ECLI:NL:PHR:2011:BN8726
4.1 Belanghebbende stelt dat artikel 5, lid 5, SW 1956 juncto artikel 48, lid 1, Bvdb 2001 in strijd is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met artikel 56 EG-Verdrag. 4.2 Artikel 5, ...
4.1 Belanghebbende stelt dat artikel 5, lid 5, SW 1956 juncto artikel 48, lid 1, Bvdb 2001 in strijd is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met artikel 56 EG-Verdrag. 4.2 Artikel 5, ...
4.1 Belanghebbende stelt dat artikel 5, lid 5, SW 1956 juncto artikel 48, lid 1, Bvdb 2001 in strijd is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met artikel 56 EG-Verdrag. 4.2 Artikel 5, ...
4.1 Belanghebbende stelt dat artikel 5, lid 5, SW 1956 juncto artikel 48, lid 1, Bvdb 2001 in strijd is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met artikel 56 EG-Verdrag. 4.2 Artikel 5, ...
4.1 Belanghebbende stelt dat artikel 5, lid 5, SW 1956 juncto artikel 48, lid 1, Bvdb 2001 in strijd is met het gemeenschapsrecht, in het bijzonder met artikel 56 EG-Verdrag. 4.2 Artikel 5, ...
dienaangaande: dat ingevolge artikel 11, tweede lid, der Successiewet 1956 de verwerving van zaken, waaromtrent een overeenkomst is gesloten krachtens welke die zaken bij het overlijden van de...
83 der wet van 1956 houdt in - in overeenstemming met het ook voorheen steeds gevolgde systeem het algemene voorschrift van 'overgangsrecht' - dat de nieuwe wet toepasselijk is indien het overlijden, ...
kan worden, kunnen te gemakkelijker worden aangegaan, omdat de erflater zich bij zijn leven geen voelbare offers behoeft te getroosten, aangezien hij immers practisch in het genot blijft van een equiv...
3.1. In cassatie kan van het volgende worden uitgegaan. 3.1.1. Op 23 april 1990 is de moeder van belanghebbende (hierna: de moeder) overleden. Zij en de vader van belanghebbende (hierna: de v...
Artikel 12, eerste lid, van de SW luidt: “Al wat binnen 180 dagen aan het overlijden voorafgegaan is geschonken door een erflater, die ten tijde van dat overlijden binnen het Rijk woonde, wordt, voor ...
t direct uit het testament van zijn grootouder. Er vindt geen rechtshandeling plaats waarbij het kind aan het kleinkind een bedrag schuldig erkent. Artikel 10, eerste lid, van de Successiewet 1956 is ...