Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
2023-12-05
ECLI:NL:GHARL:2023:10334
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht, Strafrecht; Strafprocesrecht
Hoger beroep
1,879 tokens
Inleiding
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.327.436/01
CJIB-nummer
: 244971937
Uitspraak d.d.
: 5 december 2023
Arrest op het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant van 6 april 2023, betreffende
[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),
wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
Dictum
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard en het verzoek om een proceskostenvergoeding afgewezen.
Het verloop van de procedure
De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft het beroep schriftelijk nader toegelicht.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen daarop te reageren. Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd van € 313,- voor: “29 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 oktober 2021 om 08.39 uur op de Maastrichterweg in Valkenswaard met het voertuig met het kenteken [kenteken] .
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat sprake is van schending van het una via-beginsel. De betrokkene is met haar voertuig drie keer dezelfde controlepost gepasseerd tijdens één rit. Er is volgens de gemachtigde sprake van één gebeurtenis in de zin van de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen.
3. In de procedure bij de officier van justitie heeft de gemachtigde naast de onderhavige beschikking, een beschikking overgelegd waaruit blijkt dat aan de betrokkene een sanctie is opgelegd van € 46,- voor: “7 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 oktober 2021 om 08.28 uur op de Maastrichterweg in Valkenswaard met het voertuig met het onderhavige kenteken. Voorts heeft de gemachtigde een strafbeschikking overgelegd waaruit blijkt dat aan de betrokkene een sanctie is opgelegd van € 356,- voor: “31 tot 35 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom”. Deze gedraging zou zijn verricht op 13 oktober 2021 om 08.31 uur op de Maastrichterweg in Valkenswaard met het voertuig met het onderhavige kenteken. De advocaat-generaal heeft de zaakoverzichten betreffende deze overtredingen overgelegd.
4. In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 februari 2022. Hierin verklaart de ambtenaar:
“Op 13 oktober 2021 (…) hield ik een snelheidscontrole (…) op de Maastrichterweg te Valkenswaard.
Op diezelfde dag omstreeks 08.39 uur kwam een personenauto met het kenteken [kenteken] met een snelheid van 113 km/uur voorbij waar een maximumsnelheid van 80 km/uur is toegestaan. (…)
Op dezelfde dag omstreeks 08.28 uur was dezelfde auto vanuit dezelfde richting al geflitst met een snelheid van 90 km/uur.
Navraag bij het CJIB leerde mij dat hetzelfde voertuig met een hogere snelheid tussen deze 2 tijdstippen de radar was gepasseerd. De snelheid van hierbij meer dan 30 km te hard vandaar dat er
2 Mulderbeschikkingen naar betrokkene zijn gestuurd en 1 strafbeschikking.”
5. In de Aanwijzing feitgecodeerde misdrijven, overtredingen en muldergedragingen (hierna: Aanwijzing) is opgenomen:
“Feitgecodeerde zaken worden door de opsporingsinstantie of het OM afgedaan overeenkomstig de
Richtlijn voor strafvordering feitgecodeerde misdrijven en overtredingen.
Om ongewenste cumulatie van sancties te voorkomen wordt per gebeurtenis aan de betrokkene/
verdachte voor ten hoogste drie overtredingen een administratieve sanctie opgelegd, een strafbeschikking uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt.
Indien, bijvoorbeeld bij het volgen van een voertuig, meerdere overtredingen kort na elkaar worden
geconstateerd, wordt eveneens voor ten hoogste drie overtredingen een sanctie opgelegd of een
strafbeschikking uitgevaardigd. Als het wenselijk is dat alle overtredingen worden benoemd dan moet worden afgezien van de administratiefrechtelijke weg of het uitvaardigen van een strafbeschikking en moet het rijgedrag van de bestuurder en de door hem gepleegde overtredingen worden vastgelegd in een proces-verbaal.
(…)
Als geconstateerd is dat een persoon op een bepaald moment meerdere overtredingen heeft begaan,
wordt aan betrokkene/verdachte een administratieve sanctie opgelegd, óf wordt tegen hem een
strafbeschikking uitgevaardigd óf proces-verbaal opgemaakt. Afdoening langs één traject is het
uitgangspunt om verwarring van procedures te voorkomen. Als wel de strafrechtelijke en de administratiefrechtelijke weg worden bewandeld, moet daarvan in het proces-verbaal zo concreet mogelijk melding worden gemaakt. Van deze mogelijkheid mag slechts in zeer uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.”
6. Het hof dient te beoordelen of de geconstateerde gedragingen/overtredingen in dit geval via twee trajecten hadden mogen worden afgedaan. Daarvoor dient het hof eerst te beoordelen of in dit geval sprake is van “een bepaald moment” in de zin van de Aanwijzing (vgl. het arrest van het hof van 20 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5154).
7. Het hof is van oordeel dat in casu geen sprake is van één moment in de zin van de Aanwijzing. Uit de overgelegde beschikkingen en strafbeschikking alsmede voormelde verklaring van de ambtenaar volgt dat de overtredingen niet op hetzelfde moment zijn begaan. Dat er een verband tussen de overtredingen bestaat, namelijk dat zij kort na elkaar zijn vastgesteld bij een snelheidscontrole op dezelfde locatie, maakt dat niet anders. Het hof is voorts van oordeel dat de onderhavige casus niet vergelijkbaar is met de casus in het arrest van het hof Leeuwarden van
20 januari 2012 (ECLI:NL:GHLEE:2012:BV7306). Nu geen sprake is van één gebeurtenis in de zin van de Aanwijzing, is er ook geen grond voor het oordeel dat sprake is van schending van het una via-beginsel. De grond van de gemachtigde treft dan ook geen doel.
8. Gelet op het voorgaande zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen en het verzoek om een proceskostenvergoeding afwijzen.
Dictum
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Koldenhof-ten Kate als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.
Stcrt. 2017, 70942.