ECLI:NL:GHAMS:2024:3626
De rechtbank heeft (voor zover van belang in hoger beroep) het volgende overwogen en beslist: “Juridisch kader 20. Artikel 16, tweede lid, aanhef en onder...
De rechtbank heeft (voor zover van belang in hoger beroep) het volgende overwogen en beslist: “Juridisch kader 20. Artikel 16, tweede lid, aanhef en onder...
In het algemeen vormt het aantrekken van vreemd vermogen voor financiering van effecten een aanwijzing van een activiteit die niet kan worden beschouwd als een normale beleggingswerkzaamheid. Het zien...
Juridisch kader 20. Artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel c van de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR) luidt als volgt: “Navordering kan mede plaatsvinden in al...
De rechtbank heeft het volgende overwogen en beslist: “Juridisch kader 22. Artikel 28 Wet Vpb luidt voor zover hier van belang als volgt. “2. Als beleggingsinstelling...
Juridisch kader 22. Artikel 28 Wet Vpb luidt voor zover hier van belang als volgt. “2. Als beleggingsinstellingen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennoo...
De rechtbank heeft (voor zover van belang in hoger beroep) het volgende overwogen en beslist: “Wettelijk kader 19. Artikel 28 Wet Vpb luidt voor zover hie...
Dat is bij belanghebbende niet het geval. Gelet op de onder 2.1 vastgestelde feiten kwalificeert belanghebbende als een doelvermogen en is hij een buitenlandse belastingplichtige op grond van artikel ...
Wettelijk kader 19. Artikel 28 Wet Vpb luidt voor zover hier van belang als volgt. “2. Als beleggingsinstellingen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennoo...
De rechtbank heeft het volgende overwogen en beslist: “Wettelijk kader 18. Artikel 28 Wet Vpb luidt voor zover hier van belang als volgt. “2. Als bele...
Wettelijk kader 18. Artikel 28 Wet Vpb luidt voor zover hier van belang als volgt. “2. Als beleggingsinstellingen worden aangemerkt naamloze vennootschappen, besloten vennoo...