Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam
2024-12-12
ECLI:NL:GHAMS:2024:3426
Civiel recht; Ondernemingsrecht
Eerste aanleg - meervoudig
8,357 tokens
Inleiding
beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.334.340/02 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 12 december 2024
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MVD EUROPE B.V.,
gevestigd te Badhoevedorp,
VERZOEKSTER,
advocaat: mr. A.J. van Soelen, kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MVD EUROPE B.V.,
gevestigd te Badhoevedorp,
VERWEERSTER,
advocaten: mrs. C. Dullaart en J.G. van der Steenhoven, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
e n t e g e n
1 [A] ,
wonende te [plaats] ,
advocaat: mr. J.A.M. van de Sande, kantoorhoudende te Rotterdam,
2 [B] ,
wonende te [plaats] ,
advocaten: mrs. C. Dullaart en J.G. van der Steenhoven, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN.
Hierna zullen partijen en overige betrokkenen als volgt worden aangeduid:
verzoekster en verweerster als MVDE;
de door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder als de OK-bestuurder en de beheerder van aandelen (ook) als Van Luyn;
belanghebbenden als [A] respectievelijk [B] .
1Het verloop van het geding
1.1
Voor het verloop van het geding verwijst de Ondernemingskamer naar de beschikkingen van 17 en 21 juni 2024 en 18 september 2024 in deze zaak.
1.2
Bij beschikking van 17 juni 2024 heeft de Ondernemingskamer een onderzoek bevolen naar het beleid en de gang van zaken van MVDE over de periode vanaf 1 januari 2019 en een nader aan te wijzen persoon benoemd teneinde het onderzoek te verrichten. Daarnaast heeft zij bij die beschikking, bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van de procedure:
a. [B] geschorst als bestuurder van MVDE en – voor zover nodig in afwijking van de statuten - een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon benoemd tot bestuurder (met beslissende stem) van MVDE en bepaald dat deze bestuurder zelfstandig bevoegd is MVDE te vertegenwoordigen en dat zonder deze bestuurder MVDE niet vertegenwoordigd kan worden; en
b. de aandelen van [B] in MVDE – met uitzondering van één aandeel – ten titel van beheer overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon.
1.3
Bij beschikking van 21 juni 2024 heeft de Ondernemingskamer M.G.A. Diepman en mr. M. van Luyn als bestuurder respectievelijk beheerder van aandelen aangewezen zoals bedoeld in de beschikking van 17 juni 2024.
1.4
Bij de beschikking van 18 september 2024 heeft de Ondernemingskamer mr. R. el Johari te Amsterdam als onderzoeker aangewezen. Het onderzoek is nog niet aangevangen.
1.5
MVDE heeft bij verzoekschrift van 31 oktober 2024 de Ondernemingskamer verzocht, samengevat,
1. als nadere onmiddellijke voorzieningen voor de duur van de procedure:
a. [A] als bestuurder van MVDE te schorsen;
b. de door [A] gehouden aandelen in MVDE – met uitzondering van één aandeel - over te dragen aan Van Luyn, dan wel een door de Ondernemingskamer te benoemen andere beheerder;
2. [A] te veroordelen in de kosten van de procedure.
1.6
[B] heeft bij verweerschrift ingediend op 13 november 2024 de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van MVDE toe te wijzen, met dien verstande dat als een andere beheerder dan Van Luyn wordt aangewezen, hij of zij de instructie krijgt om met de OK-bestuurder en Van Luyn scenario’s uit te werken en uit te voeren die kunnen leiden tot een oplossing, waaronder in ieder geval ontbinding van MVDE. Bij wijze van zelfstandig tegenverzoek heeft [B] verzocht dat het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen MVDE wordt uitgebreid met onderzoek naar gedragingen van [A] .
1.7
[A] heeft bij verweerschrift van 14 november 2024, tevens houdende zelfstandig tegenverzoek, de Ondernemingskamer verzocht de verzoeken van MVDE af te wijzen en de OK-bestuurder te ontheffen uit haar functie, met benoeming van een nieuwe tijdelijk bestuurder en veroordeling van MVDE in de kosten van de procedure.
