Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-02-27
ECLI:NL:GHAMS:2024:416
Strafrecht
Hoger beroep
4,488 tokens
Inleiding
afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002089-23
datum uitspraak: 27 februari 2024
TEGENSPRAAK
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 juni 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-075327-23 tegen
[verdachte]
,
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1967,
adres: [adres 1]
[detentieadres] .
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
13 februari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.
Omvang van het hoger beroep
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld. Het hoger beroep is blijkens
de akte instellen rechtsmiddel van 14 juli 2023 alleen gericht tegen de bewezenverklaring van feit 2, zijnde witwassen. Dat betekent dat het onder 1 bewezenverklaarde niet in hoger beroep voorligt en het hof geen oordeel toekomt met betrekking tot de beslissingen ten aanzien van dat feit. Met betrekking tot dat bewezenverklaarde feit zal het hof toepassing geven aan artikel 423 lid 4 Sv en de sanctie bepalen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - voor zover in hoger beroep aan de orde - tenlastegelegd dat:
2. Hij op of omstreeks 15 maart 2023 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, van één of meerdere voorwerpen, te weten een contant geldbedrag van 8400 euro,
- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing verborgen en/of verhuld en/of
- verborgen en/of verhuld, wie de rechthebbende op dit voorwerp c.q. deze voorwerpen is/zijn en/of
- dit voorwerp c.q. deze voorwerpen verworven en/of voorhanden gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet en/of daarvan gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij wist dan wel redelijkerwijs moest vermoeden, dat dit voorwerp c.q. die voorwerpen, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf;
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, gelet op de beperking van de omvang van het hoger beroep en het benodigde overzicht in de te nemen beslissingen.
Bewijsoverweging
Feiten
Het hof stelt op grond van de bewijsmiddelen het volgende vast.
Bij de doorzoeking van de woning aan de [adres 1] is op 15 maart 2023 in de slaapkamer op de bovenste verdieping € 8.400,00 aan contant geld aangetroffen in een enveloppe in een [bedrijf] bigshopper tas. Bewoonster [naam] heeft verklaard dat de verdachte als enige gebruik maakt van de slaapkamer op de bovenste verdieping. De verdachte heeft verklaard dat het aangetroffen geld van hem is.
Uit gegevens die zijn verstrekt door de infobox Crimineel en Onverklaarbaar Vermogen (iCOV) is naar voren gekomen dat de verdachte in 2018 voor het laatst aangifte inkomstenbelasting heeft gedaan, waarbij het verzamelinkomen € 21.319,00 bedroeg, dat het saldo van zijn twee betaalrekeningen bij de ING bank op 31 december 2022 € 29,00 was en dat het meest recente loon dat hij heeft ontvangen in totaal € 5.430,00 in 2022 bedroeg. De zus van verdachte, [naam] , heeft verklaard dat de verdachte geen huur of iets dergelijks voor het gebruik van de bovenste verdieping hoefde te betalen, omdat hij geen werk of inkomen zou hebben. Zij was verbaasd dat de verdachte over zoveel contant geld bleek te beschikken.
Beoordeling
Voor een bewezenverklaring van witwassen moet vaststaan dat het aangetroffen geldbedrag uit misdrijf afkomstig is. Indien op grond van het bewijs geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen het geldbedrag en een specifiek misdrijf, kan witwassen onder omstandigheden toch worden bewezen. Dit is het geval wanneer het gelet op de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is.
Het hof is van oordeel dat er geen verband is tussen het aangetroffen geldbedrag en een specifiek misdrijf. Het hof vindt wel dat het gerechtvaardigd vermoeden bestaat dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. De verdachte is aangehouden met 6 kilo MDMA in zijn auto en is daarvoor in het vonnis van 30 juni 2023 onherroepelijk veroordeeld. Bovendien is het geldbedrag niet te herleiden tot legale inkomsten van de verdachte. Op grond daarvan acht het hof het vermoeden gerechtvaardigd dat het in de slaapkamer aangetroffen geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, wat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring geeft dat het geld niet van misdrijf afkomstig is.
Het hof is van oordeel dat de verklaring die de verdachte daarover heeft gegeven niet als zo'n verklaring kan worden aangemerkt. De verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting verklaard dat hij het geld heeft verdiend door diverse goederen, zoals goedkope (namaak)parfums, uit Nederland (samen met zijn broer) met winst te verkopen in de Dominicaanse Republiek . Hij zou een deel van het geld in Nederland hebben gepind vanaf zijn [rekening] rekening en een deel in contanten uit de Dominicaanse Republiek hebben meegenomen. De verdediging heeft in eerste aanleg enkel een verzendbewijs overhandigd waaruit zou blijken dat er pakketten naar de Dominicaanse Republiek zijn verzonden, maar dat biedt, mede gezien de omschrijving daarop (van de inhoud) van die pakketten, geen onderbouwing voor de (legale) herkomst van het aangetroffen geldbedrag. Het door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen gaf evenmin voldoende aanleiding tot een nader onderzoek door het openbaar ministerie. De verdachte heeft verder immers geen gegevens, zoals een rekeningnummer of bankafschriften, verstrekt op grond waarvan zijn verklaring over de herkomst van het geldbedrag kan worden geverifieerd.
