Rechtspraak
Hoge Raad
2026-05-19
ECLI:NL:HR:2026:765
Strafrecht
Artikel 81 RO-zaken
1,202 tokens
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:765 text/xml public 2026-05-19T12:45:32 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 25/03662 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:360 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:765 text/html public 2026-05-19T11:21:55 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:765 Hoge Raad , 19-05-2026 / 25/03662 Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op diverse voorwerpen (o.m. mobiele telefoons en iPad) onder klagers n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten. Heeft Rb de klaagschriften beoordeeld zonder daarbij kennis te nemen van inhoud van EOB? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03662 Br Datum 19 mei 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2025, nummers RK 24/027499, RK 24/027504 en RK 24/027725, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 5.4.10 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, en [klager 1] , wettelijke vertegenwoordiger van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 2014, en [klager 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de klagers. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens hen heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026 .
Volledig
ECLI:NL:HR:2026:765 text/xml public 2026-05-19T12:45:32 2026-05-15 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2026-05-19 25/03662 Uitspraak Artikel 81 RO-zaken Cassatie Beschikking NL Strafrecht Conclusie: ECLI:NL:PHR:2026:360 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2026:765 text/html public 2026-05-19T11:21:55 2026-05-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2026:765 Hoge Raad , 19-05-2026 / 25/03662 Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op diverse voorwerpen (o.m. mobiele telefoons en iPad) onder klagers n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Belgische autoriteiten. Heeft Rb de klaagschriften beoordeeld zonder daarbij kennis te nemen van inhoud van EOB? HR: art. 81.1 RO. HOGE RAAD DER NEDERLANDEN STRAFKAMER Nummer 25/03662 Br Datum 19 mei 2026 BESCHIKKING op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 4 juli 2025, nummers RK 24/027499, RK 24/027504 en RK 24/027725, op de klaagschriften als bedoeld in artikel 5.4.10 in samenhang met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door [klager 1] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, en [klager 1] , wettelijke vertegenwoordiger van [betrokkene 1] , geboren op [geboortedatum] 2014, en [klager 2] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971, hierna: de klagers. 1 Procesverloop in cassatie Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens hen heeft de advocaat J.J.J. van Rijsbergen bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. 2 Beoordeling van het cassatiemiddel De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie). 3 Beslissing De Hoge Raad verwerpt het beroep. Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2026 .