ECLI:NL:HR:2022:853
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:RVS:2004:AO5679
vens worden nagegaan of aan dit belang niet redelijkerwijs elders of op andere wijze tegemoet kan worden gekomen. Indien na afweging van de belangen wordt besloten tot de ruimtelijke ingreep zullen in elk geval mitigerende en, indien deze onvoldoende...
ECLI:NL:RVS:2002:AE8988
op het terrein van het voormalig zorgcomplex “Zonnegloren”. 2.3. Appellanten betogen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft onthouden aan voornoemde plandelen. Van kennelijke strijd met het nationaal ruimtelijk beleid als hiervoor...
ECLI:NL:RVS:2004:AO3978
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure. 2.2. Ingevolge artikel 2a, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: de WRO) stelt de Ministerraad voor bepaalde...
ECLI:NL:RVS:2002:AE8988
dig verlengd. De rechtskracht van het SGR is voorts niet verlengd door de Wet rechtskracht diverse planologische kernbeslissingen. Gelet hierop en mede gezien de omstandigheid dat verweerder de Voorzitter van de Tweede Kamer bij brief van 30 septembe...
ECLI:NL:RVS:2005:AS3915
e lid, van de WRO stelt de Ministerraad voor bepaalde aspecten van het nationale ruimtelijke beleid plannen vast. Deze plannen kunnen bestaan uit structuurschetsen, structuurschema's of nota's, die van belang zijn voor het nationaal ruimtelijk beleid...
ECLI:NL:RVS:2005:AS3915
plan een concrete beleidsbeslissing is, wordt die beslissing bij de vaststelling van andere plannen op grond van deze wet in acht genomen. Ingevolge artikel 39 van de WRO bevat een planologische kernbeslissing ten behoeve van een groot project van na...