:51
Sir heb even u hulp nodig wapens vesten bazooka glock etc aub met spoed sir ik betaal wat het kost
22:33
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Hoeveel v wat ?
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 20 Sep 2015 17:26
Sir heb ze echt direct nodig !! Leg u later uit
21 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:45
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Ak's ook?
-----Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 21 Sep 2015 05:39
Goedendag sir ! Vesten 10stuks!
Handwapens 10stuks sir!
10:53
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Wil j weer oorlog beginnen terwijl je rustig zou doen.
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 21 Sep 2015 05:47
Geen probleem sir en extra kogels magas aub!!
11:01
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Ok sir hoeveel Ak's
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 21 Sep 2015 05:54
Nee sir is gewoon dingen doen die andere horen te doen als ik het niet doe wie dan mensen denken capos te zyn omdat ze geld hebben en beter hun moeders huilen dan onze sir!!
23:06
[betrokkene 24]
[medeverdachte 16]
Inshallah bro
------Origineel bericht------
Van: Gap
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 21 Sep 2015 17:31
Sir ik kan niet wachten maak er 10kalas van 15vesten 15hand en aub 10appels en bazook als er is !!
De rechtbank leidt uit deze berichten af dat [medeverdachte 16] bij [betrokkene 24] bestellingen doet voor wapens, waaronder handgranaten en indien mogelijk een bazooka.
Conclusie
4.3.4.9 Berichten over PGP-toestel voor [verdachte]
De volgende berichten van 12 september 2015 tot en met 15 september 2015 acht de rechtbank relevant.
12 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
17:00
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Beter dan ook bb voor tal meteen
13 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
12:25
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Hoe gaat t meneer heb u al de bb voor tal ?
14:51
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Nee ik ben niet met hem , hij is met [betrokkene 25] dus kan hem wel bereiken
16:24
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Die jongen is vertrokken waar moet ie wezen
17:09
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Die gene heeft douglas tasje sir. Corsa.
17:28
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Hij is er ook met 1min.
17:29
[medeverdachte 11]
ya23zh76f1@
ennetcom.biz
Hij is er over 1 minuut meneer
18:46
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Sir code was 123tyu
18:53
[medeverdachte 11]
[medeverdachte 12]
Ja hij heb 5x verkeerde code gedaan
14 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:08
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Sir onder, dit moet u effe doen.
-----Origineel bericht------
Van: helpdesk1
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Re:
Verzonden: 14 Sep 2015 07:55
Hij is dus nu al zijn ww vergeten? Als hij het standaard 123tyu al veranderd heeft , dan is er niets aan te doen. Dan moet hij 10x verkeerde password invullen zodat ie wordt gewist en moet ie geherprogrammeerd worden.
-----Origineel bericht------
Van: Junior
Aan: Ennetcom Support
Onderwerp:
Verzonden: 13 Sep 2015 20:57
Sir, deze pers heeft 5x verkeerde ww gedaan. Wat valt aan te doen?
8931162112011686750
761944BC9N@ennetcom.biz
P.s heb m een uur geleden afgegeven.
15:50
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
10 verkeerde ww en dan kan ik m herstellen.
Conclusie
15:53
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Oke sir ga m laten fixen.
17:07
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Ik heb die bb weer nodig om zelf te herprogrammeren sir? Hoor ik net 2min geleden.
15 september 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:55
[betrokkene 11]
[medeverdachte 11]
Hallo sir, alles rustig. Hij doet het.
Uit bovenstaande berichten leidt de rechtbank af dat op initiatief van [medeverdachte 11] een PGP-telefoon (‘bb’) voor [verdachte] (‘Tal’) wordt geregeld. [betrokkene 11] regelt dat [medeverdachte 15] (‘Corsa’) het PGP-toestel aflevert en geeft aan [medeverdachte 11] door dat [medeverdachte 15] er met één minuut is. Op zijn beurt geeft [medeverdachte 11] dit weer door aan een onbekend gebleven contact. Kort nadat het PGP-toestel is afgeleverd is vijf keer het verkeerde wachtwoord ingevoerd, waarna [betrokkene 11] ervoor zorgt dat het toestel opnieuw wordt geprogrammeerd en het weer doet. [betrokkene 11] geeft dat door aan [medeverdachte 11] .
