ECLI:NL:CBB:2013:CA1175
dat het bestuur zich heeft beroepen op artikel 2 van de verordening. Volgens appellant heeft het bestuur zulks in het geheel niet gesteld en heeft het Tuchtcollege kennelijk gemeend, ten onrechte, dit zelf in te moeten vullen. 3.3.1 Het College...
ECLI:NL:CBB:2002:AE6789
ag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 20 maart 1952 (Trb.1952), waarin aan een staat het recht wordt toegekend om het gebruik van eigendom te reguleren. Er is derhalve geen schending van het bepaalde in artike...
ECLI:NL:RVS:2026:3313
werkt in artikel 3.45b, eerste lid, van het VV 2000. 1.1. Tijdens het nader gehoor op 25 juni 2025 was er een Dari sprekende tolk aanwezig, zoals betrokkene had verzocht. Betrokkene heeft in het nader gehoor geweigerd om vragen te beantwoorden...
ECLI:NL:RBROT:2010:BL1685
odsenwet tot het geven van opdrachten tot wijzigen van het vastgestelde toerekeningssysteem. 2.3.2 De rechtbank constateert dat verweerder onder randnummer 91 van het eerste bestreden besluit slechts heeft gewezen op het bestaan van deze be...
ECLI:NL:RBROT:2010:BL1685
odsenwet tot het geven van opdrachten tot wijzigen van het vastgestelde toerekeningssysteem. 2.3.2 De rechtbank constateert dat verweerder onder randnummer 91 van het eerste bestreden besluit slechts heeft gewezen op het bestaan van deze be...
ECLI:NL:RBROT:2010:BL1685
odsenwet tot het geven van opdrachten tot wijzigen van het vastgestelde toerekeningssysteem. 2.3.2 De rechtbank constateert dat verweerder onder randnummer 91 van het eerste bestreden besluit slechts heeft gewezen op het bestaan van deze be...
ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8666
Gezien voornoemde jurisprudentie van het HvJ moet het er naar de mening van verweerder voor worden gehouden dat artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, van de Loodsenwet, in samenhang gezien met artikel 2, tweede en vierde lid, van de Verordening...
ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8666
Gezien voornoemde jurisprudentie van het HvJ moet het er naar de mening van verweerder voor worden gehouden dat artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, van de Loodsenwet, in samenhang gezien met artikel 2, tweede en vierde lid, van de Verordening...
ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8666
Gezien voornoemde jurisprudentie van het HvJ moet het er naar de mening van verweerder voor worden gehouden dat artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, van de Loodsenwet, in samenhang gezien met artikel 2, tweede en vierde lid, van de Verordening...