ECLI:NL:RVS:2022:3352
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:RVS:2020:1560
ECLI:NL:CRVB:2010:BM3544
4.4. De Raad stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat appellant op grond van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ een eigen bijdrage verschuldigd is voor het verblijf van betrokkene in de instelling. In geschil is of het met terugwerken...
ECLI:NL:CRVB:2004:AP9661
en laten vertegenwoordigen door mr. Hoekstra en door mr. K.R. van Dijk, juridisch adviseur bij de Landelijke Organisatie Cliëntenraden te Utrecht, Amicon door mr. J.H. de Boer, advocaat bij Amicon, IZA door mr. S. van der Pol, werkzaam bij IZA, en CZ...
ECLI:NL:CRVB:2002:AE6165
De Raad dient gelet op het vorenstaande de vraag te beantwoorden of gedaagde zich terecht op het standpunt heeft gesteld, zoals neergelegd in besluit 2, dat van appellant over de periode van 1 april 1999 tot en met 31 juli 1999 een volledige eigen bi...
ECLI:NL:CRVB:2002:AE6165
n 18 jaar of ouder bijdraagt in de kosten van de zorg, verleend door een instelling of verzorgingshuis. Hij is deze bijdrage, welke wordt vastgesteld volgens de in het Besluit gegeven regels van dwingendrechtelijke aard, volgens artikel 3, eerste lid...
ECLI:NL:CRVB:2002:AE6165
De Raad dient gelet op het vorenstaande de vraag te beantwoorden of gedaagde zich terecht op het standpunt heeft gesteld, zoals neergelegd in besluit 2, dat van appellant over de periode van 1 april 1999 tot en met 31 juli 1999 een volledige eigen bi...
ECLI:NL:CRVB:1999:AA8592
enige in casu van toepassing zijnde rechtsregel, heeft geweigerd de door appellante ingevolge artikel 10 van de WUV genoten uitkering buiten aanmerking te laten voor wat betreft de daarin krachtens het derde lid van die bepaling opgenomen toeslag in...