1.8
In reactie op de in 1.6 en 1.7 genoemde zelfstandige verzoeken van [B] respectievelijk [A] heeft MVDE bij verweerschrift van 21 november 2024 verzocht het verzoek van [A] tot het ontslag van de OK-bestuurder af te wijzen en het verzoek van [B] tot uitbreiding van de reikwijdte van het onderzoek toe te wijzen.
1.9
[B] heeft bij verweerschrift van 21 november 2024 verzocht het in 1.7 genoemde zelfstandige verzoek van [A] af te wijzen.
1.10
[A] heeft bij verweerschrift van 21 november 2024 verzocht het in 1.6 genoemde zelfstandige verzoek van [B] af te wijzen.
1.11
De verzoeken zijn behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 28 november 2024. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht, wat mr. van de Sande en mrs. C. Dullaart en J.G. van der Steenhoven betreft aan de hand van overgelegde aantekeningen en wat mrs. C. Dullaart en J.G. van der Steenhoven betreft onder overlegging van tevoren toegestuurde nadere producties. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.
2Inleiding en feiten
2.1
De Ondernemingskamer verwijst naar de feiten (die hieronder ten dele worden herhaald) genoemd in haar beschikkingen die onder 1.1. zijn vermeld en volstaat thans met het vermelden van de volgende feiten.
2.2
Deze zaak gaat over MVDE, een joint venture van [A] en [B] . MVDE houdt zich bezig met distributie en marketing van IT hard- en software in de Europese Unie. [A] dreef al geruime tijd een vergelijkbare onderneming in de Verenigde Staten. In zijn zoektocht om ook de Europese markt te kunnen bedienen met dezelfde producten is hij een samenwerking met [B] aangegaan in MVDE. Volgens afspraak heeft [B] , die in Nederland woont, steeds alle operationele zaken voor MVDE verricht vanuit Nederland. Hij onderhield voornamelijk digitaal contact, via Skype en soms ook via e-mails, met de in de Verenigde Staten verblijvende [A] . [A] had jarenlang geen toegang tot de administratie of de bankrekening(en) van MVDE en liet de bedrijfsvoering over aan [B] . De verhoudingen tussen de beide bestuurders zijn ernstig verstoord geraakt nadat [A] onregelmatigheden in de bedrijfsvoering van MVDE had ontdekt. Het gaat daarbij onder meer om transacties tussen MVDE enerzijds en [B] en aan hem gelieerde (rechts)personen anderzijds waarover [A] niet is geïnformeerd en waarvan de marktconformiteit (zeer) twijfelachtig is. Er is thans sprake van een impasse in het bestuur en de algemene vergadering van MVDE. Het geschil tussen partijen betreft vooral de omvang van het te gelasten onderzoek en de te treffen onmiddellijke voorzieningen.
2.3
MVDE is op 30 januari 2018 opgericht door [A] en [B] . Zij houden elk 50% van de aandelen in MVDE en vormen samen haar bestuur. Zij waren beiden als bestuurder zelfstandig bevoegd de vennootschap te vertegenwoordigen.
2.4
[A] drijft via zijn vennootschap Mobile Video Devices Inc.
Dictum
De Ondernemingskamer:
bepaalt vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen van [A] in MVD Europe B.V. – met uitzondering van één aandeel – met ingang van heden ten titel van beheer zijn overgedragen aan mr. M. van Luyn;
bepaalt dat het salaris en de kosten van de beheerder van aandelen voor rekening komen van MVD Europe B.V. en bepaalt dat MVD Europe B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de beheerder zekerheid dient te stellen voor de aanvang van zijn werkzaamheden;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.C. Meijer, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen en mr. E. Loesberg, raadsheren en mr. drs. G. Boon RA en drs. A.G. Thomassen RT RV, raden, in tegenwoordigheid van mrs. N.E.M. Keereweer en R. Coenen, griffiers, en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2024.
Inleiding
(hierna: MVD) al bijna twintig jaar een handelsbedrijf dat zich toelegt op de distributie en marketing van IT hard- en software, aanvankelijk in de Verenigde Staten en Zuid-Amerika en later ook wereldwijd. In 2011 kwam [A] in contact met het in China gevestigde bedrijf Nanjing Magewell Electronics Co Ltd. (hierna: Magewell), dat onder meer hoogwaardige video- en audioapparatuur ontwikkelt. MVD startte in 2013 met de distributie van de producten van Magewell en werd eind 2013 haar distributiepartner voor Noord- en Zuid-Amerika. MVD is de grootste distributeur van Magewell.