4.3.4.10 Berichten over stallen auto met valse kentekenplaten en regelen bazooka
De volgende berichten van 10 oktober 2015 tot en met 16 oktober 2015 acht de rechtbank relevant.
10 oktober 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
20:55
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Zodra we auto hebben en die bazooka
20:58
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Nik heb ik niet meer kunnen sprken ik heb nu wel contact met hem wnr kan u die auto regelen
13 oktober 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
22:31
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Oke ik kreeg 15 minuten geleden bericht van hem. kunnen ze donderdag aangepakt worden zodat we gelijk kunnen gaan
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 00:29
Goed sir,ik kan niet terug reageren op nik,ik kreeg net een bericht binnen van hem.ik vroeg hem wanneer ze die auto en baz willen aanpakken want donderdag willen ze gaan.
22:36
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok dat moet ik ff afstemmen met die vriend uit rotje zal ik dat morgen aan u laten weten
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 00:35
Ok want dan moet er afgestemd worden waar en wanneer ze die auto en baz willen hebben,en een tijdstip?
22:41
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Kan het daar in de buurt sir? Of ver van daar?
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 00:40
Ja is goed dan moet u een top adress geven waar die auto neer gezet kan worden.dan geef ik alvast door donderdag willen ze gaan.
22:45
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja is goed ik ga het morgen afstemmen met die van rotje.
Conclusie
Het is inderdaad alleen baz en auto
22:49
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Is goed sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 00:48
Ok is goed hij moet ergens aangepakt worden en waarschijnlijk zetten die andere jongens hem neer met sleutel op de band dan moet iemand hem op pikken en op een andere plek neer zetten sir.
Waar in de berichten de naam ‘nik’ voorkomt gaat de rechtbank ervan uit dat daarmee [medeverdachte 11] wordt bedoeld. Uit het dossier volgt namelijk dat [medeverdachte 11] onder de namen ‘Nick’ en/of ‘Nik’ (en varianten daarop) door andere PGP-gebruikers wordt opgeslagen.
14 oktober 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
17:00
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Yo hoe gaat het sir is goed maar kunnen ze ons zeggen hoe die baz werkt
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 18:56
Bent u daar sir??
17:04
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok want die head stuurde dit aan mij vandaag
17:04
[verdachte]
[medeverdachte 12]
------Origineel bericht------
Van: Jay3
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 16:32
Maar ze moeten ons wel laten zien hoe het werk
17:05
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik ga rijden met 2 heads en hun gaan die ding doen
17:06
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik kan het aannemen sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:06
Dus dan geven we het aan u en u geeft auto en baz aan heads of heeft u iemand anders die het kan aan pakken.
Conclusie
Maar die jongens moeten die heads niet zien.dat is het beste!!
17:08
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik moet we'll weten hoe dat ding werkt want die head weet het ook niet
17:11
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja ik snap het ook niet sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:10
Moment ik ga vragen
17:12
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Oke dan sir
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:11
Onder!
-----Origineel bericht------
Van: KL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:11
Sir staat duidelyk handleiding erop sir !
17:16
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir moet dat nu? Of kan ik ook later aan u doorgeven want ik moet ff iemand helpen nu
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:14
Onder! Geef mij duidelijk aan waar,wanneer en hoelaat u hem wilt hebben!dan brnegt u hem naar een adress later van waar jullie willen gaan bv!
-----Origineel bericht------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Re:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:12
Gaat goed vriend en met u? Ja zeker staat klaar vriend! Laat even op tijd weten, hij staat ergens binnen en het liefst in de avond uren aub! En hij staat iets van 80 km van utrtecht nu!
------Origineel bericht------
Van: SIR
Aan: SELF TEST
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:02
Hoe gaat het sir? Ik heb begrepen u heeft een rs4 klaar staan en een baz.ik laat u weten wanneer en hoelaat ze hem kunnen aanpakken.
