Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland
2022-02-18
ECLI:NL:RBNHO:2022:3181
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,859 tokens
Inleiding
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknummer : 9641259 \ WM VERZ 22-52
CJIB-nummer : 238329886
Uitspraakdatum : 18 februari 2022
Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en proces-verbaal van de zitting
in de zaak van
[betrokkene]
gemachtigde : Adviesbureau Skandara
Het verloop van de procedure en het proces-verbaal van de zitting
Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 18 februari 2022. Op de zitting heeft de vertegenwoordiger van de officier van justitie een schriftelijk standpunt ingenomen. De gemachtigde van betrokkene is niet verschenen.
De vertegenwoordiger van officier van justitie heeft aangegeven het standpunt niet te handhaven en heeft de kantonrechter verzocht om het beroep gegrond te verklaren en de proceskosten toe te wijzen.
De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.
Overwegingen
De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder de doorgetrokken streep overschrijden (verkeer in beide richtingen).
Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.
In de Aanwijzing is – voor zover hier van belang – bepaald dat, indien een gebeurtenis uit gedragingen en overtredingen bestaat, voor ten hoogste drie feiten een administratieve sanctie wordt opgelegd, dan wel een strafbeschikking wordt uitgevaardigd of een proces-verbaal opgemaakt of een transactie wordt aangeboden. Afdoening langs één traject is daarbij het uitgangspunt. Indien zowel de strafrechtelijke als de administratiefrechtelijke weg wordt bewandeld, moet in het proces-verbaal melding worden gemaakt van de opgelegde administratieve sanctie(s) en op de aankondiging van beschikking van het/de opgemaakte proces(sen)-verbaal. Van deze mogelijkheid mag slechts in uitzonderlijke gevallen gebruik worden gemaakt.
De gegevens waarop de ambtenaar zich bij de oplegging van de sanctie heeft gebaseerd, zijn opgenomen in het zaakoverzicht. Dit zaakoverzicht bevat de informatie die in de inleidende beschikking is vermeld en daarnaast onder meer de volgende gegevens:
“Ik zag dat het een dubbele doorgetrokken streep betrof.
Ter hoogte van hectometerpaal: 21.”
Het dossier bevat daarnaast een aanvullend proces-verbaal van 11 maart 2021. Uit het dossier blijkt verder dat aan de betrokkene naast de onderhavige sanctie nog twee sancties zijn opgelegd. Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd voor ‘overschrijding maximum snelheid op autosnelwegen, met 27 km per uur’, deze gedraging zou zijn verricht op 8 december 2020 omstreeks 21.26 uur op de N99 te Den Oever. Daarnaast is aan de betrokkene een strafrechtelijke sanctie opgelegd voor ‘niet stoppen voor stopteken door middel van een politietransparant’ op 8 december 2020 omstreeks 21.26 uur op de N99 te Den Oever.
De kantonrechter dient te beoordelen of sprake is van één gebeurtenis in de zin van de Aanwijzing. Hieronder moet worden verstaan het geheel van gedragingen en/of verkeersovertredingen die gelijktijdig of bij gelegenheid van een staandehouding worden vastgesteld (vgl. het arrest van het hof van 20 januari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV7306). In dit geval is er sprake van één gebeurtenis in de zin van de Aanwijzing. Een en ander brengt mee dat naar het oordeel van de kantonrechter de boete niet in stand kan blijven. Het beroep tegen de beschikking waarbij de boete is opgelegd, wordt daarom gegrond verklaard. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van officier van justitie zullen worden vernietigd.
De gemachtigde van betrokkene heeft verzocht om een proceskostenvergoeding. Nu de beslissing van de officier van justitie wordt vernietigd komen de proceskosten voor vergoeding in aanmerking. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht zullen die kosten worden vastgesteld op een bedrag van in totaal € 785,25. Daarbij is voor de procedure bij de officier van justitie een proceskostenvergoeding bepaald van € 405,75 (1,5 punt voor het beroepschrift en de hoorzitting, wegingsfactor 0.5, waarde per punt € 541,00) en voor de procedure bij de kantonrechter een proceskostenvergoeding van € 379,50 (1 punt voor het beroepschrift, wegingsfactor 0,5, waarde per punt € 759,00).
De kantonrechter is, anders dan voorheen, van oordeel dat bij de vaststelling van de vergoeding van de proceskosten op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht, voor het telefonisch horen een half punt moet worden toegekend en niet een heel punt. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een uitspraak van 17 januari 2022 (ECLI:NL:GHARL:2022:280) heeft geoordeeld dat toekenning van een heel punt op een onjuiste rechtsopvatting berust en dat in het kader van een uniforme rechtstoepassing een half punt behoort te worden toegekend voor een telefonisch door de officier van justitie gehouden hoorzitting.
De uitspraak
De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de
boete is opgelegd;
‒ bepaalt dat de officier van justitie het bedrag dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terugbetaalt;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 785,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;
‒ bepaalt dat het bedrag van € 785,25 aan de gemachtigde van betrokkene zal worden uitbetaald door het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.
Datum toezending: