ECLI:NL:HR:1981:AG4158
ECLI:NL:RVS:2022:3352
ECLI:NL:GHARL:2026:4639
ardebepaling Wet waardering onroerende zaken, dat berust op artikel 20, tweede lid, van de Wet WOZ, is bepaald dat bij ministeriële regeling een instructie wordt vastgesteld waarin regels zijn neergelegd voor de onderbouwing en de uitvoering van de w...
ECLI:NL:GHARL:2026:4639
ter zitting verschenen. 2 De vaststaande feiten 2.1 Belanghebbende is (appartements)eigenaar van de hiervoor – onder 1.1 – bedoelde boothuizen die zijn gebouwd in 1961, en die beide een oppervlakte hebben van 35 m². De boothuizen van belanghebbende z...
ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7715
ter zitting pleitnota's voorgedragen en overgelegd, waarvan de inhoud als hier ingelast geldt. Van alle na de zitting van 17 september 1999 overgelegde en ingekomen stukken hebben beide partijen kunnen kennis nemen en ze hebben er zich over kunnen ui...
ECLI:NL:GHAMS:1999:AA8095
, eerste lid, aanhef, onderdeel a, en slot van de Wet wordt, in afwijking van artikel 18, eerste lid, de waarde in casu bepaald naar de staat van de zaak bij het begin van het kalenderjaar volgende op dat waarin de omstandigheden als in artikel 19, e...
ECLI:NL:RBHAA:2006:AZ2834
2.1 In de op 1 januari 1995 in werking getreden Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ) zijn ten behoeve van de heffing van belastingen regels gesteld met betrekking tot een uniforme bepaling van de waarde van onroerende zaken en de wijze van vasts...
ECLI:NL:RBZWB:2026:343
tij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen ze...
ECLI:NL:RBUTR:2006:AX7926
2.1 Ingevolge artikel 1, eerste lid, van de Wet WOZ geldt die wet bij de bepaling en de vaststelling van de waarde van in Nederland gelegen onroerende zaken ten behoeve van de heffing van belastingen door het Rijk, de gemeenten en de waterschappen....