18:02
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Sir die auto kan morgen rond 9 uur in de avond bij zo een overdekte parkeer plek in fokkesteeg iedereen kan daar parkeren en het is dicht. Het is graaf karellaan. En die baz wordt die apart gegeven? Die kan ik aannemen wnr het kan sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 19:19
Geef mij alles ruim van te voren aan! Dat ik het kan aangeven dan regelen ze alles sir.als u hem vanavond wilt moet ik het zo weten.en als u het morgen wilt kan het ook later maar u kunt mij we'll alvast een tijd geven hoe laat u hem wilt aan pakken en weg zetten toch?
18:05
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik ben net geweest het is rustig plek sir en het is in de buurt dan kunnen we meteen gaan wat vindt u sir?
18:08
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Oke sir dan gaan we het ergens anders aanpakken ik ga een plek zoeken
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 20:07
Ik heb me twijfels of het daar goed is sir,u moet hem ergens aan pakken en wegzetten sir, dus niet aan pakken en vanuit die plek gaan sir.dan kan absoluut niet
18:15
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Nee liever ergens anders aanpakken dan zet ik het zelf daar sir
19:22
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Is goed sir die baz neem ik in de middag en ik heb nog geen nieuwe adres
19:38
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Het adres is graaf karellaan wnr komt die jongen sir ook morgen?
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 21:37
Ok dan 21u daar bij die garage heeft u dan nog een x die adress voor mij.
Conclusie
En die baz laat ik brengen door een van mijn jongen die ook die appels toen had gegeven.
19:46
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Is goed sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 21:45
Morgen om 21u voor die auto is dat sir voor die baz laat ik u nog weten.maar ik moet nog op bevestiging wachten met die gene die auto afgeeft. Dus het adress kan gewijzigt worden.
20:21
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Sir het is graaf karellaan
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 14 Okt 2015 22:20
Onder sir!
------Origineel bericht------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Re:
Verzonden: 14 Okt 2015 22:20
Ja dat is top vriend, zo gaan we het doen! Sleutel op de linker voorband.. En ik geef u een seintje als ie er staat en dan pas die jongens der op af te sturen hem weg te rijden aub!
------Origineel bericht------
Van: SIR
Aan: SELF TEST
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 22:18
Ok top sir ,het adress waar auto gezet kan worden is : graaf van karellaan,Nieuwegein om 21u.Hoe doen we het ? Sleutel op de linker voorband??
20:25
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Is goed sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 22:24
Ok ik geef het door,zorg wel dat u in de buurt bent,en dat ze u absoluut niet zien ok??dan geef ik u een seintje wanneer u hem gelijk kan pakken.
20:27
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 14 Okt 2015 22:26
------Origineel bericht------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Re:
Verzonden: 14 Okt 2015 22:25
Ok super, komt goed! Is een grijze rs je.. Sedan duidelijk herkenbaar..
-----Origineel bericht------
Van: SIR
Aan: SELF TEST
Onderwerp:
Verzonden: 14 Okt 2015 22:23
Ok top! Correctie. Graaf karellaan,Nieuwegein.
Conclusie
Is onder een dek.
15 oktober 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:38
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Kan die naar lunet komen sir of zal ik ergens anders afspreken?
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 15 Okt 2015 12:37
Goed sir ik ben aan het afstemmen voor die baz.heeft u voor mij een adress waar het afgegvn kan worden.dan geef ik u zo een tijd door hoe laat hij daar is.
10:40
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Is goed sir dan neem k het in lunet aan moet ik hem die appel terug geven want ik heb nog eentje liggen hier en 2 heb ik begraven
10:48
[verdachte]
[medeverdachte 12]
[adres]
10:52
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 15 Okt 2015 12:52
-----Origineel bericht------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Re:
Verzonden: 15 Okt 2015 12:51
Ja vriend, die zitten der op! Moet ze even goed door nemen!
------Origineel bericht------
Van: SIR
Aan: SELF TEST
Onderwerp:
Verzonden: 15 Okt 2015 12:48
Sir een vraag,zit er een gebruiks aanwijzing op die pijp?
