Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2022-02-07
ECLI:NL:RBAMS:2022:547
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
983 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 20/6324
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te Amsterdam, eiser
(gemachtigde: J. Roozeboom),
en
FMMU Advies B.V., verweerder (hierna: FMMU)
(gemachtigde: mr. M.L. Lebon).
Procesverloop
Bij besluit van 11 oktober 2020 (het primaire besluit) heeft FMMU de aanvraag van [eiser] om een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb) afgewezen. Bij besluit van 18 november 2020 (het bestreden besluit) heeft FMMU het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard. [eiser] heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De zaak is behandeld op een zitting op 7 februari 2022. [eiser] was aanwezig, bijgestaan door zijn gemachtigde. FMMU heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. FMMU heeft de aanvraag van [eiser] om een hoog pkb afgewezen. Op grond van een advies van een arts is geconcludeerd dat [eiser] in staat is om al dan niet met begeleiding en/of een hulpmiddel met de trein te reizen. Om die reden voldoet [eiser] volgens FMMU niet aan de criteria voor een hoog pkb.
2. [eiser] is het daar niet mee eens. [eiser] vindt dat het onderzoek van de arts onzorgvuldig was. De arts heeft hem niet gezien, gaf niet de indruk zich in zijn situatie verdiept te hebben en verder is het doel van zijn aanvraag niet goed weergegeven in de besluitvorming.
3. De rechtbank kan [eiser] hierin niet volgen. Er was geen verschil van mening over de medische toestand van [eiser] , dus had een fysieke dan wel digitale ontmoeting met de arts niet tot andere inzichten kunnen leiden. Verder vindt de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig was, gelet op de onderzoeksactiviteiten die de arts heeft uitgevoerd. Anders dan [eiser] vindt, is de rechtbank van oordeel dat zonder nadere psychische onderbouwing van een deskundige - die ontbreekt - er geen aanleiding was voor de arts om [eiser] nader te onderzoeken op dit punt. Tot slot is het doel van de aanvraag niet relevant voor de beoordeling of [eiser] recht heeft op een hoog pkb, dus een eventuele verkeerde weergave van dat doel maakt niet dat het onderzoek onzorgvuldig is geweest.
4. [eiser] vindt ook dat hij voldoet aan de criteria van het Indicatieprotocol Hoog Kilometer Budget. Iedereen is namelijk in staat om met een rolstoel in een trein te reizen, maar de vraag is of dat in [eiser] geval ook gepast is - of dat reizen met een hoog pkb gepaster is. [eiser] vindt bovendien dat hij ten onrechte gedwongen wordt om een rolstoel te gebruiken.
5. In de regelgeving en de rechtspraak van de hogerberoepsrechter staat dat beoordeeld moet worden of [eiser] met de trein kan reizen, eventueel met behulp van een rolstoel en/of begeleiding. Dat is gebeurd. Dat [eiser] zich principieel verzet tegen verplaatsing per rolstoel, maakt niet dat FMMU anders had moeten beslissen. De rechtbank kan de arts als deskundige volgen in zijn conclusie dat [eiser] in staat is met behulp van een rolstoel en/of begeleiding met de trein te reizen. Om die reden bestaat dus geen recht op een hoog pkb en is de aanvraag terecht afgewezen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Doets, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier, op 7 februari 2022.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BG8692.