42 resultaten voor "Wet op de rechterlijke organisatie artikel 146"
Pagina 4 van 5
Kamerstuk

Kamerstuk 30137

Onze Minister van Justitie stelt de nummering van de artikelen van het bij koninklijke boodschap van 16 mei 1986 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van titel 7.17 (verzekering) en titel 7.18 (lijfrente) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek (Ka...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 36950

De artikelen 127 tot en met 129 van de Wet op de rechterlijke organisatie zijn niet van toepassing op de werkzaamheden van het onderzoeksteam en de bijstand van het College van procureurs-generaal, bedoeld in het tweede lid. De Tweede Kamer en de reg...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 22735

Artikel I, eerste en tweede lid, van onderdeel 6 van de Wet van ..., houdende wijziging van de wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op de Raad van State, de Beroepswet, de Ambtenarenwet 1929 en andere wetten alsme...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 35349

In het vierde lid wordt «en 278, tweede lid» vervangen door «258a en 278, tweede en derde lid» Onder vernummering van het tweede tot en met het vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt in artikel 278 een lid ingevoegd, luidende: Indien de ver...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 36945-VI

Per 1 juli 2025 is de Verzamelwet Justitie en Veiligheid en Asiel en Migratie 2025 in werking getreden. Met deze wet zijn een aantal wijzigingen aangebracht ten aanzien van de griffierechten, waaronder het wijzigen van de griffierechten voor verzoeke...

35%
Kamerstuk

Kamerstuk 36951

Door het volgen van de gewone rechtsgang (rechtbank, gerechtshof en cassatie bij Hoge Raad) wordt inhoudelijk volledig voldaan aan de eisen van artikel 14, vijfde lid, van het IVBPR. Dit betekent dat het Nederlandse voorbehoud bij artikel 14, vijfde...

34%
Kamerstuk

Kamerstuk 36914

Het recht tot strafvordering en de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging herleven indien de officier van justitie door de aangezochte autoriteit in kennis is gesteld van een beslissing als bedoeld in artikel 21, vijfde lid, van Verordening 2024/3011. De...

34%
Kamerstuk

Kamerstuk 36942

Lidstaat wijst nationale instantie voor geschillenbeslechting aan Zie hoofdstuk 2, onder geschillenbeslechting, van deze MvT Artikel 14, tweede en zesde lid (Juridisch onderscheiden en functioneel onafhankelijk) Implementatie door middel van besta...

34%
Kamerstuk

Kamerstuk 36938

Indien de voorzitter wordt geschorst, onderscheidenlijk ontslagen, regelt het voorgestelde artikel 5a, derde lid, Wet WOZ dat de plaatsvervangende voorzitter vanaf dat moment de rol van voorzitter waarneemt voor uiterlijk de duur van de benoemingster...

31%
Kamerstuk

Kamerstuk 36944

Dat leidt in voorkomende gevallen tot onduidelijkheid over welke regeling nu precies geldt. Het zorgt bovendien voor rechtsongelijkheid tussen verdachten naar gelang de aan- of afwezigheid van een gevoegde vordering tot tenuitvoerlegging. Om die rede...

30%