50 resultaten voor "Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30c"
Pagina 1 van 5
Kamerstuk

Kamerstuk 19557

In tegen- stelling tot de overige bepalingen van de Algemene wet inzake rijksbelas- tingen zijn de regels die het berekenen van rente betreffen niet zonder meer van toepassing bij de heffing van de premies aangezien zij de heffing van rente betreff...

Kamerstuk

Kamerstuk 21842

Het niet van toepassing zijn van artikel 30c, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen met betrekking tot de in artikel 2 en artikel 3 bedoelde verhoging, stelt buiten twijfel dat een belasting– plichtige niet wordt geconfronteerd met...

Kamerstuk

Kamerstuk 23411

Het percentage aan de hand waarvan de door de belastingdienst te vergoeden en de in rekening te brengen invorde– ringsrente wordt berekend, wordt overeenkomstig de voor de heffings– rente, bedoeld in artikel 30a, zesde lid, van de Algemene wet inzake...

Kamerstuk

Kamerstuk 21842

van de Wet van 28 december 1989, Stb. 601, een bedrag van 90 aange– merkt als investeringsbijdrage van het jaar 1994 (zogenoemde nieuwe WIR). Artikel 3 In artikel 3 is de uitbetalingssystematiek opgenomen zoals deze zal gelden voor de heffing van de...

Kamerstuk

Kamerstuk 19557

Artikel 18a Evenals voor het percentage van de heffingsrente wordt ook voor dat van de invorderingsrente aangesloten bij het percentage van de wettelijke rente. Artikel 18b Dit artikel bevat de formele bepaling met betrekking tot de invorde- r...

Kamerstuk

Kamerstuk 21198

De mogelijkheid van tegenbewijs bestaat om doelmatigheidsredenen uitsluitend voor de situatie waarin de desbetreffende aanspraak is bedongen minder dan 10 jaren voor het jaar waarin de negatieve persoonlijke verplichtingen worden genoten ingevolg...

Kamerstuk

Kamerstuk 19557

Artikelen V tot en met IX In deze artikelen is bepaald dat de op de premies volksverzekeringen betrekking hebbende heffingsrente en invorderingsrente ten goede komt aan de onderscheidene, in de genoemde premiewetten voorkomende fondsen. Hoewel z...

Kamerstuk

Kamerstuk 21198

De revisierente bedraagt in beginsel 20% van de waarde in het econo- mische verkeer van de aanspraak op periodieke uitkeringen op het tijdstip waarop zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel 45a, tweede of derde lid, van de Wet op de...

Kamerstuk

Kamerstuk 19557

Artikelen III en IV In artikel III is bepaald dat de in de Successiewet 1956 opgenomen bijzondere renteregeling vervalt. Dit houdt in dat ook met betrekking tot de op grond van die wet geheven rechten het algemene regime van de invorderingsrente...

Kamerstuk

Kamerstuk 21198

Artikel II, onderdeel E (artikel 23f van de Wet op de vennoot- schapsbelasting 1969) Technische aanpassing De in dit onderdeel voorgestelde wijziging van artikel 23f van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is van technische aard en hangt sam...