2.5
Magewell is vanaf de oprichting van MVDE ook haar belangrijkste leverancier geweest. MVDE distribueert de producten van Magewell in de Europese Unie. MVDE realiseert daarmee (volgens de OK-bestuurder) ca. 75% van haar omzet. Een andere belangrijke leverancier is PTZOptics, die verantwoordelijk is voor circa 20% van de omzet van MVDE.
2.6
Ter zitting van de Ondernemingskamer op 7 maart 2024 zijn partijen (hoofdlijnen van) een minnelijke regeling overeengekomen, die nader in een vaststellingsovereenkomst (hierna: VSO) zou(den) worden uitgewerkt.
2.7
Op 21 maart 2024 heeft MVDE € 900.000 naar [A] overgemaakt onder vermelding van “management fee as agreed”. [A] was niet bereid [B] daarop finale kwijting te verlenen.
2.8
Op 27 maart 2024 is ten overstaan van de raadsheer-commissaris mr. Vink een concept VSO artikelsgewijs besproken, maar is geen overeenstemming bereikt over een finale regeling. Vervolgens heeft [A] beschikking gevraagd.
2.9
Bij beschikking van 17 juni 2024 heeft de Ondernemingskamer geoordeeld dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken bij MVDE die een onderzoek rechtvaardigen. De Ondernemingskamer noemde in dat verband, sterk verkort weergegeven, dat
de verhoudingen tussen [A] en [B] ernstig en onherstelbaar zijn verstoord, hetgeen leidt tot een impasse in het bestuur en de algemene vergadering (rov. 3.5);
vanaf 2021 lonen aan familieleden en bekenden van [B] zijn betaald die niet in reële verhouding lijken te staan tot de door hen verrichte werkzaamheden (rov. 3.6);
[B] [A] onvoldoende heeft betrokken bij de besluitvorming die heeft geleid tot toename van de personeelskosten, terwijl [B] bij de dienstverbanden tussen MVDE en zijn kinderen een tegenstrijdig belang had (rov. 3.7);
aan de vader van [B] € 58.000 is betaald waarvan de rechtbank in een procedure heeft vastgesteld dat deze zonder rechtsgrond is gedaan en waarover [B] jegens [A] geen transparantie heeft betracht (rov. 3.8);
aan [B] een onverklaard hogere dividenduitkering is gedaan dan aan [A] (rov. 3.10);
[B] XWell heeft opgericht, een mogelijk concurrerende onderneming die met MVDE transacties heeft gedaan, mogelijk ten nadele van MVDE, en waarover [B] jegens [A] geen transparantie heeft betracht (rov. 3.11);
betalingen van ten minste € 1.687.337,09 namens MVDE aan [B] Holding zijn gedaan die aanzienlijk uitstijgen boven de maandelijks verschuldigde management fee en de door MVDE verschuldigde huur (rov. 3.12);
[B] in 2022 en begin 2023 privéuitgaven ten laste van MVDE heeft gebracht die mogelijk nog niet alle door hem in rekening courant zijn geboekt (rov. 3.13).
Uit een en ander “doemt een beeld op van bewuste manipulaties van [B] die erop zijn gericht zichzelf en zijn familie (en bekenden) te verrijken ten koste van MDVE en [A] , waarbij een en ander telkens aan het zicht van [A] werd onttrokken, die tot begin 2023 geen toegang had tot de administratie en de bankrekeningen van MDVE” (rov. 3.14). De Ondernemingskamer zag geen aanleiding tot uitbreiding van het onderzoek met handelen van [A] bij leveranties van goederen voor MVD US via MVDE, [A] beweerde aankondiging te gaan concurreren met MVDE en het beweerdelijk opzetten van leveranciers tegen MVDE door [A] (rov. 3.16 e.v.), omdat voor de door [B] gemaakte verwijten onvoldoende concrete aanwijzingen bestonden.
