Rechtspraak
2017-10-06
ECLI:NL:HR:2017:2562
2,022 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:HR:2017:2562 text/xml public 2025-03-22T22:21:16 2017-10-05 Raad voor de Rechtspraak nl Hoge Raad 2017-10-06 17/00322 Uitspraak Cassatie Beschikking NL Civiel recht In cassatie op : ECLI:NL:GHARL:2016:8916, Bekrachtiging/bevestiging Conclusie: ECLI:NL:PHR:2017:654, Gevolgd Rechtspraak.nl RFR 2018/15 NJB 2017/1993 RvdW 2017/1060 NJ 2018/27 met annotatie van S.F.M. Wortmann PFR-Updates.nl 2017-0288 http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:2562 text/html public 2017-10-05T16:20:35 2017-10-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:HR:2017:2562 Hoge Raad , 06-10-2017 / 17/00322 Personen- en familierecht. Curatele. Is voor ondercuratelestelling steeds een actuele medische verklaring vereist van een onafhankelijke deskundige? HR 28 januari 1983, ECLI:NL:HR:1983:AC7862, NJ 1983/481; EHRM 27 maart 2008, nr. 44009/05, ECLI:CE:ECHR:2008:0327 (Shtukaturov/Rusland) en Aanbeveling No. R (99) 4 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa “Principles concerning the legal protection of incapable adults” van 23 februari 1999 6 oktober 2017 Eerste Kamer 17/00322 TT/AR Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [betrokkene] ,wonende te [woonplaats] , VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. F.I. van Dorsser, t e g e n [de echtgenote] ,wonende te [woonplaats] , VERWEERSTER in cassatie, niet verschenen en 1. VEEN EN VESTE BEWIND EN BUDGET B.V.kantoorhoudende te Emmer-Compascuum , 2. [betrokkene 2] ,wonende te [woonplaats] , 3. [betrokkene 3] , wonende te [woonplaats] , 4. [betrokkene 4] , wonende te [woonplaats] , BELANGHEBBENDEN in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de echtgenote c.s. 1 Het geding in feitelijke instanties Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de beschikking in de zaak 4631736 VC VERZ 15-141 van de rechtbank Noord-Nederland van 9 december 2015; b. de beschikking in de zaak 200.187.562/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 november 2016. De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht. 2 Het geding in cassatie Tegen de beschikking van het hof heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit. De echtgenote c.s. hebben geen verweerschrift ingediend. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep. De advocaat van betrokkene heeft bij brief van 14 juli 2017 op die conclusie gereageerd. 3 Beoordeling van het middel 3.1 In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. Omstreeks 2009 is een bipolaire stoornis bij betrokkene geconstateerd. In de periode van 17 juli 2009 tot 12 juni 2014 is betrokkene hiervoor in behandeling geweest bij het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). In 2014 heeft betrokkene het gebruik van de voorgeschreven medicatie op eigen initiatief gestaakt. 3.2.1 De echtgenote van betrokkene heeft verzocht hem onder curatele te stellen. Volgens haar is betrokkene ten gevolge van zijn bipolaire stoornis en het bovenmatig gebruik van alcohol niet in staat, al dan niet met tussenpozen, om zijn financiële en immateriële belangen te behartigen. Ter onderbouwing van haar verzoek heeft zij onder meer een concept-verklaring van [betrokkene 5] overgelegd, psychiater in het UMCG. Betrokkene heeft zich tegen de verzochte maatregel verzet. Hij betwist dat hij lijdt aan een bipolaire stoornis en niet in staat is zijn belangen behoorlijk te behartigen. Ter ondersteuning van zijn verweer heeft hij onder meer verklaringen overgelegd van de psychiaters [betrokkene 6] en [betrokkene 7] , alsmede een door hem via internet verrichte zelftest. 3.2.2 De kantonrechter heeft het verzoek bij uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beschikking toegewezen. 