13:36
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir ik ben er ook
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 15 Okt 2015 15:35
-----Origineel bericht------
Van: BiG BoL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 15 Okt 2015 15:30
Hij is bijna bij het adres bro waar afgegeven moet worden
13:47
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik heb hem sir
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 15 Okt 2015 15:43
------Origineel bericht------
Van: BiG BoL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 15 Okt 2015 15:38
Me jongen staat er bro zilveren citroen c3
19:54:16
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik heb die head gezegd om 9 uur krijg ik doe auto vanavond en vorige week wist ie al dat we vanavond zouden gaan maar hijj heeft geen vervoer dus ik wacht op zijn reactie ik heb hem net weer gemaild ik heb jerrycans thuis sir
19:54:47
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Die head moet ook nog die pijp goed bekijken
20:35
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik ben met hem aan het mailen nu
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 15 Okt 2015 22:33
Wat zegt nik dan??
21:03
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Hij zeg dan morgen want hij kan die head ook niet bereiken sir
21:26
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik heb ff gekeken sir die tekst is in het russich ik weet niet precies hoe die werkt die head zou dat doen
21:47
[verdachte]
[medeverdachte 12]
is goed sir ik ga alvast die kant lopen
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 15 Okt 2015 23:45
Onder ik meld u als u kan gaan
------Origineel berich
Conclusie
t------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 15 Okt 2015 23:45
Die auto staat er al, ze zijn alleen even snel die sleutel goed gaan schoonmaken! Die plaatsen ze zo boven de linker voor band! Ik mail u direct als die er staat die sleutel!
22:20
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok is ik ga nu nog keer
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 16 Okt 2015 00:19
------Origineel bericht------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Re:
Verzonden: 16 Okt 2015 00:19
Koppeling in gedrukt houden, en starten met en start knop naast de schakkelbak en handrem! Werkt met start knop!
-----Origineel bericht------
Van: SIR
Aan: SELF TEST
Onderwerp:
Verzonden: 16 Okt 2015 00:17
Ok ik laat u weten
22:27
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik heb hem verplaatst naar zandveld sir
22:31
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 16 Okt 2015 00:31
------Origineel bericht------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own Onderwerp: Re:
Verzonden: 16 Okt 2015 00:31
Top vriend, succes! Ik heb ze nieuwe plate late trekken uit apeldoorn.. Dus zitten platen uit apeldoorn op nu!
-----Origineel bericht------
Van: SIR
Aan: SELF TEST
Onderwerp:
Verzonden: 16 Okt 2015 00:27
Is gelukt sir
Uit de voorgaande berichten leidt de rechtbank af dat [verdachte] en [medeverdachte 12] de afgifte van een auto en een bazooka aan [verdachte] met elkaar afstemmen. [medeverdachte 5] (‘Szz’), heeft een auto (een grijze Sedan RS4) geregeld die wordt afgeleverd op de plek die [medeverdachte 12] aan hem heeft doorgegeven. [medeverdachte 5] geeft instructies over het starten van de motor als dat aanvankelijk niet lukt. Hij heeft ook geregeld dat er valse kentekenplaten op de auto zijn geplaatst. [medeverdachte 12] is in deze afstemming de schakel tussen [medeverdachte 5] en [verdachte] . [medeverdachte 12] geeft [verdachte] het seintje als de auto er staat en geeft door dat de sleutel op de linker voorband ligt. [verdachte] heeft de auto verplaatst. In de berichten komt ook naar voren dat [verdachte] beschikt over jerrycans, wat erop duidt dat het plan is de auto later in brand te steken.
De inhoud van het PGP-bericht over de kentekenplaten uit Apeldoorn wordt bevestigd in het onderzoek. Zoals hierna nog aan de orde komt crashen [medeverdachte 13] en [verdachte] op 19 oktober 2015 met een auto, merk Audi, type RS4 in de buurt van de spyshop. Op deze Audi, die gestolen blijkt te zijn, zitten kentekenplaten die afkomstig zijn van een Fiat Panda uit Apeldoorn. De eigenaar van deze kentekenplaten doet op 15 oktober 2015 aangifte van deze diefstal.
