50 resultaten voor "Wet kaderregeling vut overheidspersoneel artikel 2"
Pagina 1 van 5
Kamerstuk

Kamerstuk 23763

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23763 Wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden (Vut-wet) in verband met de verhoging van de pensioenopbouw bij afzien van het...

Kamerstuk

Kamerstuk 23442

tisering ABP, aangezien het tekort bij ongewijzigde omstandigheden per jaar met circa f 3,9 miljard zal toenemen. Ter zake is derhalve een aparte wettelijke regeling vereist. 3.2. De vut-regeling Wat betreft de regeling betreffende de vut-aanspraken...

Kamerstuk

Kamerstuk 23442

premiesysteem dat zal worden ingevoerd met betrekking tot het ouderdoms– en nabestaandenpensioen. In hoofdstuk 6 wordt de financiële situatie van het ABP belicht. In dat verband wordt ook ingegaan op de pensioenbijdrage voor het jaar 1993. De herstru...

Kamerstuk

Kamerstuk 23763

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1993-1994 23763 Wijziging van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden (Vut-wet) in verband met de verhoging van de pensioenopbouw bij afzien van het...

Kamerstuk

Kamerstuk 22914

In deze wet wordt met name de verlaging van het percentage van de uitkering bij vrijwillig vervroegd uittreden geformaliseerd. Dit onderdeel van de overeenkomst kan als een verslechtering gekarakteriseerd worden en kan derhalve niet met terugwerkende...

Kamerstuk

Kamerstuk 22914

Artikelsgewijze toelichting Artikel I, onderdeel A, onder 1 De uitvoering van zowel de centrale als de sectorale vut-regelingen is opgedragen aan het Algemeen burgerlijk pensioenfonds. Voor de verschillende vut-regelingen werd tot aan het moment van...

Kamerstuk

Kamerstuk 22914

worden zowel op een hoger als op een lager niveau dan 75% van de bezoldiging. Uiteraard kunnen sectoraal geen afspraken worden gemaakt ten aanzien van het uitkeringspercentage van de «centrale vut», dat wil zeggen de vut bij 61 jaar of 40 dienstjaren...

Kamerstuk

Kamerstuk 23442

De vut-uitkeringen aan gerechtigden die de 61-jarige leeftijd nog niet hebben bereikt en die nog geen veertig dienstjaren hebben, komen ten laste van het orgaan dat deze vut-gerech– tigden heeft ontslagen. Het Rijk betaalt in beperkte mate mee aan de...

Kamerstuk

Kamerstuk 22914

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22914 Wijziging van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden en de Wet houdende bijzondere regelen met betrekking tot het recht op uitkering als bedoeld in de Wet uitkering wegen...

Kamerstuk

Kamerstuk 22800 VII

1989, 151), is de vergoeding door het Rijk aan het fonds ter zake van uitkeringen aan belanghebbenden (61-jarigen of ouder en diegenen met 40 dienstjaren) bepaald op een maximum-bedrag van f 330 mln (prijspeil 1986). Dit bedrag is nadien aangepast ov...