32 resultaten voor "Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999 artikel 10"
Pagina 1 van 4
Kamerstuk

Kamerstuk 32190

In dit artikel wordt het fundamenteel recht van de belanghebbende om gehoord te worden tot uitdrukking gebracht. Voor een eerlijk verloop van administratieve procedures dienen de rechten van de verdediging gerespecteerd te worden. Het ter inzage vers...

64%
Kamerstuk

Kamerstuk 36164

De maximale boete is een bedrag overeenkomstig de derde categorie uit artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht voor natuurlijke personen met een bevoegdheid van de RDW om handelingen te verrichten die de daaraan gestelde voorwaarden nie...

63%
Kamerstuk

Kamerstuk 32264

De gedragingen waarvoor bestuurlijke boeten kunnen worden opgelegd, worden niet langer als strafbare feiten aangemerkt, met dien verstande dat daarop uitzonderingen kunnen worden gemaakt voor het geval zich strafverzwarende omstandigheden voordoen, b...

61%
Kamerstuk

Kamerstuk 32238

De Vierde tranche, die per 1 juli 2009 in werking is getreden, heeft een algemene regeling voor bestuurlijke boetes ingevoerd. De grens ligt bij een overtreding waarop een bestuurlijke boete van meer dan € 340 Aan de toepasselijkheid van de drie ver...

61%
Kamerstuk

Kamerstuk 32052

Om aan het opleggen van een boete te ontkomen, zal de overtreder een beroep moeten doen op afwezigheid van alle schuld en deze afwezigheid aannemelijk moeten maken. Hieraan staat niet in de weg dat aan het bezwaar en beroep tegen de boetebeschikking...

61%
Kamerstuk

Kamerstuk 32271

De door de gemeenteraad vastgestelde bedragen zijn gefixeerde bedragen, het betreft hier geen maximale bedragen. De gemeenteraad kan bij het bepalen van de hoogte van de boete per overtreding desgewenst onderscheid maken naar bijvoorbeeld al dan niet...

61%
Kamerstuk

Kamerstuk 32128

Zoals hiervoor opgemerkt worden de geldboeten in het strafrecht ook aangepast aan de ontwikkeling van de consumentenprijsindex. Daar is gekozen voor een aanpassing elke twee jaar. Een belangrijk verschil tussen het bestuurlijke boeterecht en het stra...

60%
Kamerstuk

Kamerstuk 32250

Wanneer de betrokkene de boete niet, niet tijdig of onvolledig betaalt, kunnen tegen hem nadere tuchtrechtelijke maatregelen getroffen. Hiertoe biedt het vierde lid een voorziening. In dat geval kan de kamer voor het notariaat ambtshalve een tweede b...

60%
Kamerstuk

Kamerstuk 33037

De mate waarin een boete verlaagd wordt, is individueel maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van de ondernemer. In de afhandelingssystemen van RVO wordt de matiging of de matigingsgrond niet dusdanig vastgelegd dat hierover gerapporteerd kan...

58%
Kamerstuk

Kamerstuk 32189

Artikel 8.25, tweede lid, bepaalt – in afwijking van artikel 20 ALL – dat de grondslag voor vergrijpboete alleen het bedrag is dat als gevolg van grove schuld of opzet van de belastingplichtige niet geheven is. De inspecteur dient dus nauwkeurig te b...

56%