3.2.3 Het hof heeft de beschikking van de kantonrechter bekrachtigd. Het heeft daartoe onder meer overwogen dat het geringe waarde hecht aan de verklaringen van [betrokkene 6] en [betrokkene 7] , omdat informatie ontbreekt over de wijze waarop hun psychiatrische onderzoeken van betrokkene hebben plaatsgevonden en over de basis van hun conclusies. Ook aan de uitslagen van de door betrokkene via internet verrichte zelftest hecht het hof geringe betekenis. Volgens het hof is een en ander in ieder geval niet voldoende om tegenwicht te bieden aan de zorgelijke verklaringen van de naasten van betrokkene, de verklaring van de tot medio 2014 behandelend psychiater en de opgesomde feitelijkheden waaruit het zorgelijke gedrag van betrokkene blijkt (rov. 5.7). Daarbij komt volgens het hof dat de ervaringen van de curator tot nu toe de noodzaak van de maatregel alleen maar bevestigen (rov. 5.8). Na te hebben vastgesteld dat sinds de bestreden beschikking diverse aangiftes tegen betrokkene zijn gedaan, dat uit een bericht aan de curator van augustus 2016 blijkt dat er bij de hulpverlening grote zorgen over betrokkene bestaan en dat de zorgelijke gedragsverandering dateert van ruim voor het herseninfarct dat betrokkene ter verklaring van een aantal verschijnselen aanvoert (rov. 5.9-5.11), heeft het hof overwogen: “5.12 Alles overziend is het hof met de echtgenote, de kinderen en de curator van oordeel dat de kantonrechter de betrokkene terecht onder curatele heeft gesteld en dat de noodzaak tot het voortduren van die beschermingsmaatregel nog immer bestaat. De onafhankelijke curator ervaart evenals de naasten dat de betrokkene bij tijd en wijle volledig het zicht op de werkelijkheid kwijt is en met de meest bizarre zaken dan wel rechtshandelingen op de proppen komt. Dit past in het door de voormalig psychiater van de betrokkene geschetste beeld dat diens bipolaire stoornis zonder behandeling met medicatie ontaardt in manische episodes. Tijdens een manie kunnen mensen ook last hebben van psychotische verschijnselen en van sociale en relationele problemen zo blijkt uit de beschikbare informatie. De curator onderschrijft de stelling van de echtgenote en het oordeel van de rechtbank dat de betrokkene zijn belangen niet behoorlijk waarneemt als gevolg van zijn geestelijke toestand en door gewoonte van drankmisbruik. Het hof sluit zich daarbij aan. 5.13 Evenals de curator is het hof van oordeel dat de beschermingsmaatregel van bewind gecombineerd met mentorschap niet zwaar genoeg is in de bijzondere situatie van de betrokkene. (…)” 3.3.1 Onderdeel I van het middel bestrijdt de beslissing van het hof met het betoog dat voor ondercuratelestelling steeds een onafhankelijk oordeel van een ter zake kundige arts/psychiater vereist is, gebaseerd op een onderzoek naar de feitelijke en geestelijke gezondheidstoestand van de betrokkene ten tijde van de indiening van het verzoek, verricht met het doel de noodzaak tot ondercuratelestelling te beoordelen. Door zijn oordeel te baseren op een conceptverklaring van anderhalf jaar oud die niet specifiek met genoemd doel is opgesteld, heeft het hof volgens het onderdeel blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en heeft het in het bijzonder art. 8 EVRM, alsmede Aanbeveling No. R (99) 4 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa “ Principles concerning the legal protection of incapable adults ” van 23 februari 1999 geschonden. 3.3.2 Bij de beoordeling van het onderdeel dient tot uitgangspunt dat de wet ten aanzien van een verzoek tot ondercuratelestelling niet de verplichting bevat om een verklaring van een deskundige over te leggen. Vaste rechtspraak is voorts dat ter vrije beoordeling van de rechter staat of deze een onderzoek door een medisch deskundige noodzakelijk acht alvorens te beslissen tot ondercuratelestelling (zie onder meer HR 28 januari 1983, ECLI:NL:HR:1983:AC7862, NJ 1983/481). Hij hoeft tot het gelasten van een zodanig onderzoek niet over te gaan indien hij op grond van de overgelegde stukken en de verklaringen ter zitting tot de overtuiging is gekomen dat aan de voorwaarden voor het uitspreken van de maatregel is voldaan (vgl. art. 799 lid 2 Rv). 3.3.3 Anders dan het onderdeel betoogt, volgt ook uit de rechtspraak van het EHRM met betrekking tot art.