Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
2023-09-26
ECLI:NL:GHSHE:2023:3073
Civiel recht; Personen- en familierecht
Hoger beroep
943 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team familie- en jeugdrecht
zaaknummer 200.318.480/01
arrest van 26 september 2023
in de zaak van
[de vrouw]
,
wonende op een geheim adres,
appellante,
hierna aan te duiden als de vrouw,
advocaat: mr. J.M. McKernan te Sittard,
tegen
[de man] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als de man,
advocaat: mr. S.J.C. Vaessen te Roermond,
op het bij exploot van dagvaarding van 2 november 2022 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 3 augustus 2022, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen de vrouw als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en de man als gedaagde in conventie, eiser in reconventie.
Procesverloop
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding in hoger beroep;
de akte uitlaten van de vrouw d.d. 20 december 2022;
de H16 en H17 formulieren van de man d.d. 20 december 2022;
de memorie van grieven met producties 1 tot en met 5;
de memorie van antwoord met productie 1.
Beoordeling
3.1.
Het hof heeft bij bestudering van het dossier geconstateerd dat de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht bij beschikking van 6 augustus 2019 een bewind heeft ingesteld over de (toekomstige) goederen van de vrouw met benoeming van [bewindvoerder] te [plaats] tot bewindvoerder.
3.2.
Tijdens het bewind komen het beheer en de beschikking over de onder bewind staande goederen niet toe aan de rechthebbende, maar aan de bewindvoerder, met inachtneming van de in de wet vermelde voorwaarden (art. 1:438 lid 1 en 2 BW). De bewindvoerder vertegenwoordigt de rechthebbende tijdens het bewind bij de vervulling van zijn taak in en buiten rechte (art. 1:441 lid 1 BW). De bewindvoerder treedt in een eventueel geding over een onder bewind gesteld goed op als formele procespartij ten behoeve van de rechthebbende.
3.3.
De Hoge Raad heeft in de uitspraak van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) geoordeeld dat indien de rechter in de loop van het geding van het bewind op de hoogte raakt hij, zo nodig ambtshalve, in een tussenuitspraak de meest gerede partij in staat dient te stellen de bewindvoerder op te roepen om in het geding te verschijnen.
3.3.
Het hof zal de vrouw in staat stellen om uiterlijk dinsdag 3 oktober 2023 te 12.00 uur de bewindvoerder op te roepen om in het geding te verschijnen. De vrouw dient het hof een afschrift van de oproeping te verstrekken.
3.4.
Vervolgens zal de mondelinge behandeling, zoals gepland, op 4 oktober 2023 te 09.30 uur plaatsvinden.
3.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4De uitspraak
Het hof:
stelt de vrouw in staat om uiterlijk dinsdag 3 oktober 2023 te 12.00 uur de bewindvoerder op te roepen om in het geding te verschijnen en het hof een afschrift van de oproeping te verstrekken;
vervolgens zal de mondelinge behandeling, zoals gepland, op 4 oktober 2023 te 09.30 uur plaatsvinden;
iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit arrest is gewezen door mrs. G.J. Vossestein, P.P.M. van Reijsen en M.A. Ossentjuk en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 september 2023.
griffier rolraadsheer