2.10
Uit artikel 1.2 van de distributieovereenkomst tussen Magewell en MVDE volgt dat de overeenkomst geldig is tot 12 juni 2024. In artikel 1.3 staat, voor zover van belang: “If the Parties can’t agree to resign the agreement two (2) months before the expiration, then this Agreement will be invalid when it expires and the Parties will not be restricted by it any more. (…)”. Op de overeenkomst is volgens artikel 12.1 Chinees recht van toepassing. Er is geen nieuwe schriftelijke overeenkomst gesloten. Sedert 12 juni 2024 heeft Magewell de verkoop van haar producten via MVDE onverminderd voortgezet.
2.11
Per 1 september 2024 heeft één van de medewerkers, J. Gort, zijn arbeidsovereenkomst opgezegd.
2.12
Nadat de OK-bestuurder als zodanig was benoemd, heeft zij zich ingespannen om met de aandeelhouders tot een VSO te komen. Op 18 september 2024 is een door de raadsman van [A] opgesteld concept VSO aan [B] voorgelegd. Dat heeft niet tot resultaat geleid.
2.13
De huurovereenkomst van MVDE met [B] Holding die op 30 juni 2024 zou eindigen is op verzoek van de OK-bestuurder tot 31 december 2024 verlengd.
2.14
Op 21 oktober 2024 heeft Magewell aan de OK-bestuurder laten weten dat zij zowel aan [A] als aan [B] heeft gevraagd om voor 1 november 2024 een “formal business proposal” aan Magewell te doen.
2.15
Op 22 oktober 2024 heeft een aandeelhoudersvergadering van MVDE plaatsgevonden, met als enige agendapunt het voorstel om een besluit te nemen tot liquidatie van de vennootschap als bedoeld in artikel 27 lid 1 van haar statuten en het aanstellen van de OK-bestuurder als enige bestuurder. Namens [A] is onder meer aan de orde gesteld dat een stappenplan ontbreekt en dat een liquidatiebesluit niet aan de orde kan zijn voordat de gelaste enquête is afgerond. De OK-bestuurder heeft onder meer erop gewezen dat de vereffening hangende de enquête niet kan worden voltooid, maar tal van activiteiten in het kader van de vereffening parallel aan de enquête kunnen plaatsvinden. [A] heeft als enige tegen het voorstel gestemd. Daardoor is het voorstel niet aangenomen.
2.16
Op 14 november 2014 heeft Magewell de OK bestuurder per email onder meer geschreven:
“(…) As the supplier and manufacturer, we have acted in a very patient manner but we are now increasingly concerned how to execute our sales initiatives in 2025 and it is not good to our business. We want to move forward in January, 2025 regardless of the status of MVDE (…)”
3De gronden van de beslissing
Ontslag van de OK-bestuurder?
3.1
Ter onderbouwing van zijn verzoek om ontheffing van de OK-bestuurder uit haar functie heeft [A] in het bijzonder het volgende aangevoerd. De OK-bestuurder had tot taak hetzij een schikking te bewerkstelligen, hetzij, zolang die regeling niet tot stand kwam, de gang van zaken te normaliseren. Bij dat laatste behoort het per direct afscheid nemen van [B] . [A] acht het onbegrijpelijk dat, in weerwil van de gebeurtenissen die aanleiding gaven tot ingrijpen door de Ondernemingskamer, de OK -bestuurder MVDE feitelijk laat leiden door [B] . Zonder enig doordacht plan werkt de OK-bestuurder er vervolgens naartoe dat de vennootschap wordt ontbonden; daarmee wordt in één klap de onderneming en haar bedrijfsdebiet vernietigd. De aan de aanpak van de OK-bestuurder ten grondslag liggende gedachte dat Magewell eenzijdig de distributieovereenkomst kan beëindigen, is volgens [A] onjuist.
