10 resultaten voor "Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) artikel 765"
Kamerstuk

Kamerstuk 34059

Dat betekent dat per type procedure wordt bezien wanneer met digitaal procederen wordt gestart. Het wetsvoorstel maakt gefaseerde invoering mogelijk, zie hierover ook paragraaf 14. Voor de hand ligt de vraag of de civiele procedure ook kan worden aan...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 32305

In de memorie van toelichting bij artikel 2 van de Uitvoeringswet EG-executieverordening was reeds aangegeven dat het voorschrift van het gebruik van de Nederlandse taal de toepassing van artikel 7 van de Wet gebruik Friese taal in het rechtsverkeer...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 36040

Oproeping van schuldeisers voor een zitting is op grond van art. 33 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering via digitale weg mogelijk als het toepasselijke procesreglement hierin voorziet en daarbij een digitaal systeem voor gegevensverwerkin...

49%
Kamerstuk

Kamerstuk 34212

Alleen als de wederpartij na de informele bezorging van het oproepingsbericht, waarin de procesinleiding is opgenomen, niet in het geding verschijnt, moet de eiser voor het verkrijgen van een verstekvonnis alsnog een deurwaarder inschakelen om het op...

48%
Kamerstuk

Kamerstuk 33611

In onderdeel BBB wordt artikel 1064a als volgt gewijzigd: 1. Aan eind van het tweede lid wordt de volgende zin toegevoegd: Wordt echter het vonnis, voorzien van een verlof tot tenuitvoerlegging, aan de wederpartij betekend, dan kan die partij, ongea...

46%
Kamerstuk

Kamerstuk 31518

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan in het geval dat een benadeelde ingevolge artikel 954 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel uit hoofde van een aan hem door de wet toegekend eigen recht op schadevergoeding, bet...

42%
Kamerstuk

Kamerstuk 34851

De rechtbank wijst het verzoek toe, voor zover zij dit gegrond oordeelt. Alvorens de rechtbank beslist, stelt zij zo nodig de belanghebbenden in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen. De indiening van het verzoekschrift behoeft niet doo...

38%
Kamerstuk

Kamerstuk 36939

Voor de toepassing van artikel 8.48a wordt het dwangschrift met betrekking tot betaling dat op de voet van het tweede lid is betekend, geacht te zijn betekend twee dagen na de datum van de terpostbezorging van het dwangschrift met betrekking tot beta...

29%
Kamerstuk

Kamerstuk 36951

De uitspraak van de Hoge Raad is het sluitstuk van het vervolgingsproces. Aangezien tegen een uitspraak van de Hoge Raad geen beroep open staat, is het na deze dag niet langer nodig dat het oude recht van toepassing blijft. De gelding van het oude re...

26%
Kamerstuk

Kamerstuk 36949

Dit lid geeft aanwijzingen voor implementatie, namelijk dat de verschuiving van de bewijslast niet van toepassing hoeft te zijn op procedures van feitenonderzoek door een rechtbank of andere bevoegde instantie. Artikel 18, lid 5 Behoeft geen impleme...

26%