30 resultaten voor "Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999 artikel 18"
Pagina 1 van 3
Kamerstuk

Kamerstuk 32190

In het eerste lid wordt bepaald dat de inspecteur een boete bij beschikking moet opleggen. Dit biedt de belanghebbende uiteraard de mogelijkheid daartegen in bezwaar te komen en eventueel daarna indien daarvoor aanleiding is in beroep te gaan. Het tw...

64%
Kamerstuk

Kamerstuk 32052

Om aan het opleggen van een boete te ontkomen, zal de overtreder een beroep moeten doen op afwezigheid van alle schuld en deze afwezigheid aannemelijk moeten maken. Hieraan staat niet in de weg dat aan het bezwaar en beroep tegen de boetebeschikking...

63%
Kamerstuk

Kamerstuk 32271

De door de gemeenteraad vastgestelde bedragen zijn gefixeerde bedragen, het betreft hier geen maximale bedragen. De gemeenteraad kan bij het bepalen van de hoogte van de boete per overtreding desgewenst onderscheid maken naar bijvoorbeeld al dan niet...

62%
Kamerstuk

Kamerstuk 32238

De Vierde tranche, die per 1 juli 2009 in werking is getreden, heeft een algemene regeling voor bestuurlijke boetes ingevoerd. De grens ligt bij een overtreding waarop een bestuurlijke boete van meer dan € 340 Aan de toepasselijkheid van de drie ver...

61%
Kamerstuk

Kamerstuk 36164

De maximale boete is een bedrag overeenkomstig de derde categorie uit artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor natuurlijke personen met een bevoegdheid van de RDW om handelingen te verrichten die de daaraan gestelde voorwaarden nie...

61%
Kamerstuk

Kamerstuk 32264

De hoogte van de boete moet zowel aansluiten bij de ernst en aard van de overtreding en de draagkracht van de overtreder, als ook bij de overige omstandigheden van het geval, zoals verwijtbaarheid, recidive, wederrechtelijk verkregen voordeel en de s...

61%
Kamerstuk

Kamerstuk 32189

Artikel 8.25, tweede lid, bepaalt – in afwijking van artikel 20 ALL – dat de grondslag voor vergrijpboete alleen het bedrag is dat als gevolg van grove schuld of opzet van de belastingplichtige niet geheven is. De inspecteur dient dus nauwkeurig te b...

60%
Kamerstuk

Kamerstuk 32250

Een beslissing tot het opleggen van een boete dient op grond van het tweede lid de termijn te noemen waarbinnen deze moet zijn voldaan. Aangezien zich omstandigheden kunnen voordoen als gevolg waarvan betrokkene in redelijkheid niet in staat is om de...

59%
Kamerstuk

Kamerstuk 32128

Om de daarmee gepaard gaande complexiteit in de automatisering beperkt te houden, wordt de aanpassing elke vijf jaar gedaan. De inflatiecorrectie die op de verzuimboeten wordt toegepast, is dezelfde als die wordt voorgeschreven in de Wet inkomstenbel...

57%
Kamerstuk

Kamerstuk 33037

Wel volgt uit de Algemene wet bestuursrecht (artikel 4:82) dat bestuursorganen ter motivering van individuele boetebesluiten uitsluitend kunnen verwijzen naar hun boetebeleid als dat beleid door hen bekendgemaakt is. Het boetebeleid van RVO is wat be...

56%