Het hof concludeert dat het niet anders kan dan dat het aangetroffen geldbedrag van de verdachte afkomstig is uit enig misdrijf en dat de verdachte dit wist. Het hof vindt het witwassen dan ook bewezen.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
hij op 15 maart 2023 te Amsterdam een contant geldbedrag van 8.400 euro voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat dit geldbedrag, onmiddellijk of middellijk, afkomstig was uit enig misdrijf.
Hetgeen onder 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
witwassen.
Strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde uitsluit.
Toepassing van artikel 423, vierde lid, Wetboek van Strafvordering
Bij samenloop van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde is door de rechtbank één hoofdstraf uitgesproken. Het hof zal overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid van artikel 423 van het Wetboek van Strafvordering de sanctie ten aanzien van het in eerste aanleg onder 1 bewezen verklaarde misdrijf bepalen. Dit betekent dat het hof zal beslissen welk gedeelte van de hoofdstraf, bijkomende straffen en maatregel geacht moet worden door de eerste rechter te zijn opgelegd ter zake van het feit dat niet aan het oordeel van het hof is onderworpen (vgl. o.a. HR 11 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3149).
Het onder 1 bewezenverklaarde is gekwalificeerd als medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Door de rechtbank is ter zake van dit feit, samen met het door de rechtbank onder 2 bewezenverklaarde (gekwalificeerd als witwassen) een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden opgelegd, waarvan zes maanden voorwaardelijk onder bijzondere voorwaarden en met een proeftijd van twee jaar, en met aftrek van voorarrest. Het hof zal de straf ter zake van het door de rechtbank onder 1 bewezenverklaarde bepalen op een gevangenisstraf van 23 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest, onder navermelde bijzondere voorwaarden en met een proeftijd van twee jaren.
Daarnaast heeft de rechtbank een aantal beslissingen op het beslag genomen die – met uitzondering van de beslissing op het in beslag genomen geldbedrag – betrekking hebben op feit 1. Het hof bepaalt dat de rechtbank ter zake van feit 1 de volgende beslissingen ten aanzien van het beslag genomen heeft, overeenkomstig de motivering van de rechtbank per beslissing:
- Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
3 STK Zak (volgnummer 4) (omschrijving: PL1300-2023058763-G6314488).
- Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1 STK Verdovende Middelen (volgnummer 5) (omschrijving: PL1300-2023058763-G6314237)..
- Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1 STK Personenauto [kenteken] (volgnummer 2) (omschrijving: PL1300-2023058763-G631423 I. zwart. merk: Volkswagen Golf):
1 STK Telefoontoestel (volgnummer 3) (omschrijving: PL1300-2023058763-G6314235. Apple lphone 14).
Strafmotivering ten aanzien van feit 2
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte aldus zal worden veroordeeld, dat dit onder eventuele toepassing van art. 423 lid 4 Sv leidt tot oplegging van dezelfde gevangenisstraf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd.
De raadsman heeft het hof verzocht om de straf aldus te bepalen en op te leggen, dat in totaal voor de feiten 1 en 2 zal worden opgelegd een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, onder de in eerste aanleg opgelegde bijzondere voorwaarden.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan witwassen van een bedrag van € 8.400,00. Het witwassen van geld dat uit misdrijf afkomstig is, vormt een bedreiging voor de integriteit van het financieel en economisch verkeer en van de openbare orde.
Bij het bepalen van de strafmaat voor het witwassen heeft het hof rekening gehouden met de uitgangspunten zoals deze zijn neergelegd in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
Dictum
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Bepaalt de door de rechtbank opgelegde straf voor het onder 1 in eerste aanleg bewezenverklaarde op een gevangenisstraf voor de duur van 23 (drieëntwintig) maanden.
Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
Bepaalt dat een gedeelte, groot 6 maanden, van de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf niet ten uitvoer gelegd zal worden, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de veroordeelde gedurende voormelde proeftijd ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
zich meldt binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland op het adres [adres 2] . De veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt dat de veroordeelde meewerkt aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen, en dat hij de reclassering daartoe inzicht geeft in zijn financiën en schulden.
Geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Bepaalt de door de rechtbank opgelegde bijkomende straf en maatregel voor het onder 1 in eerste aanleg bewezenverklaarde als volgt:
Verklaart verbeurd de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
3 STK Zak (volgnummer 4) (omschrijving: PL1300-2023058763-G6314488)..
Beveelt de onttrekking aan het verkeer van het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
1. STK Verdovende Middelen (volgnummer 5) (omschrijving: PL1300-2023058763-G6314237).
Bepaalt dat de rechtbank voorts voor het onder 1 in eerste aanleg bewezenverklaarde de teruggave heeft gelast aan de veroordeelde van:
1. STK Personenauto [kenteken] (volgnummer 2) (omschrijving: PL1300-2023058763-G631423 I. zwart. merk: Volkswagen Golf):
1. STK Telefoontoestel (volgnummer 3) (omschrijving: PL1300-2023058763-G6314235. Apple lphone 14).
Veroordeelt de verdachte voor het onder 2 bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.
Verklaart verbeurd het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
8.400 EUR - IBG: 15-03-2023 (volgnummer 1) (omschrijving: PL1300-2023058763-6314343).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. R.D. van Heffen en mr. T.J. Kelder, in tegenwoordigheid van
mr. C. van der Laan, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 februari 2024.
Mr. Kelder is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=
===
[…]
[…]
Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 37-38 (doorgenummerd).
Verklaring verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 13 februari 2024.
Proces-verbaal van bevindingen (inclusief bijlagen), p. 62-68 (doorgenummerd).
Proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 37-38 (doorgenummerd).