ECLI:NL:HR:2008:BD2578
ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:HR:2019:441
ust te zijn van haar bijzondere positie en de bijzondere instrumenten waarover zij beschikt. Met name het feit dat de parlementaire enquête de volksvertegenwoordiging in staat stelt ook burgers, eventueel met gebruikmaking van dwangmiddelen, tot mede...
ECLI:NL:HR:2019:441
De verklaring dient dus niet als bewijs voor het feit waarvoor wordt vervolgd, maar is (slechts) het voorwerp van de vervolging. Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat geen sprake is van het gebruik in de strafzaak van de verd...
ECLI:NL:HR:2003:AF5456
Speculaties over de wijze waarop de toenmalige voorzitter van de PEC op een zodanig beroep zou hebben gereageerd, zijn daarom niet aan de orde. Overigens geldt het door de verdediging geschetste dilemma niet voor alle tenlastegelegde meinedige verkla...
ECLI:NL:HR:2003:AF5456
Een door [verdachte] ten overstaan van de PEC afgelegde verklaring waardoor hij zichzelf in strafrechtelijke zin zou belasten, zou derhalve nimmer tegen hem voor het bewijs kunnen zijn gebruikt. De indieners van het wetsvoorstel meenden voorts dat ee...
ECLI:NL:HR:2003:AF5456
etur-beginsel. Het wettelijk bewijsverbod van artikel 24 WPE is ook op meinedige verklaringen van toepassing. 6.3.2. "The right to silence and the right not to incriminate oneself are generally recognised international standards which lie at the hear...
ECLI:NL:GHSGR:2002:AE0653
Overigens geldt het door de verdediging geschetste dilemma niet voor alle tenlastegelegde meinedige verklaringen. 6.3.4. Het hof overweegt voorts nog het volgende. Een parlementaire enquête is niet gericht op het vaststellen van schuld of op het aanw...