Inleiding
Als Magewell “onrustig” is geworden ligt dat aan de OK-bestuurder, die Magewell heeft meegedeeld dat MVDE zal worden ontbonden. De vrees van de OK-bestuurder dat de vennootschap achterblijft met de kostbare handelsvoorraad is ongegrond, want [A] heeft al toegezegd dat hij die overneemt als hij het Magewell contract krijgt. Maar de OK-bestuurder heeft de onderhandelingspositie van [A] jegens Magewell ondermijnd door Magewell te laten weten dat ook [B] de mogelijkheid heeft het distributiecontract over te nemen. De OK-bestuurder heeft verder nodeloos een fiscaal probleem opgeworpen met betrekking tot de uitkering van € 900.ooo ten titel van management fee, die door MVDE aan [A] is betaald in het kader van een regeling die partijen in maart 2024 leken te hebben getroffen. Zij heeft ten slotte niet gereageerd op zijn verzoeken om betaling van advocaatkosten die [A] heeft moeten maken. Aldus steeds [A] .
3.2
MVDE en [B] hebben gemotiveerd verweer gevoerd.
3.3
Voor het ontslag van een door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder geldt een hoge drempel, zoals volgt uit ECLI:NL:HR:2014:1652 (Novero), welke lijn de Ondernemingskamer sedertdien toepast (o.a. ECLI:NL:GHAMS:2021:4259, Monitor Management). Voor toewijzing van het verzoek om ontslag van een OK-bestuurder vanwege de handelwijze van die tijdelijke bestuurder zal veelal slechts plaats zijn als de bestuurder kennelijk onredelijk heeft gehandeld of, naar redelijkerwijs valt te verwachten, kennelijk onredelijk zal handelen. Daarbij worden ook de conflictueuze omstandigheden waarbinnen de OK-functionaris haar werkzaamheden moet verrichten, in ogenschouw genomen.
3.4
De bij MVDE benoemde OK-bestuurder heeft beslissingen genomen die [A] principieel onjuist vindt. Benadrukt moet evenwel worden dat het niet aan de Ondernemingskamer is, en overigens evenmin aan de aandeelhouders, maar aan de tijdelijke bestuurder om binnen de grenzen van haar taken en bevoegdheden te beoordelen of bepaalde maatregelen binnen of door de rechtspersoon moeten worden getroffen en, zo ja, die te treffen (zie ook ECLI:NL:HR:2014:1652, Novero). De Ondernemingskamer toetst het handelen van de OK-bestuurder dan ook terughoudend.
3.5
De OK-bestuurder heeft haar beslissingen naar het oordeel van de Ondernemingskamer in belangrijke mate bevredigend weten toe te lichten.
3.6
Dat zij, ondanks het vermoeden dat [B] zichzelf en zijn familie op kosten van de vennootschap heeft bevoordeeld (dan wel heeft geprobeerd te bevoordelen), deze personen toch niet direct uit de onderneming heeft verwijderd, heeft zij toegelicht door erop te wijzen dat ten tijde van haar aantreden een schikking tussen de aandeelhouders, door een exit van één van hen, nabij leek; dat dit niet het moment was om nieuwe werknemers te werven, zo deze al – in de gespannen arbeidsmarkt – te vinden zouden zijn. Daar kwam bij dat de OK-bestuurder had geconcludeerd dat door het personeel van MVDE reële werkzaamheden werden verricht, zij hun werkzaamheden (ook volgens Magewell) goed uitvoerden, daar een marktconforme vergoeding voor kregen en dat de onderneming goed draaide. Met die uitleg acht de Ondernemingskamer het handhaven van [B] en het overige personeel te billijken.
3.7
Dat de OK-bestuurder zich in die hoedanigheid en in het belang van de vennootschap rekenschap heeft gegeven van de fiscale aspecten van de tussen de aandeelhouders overeengekomen uitkering aan [A] van € 900.000 ten titel van managementvergoeding, komt de Ondernemingskamer prudent voor.
3.8
Volgens de OK-bestuurder was het mede op verzoek van [A] dat zij met Magewell contact opnam (en zij heeft daarvan een onderbouwing verstrekt), maar was de inhoud van haar mededelingen een andere dan [A] (zonder onderbouwing) suggereert. De Ondernemingskamer heeft daarmee geen aanwijzingen dat de OK-bestuurder bij deze contacten niet in het belang van de vennootschap of haar stakeholders heeft gehandeld. Evenmin is aannemelijk geworden dat de OK-bestuurder [A] onderhandelingspositie jegens Magewell heeft verstoord.
