ECLI:NL:OGEAA:2019:608
4.1 Het Land heeft betoogd dat de terugzending van het rijbewijs op grond van artikel 12 lid 2 Lv. wegverkeer een besluit is in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna...
4.1 Het Land heeft betoogd dat de terugzending van het rijbewijs op grond van artikel 12 lid 2 Lv. wegverkeer een besluit is in de zin van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna...
ijn 2006/126/EG van het Europees parlement en de raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs 4. Artikel 1, eerste lid, van de Rijbewijsrichtlijn bepaalt dat de lidstaten het national...
gesteld of de Regeling – exceptief toetsend – voldoet aan de Wvw en de algemene rechtsbeginselen. In het kader van die toetsing kan van belang zijn of er een verschil bestaat tussen het rijvaardigheid...
2.1. Ingevolge artikel 111, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), voor zover van belang, wordt een rijbewijs op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor va...
Inleiding 1. Naar aanleiding van een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: de Wvw 1994) heeft het CBR bij besluit van 16 november 2016 ee...
n zal worden opgelegd, dan wel geen onvoorwaardelijke ontzegging van langere duur dan de tijd gedurende welke het rijbewijs is of de rijbewijzen zijn ingevorderd of ingehouden geweest, of indien het o...
3.1 Feiten en procesverloop Op 29 januari 2009 heeft de korpschef van de politie Fryslan verweerder de mededeling ex artikel 130 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW) gedaan van het vermoeden dat e...
uig op de weg dient door de daartoe bevoegde autoriteit een rijbewijs te zijn afgegeven voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie waartoe dat motorrijtuig behoort. 2. Het rijbewijs...
2.1. Ingevolge artikel 111, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, voor zover van belang, wordt een rijbewijs op aanvraag en tegen betaling van het daarvoor vastgestelde tarief, ...
3.1. De in de middelen vervatte klachten komen er op neer dat de bewezenverklaringen onder 1, 2 , 3 en 4 ontoereikend zijn gemotiveerd in het licht van een in hoger beroep namens de verdachte gevoerd ...