ECLI:NL:RVS:2006:AZ2810
estijds bedoelde belemmeringen in het gebruik van het grondoppervlak door de eigenaar, brengt naar het oordeel van de Afdeling een redelijke wetsuitleg met zich mee dat steenzout onder de systematiek van de Mijnwet 1810 kan worden gebracht en naar zi...
ECLI:NL:RVS:2000:AA7170
van de Wet opsporing delfstoffen (hierna: WOD), is het verboden zonder vergunning van de Minister van Economische Zaken binnen het gebied waar de wet van 21 april 1810 (hierna: Mijnwet 1810) van toepassing is, boringen te verrichten door middel waarv...
ECLI:NL:RVS:2006:AZ2810
rocedure tot het hebben van zowel een goedgekeurd winningsplan als ook van een goedgekeurd ontginningsplan, aldus appellanten. 2.5.3. De Mijnwet 1810 en de Mijnwet 1903 zijn vervallen met ingang van 1 januari 2003. Met ingang van die datu...
ECLI:NL:CBB:2006:AV0329
e aan de vergunning verbonden voorschriften. - Op 29 juni 2000 heeft verweerder de ‘Beleidsregels behandeling aanvragen wijzigingvergunning mijnbouwactiviteiten’ (Stcrt. 2000, nr 124) vastgesteld. Deze beleidsregel heeft betrekking op wijzigi...
ECLI:NL:RVS:2006:AZ2810
2.1. Appellanten bestrijden het oordeel van de rechtbank dat de winning van steenzout onder de Mijnwet 1810 valt en de minister derhalve bevoegd was een concessie als bedoeld in artikel 5 van deze wet daarvoor te verlenen. In dat kader betogen zij...
ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3453
een concessie wordt bepaald voor welk gebied zij geldt (lid 2) en voor welk tijdvak (lid 3). Op grond van art. 4 lid 4 Mijnwet 1903 kan een concessie tevens onder andere beperkingen worden verleend dan die, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid....
ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3454
ordt voor de aanvang van de ontginning van de in artikel 1 bedoelde delfstoffen en vervolgens telkens tijdig voordat de ontginning op een andere plaats wordt voortgezet, aan de Inspecteur-Generaal der Mijnen een op de voorgenomen ontginningswerken be...
ECLI:NL:RBLEE:2005:AU3453
Volgens verweerder is de heersende rechtsopvatting, dat de in de loop der tijd gevormde bodemschatten ten goede dienen te komen aan de gemeenschap als geheel en niet aan de toevallige eigenaar van de grond waarin zich die bodemschatten bevinden. In a...
ECLI:NL:RBLEE:2000:AA6452
De rechtbank heeft in haar uitspraak van 22 augustus 1997 overwogen dat verweerder op grond van art. 15 Mijnwet 1810 bevoegd moet worden geacht om aan de concessie een voorschrift te verbinden dat betrekking heeft op het stellen van zekerheid in verb...