Wat de bazooka betreft leidt de rechtbank uit de berichten af dat [verdachte] deze in ontvangst neemt na afstemming daarover met [medeverdachte 12] (‘ik heb hem’). [verdachte] geeft aan [medeverdachte 12] door dat de schutter de bazooka (‘die pijp’) nog goed moet bekijken, dat [verdachte] zelf niet precies weet hoe de Bazooka werkt en dat de gebruiksaanwijzing van de bazooka in het Russisch is. Het lukt [medeverdachte 11] niet om contact te krijgen met de schutter, waarna de actie wordt uitgesteld.
16 oktober 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:36
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik weet het sir ik vind het ook fucked up ik wou ook dat we de eerste keer gingen maar het ging niet sir.
Conclusie
Ik ga kijken of ik garage kan fixen of zal ik het weer verplaatsen omdat ik weet niet of ik garage kan regelen sir zo snel.
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own Onderwerp:
Verzonden: 16 Okt 2015 12:30
Ja rustig,sir als jullie vanavond niet gaan moet die auto in een garage gezet worden.is een risico die auto buiten zetten
,politie,dieven etc.auto heeft 4500 gekostdus kijk of je een box kan regelen.die andere ging te x tegen mij,we brengen auto's,motoren ,appels ,baz kost allemaal veel pap en nog steeds nix!!
13:43
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Sir het is echt moeijlijk om nu gelijk een box te vinden man
14:19
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja ik begrijp u sir maar ik kan echt niemand vinden die het op zn naam wil zetten
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 16 Okt 2015 15:47
Ja boxen zijn er wel maar moet naam hebben! Dat is we'll een belangrijke punt.
15:02
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Ben onderweg sir
15:03
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Is hij vers of staat hij al tijd buiten
Al nieuwe platen erop
15:05
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Die head is tot 10 uur aan het werk sir ik kan hem alleen laten bellen door [betrokkene 25]
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 16 Okt 2015 17:03
Onder wanneer gaan jullie
-----Origineel bericht------
Van: KL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 16 Okt 2015 17:02
Ok sir maar die gasten die zouden gaan wat zeggen die ??? Dit kan toch niet sir 2x en niet gaan risco bazo motor auto gewoon heel duidelyk gaan ze of niet sir
19:28
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Box niet wielen waarschijnlijk we'll Box moge llatste adres anders heb ik niet ok
22:04
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja sir zeker ik ben nu met die head aan het mailen hij gaat kijken als die deze kant op komt en zodra ik vervoer heb haal ik hem meteen op
22:19
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik weet het sir ik baal ook als de kanker
Uit deze berichten leidt de rechtbank af dat [medeverdachte 12] [verdachte] opdraagt een geschikte box te regelen om de auto te stallen omdat de auto niet zo lang buiten kan blijven staan. Daarbij laat hij weten dat ‘die andere’ boos is (‘ging te x tegen mij’) omdat – zo begrijpt de rechtbank – onder andere de auto, de bazooka en granaten zijn geleverd, dat dat al veel geld heeft gekost maar er nog steeds geen resultaat is. ‘Die andere’ duidt hoogstwaarschijnlijk op [medeverdachte 16] (‘KL’ in het door [medeverdachte 12] aan [verdachte] doorgestuurde bericht met tijdsaanduiding 17:02 uur, wat de rechtbank als een afkorting van Kleine beschouwt). Ook [medeverdachte 13] is kennelijk gevraagd of hij een box kan regelen, maar hij laat weten dat dat (nog) niet is gelukt. Uit de berichten die op 15 en 16 oktober 2015 tussen [verdachte] en [medeverdachte 12] worden gewisseld volgt, kort gezegd, dat [verdachte] geen contact met de head kan krijgen en dat de actie tot twee keer toe is uitgesteld.
Conclusie
De volgende berichten van 17 oktober 2015 acht de rechtbank relevant.
