12 resultaten voor "Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van niet-digitaal procederen) artikel 1038d"
Pagina 1 van 2
Kamerstuk

Kamerstuk 36040

Oproeping van schuldeisers voor een zitting is op grond van art. 33 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering via digitale weg mogelijk als het toepasselijke procesreglement hierin voorziet en daarbij een digitaal systeem voor gegevensverwerkin...

54%
Kamerstuk

Kamerstuk 34212

Artikel 201 wordt als volgt gewijzigd: In het eerste lid wordt «terechtzitting» vervangen door: zitting. In het tweede lid wordt «ter griffie moet zijn neergelegd» vervangen door «aan partijen moet zijn verstrekt» en wordt «de dag waarop de zaak weer...

50%
Kamerstuk

Kamerstuk 34059

Dat betekent dat per type procedure wordt bezien wanneer met digitaal procederen wordt gestart. Het wetsvoorstel maakt gefaseerde invoering mogelijk, zie hierover ook paragraaf 14. Voor de hand ligt de vraag of de civiele procedure ook kan worden aan...

49%
Kamerstuk

Kamerstuk 32305

De keuze voor een verzoekschriftprocedure stemt overeen met het advies van de Staatscommissie voor het internationaal privaatrecht van 19 oktober 2001 over de Uitvoeringswet EG-Executieverordening. In de uitvoeringswet was in eerste instantie, in ver...

49%
Kamerstuk

Kamerstuk 33611

Een mededeling of handeling die langs elektronische weg geschiedt of een processtuk dat langs elektronische weg wordt ingediend, wordt geacht te zijn verzonden op het tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking heeft bereikt waarv...

44%
Kamerstuk

Kamerstuk 35925-VI

140 dagen Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) EK 252 dagen Dagvaarding met verweer (handel 1e aanleg) MK 280 dagen Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) zonder zitting 238 dagen Dagvaardingen en kort geding (hoger beroep) 1 zittin...

44%
Kamerstuk

Kamerstuk 34372

Na artikel 138d worden twee artikelen ingevoegd, luidende: Artikel 138e Onder aanbieder van een communicatiedienst wordt verstaan de natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van een beroep of bedrijf aan de gebruikers van zijn diens...

43%
Kamerstuk

Kamerstuk 31518

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan ook worden gedaan in het geval dat een benadeelde ingevolge artikel 954 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel uit hoofde van een aan hem door de wet toegekend eigen recht op schadevergoeding, bet...

41%
Kamerstuk

Kamerstuk 35498

Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en enige andere wetten in verband met de vereenvoudiging en modernisering van het bewijsrecht (Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht) AMENDEMENT VAN HET LID SNELLER TER VERVANGING...

37%
Kamerstuk

Kamerstuk 36939

Voor de toepassing van artikel 8.48a wordt het dwangschrift met betrekking tot betaling dat op de voet van het tweede lid is betekend, geacht te zijn betekend twee dagen na de datum van de terpostbezorging van het dwangschrift met betrekking tot beta...

30%