ECLI:NL:GHARL:2021:1996
3.1 In art. 133 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (dat geldt in geval van niet-digitaal procederen, hierna: Rv) is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht bin...
3.1 In art. 133 lid 4 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (dat geldt in geval van niet-digitaal procederen, hierna: Rv) is bepaald dat indien een proceshandeling niet is verricht bin...
4.1. De kantonrechter zal een mondelinge behandeling bevelen om inlichtingen over de zaak te vragen, partijen gelegenheid te geven hun stellingen nader te onderbouwen en om te onderzoeken of par...
genoot van deze of aan een andere persoon die zich daar bevindt en van wie aannemelijk is dat deze zal bevorderen dat het afschrift degene voor wie het exploot is bestemd, tijdig bereikt. Is het explo...
n door schriftelijke stukken of andere gegevens, dienen zij deze afzonderlijk bij akte in het geding te brengen. Als partijen het bewijs willen leveren door het doen horen van getuigen, dienen zij dit...
Ontvankelijkheid 3.1. Ter zitting heeft de vrouw verklaard dat mr. Gulickx haar om financiële redenen niet langer bijstaat als advocaat. Mr. Gulickx heeft de toevoeg...
3.1 Het hof heeft de hiervoor onder 1 vermelde niet-ontvankelijkverklaring van de vrouw in haar hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank, waarbij de door de man met ingang van 1 april 2002 t...
4.1. Voor het instellen van haar vordering heeft [W] zich kennelijk gewend tot mr. P.H. Kant van Kant Incasso in Sprang Capelle. Onder de naam DeGoedkoopsteDagvaarding.nl heeft deze jur...
in het incident 3.1. De rechtbank acht zich bevoegd om van de onderhavige vordering kennis te nemen. De grondslag van de vordering is immers enkel onverschuldigde bet...
4.1. De kantonrechter constateert allereerst dat [gedaagde] persoonlijk is gedagvaard en niet als een trust of rechtspersoon, aangezien hij een natuurlijke persoon is. Natuurlijke personen kunne...
rt. 45 Rv (2018), aant. 5 en art. 65 Rv (2018), aant. 2b, onder verwijzing naar MvT, Parl. Gesch. Burg. Procesrecht (2002), p. 216 (m.b.t. het vormvereiste van art. 45 lid 3 sub a Rv). Voor exploten v...