17 oktober 2015
Tijdstip
Verzender
Ontvanger
Bericht
10:32
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Yo senor die rs4 is hij gespot of helemaal niet gezien
Me vriend zegt gooi anders de fik erin Hij zegt ik weet ik krijg m voor weinig maar als hij gespot is dan beter de fik erin
10:42
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Hahaha jij gek maar nooit gedaan maar als moet gaan we
Die boy die op de rechtbank heeft geschoten heeft 18 jaar gekregen he je weet
10:43
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Maar ik heb nog nooit met zon ding gewerkt haahaha
Heb niet in t leger gezete hhahaha
10:46
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
op mensen of wat ik kan we'll gaan toch
10:54
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Oke dan sir we zouden 5000 per man krijgen
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 12:51
Sir ik heb iemand die met u mee gaat!! Ben ik nu aan he regelen! Wat had nik met jullie afgesproken kwa prijs?
11:08
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir hoe laat komt hij naar mij
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 13:06
Sir dan stuur ik hem zometeen naar u toe kunt u hem alles laten zien en uitleggen!hij is ook een slimme gast sir!
11:32
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Ben ik weer zal ik hem mailen of geef mijn mail aan hem
11:38
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Kan hij goed rijden
11:40
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 13:35
Onder zijn nr kunnen jullie afstemmen
11:54
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Yo ik kan maar 1 actie maken appel of baz wat moet ik doen
U weet die baz boy van adam heeft 18 jaar dan prijs beetje bijstellen
14:03
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Yo ik kan niet meer langs huis kan jij iemand sturen voor muts en handschoenen
16:29
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik ben met depie sir
16:32
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Is goed sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 18:30
Ok top! Leg hem alles goed uit! Hij heeft ook wel verstand van aanpakken sir!
17:10
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Sir we zijn alles aan het bespreken en we zijn niet helemaal zeker over de overstap
17:12
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Hij zegt de hij de overstap te riskant vindt omdat die auto is geen dubbel kentek
Conclusie
en.
17:13
[verdachte]
[medeverdachte 12]
We willen met die baz omdat appels gaat te lang duren en niet genoeg schade inrichten door die rolluiken
17:17
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Hij kent de pand al sir
17:21
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja hij weet waar de rolluiken zitten maar die overstap is een probleem sir ook niet met andere plaat omdat de auto op de rijders naam staat
17:25
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik weet het sir ik heb ook gezegd dat het vandaag moet maar we hebben net met dep gesproken hij is niet eens met de overstap hij zegt cancelen sir
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 19:24
Ja maar moet vandaag sir!! Dan maar kentken platen erop gooien .dan hebben ze ook geen bewijs ! Toch ?? We zijn al maanden bezig zoveel geld risico voor nix! Die andere is al laaiend!
17:44
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Depie
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 19:43
Ik probeer nu een overstap te regelen ok??
17:50
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ja bezine heb ik sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Depie
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 17 Okt 2015 19:47
Onder!!
------Origineel bericht------
Van: KL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 19:47
Maar zeg hem dat ie dan zeker vandaag gedaan moet worden want anders 2fietsen buiten sir! En hebben ze benzine vol en om fiets in fik te steken?
19:42
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
We gaan gewoon extra pap altijd leuk maar ik zeg t richt weinig schade aan bas met dat rolluik snap u
En dan nog appeltje gooien duurt te lang toch
Of bas en appeltje
19:46
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Ok ik doe bas maar ga gelijk weg snap u
19:48
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Dep weet het sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 21:32
Weten jullie hoe baz werkt dan??
19:50
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ik ben aan het kijken sir
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Depie
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 17 Okt 2015 21:49
Onder die 335 geen platen
-----Origineel bericht------
Van: KL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 21:48
Hy moet platen hebben heb gekeken by iemand anders wacht op antw sir dus laat hem ook oplossing bedenken
20:26
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Wij hebben ze ook nog niet sir
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Depie
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 17 Okt 2015 22:24
Onder dus alleen rs4 hebben we.
