ECLI:NL:RVS:2006:AZ2810
estijds bedoelde belemmeringen in het gebruik van het grondoppervlak door de eigenaar, brengt naar het oordeel van de Afdeling een redelijke wetsuitleg met zich mee dat steenzout onder de systematiek van de Mijnwet 1810 kan worden gebracht en naar zi...
ECLI:NL:RVS:2000:AA7170
van de Wet opsporing delfstoffen (hierna: WOD), is het verboden zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken binnen het gebied waar de wet van 21 april 1810 (hierna: Mijnwet 1810) van toepassing is, boringen te verrichten door middel waarv...
ECLI:NL:RVS:2007:BB2499
n de zeezijde van de in de bijlage bij deze wet vastgelegde lijn, tenzij de minister anders heeft bepaald. Ingevolge het tweede lid kan de minister zijn instemming verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften verbinden, indien deze gerechtvaar...
ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6452
De rechtbank heeft in haar uitspraak van 22 augustus 1997 overwogen dat verweerder op grond van art. 15 Mijnwet 1810 bevoegd moet worden geacht om aan de concessie een voorschrift te verbinden dat betrekking heeft op het stellen van zekerheid in verb...
ECLI:NL:RBLEE:2004:AO5913
nut van de betrokken werken is erkend; deze wettelijke erkenning vloeit volgens het bestreden besluit voort uit art. 5 Mbw. Het geding spitst zich bijgevolg toe op de uitleg van art. 5 Mbw en in het bijzonder de woorden "werken ten behoeve van het wi...
ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3454
ordt voor de aanvang van de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen en vervolgens telkens tijdig voordat de ontginning op een andere plaats wordt voortgezet, aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen een op de voorgenomen ontginningswerken be...
ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3453
Volgens verweerder is de heersende rechtsopvatting, dat de in de loop der tijd gevormde bodemschatten ten goede dienen te komen aan de gemeenschap als geheel en niet aan de toevallige eigenaar van de grond waarin zich die bodemschatten bevinden. In a...
ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3453
ng gebracht. Eisers hebben bij brieven van 11 en 14 maart 2004 nadere stukken in het geding gebracht. 2.2 De argumenten van eisers Eisers hebben in hoofdzaak aangevoerd dat de concessie onbevoegd is verleend en dat ter voorbereiding van het besluit t...
ECLI:NL:RBLEE:2004:AO5913
werk op grond van art. 5 Mbw een openbaar werk van algemeen nut is. De door Frisia aan te leggen leidingen zijn volgens verweerder onontbeerlijk voor de exploitatie van de nieuwe zoutcavernes, terwijl de aanvang van deze exploitatie in de loop van 2...