30 resultaten voor "Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999 artikel 27"
Pagina 1 van 3
Kamerstuk

Kamerstuk 32190

In deze bepaling is geregeld dat ook bij algemene maatregel van bestuur alsmede bij regeling van Onze Minister wie het aangaat boeten kunnen worden opgenomen. Hierbij is wel een maximering opgenomen voor de hoogte van deze sancties welke in lagere re...

64%
Kamerstuk

Kamerstuk 32052

Om aan het opleggen van een boete te ontkomen, zal de overtreder een beroep moeten doen op afwezigheid van alle schuld en deze afwezigheid aannemelijk moeten maken. Hieraan staat niet in de weg dat aan het bezwaar en beroep tegen de boetebeschikking...

64%
Kamerstuk

Kamerstuk 32238

De Vierde tranche, die per 1 juli 2009 in werking is getreden, heeft een algemene regeling voor bestuurlijke boetes ingevoerd. De grens ligt bij een overtreding waarop een bestuurlijke boete van meer dan € 340 Aan de toepasselijkheid van de drie ver...

62%
Kamerstuk

Kamerstuk 32189

Artikel 8.25, tweede lid, bepaalt – in afwijking van artikel 20 ALL – dat de grondslag voor vergrijpboete alleen het bedrag is dat als gevolg van grove schuld of opzet van de belastingplichtige niet geheven is. De inspecteur dient dus nauwkeurig te b...

60%
Kamerstuk

Kamerstuk 32271

De verschillende overtredingen zijn duidelijk omschreven en eenduidig. Er zal in de praktijk weinig voor de beboeting relevante variatie in de geconstateerde overtredingen zijn. Daarom is het verantwoord om de gemeenteraad vaste bedragen voor de boet...

59%
Kamerstuk

Kamerstuk 32264

Gemeenten hebben op grond van de Gemeentewet een eigen bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom. Voor alle gevallen waarin een wettelijke grondslag voor bestuursdwang bestaat (i.c. artikel 125 Gemeentewet) biedt artikel 5:32 Awb een g...

59%
Kamerstuk

Kamerstuk 36164

De maximale boete is een bedrag overeenkomstig de derde categorie uit artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor natuurlijke personen met een bevoegdheid van de RDW om handelingen te verrichten die de daaraan gestelde voorwaarden nie...

58%
Kamerstuk

Kamerstuk 33037

In het boetebeleid wordt gemeld dat er sprake kan zijn van een matigingsbeleid van de hoogte van de boete.17Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, Boetebeleid Meststoffenwet, hoofdstuk 5 (laatst geldende versie), waarin de factoren voor matiging van...

56%
Kamerstuk

Kamerstuk 32128

Daarom wordt in artikel 63b, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 (zie onderdeel D) een met artikel 67c van de AWR vergelijkbare boetebepaling opgenomen bij het niet, gedeeltelijk niet of niet tijdig voldoen aan de betalingsverplichting bij belast...

55%
Kamerstuk

Kamerstuk 32250

Een beslissing tot het opleggen van een boete dient op grond van het tweede lid de termijn te noemen waarbinnen deze moet zijn voldaan. Aangezien zich omstandigheden kunnen voordoen als gevolg waarvan betrokkene in redelijkheid niet in staat is om de...

55%