30 resultaten voor "Artikel III Invoeringswet van de wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet"
Pagina 1 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:HR:2003:AE2313

de raadsvergadering van 2 juni 1994 vervolgens met betrekking tot het voorstel voor het Bekostigingsbesluit als volgt besloten: "Akkoord (...) en met de aantekening dat de raad het college machtigt op basis van het raadsbesluit van maart 1994 de kaar...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RVS:2013:535

1. Ingevolge artikel 108, tweede lid, van de Gemeentewet kunnen regeling en bestuur van het gemeentebestuur worden gevorderd bij of krachtens een andere dan deze wet ter verzekering van de uitvoering daarvan, met dien verstande dat het geven van aanw...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2017:10744

astingen de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet WOZ (http://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0007119&hoofdstuk=IV&g=2017-09-11&z=2017-09-11) voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 220 (http://wetten.ov...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:GHSHE:2004:AP0827

overgelegd te krijgen. (In dit verband verwijst de Voorzieningenrechter naar de onder 6.42 aangehaalde passages uit de nota naar aanleiding van het verslag, Tweede Kamer, 2001/02, 28 183, nr. 5.) Verhouding artikel 8:42 van de Awb en artikel 8:29, tw...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2021:8099

21 591 is de betreffende bepaling, met een identieke tekst, opgenomen als ontwerp-artikel 218 (Kamerstukken II, 1989-1990, 21 591, nrs. 1-2, blz. 2). Bij de Invoeringswet Wet materiële belastingbepalingen Gemeentewet is artikel 218 eerst vernummerd n...

1%