-----Origineel bericht------
Van: KL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 22:23
Die man heeft hem ver sir en geen platen
20:35
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Ok dus vandaag cancelen en moge klaren
20:42
[verdachte]
[medeverdachte 12]
en [medeverdachte 13]
Conclusie
Moet ik die rs verplaatsen sir?
-----Origineel bericht------
Van: P
Aan: Depie
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 17 Okt 2015 22:38
Onder die van 335 reageert nu niet dus houd het op morgen!sta paraat!
------Origineel bericht------
Van: KL
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 22:37
Ja als niet anders kan sir kk zooi gewoon misschien kan ik nog auto pakken maar hy reageert niet kk zooi
21:05
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Is goed sir
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Depie
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 23:02
Sir ik krijg adress door kunnen jullie golf 6 ophalen!in zaandam!!
21:20
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Sir hij heeft toch we’ll goede platen he
21:27
[verdachte]
[medeverdachte 12]
en [medeverdachte 13]
Kan die in [adres] [plaats] afgegeven worden sir het is in [plaats] als je snel weg af komt meteen eerste straat
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Depie
Aan: Eigen/own
Onderwerp:
Verzonden: 17 Okt 2015 23:21
Ja dat wordt nu gelijk geregeld sir! Voor hoe laat wilt u hem hebben en heeft u een adress of overleg met tali waar u hem wilt hebben. Ze wachten op mijn antw namelijk!
22:39
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Yo sir ik zie dat ding nu hij is fucking eng en ik kom niet uit de hanleiding
22:40
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Ok sir ik ben nu met deb hij is niet helemaal zeker over de baz sir
22:41
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
We gaan over naar appel
22:49
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Hahah a
Sir dat ding is oud man ik wilde bas doen maar ik kom niet uit 3 stappen van de 9
22:55
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Ja luister ik zie appels
2 goed eentje ken ik niet
23:12
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
In ieder geval we willien niet nu meer t is te laat overal ook bij de overstap is stil
Dan zijn wij als enigste op de weg snap u
En nu u t zegt 6 uur kan ook niet
Nu hebbe we twee wielen dus beste na moge rond 23.00 snap u
23:13
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Ik wilde bas doen maar ik kom er niet uit dat is levensgevaarlijk als je niet weet waar je mee bezig bent
En ik vind m oud eng snap u
23:13
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Als ik eruit was gekomen dan ok maar nu snap ik een derde niet
23:14
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Beter na moge
Dan goed voorbereid
23:18
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Die bas valt nu af
Nu moete we appels goed doen
Dat is ook niet makkelijk snap u
En we willen goed doen
23:19
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Je gooit appel
Dan die klap doet nix met die rolluik snap u
Dus luik moet eerst weg dan kunnen we appel doen snap u
23:20
[verdachte]
[medeverdachte 12]
Conclusie
Moet ik hem ver zetten of kan in de buurt sir?
------Origineel bericht------
Van: P
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 18 Okt 2015 01:19
------Origineel bericht------
Van: Szz new
Aan: Eigen/own
Onderwerp: Fw:
Verzonden: 18 Okt 2015 01:18
Onder !
------Origineel bericht------
Van: IPI
Aan: SELF TEST
Onderwerp: Re:
Verzonden: 18 Okt 2015 01:17
Nifo die auto staat eral.. Het is een sedan en een diesel nifo en tank is net niet op de helft.
------Origineel bericht------
Van: Brd
Aan: lp
Onderwerp: Re:
Verzonden: 18 Okt 2015 01:11
Ok top nifo, dankje.. Laat weten als die er staat! En vraag of ze de sleutel bij de linker voorband der op kunnen doen aub!
