Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-09-10
ECLI:NL:RBAMS:2024:5581
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,789 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 24/771
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 september 2024 in de zaak tussen
[eiser] uit Amstelveen, eiser
en
Forensisch Medische Maatschappij Utrecht Advies B.V. (FFMU) , verweerder
(gemachtigde: [gemachtigde] .
Inleiding
1.1.
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (hoog pkb).
1.2.
Eiser woont in Amstelveen en zit in een rolstoel. Hij wil graag zijn 96-jarige moeder wekelijks bezoeken in een woonzorglocatie in [woonplaats] . Hiervoor heeft eiser een aanvraag gedaan om in aanmerking te komen voor een hoog pkb. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 10 december 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 januari 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.3.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de broer van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling
2.1.
De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser om een hoog pkb mocht afwijzen. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
2.2.
De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2.3.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Standpunten van partijen
3.1.
Verweerder heeft de aanvraag van eiser om een hoog pkb afgewezen. Op grond van het medisch advies van een arts is geconcludeerd dat eiser in staat is om al dan niet met begeleiding en/of een hulpmiddel met de trein te reizen. Om die reden voldoet eiser volgens verweerder niet aan de voorwaarden van het ‘Indicatieprotocol hoog persoonlijk kilometerbudget’ (het Protocol) om in aanmerking te komen voor een hoog pkb.
3.2.
Eiser is het daar niet mee eens en voert aan dat het voor hem niet mogelijk is om met de trein te reizen. Er is geen begeleider beschikbaar. Eiser vindt dat het onderzoek van de arts onzorgvuldig is geweest. De arts heeft eiser niet gezien en hem alleen maar telefonisch gesproken.
Mocht verweerder de aanvraag van eiser afwijzen?
4.1.
De rechtbank kan eiser niet in zijn standpunt volgen. De arts heeft op basis van de medische gegevens die eiser heeft ingebracht, het dossier en de telefonische hoorzitting van 4 januari 2024 geconcludeerd dat eiser strikt medisch gezien in staat is om onder begeleiding met de trein te reizen. Er was geen verschil van mening over de medische toestand van eiser, waardoor een fysieke dan wel digitale ontmoeting met de arts niet tot andere inzichten had kunnen leiden. Verder is de rechtbank van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig was, gelet op de onderzoekactiviteiten die de arts heeft uitgevoerd.
4.2.
Eiser heeft op de zitting toegelicht dat hij begrijpt dat hij strikt genomen niet voldoet aan de criteria van het Protocol, maar hij is feitelijk niet in staat om met het openbaar vervoer te reizen vanaf zijn woning in Amstelveen naar zijn 96-jarige moeder woonachtig in [woonplaats] . Eiser wil alleen maar een budget met extra kilometers, bovenop het standaardbudget van Valys, om zijn moeder te bezoeken voor wanneer hij niet samen met zijn broer, die beperkt wordt door een hernia, kan gaan.
4.3.
In de regelgeving en de rechtspraak van de hogerberoepsrechter staat dat beoordeeld moet worden of eiser met de trein kan reizen, eventueel met behulp van een rolstoel en/begeleiding. Dat is in het geval van eiser gebeurd. De omstandigheid dat er feitelijk voor eiser geen begeleiding beschikbaar is voor de reis van en naar zijn moeder, maakt niet dat verweerder anders had moeten beslissen. De rechtbank kan de arts als deskundige volgen in zijn conclusie dat eiser strikt medisch gezien in staat is om met behulp van een hulpmiddel en/of begeleiding met de trein te reizen. Om die reden bestaat dus geen recht op een hoog pkb en mocht verweerder de aanvraag afwijzen.
Conclusie
5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van
mr. G. dos Santos 't Hoen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
10 september 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Indicatieprotocol hoog persoonlijk kilometerbudget, versie 1 december 2019
3. Criteria
Een aanvrager komt in aanmerking voor een hoog pkb als:
de aanvrager beschikt over een Wmo-vervoersvoorziening, een Wmo-rolstoel, scootmobiel of OV-begeleiderskaart en
gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel waarvan gewicht, en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager (de zogenaamde ‘mens-machinecombinatie’) zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden en/of
door persoonsgebonden medische beperkingen van chronische aard vanuit strikt medische optiek niet in staat is met de trein te reizen.
Zie het ‘Indicatieprotocol hoog persoonlijk kilometerbudget’, vastgesteld door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Zie de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG8692 en van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1189.