ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:HR:2010:BL1116
ECLI:NL:GHARN:1998:AA1328
5.1. Ingevolge artikel 10, lid 2, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet) behoren tot het loon aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde één of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen. Blijkens het bepaalde in art...
ECLI:NL:GHDHA:2017:3606
al op 31 december 2011 niet meer dan 5 jaar van de looptijd van de bewijsregel, bedoeld in artikel 10ec, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, onderscheidenlijk artikel 9b, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 196...
ECLI:NL:GHAMS:2015:2352
(…)” 5Wettelijk kader en wetsgeschiedenis Wettelijk kader 5.1.1. Artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964, tekst 2013 (hierna: de Wet), bepaalt het vo...
ECLI:NL:GHDHA:2017:3606
naar zijn werk (forenzen) en daarom geen of slechts een gering bedrag aan extraterritoriale kosten zal hebben. De toepassing van het 30%-forfait op die groep werknemers leidde tot een belastingvrije vergoeding voor deze werknemers die niet in verhoud...
ECLI:NL:GHAMS:2015:2352
(…)” 5Wettelijk kader en wetsgeschiedenis Wettelijk kader 5.1.1. Artikel 1 van de Wet op de loonbelasting 1964, tekst 2013 (hierna: de Wet), bepaalt het vo...
ECLI:NL:RBSGR:2006:AY4276
4.1. Op grond van artikel 25, tweede lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet Lb 1964) zijn bij ministeriële regeling loonbelastingtabellen vastgesteld. In deze tabellen wordt de heffingskorting voor de loonbelasting op zodanige wijz...
ECLI:NL:RBNHO:2016:8864
val op 31 december 2011 niet meer dan 5 jaar van de looptijd van de bewijsregel, bedoeld in artikel 10ec, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965, onderscheidenlijk artikel 9b, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 19...