30 resultaten voor "Artikel 3 Loodsplichtbesluit 1995"
Pagina 3 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2005:AU4849

g de mededeling, bedoeld in het eerste lid, vergezeld doet gaan van dan wel volgen door een aanwijzing om ten aanzien van met name aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen met het oog op een adequate functionering van de effectenmarkten...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2024:8101

die stoffen of voorwerpen niet aan de bij of krachtens die maatregel vastgestelde voorwaarden of voorschriften is voldaan; o e.een verbod om bepaalde bij die maatregel omschreven arbeid te verrichten of te doen verrichten indien de werknemers n...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBDHA:2026:22083

Er is sprake van een ploegendienst als volgens een vast rooster in afwisselende diensten wordt gewerkt en waarvan één uur of meer van de dienst is gelegen buiten de normale werktijd. Een voorgenomen besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking v...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2005:AU4849

2.1. Wettelijk kader Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wte 1995 wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen - voorzover niet anders is bepaald - verstaan onder effecten: 1°. aandeelbewijzen, schuldbrieven,...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2024:8101

die stoffen of voorwerpen niet aan de bij of krachtens die maatregel vastgestelde voorwaarden of voorschriften is voldaan; o e.een verbod om bepaalde bij die maatregel omschreven arbeid te verrichten of te doen verrichten indien de werknemers n...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBUTR:2004:AR7916

e overeenkomsten moet zijn bepaald. Noch de Wte 1995, noch de Bte 1995 bevatten echter verbodsbepalingen waaruit kan worden afgeleid dat de strekking daarvan is dat de geldigheid van het sluiten van de SprintPlan-overeenkomsten wordt aangetast indien...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8666

Gezien voornoemde jurisprudentie van het HvJ moet het er naar de mening van verweerder voor worden gehouden dat artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, van de Loodsenwet, in samenhang gezien met artikel 2, tweede en vierde lid, van de Verordening...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBROT:2019:4624

chtbank begrijpt de stellingen van eiseres zo dat verweerder het derde vereiste niet in zijn afweging had mogen meenemen. Omdat het gaat om een wettelijk vereiste stelt eiseres daarmee in feite de verbindendheid van het Loodsplichtbesluit 1995 op dat...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBUTR:2004:AR7916

Strijd met dwingende wetsbepalingen: nietigheid dan wel vernietigbaarheid 4.10 Nu geconstateerd is dat GeSp ontvankelijk is in haar vorderingen, zal thans eerst worden ingegaan op de onder 3.1 sub I gevraagde verklaring voor recht. GeSp s...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBGRO:2011:BU8666

Gezien voornoemde jurisprudentie van het HvJ moet het er naar de mening van verweerder voor worden gehouden dat artikel 24, eerste lid, aanhef en onder d, van de Loodsenwet, in samenhang gezien met artikel 2, tweede en vierde lid, van de Verordening...

1%