Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam
2024-09-12
ECLI:NL:RBAMS:2024:5456
Strafrecht; Internationaal strafrecht
Eerste en enige aanleg
2,381 tokens
Inleiding
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/201619-24
Datum uitspraak: 12 september 2024
UITSPRAAK
op de vordering van 2 juli 2024 van de officier van justitie bij deze rechtbank tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 21 februari 2024 door het Amtsgericht Düsseldorf (Duitsland, hierna: de uitvaardigende justitiële autoriteit) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedag] 1995,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres],
hierna ‘de opgeëiste persoon’.
1Procesgang
Zitting 22 augustus 2024
De behandeling van het EAB heeft plaatsgevonden op de zitting van 22 augustus 2024, in aanwezigheid van mr. K. van der Schaft, officier van justitie. De opgeëiste persoon is verschenen en is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. C.W. Dirkzwager, advocaat in Amsterdam.
De raadsvrouw heeft het standpunt ingenomen dat er geen weigeringsgronden zijn en de officier van justitie heeft geconcludeerd dat de overlevering kan worden toegestaan.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van de OLW uitspraak moet doen over de verzochte overlevering met 30 dagen verlengd.
Ook heeft de rechtbank de gevangenhouding bevolen met onmiddellijke schorsing daarvan tot de uitspraak.
De raadsvrouw heeft naar voren gebracht dat de opgeëiste persoon eind 2021 door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld is tot een voorwaardelijke gevangenisstraf met een uitgebreid voorwaardenpakket waaronder woonbegeleiding en een ambulante behandeling. Juist de laatste periode gaat het een stuk beter met de opgeëiste persoon. Op
10 september 2024 staat in Nederland nog een laatste examen gepland om zijn rijbewijs C te halen. Om die reden heeft de raadsvrouw verzocht de feitelijke overlevering pas na dat rijexamen plaats te laten vinden en de opgeëiste persoon in verband daarmee na het toestaan van de overlevering te schorsen.
De officier van justitie heeft hierop laten weten dat de feitelijke overlevering niet zal worden uitgesteld op grond van een rijexamen van de opgeëiste persoon.
Om de opgeëiste persoon, vanwege de bijzondere omstandigheden van het geval, in de gelegenheid te stellen zijn rijexamen te volbrengen voor zijn overlevering aan België, heeft de rechtbank vervolgens – op voorstel van de advocaat en bij gebreke van bezwaren daartegen van de officier van justitie – het onderzoek onderbroken tot 12 september 2024 en bepaald dat op die datum het onderzoek wordt gesloten en daarna direct uitspraak wordt gedaan.
Daarbij heeft de rechtbank meegewogen dat de (verlengde) beslistermijn hiertoe ruimte biedt. De raadsvrouw en de officier van justitie hebben er mee ingestemd dat de rechtbank het onderzoek enkelvoudig sluit op 12 september 2024.
Zitting 12 september 2024
De rechtbank heeft op de zitting van 12 september 2024 het onderzoek hervat in de stand waarin het zich voor de onderbreking op 22 augustus 2024 bevond, het onderzoek vervolgens gesloten en direct daarna uitspraak gedaan.
2Identiteit van de opgeëiste persoon
Ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat de bovenvermelde persoonsgegevens juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft.
3Grondslag en inhoud van het EAB
Het EAB vermeldt een aanhoudingsbevel van het Amtsgericht Düsseldorf van
28 november 2023 (referentie: 150 Gs 2237/23).
De uitvaardigende justitiële autoriteit verzoekt de overlevering vanwege het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in het EAB. In de vertaling van het EAB staat bij de pleegdatum eerst dat het feit op 26 november 2021 zou zijn gepleegd en vervolgens bij de nadere omschrijving van het feit dat het zou zijn gepleegd op 26 november 2023. In het originele EAB in de Duitse taal is echter tweemaal de pleegdatum 26 november 2021 vermeld. De rechtbank stelt dan ook vast dat de vertaling niet juist is voor zover daarin de datum van 26 november 2023 is vermeld. De overlevering wordt verzocht voor de verdenking van een strafbaar feit op 26 november 2021.
Bij e-mail van 26 juni 2024 is namens de uitvaardigende justitiële autoriteit het EAB aangevuld, in die zin dat het EAB ook een verzoek inhoudt om inbeslagname en afgifte van de telefoon die bij de aanhouding van de opgeëiste persoon bij hem is aangetroffen.
4Strafbaarheid; feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW
De uitvaardigende justitiële autoriteit wijst het strafbare feit aan als zogenoemde lijstfeiten, die in Nederland in de lijst van bijlage 1 bij de OLW staan vermeld. Het feit valt op deze lijst onder nummers 18 en 28, te weten, respectievelijk:
georganiseerde of gewapende diefstal;
opzettelijke brandstichting.
Uit het EAB volgt dat op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren is gesteld.
Dit betekent dat een onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, achterwege moet blijven.
5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW
De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit en beroept zich op de garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW. De rechtbank stelt vast dat de opgeëiste persoon zodanige banden heeft met Nederland, dat de tenuitvoerlegging van een eventueel na overlevering opgelegde straf, uit het oogpunt van sociale re-integratie beter in Nederland kan plaatsvinden dan in de uitvaardigende lidstaat. Zijn overlevering kan daarom worden toegestaan, wanneer is gewaarborgd dat de opgeëiste persoon, in geval van veroordeling in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf na overlevering, deze straf in Nederland mag ondergaan.
De Hoofdofficier van Justitie van Düsseldorf heeft bij schrijven van 11 juli 2024 ten aanzien van de opgeëiste persoon de volgende garantie gegeven:
“Overlevering van de Nederlandse staatsburger [opgeëiste persoon] (de rechtbank begrijpt: [opgeëiste persoon]), geboren op [geboortedag] 1995 in [geboorteplaats] (…).
Onder verwijzing naar uw schrijven per e-mail d.d. 8 juli 2023 wordt hierbij verzekerd dat de vervolgde persoon in geval van een onherroepelijke veroordeling in de Bondsrepubliek Duitsland op grond van de geldende versie van Kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen
zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie (PB L 327 van 5 december 2008, blz.
Conclusie
De rechtbank stelt vast dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW. Verder staan geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg en is geen sprake van een geval waarin aan het EAB geen gevolg mag worden gegeven. Om die reden staat de rechtbank de overlevering toe.
Daarnaast beveelt de rechtbank ook de afgifte van de in beslag genomen telefoon aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
8Toepasselijke wetsbepalingen
De artikelen 2, 5, 6, 7, 49 en 50 van de OLW.
Dictum
STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Düsseldorf (Duitsland) voor het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB.
BEVEELT de afgifte van de in beslag genomen telefoon aan de uitvaardigende justitiële autoriteit.
Deze uitspraak is gedaan door
mr. O.P.M. Fruytier, voorzitter,
mrs. H.J.H. van Meegen en R. Godthelp, rechters,
in tegenwoordigheid van mrs. R.R. Eijsten en J.M. Esschendal, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op de zitting van 12 september 2024.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
Zie artikel 23 Overleveringswet (OLW).
Zie artikel 22, eerste en derde lid, OLW.
Zie onderdeel e) van het EAB.
Zie Kamerstukken II 2003/04, 29042, 12, p. 36.
Zie bijvoorbeeld rechtbank Amsterdam 14 april 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2280 en 21 januari 2016, ECLI:NL:RBAMS:2016:371.