3.9
Nadat in september 2024 de laatste schikkingsonderhandelingen (aan de hand van een derde concept-VSO) niet tot resultaat hebben geleid, is de OK-bestuurder in de aandeelhoudersvergadering van oktober 2024 gaan aansturen op een liquidatie en vereffening van MVDE. Achtergrond daarvoor is dat de OK-bestuurder, bij afweging van alle mogelijkheden, dat voor de toekomst van MVDE het meest realistische scenario acht.
Een uitkoop van de ene aandeelhouder door de andere is in september 2024 besproken, maar bleek voor geen van partijen haalbaar. De verkoop van de onderneming van MVDE als geheel aan derden acht zij evenmin een realistisch scenario. Dat houdt verband met de huidige verwevenheid van de vennootschap met [B] en het personeel (kinderen van [B] en hun vrienden) en het gegeven dat MVDE haar bedrijfsruimte van [B] huurt. Bovendien is de overeenkomst met Magewell niet-exclusief en eenzijdig opzegbaar door Magewell; op die overeenkomst is Chinees recht van toepassing, zodat twijfelachtig is of de in Nederland geldende normen voor opzegging van duurovereenkomsten een rol spelen. Aan het Magewell-contract komt daarom in het kader van een verkoop geen waarde toe. Het belangrijkste handelsdebiet van MVDE is volgens de OK-bestuurder haar handelsvoorraad, bestaande uit producten van Magewell met een kapitaalbeslag van circa € 460.000 en van PTZOptics met een kapitaalbeslag van circa € 340.000. Het streven van de OK-bestuurder is om, ten bate van MVDE, daarvoor een zo gunstig mogelijke prijs te realiseren.
Het stilzitten waarop [A] aandringt, is volgens de OK-bestuurder dan ook geen optie, omdat zij het als een gegeven beschouwt dat MVDE haar bedrijfsactiviteiten niet voor onbepaalde tijd ongewijzigd voort zal kunnen zetten. [B] heeft de huurovereenkomst al eenmaal tijdelijk verlengd maar zal daartoe mogelijk niet nogmaals bereid zijn, althans niet voor een langere termijn. Twee van de vijf werknemers hebben MVDE al verlaten; of de anderen, gelet op de onzekere toekomst van MVDE, zullen willen blijven is ongewis. [B] heeft aangekondigd in 2025 niet meer voor MDVE werkzaam te zullen zijn. Beide aandeelhouders willen het contract met Magewell voortzetten, maar slechts één van hen zal dat kunnen doen. Magewell heeft tot nu toe afgewacht wie van de aandeelhouders de voortzettende partij zal zijn; nu daarover nog steeds geen duidelijkheid is ontstaan, is Magewell doende stappen te forceren. Dat zal tot een feitelijke ontmanteling van de vennootschap leiden, omdat één van beide partijen (of geen van beide) het contract zal voortzetten. Dat betekent dan de facto het einde van de onderneming van MVDE. Het belang van de vennootschap vereist dan dat MVDE niet met haar kostbare handelsvoorraad blijft zitten, maar deze zonder verlies aan een opvolger kan overdragen. Daartoe dient de liquidatie en vereffening waarop de OK-bestuurder nu afkoerst: de regie die dat meebrengt voorkomt het risico dat de handelsvoorraad van MVDE haar waarde verliest door een ongecontroleerde gang van zaken. De OK-bestuurder vreest dat een langere duur van de huidige onduidelijkheid ertoe leidt dat Magewell voor een derde kiest om haar producten te distribueren, met als risico dat de OK-bestuurder er niet in slaagt om de handelsvoorraad van MVDE voor een reële prijs te verkopen. Het belang van de vennootschap is met het voortduren van de onduidelijkheid dan ook niet gediend. De OK-bestuurder is ervan overtuigd dat door de liquidatie en vereffening van MVDE een gecontroleerd proces kan worden bewerkstelligd, waarbij ook mogelijke resterende vorderingen van [A] op MVDE (bijvoorbeeld vanwege advocaatkosten) kunnen worden betrokken. Bovendien kan tijdens het proces van liquidatie en vereffening de enquête gewoon plaatsvinden, zodat ook dat belang van [A] (en de vennootschap) kan worden gediend. Aldus MVDE.
