12 resultaten voor "Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) artikel 886"
Pagina 1 van 2
Kamerstuk

Kamerstuk 32305

In de memorie van toelichting bij artikel 2 van de Uitvoeringswet EG-executieverordening was reeds aangegeven dat het voorschrift van het gebruik van de Nederlandse taal de toepassing van artikel 7 van de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 34212

Alleen als de wederpartij na de informele bezorging van het oproepingsbericht, waarin de procesinleiding is opgenomen, niet in het geding verschijnt, moet de eiser voor het verkrijgen van een verstekvonnis alsnog een deurwaarder inschakelen om het op...

45%
Kamerstuk

Kamerstuk 34059

Het vierde en vijfde lid van artikel 71 komen te luiden: In de beslissing tot verwijzing vermeldt de rechter: op welke wijze partijen in de procedure moeten verschijnen, voor zover van toepassing, het griffierecht of het verhoogde griffierecht dat in...

44%
Kamerstuk

Kamerstuk 31518

Artikel 87, tweede en derde lid, en artikel 88, tweede lid, derde lid, eerste, tweede en derde zin, en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 2. Bij een verschijning van partijen ter terechtzitting kan ook de vraag hoe partijen verder zulle...

43%
Kamerstuk

Kamerstuk 32137

Ingevolge artikel 86 wordt de vraag of een in Nederland aangegaan geregistreerd partnerschap in Nederland kan worden beëindigd, hetzij met wederzijds goedvinden, hetzij door ontbinding, beantwoord naar het Nederlandse recht. Een rechtskeuze voor een...

41%
Kamerstuk

Kamerstuk 33611

In onderdeel BBB wordt artikel 1064a als volgt gewijzigd: 1. Aan eind van het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd: Wordt echter het vonnis, voorzien van een verlof tot tenuitvoerlegging, aan de wederpartij betekend, dan kan die partij, ongea...

41%
Kamerstuk

Kamerstuk 35498

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht (Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht) AMENDEMENT VAN HET LID SNELLER TER VERVANGING...

40%
Kamerstuk

Kamerstuk 22604

Het in artikel 84 bedoelde advies wordt zo spoedig mogelijk uitgebracht, doch uiterlijk binnen twee maanden nadat het bureau kennis heeft genomen van het standpunt van de verzoeker en de octrooihouder of, indien toepassing is gegeven aan het vorige l...

38%
Kamerstuk

Kamerstuk 34851

De rechtbank wijst het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen. De indiening van het verzoekschrift behoeft niet doo...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 36040

Bij de aanstelling: houdt de rechtbank rekening met de specifieke kenmerken van de zaak, waaronder eventuele grensoverschrijdende elementen, en de ervaring en deskundigheid van de observator, en hanteert de rechtbank een procedure en voorwaarden die...

35%