Rechtspraak
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2016-11-21
ECLI:NL:OGAACMB:2016:76
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,138 tokens
Inleiding
Gaza nr. 1232 van 2015
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaarschrift ex artikel 96 van de
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[klager]
,
wonende te Aruba,
KLAGER,
gemachtigde: de advocaat mr. J.E Thijsen,
tegen:
de Gouverneur van Aruba,
zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).
Procesverloop
Bij uitspraak van 5 januari 2015 van dit gerecht (GAZA nr. 1780 van 2014), is het bezwaar van klager gericht tegen het uitblijven van een beschikking op zijn verzoek om hem als ambtenaar in activiteit te herstellen en hem wederom te plaatsen in de functie van beleidsmedewerker binnen het Departamento X (X), gegrond verklaard. In voornoemde uitspraak is bepaald dat verweerder binnen drie maanden na de uitspraak alsnog een (reële) beslissing op het verzoek van klager dient te nemen
Klager heeft op 20 april 2015 een bezwaarschrift ex artikel 96 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2015 en van 10 oktober 2016 alwaar zijn verschenen klager in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
2.1
Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.
2.2
Conform bestendige jurisprudentie van de Raad kan de in artikel 96 La neergelegde bevoegdheid schadevergoeding op te leggen gelet op de bewoordingen van deze bepaling, slechts worden toegepast met terzijdestelling van de niet uitgevoerde uitspraak. Die uitspraak wordt aldus vervangen door een schadevergoeding. Dit artikel geeft niet de bevoegdheid om bij te late uitvoering van de uitspraak een schadevergoeding op te leggen of een als vooraf bepaalde schadevergoeding aan te merken dwangsom.
2.3
Klager heeft betoogd dat hij schade heeft geleden als gevolg van het uitblijven van een beslissing van verweerder na de rechterlijke beslissing van 5 januari 2015. Ter zitting heeft klager betoogd dat verweerder opzettelijk heeft gewacht tot het laatste moment om een beslissing te nemen en zodoende kwaadwillig heeft gehandeld. Hij heeft verzocht om een schadevergoeding aangezien hij wordt benadeeld in zijn rechtspositie.
2.4
Ter zitting is vast komen te staan dat verweerder op 4 december 2015, en dus na de daarvoor bij uitspraak gestelde termijn en nadat het onderhavige geding door klager aanhangig was gemaakt, gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van dit gerecht van 5 januari 2015.
2.5
Gelet op het bepaalde in artikel 96 La, slaagt het verweer van verweerder dat nu hij inmiddels heeft beslist er geen ruimte meer bestaat voor toepassing van artikel 96 van de La.
2.6
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ongegrond is.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 21 november 2016, in tegenwoordigheid van de griffier
Op grond van artikel 134 Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Hoger beroep dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na de dag van deze uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken, 20 september 2007, ECLI:NL:ORBANAA:2007:BK4262
Inleiding
Gaza nr. 1232 van 2015
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaarschrift ex artikel 96 van de
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[klager]
,
wonende te Aruba,
KLAGER,
gemachtigde: de advocaat mr. J.E Thijsen,
tegen:
de Gouverneur van Aruba,
zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).
Procesverloop
Bij uitspraak van 5 januari 2015 van dit gerecht (GAZA nr. 1780 van 2014), is het bezwaar van klager gericht tegen het uitblijven van een beschikking op zijn verzoek om hem als ambtenaar in activiteit te herstellen en hem wederom te plaatsen in de functie van beleidsmedewerker binnen het Departamento X (X), gegrond verklaard. In voornoemde uitspraak is bepaald dat verweerder binnen drie maanden na de uitspraak alsnog een (reële) beslissing op het verzoek van klager dient te nemen
Klager heeft op 20 april 2015 een bezwaarschrift ex artikel 96 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 7 december 2015 en van 10 oktober 2016 alwaar zijn verschenen klager in persoon bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op heden.
Overwegingen
2.1
Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.
2.2
Conform bestendige jurisprudentie van de Raad kan de in artikel 96 La neergelegde bevoegdheid schadevergoeding op te leggen gelet op de bewoordingen van deze bepaling, slechts worden toegepast met terzijdestelling van de niet uitgevoerde uitspraak. Die uitspraak wordt aldus vervangen door een schadevergoeding. Dit artikel geeft niet de bevoegdheid om bij te late uitvoering van de uitspraak een schadevergoeding op te leggen of een als vooraf bepaalde schadevergoeding aan te merken dwangsom.
2.3
Klager heeft betoogd dat hij schade heeft geleden als gevolg van het uitblijven van een beslissing van verweerder na de rechterlijke beslissing van 5 januari 2015. Ter zitting heeft klager betoogd dat verweerder opzettelijk heeft gewacht tot het laatste moment om een beslissing te nemen en zodoende kwaadwillig heeft gehandeld. Hij heeft verzocht om een schadevergoeding aangezien hij wordt benadeeld in zijn rechtspositie.
2.4
Ter zitting is vast komen te staan dat verweerder op 4 december 2015, en dus na de daarvoor bij uitspraak gestelde termijn en nadat het onderhavige geding door klager aanhangig was gemaakt, gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van dit gerecht van 5 januari 2015.
2.5
Gelet op het bepaalde in artikel 96 La, slaagt het verweer van verweerder dat nu hij inmiddels heeft beslist er geen ruimte meer bestaat voor toepassing van artikel 96 van de La.
2.6
Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar ongegrond is.
Dictum
De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag 21 november 2016, in tegenwoordigheid van de griffier
Op grond van artikel 134 Landsverordening ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Hoger beroep dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na de dag van deze uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken, 20 september 2007, ECLI:NL:ORBANAA:2007:BK4262