30 resultaten voor "Artikel 65 Wet bemanning zeeschepen"
Pagina 3 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:RBNHO:2013:11858

4.3. Ingevolge artikel 68, eerste lid, aanhef en onder f, van Verordening 1602/2000 worden als geheel en al in een begunstigd land of in de Gemeenschap verkregen beschouwd producten van de zeevisserij en andere, door hun schepen buiten hun terr...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6772

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6717

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6713

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6716

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727

4.1. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of A krachtens artikel 8:211 aanhef en sub b BW een voorrecht had boven de hypotheekhouders ING Bank en ABN Amro Bank op de zeeschepen van C. 4.2. Krachtens artikel 8:211 aanhef en su...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6715

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727

4.1. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of A krachtens artikel 8:211 aanhef en sub b BW een voorrecht had boven de hypotheekhouders ING Bank en ABN Amro Bank op de zeeschepen van C. 4.2. Krachtens artikel 8:211 aanhef en su...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:PHR:2024:1273

ijkerwijs nodig zijn’. Ingevolge het vierde lid, zoals dat luidde ten tijde van het tenlastegelegde feit, waren de opvarenden ‘verplicht de bevelen van de kapitein na te komen die door de kapitein worden gegeven in het belang der veiligheid of tot ha...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:PHR:2011:BR6384

rgelijke slinksche handelingen. Deze monstering geschiedt daarom ten overstaan van een ambtenaar van wege het bestuur, welke de monsterrol opmaakt, en daarin, behalve hetgeen tusschen de contracterende partijen is overeengekomen, altijd die zaken pla...

1%