44 resultaten voor "Wet op de rechterlijke organisatie artikel 35"
Pagina 5 van 5
Kamerstuk

Kamerstuk 36295

Op grond van artikel 124 van de Wet op de rechterlijke organisatie, de artikelen 5:3, 5:16, 5:17, eerste lid, 5:18, 5:19, 7:7, eerste lid, 8:1, eerste en derde lid, 8:17, zevende lid, 8:18 derde en tiende lid, 8:19, derde lid, aanhef, van de Wet verp...

36%
Kamerstuk

Kamerstuk 36951

Door het volgen van de gewone rechtsgang (rechtbank, gerechtshof en cassatie bij Hoge Raad) wordt inhoudelijk volledig voldaan aan de eisen van artikel 14, vijfde lid, van het IVBPR. Dit betekent dat het Nederlandse voorbehoud bij artikel 14, vijfde...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 36944

De tweede wijziging houdt verband met de taakverdeling tussen het openbaar ministerie en de rechter bij het aanwijzen van een raadsman, die in algemene zin reeds is toegelicht in paragraaf 8 van deze memorie van toelichting. Het huidige artikel 6:6:3...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 36938

Indien de voorzitter wordt geschorst, onderscheidenlijk ontslagen, regelt het voorgestelde artikel 5a, derde lid, Wet WOZ dat de plaatsvervangende voorzitter vanaf dat moment de rol van voorzitter waarneemt voor uiterlijk de duur van de benoemingster...

35%