-----Origineel bericht------
Van: IPI
Aan: SELF TEST
Onderwerp:
Verzonden: 18 Okt 2015 01:10
Die auto is donkerblauw nifo
23:38
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Slijptol op benzine
23:39
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Je maakt deurtje
Dan raam kapot dan appels erin dan weg
Dan switchen na huis en pap vangen en iedereen blij haha
23:42
[medeverdachte 13]
[medeverdachte 12]
Ja sir dat doen we altijd echt goed vraag maar aan al die boys
In de berichten van 17 oktober 2015 wordt tussen [medeverdachte 13] , [verdachte] en [medeverdachte 12] onder andere gesproken over de overstapauto (de rechtbank begrijpt: vluchtauto). Daartoe is een auto geregeld (een ‘335’), alleen heeft die nog geen kentekenplaten. Hoewel [medeverdachte 13] om de gegevens van de auto vraagt lijken die niet te worden verstrekt en het lukt niet om kentekenplaten te maken. Er is echter een alternatief geregeld – een Volkswagen Golf 6 die in Zaandam kan worden opgehaald. Ook vraagt [medeverdachte 12] [verdachte] wat hij met [medeverdachte 11] over een prijs heeft afgesproken waarop [verdachte] antwoordt dat € 5.000,- per persoon is afgesproken. [medeverdachte 13] wijst [medeverdachte 12] erop dat die jongen die met een bazooka op de rechtbank heeft geschoten een gevangenisstraf van achttien jaren heeft gekregen en de prijs een beetje moet worden aangepast. In een later bericht schrijft hij aan [medeverdachte 12] dat extra ‘pap’ (de rechtbank begrijpt: geld) altijd leuk is. Kennelijk heeft [medeverdachte 13] om een extra beloning gevraagd aan [medeverdachte 12] en is hem dat ook toegezegd. Dat inderdaad een hoger bedrag is bedongen wordt ondersteund door het hierna weer te geven PGP-bericht van [medeverdachte 12] aan [verdachte] in de nacht van 17 op 18 oktober 2015 (‘15duzu voor 2 personen’).
Verder laat [medeverdachte 13] aan [medeverdachte 12] weten dat hij bereid is met een bazooka op de spyshop te schieten, ook als daar mensen aanwezig zijn. Omdat [medeverdachte 13] de gebruiksaanwijzing van de bazooka onvoldoende begrijpt laat hij [medeverdachte 12] weten dat wordt overgegaan op handgranaten (‘appels’). [verdachte] heeft eerder al aan [medeverdachte 12] laten weten dat hij bij [medeverdachte 13] is en dat [medeverdachte 13] niet helemaal zeker is over de bazooka. [medeverdachte 13] zegt tegen [medeverdachte 12] dat hij handgranaten ziet, dat er twee goed zijn en hij de andere (de rechtbank begrijpt: handgranaat) niet kent. Ook vraagt [medeverdachte 13] aan [medeverdachte 12] om iemand te sturen die de muts en handschoenen bij [medeverdachte 13] thuis kan ophalen.
Het PGP-bericht over ‘muts en handschoenen’ van [medeverdachte 13] aan [medeverdachte 12] sluit aan bij de onderzoeksbevindingen na de (nog verder te bespreken) crash op 19 oktober 2015 van [medeverdachte 13] en [verdachte] . Daarbij is namelijk vastgesteld dat [verdachte] een bivakmuts droeg en dat naast de gecrashte Audi én in de Audi een bivakmuts werd aangetroffen. Ook lagen zwarte handschoenen naast de plaats waar [medeverdachte 13] door de diensthond werd gevonden. Gelet daarop stelt de rechtbank vast dat [medeverdachte 13] aan [medeverdachte 12] vraagt of hij iemand kan sturen om een bivakmuts en handschoenen op te halen ten behoeve van de aanslag, omdat [medeverdachte 13] zelf niet meer langs huis kan.
Uit de berichten volgt ook dat [medeverdachte 5] (‘Ssz new’) aan [medeverdachte 12] heeft laten weten dat er een donkerblauwe Sedan klaar staat.
Uit de berichten volgt (ten slotte) dat het de bedoeling is dat eerst een ‘deurtje’ (de rechtbank begrijpt: een gat in het rolluik) gemaakt wordt en dat vervolgens het raam kapotgemaakt wordt waarna de handgranaten naar binnen worden gegooid. Ten behoeve van het maken van het gat in het rolluik wordt gesproken over een slijptol op benzine.