30 resultaten voor "Artikel 57 Wet bemanning zeeschepen"
Pagina 3 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6772

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6772

Voor dergelijke kleine zeilschepen heeft de wetgever de Rbzz vastgesteld. Alle eisen die aan de bemanning kunnen worden gesteld zijn daarom neergelegd in de Rbzz, en niet (deels ook) in het Bz. Hierbij heeft eiseres veelal verwezen naar de wettelijke...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6715

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6713

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6719

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727

4.1. Allereerst dient de vraag te worden beantwoord of A krachtens artikel 8:211 aanhef en sub b BW een voorrecht had boven de hypotheekhouders ING Bank en ABN Amro Bank op de zeeschepen van C. 4.2. Krachtens artikel 8:211 aanhef en su...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6713

Wettelijk kader 3. Op 1 juli 2025 zijn de Wet bemanning zeeschepen (hierna: Wbz), het Besluit bemanning zeeschepen en de Regeling bemanning zeeschepen in werking getreden. De Wet zeevarenden (hierna: de Wz), het Besluit zeevarend...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBAMS:2005:AU9727

st van voorlopig erkende vorderingen met een preferentie op de voet van artikel 3:288 aanhef en sub e BW, A daartegen heeft gepro-testeerd, totdat zijn (huidige) raadsman in maart 2000 om erkenning van de vordering met de preferentie op grond van art...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBOVE:2025:6715

9.1. Eiseres stelt in haar (aanvullende) beroepsgronden, samengevat weergegeven, dat het Bz (en dus ook artikel 40 van het Bz) niet van toepassing is op de [schip 1] omdat de lengte van dit schip weliswaar is gelegen tussen de 12 en 40 meter, m...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:PHR:2024:1273

ijkerwijs nodig zijn’. Ingevolge het vierde lid, zoals dat luidde ten tijde van het tenlastegelegde feit, waren de opvarenden ‘verplicht de bevelen van de kapitein na te komen die door de kapitein worden gegeven in het belang der veiligheid of tot ha...

1%