11 resultaten voor "Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) artikel 123"
Pagina 1 van 2
Kamerstuk

Kamerstuk 34059

Dat betekent dat per type procedure wordt bezien wanneer met digitaal procederen wordt gestart. Het wetsvoorstel maakt gefaseerde invoering mogelijk, zie hierover ook paragraaf 14. Voor de hand ligt de vraag of de civiele procedure ook kan worden aan...

51%
Kamerstuk

Kamerstuk 36040

Oproeping van schuldeisers voor een zitting is op grond van art. 33 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering via digitale weg mogelijk als het toepasselijke procesreglement hierin voorziet en daarbij een digitaal systeem voor gegevensverwerkin...

51%
Kamerstuk

Kamerstuk 34212

Wanneer langs elektronische weg wordt geprocedeerd, kan er een digitaal afschrift worden verstrekt. Een partij die verplicht is langs elektronische weg te procederen kan niet verlangen dat er een papieren afschrift wordt verstrekt. (v) Termen als ove...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 32305

In artikel 2, tweede lid, van de Uitvoeringswet EG-executieverordening is bepaald dat het verlof wordt gevraagd bij een verzoekschrift dat in de Nederlandse taal is gesteld. In de memorie van toelichting bij artikel 2 van de Uitvoeringswet EG-executi...

46%
Kamerstuk

Kamerstuk 33611

Een mededeling of handeling die langs elektronische weg geschiedt of een processtuk dat langs elektronische weg wordt ingediend, wordt geacht te zijn verzonden op het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarv...

43%
Kamerstuk

Kamerstuk 31518

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan in het geval dat een benadeelde ingevolge artikel 954 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel uit hoofde van een aan hem door de wet toegekend eigen recht op schadevergoeding, bet...

39%
Kamerstuk

Kamerstuk 35498

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht (Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht) AMENDEMENT VAN HET LID SNELLER TER VERVANGING...

39%
Kamerstuk

Kamerstuk 32468

Indien de officier van justitie in gebreke blijft te beslissen over het voegen van de stukken onderscheidenlijk de kennisneming daarvan, kan hem op verzoek van de verdachte door de rechter-commissaris een termijn worden gesteld binnen welke een besli...

36%
Kamerstuk

Kamerstuk 36950

De artikelen 127 tot en met 129 van de Wet op de rechterlijke organisatie zijn niet van toepassing op de werkzaamheden van het onderzoeksteam en de bijstand van het College van procureurs-generaal, bedoeld in het tweede lid. De Tweede Kamer en de reg...

33%
Kamerstuk

Kamerstuk 36949

Dit lid geeft aanwijzingen voor implementatie, namelijk dat de verschuiving van de bewijslast niet van toepassing hoeft te zijn op procedures van feitenonderzoek door een rechtbank of andere bevoegde instantie. Artikel 18, lid 5 Behoeft geen impleme...

32%