Rechtspraak
Hoge Raad
2021-10-19
ECLI:NL:HR:2021:1559
Strafrecht
Cassatie
896 tokens
Inleiding
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01299 B
Datum 19 oktober 2021
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 15 maart 2021, nummer RK 21/001524, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de klaagster.
Procesverloop
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot het niet-ontvankelijk verklaren van klaagster in haar beroep.
2Ambtshalve beoordeling van de beschikking van de rechtbank
2.1
Bij een op 8 februari 2021 ter griffie van de rechtbank Noord-Holland ingediend klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is namens de klaagster om teruggave verzocht van een op 2 februari 2021 onder haar inbeslaggenomen hond. Daartoe is namens de klaagster gesteld dat die hond haar toebehoort. De rechtbank heeft het klaagschrift bij beschikking van 15 maart 2021 ongegrond verklaard.
2.2
Uit door de advocaat-generaal ingewonnen inlichtingen bij de rechtbank Noord-Holland, zoals vermeld in zijn conclusie onder 3, blijkt dat de hond waarvan de klaagster teruggave verzoekt bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 21 juli 2021 in de strafzaak tegen [betrokkene 1] is verbeurdverklaard. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld, zodat dit onherroepelijk is.
2.3
Als het gerecht dat bevoegd is tot afdoening van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv constateert dat sinds de indiening daarvan de betreffende voorwerpen bij inmiddels uitvoerbare beslissing ten laste van een ander zijn verbeurdverklaard of onttrokken aan het verkeer, moet dit klaagschrift worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. Indien dat gerecht, gelet op het tweede lid van dat artikel, niet bevoegd is tot behandeling van het zo opgevatte klaagschrift dient het te bepalen dat de griffier de stukken zal zenden naar het tot die behandeling wel bevoegde gerecht. (Vgl. HR 23 november 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9284).
2.4
In dit geval is het vonnis met daarin de verbeurdverklaring van de genoemde hond pas in de cassatiefase van de beklagzaak onherroepelijk geworden. Ook voor die situatie heeft te gelden dat het klaagschrift moet worden opgevat als een klaagschrift als bedoeld in artikel 552b Sv. De Hoge Raad zal met vernietiging van de beschikking van de rechtbank de zaak voor verdere afdoening en behandeling verwijzen naar het op grond van het tweede lid van artikel 552b Sv bevoegde gerecht.
Dictum
De Hoge Raad:
- vernietigt de beschikking van de rechtbank;
- bepaalt dat de stukken ter verdere behandeling en afdoening zullen worden gezonden naar de rechtbank Noord-Holland.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2021.