Inleiding
3.10
[B] onderschrijft de analyse van de OK-bestuurder met betrekking tot de mogelijke scenario’s.
3.11
Dat de OK-bestuurder in de hiervoor beschreven omstandigheden de keuze maakt om op liquidatie en vereffening van MVDE aan te sturen acht de Ondernemingskamer, ook wanneer andere opties denkbaar zouden zijn geweest, niet kennelijk onredelijk. Daarbij komt dat beide partijen, ook [A] , nog tot voor kort te kennen gaven liquidatie van MVDE als enige reële mogelijkheid te zien tot beëindiging van het geschil; de door de raadsman van [A] opgestelde concept-VSO ging onder meer uit van liquidatie per 1 november 2024. Dat [A] inmiddels een andere mening is toegedaan, laat zich – gezien zijn uitlatingen ter zitting – vooral verklaren door zijn toegenomen wantrouwen jegens de OK-bestuurder en de vrees dat zij “zomaar alles kan doen”. Het gegeven dat de OK-bestuurder verplicht is steeds het belang van de vennootschap voorop te stellen impliceert reeds de onjuistheid van die gedachte.
3.12
De hoge drempel voor ontslag van een OK-functionaris is, al met al, geenszins gehaald. Daaraan doet niet af dat bij een enkele beslissing van de OK-bestuurder wel vraagtekens kunnen worden geplaatst. Zo had het bijvoorbeeld in de rede gelegen om de door [A] aangewezen vertegenwoordiger toe te laten om feitenonderzoek te doen. Dat de OK-bestuurder deze vertegenwoordiger niet objectief achtte, is in dat verband onvoldoende redengevend. Maar het enkele gegeven dat over bepaalde beslissingen ook anders kan worden gedacht, volstaat vanzelfsprekend niet om het oordeel te rechtvaardigen dat de OK-functionaris kennelijk onredelijk heeft gehandeld.
3.13
Het verzoek van [A] om ontslag van de OK-bestuurder wordt daarom afgewezen.
Aandelen [A] onder beheer?
3.14
De OK-bestuurder heeft erop gewezen dat er op dit moment een impasse in de aandeelhoudersvergadering bestaat, waardoor besluiten die zij in het belang van de vennootschap heeft genomen, niet worden uitgevoerd. Dat betreft in het bijzonder de door haar voorgestelde, onder 3.9 vermelde, liquidatie en vereffening van de vennootschap.
3.15
De door de Ondernemingskamer aangestelde beheerder heeft ter zitting laten weten de benadering van de OK-bestuurder te ondersteunen en bereid te zijn benoeming als beheerder van de door [A] gehouden aandelen te aanvaarden.
3.16
In de eerstefasebeschikking is al gememoreerd dat het niet is gelukt om in de aandeelhoudersvergadering de jaarrekeningen 2021 en 2022 vast te stellen. In deze situatie is geen verbetering opgetreden. Het enkele voortbestaan van een impasse in de algemene vergadering van MVDE, die niet blijkt te zijn geredresseerd door de in eerste instantie getroffen voorzieningen, noopt naar het oordeel van de Ondernemingskamer op zichzelf al tot het treffen van de door de OK-bestuurder verzochte aanvullende voorziening tot overdracht ten titel van beheer van de aandelen van [A] .
3.17
Het treffen van die voorziening zal ertoe leiden dat aan de algemene vergadering de liquidatie en vereffening van MVDE ter besluitvorming zal worden voorgelegd. [A] heeft laten weten er nog steeds de voorkeur aan te geven dat eerst het onderzoek plaatsvindt, voordat de liquidatie wordt ingezet. Ter zitting is duidelijk geworden dat hij daarmee ook doelt op een eventuele tweedefaseprocedure. Daarmee lijkt hij de situatie bij MVDE tot dat tijdstip op zijn beloop te willen laten, met alles risico’s van dien – die [A] overigens gering acht.
