ECLI:NL:HR:1979:AC6528
beroep op niet-ontvankelijkheid openstond, in ieder geval de bevoegdheid tegen dat vonnis, wederom in die hoedanigheid, gelijk zij deden, in hoger beroep te komen. Het arrest waarbij dat vonnis werd vernietigd, moet dan ook geacht worden te hunnen vo...
ECLI:NL:HR:1979:AC6528
studie aanvaard, heeft rijksstudiebeurzen gekregen op gunstige adviezen van de faculteit, heeft zes tentamens gedaan in de loop van vijf jaren en heeft in 1976 het doctoraalexamen aangevraagd dat op 27 augustus 1976 zou worden afgesloten met een plec...
ECLI:NL:HR:1979:AC6528
rtoe: ‘’De grieven van verweerders tegen het beroepen vonnis luiden als volgt: Grief I Ten onrechte heeft de President besloten als vermeld in het dictum sub 2 tot en met 5 van het vonnis van 28 oktober 1976. Grief II Ten onrechte heeft de President...
ECLI:NL:HR:1979:AC6528
De beslissingsvrijheid te dezen van de faculteit wordt niet beperkt op de wijze als door het Hof overwogen, nu in de leden 1 en 2 van artikel 196 — juncto 197 — van het Academisch Statuut wordt vermeld, in welke gevallen een examinandus is vrijgestel...
ECLI:NL:HR:1979:AC6528
ondanks het gemis van de vrijstelling toelating tot het doctoraalexamen althans afgifte van het getuigschrift mocht verlangen nu zij getoond had aan de eisen van bekwaamheid voor het doctoraal dramaturgie te voldoen. 9. Het Hof moet voorshands die vr...
ECLI:NL:HR:1979:AC6528
De beslissingsvrijheid te dezen van de faculteit wordt niet beperkt op de wijze als door het Hof overwogen, nu in de leden 1 en 2 van artikel 196 — juncto 197 — van het Academisch Statuut wordt vermeld, in welke gevallen een examinandus is vrijgestel...
ECLI:NL:HR:1979:AC6528
Voor het oordeel over de grieven zijn de volgende, in rechte vaststaande, feiten van belang. 1. [eiseres] heeft in 1969 aan de Rijksuniversiteit te Leiden haar doctoraalexamen rechten gedaan met als voornaamste bijvak dramaturgie, gedoceerd door [bet...
ECLI:NL:RVS:2018:1425
s beschreven in afdeling 4 van het reglement [houdende de uitvoering van artikel 7.4 van de Gedragscode]. 7.4 Om aan haar taken invulling te geven zal de landelijke commissie na overleg met de koepelorganisaties een reglement opstellen d...
ECLI:NL:CRVB:2005:AU6946
echtbank het niet aannemelijk dat een derde deel van de werkzaamheden die appellant in de oude functie van [functie 3] verrichtte terugkomt in de nieuwe functie van [functie 4]. Wel kan naar het oordeel van de rechtbank laatstgenoemde functie a...