ECLI:NL:HR:2005:AO9006
ECLI:NL:CRVB:2009:BH1009
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:RVS:2020:1560
ECLI:NL:RVS:2008:BC2133
ij uit te oefenen op de bestanden, bedoeld in artikel 3, onderdeel g, van verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van he...
ECLI:NL:RVS:2008:BC2133
2.1. Ingevolge artikel 13, eerste lid, aanhef en onder a, van de Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van de Europese Unie van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeens...
ECLI:NL:RVS:2009:BI1077
etrekking hebben op de omvang van de door de gezamenlijke Nederlandse vissers te vangen hoeveelheden vis en de verdeling daarvan onder de Nederlandse vissers. Ingevolge artikel 4 van de Beschikking visserij visserijzone, zeegebieden en kustw...
ECLI:NL:RVS:2020:1226
Als de vlaggenlidstaat nationale bepalingen heeft vastgesteld in de vorm van een nationale vismachtigingsregeling voor de toewijzing, aan individuele vaartuigen, van de vangstmogelijkheden waarover hij beschikt, zendt hij de Commissie op haar verzoek...
ECLI:NL:RVS:2002:AE6737
Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 juni 2002, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. J.C. Bootsma, ambtenaar van het ministerie, en [verzoeker], vertegenwoordigd door mr. A.P. Cornelissen en mr. A.A. den Hollander, beiden advocaat...