3.18
In aanmerking nemend de terughoudende toetsing door de Ondernemingskamer van de door OK-functionarissen genomen besluiten, acht de Ondernemingskamer het in de gegeven omstandigheden te billijken indien dat besluit zou worden genomen. Onder 3.9 is reeds beschreven dat reële alternatieven zich niet voor lijken te doen. Verder valt niet in te zien hoe het belang van MVDE kan zijn gediend met het voor onbepaalde tijd laten voortduren van een situatie waarin niet alleen haar jaarstukken niet worden vastgesteld, maar waarin vooral volstrekt onduidelijk is en blijft of, en zo ja op welke wijze en waar, MVDE activiteiten zal kunnen voortzetten, welke activiteiten dat dan zijn en wat de consequenties zijn voor haar handelsvoorraden. Het is geenszins onzorgvuldig dat de OK-bestuurder ter beëindiging van een dergelijke onzekere situatie in het belang van MVDE een regierol wil kunnen pakken en het ligt eveneens in de rede, dat de beheerder van aandelen die wens ondersteunt.
3.19
De Ondernemingskamer zal daarom de aandelen van [A] (minus één) ten titel van beheer overdragen aan Van Luyn.
Schorsing [A] als bestuurder?
3.20
Naar het oordeel van de Ondernemingskamer zijn er onvoldoende redenen aangevoerd waarom het belang van de vennootschap tot schorsing van [A] als bestuurder noopt. De OK-bestuurder heeft een beslissende stem in het bestuur van MVDE. Daardoor kan het bestuur van MVDE de besluiten nemen die de OK-bestuurder voorstaat. Dat de OK-bestuurder desondanks onvoldoende armslag heeft ten gevolge van het feit dat [A] nog bestuurder is, is niet voldoende aannemelijk gemaakt. Weliswaar is duidelijk dat [A] het met sommige beslissingen van de OK-bestuurder oneens is en dat hij zich daarover, in woord en geschrift, regelmatig roert, maar niet valt in te zien dat dit mededelingen als bestuurder waren en dat de OK-bestuurder daarvan gevrijwaard zal zijn zodra [A] als bestuurder is geschorst. Evenmin is aannemelijk geworden dat het hier (nog steeds) om een zodanige toevloed van communicatie uitingen gaat, dat dit de OK-bestuurder in de uitoefening van haar taken belemmert. Ook als juist is dat [A] als bestuurder niet of weinig bestuurstaken verricht, is dat op zichzelf ook onvoldoende reden voor een schorsing, waarbij overigens niet duidelijk is gemaakt is welke taken hij op zich had moeten nemen. Van een welbewust nalaten in strijd met gemaakte afspraken of niet voldoen aan nadrukkelijke verzoeken lijkt geen sprake te zijn geweest. De OK-bestuurder heeft verder kritiek op de houding van [A] , die zij als niet in het belang van de vennootschap betitelt. Nu het ook hier onvoldoende duidelijk is of dat om zijn handelen in hoedanigheid van bestuurder gaat, kan ook die houding niet bijdragen aan een reden voor diens schorsing.
3.21
De gevraagde schorsing van [A] als bestuurder van MVDE wordt daarom afgewezen.
Uitbreiding van het onderzoek?
3.22
Volgens [B] en MVDE heeft [A] producten van Streamgear en Miri die door MVDE gedistribueerd zouden kunnen worden, door concurrenten van MVDE laten distribueren zonder daarover zelfs maar met MVDE overleg te voeren. [A] heeft er onvoldoende betwist op gewezen dat Streamgear al jaren niet meer actief is en geen enkel product heeft verkocht, en dat het product van Miri een router betreft die nog niet op de Europese markt wordt aangeboden. In het licht van deze gemotiveerde weerspreking door [A] is daarmee onvoldoende aannemelijk dat [A] MVDE hier onrechtmatige concurrentie heeft aangedaan dan wel corporate opportunities heeft onthouden.
3.23
Voorts heeft [A] als bestuurder mogelijk niet of nauwelijks bestuurstaken uitgevoerd, maar er zijn geen voldoende sterke aanwijzingen dat dat niet overeenkomstig de tussen partijen gemaakte afspraken was of dat hij zich als bestuurder daadwerkelijk aan zijn taken of verantwoordelijkheden heeft onttrokken.
3.24
Daarmee is twijfelachtig of er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid bij MVDE door het handelen of nalaten van [A] als bestuurder.