30 resultaten voor "Artikel 2g Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965"
Pagina 3 van 3
Uitspraak

ECLI:NL:GHARN:2003:AF5681

Het arrest van de Hoge Raad van 15 december 1999, nummer 32 263, BNB 2000/211c* is in volle omvang op alle onderzochte jaren van toepassing. 3.4. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstig...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHAMS:2002:AF3011

aring is afgegeven. Deze stelling kan hem niet baten. De rangorde van de artikelen 2 tot en met 4 van de Wet op de loonbelasting 1964 brengt mee dat als een arbeidsverhouding voldoet aan de vereisten van het begrip dienstbetrekking in de zin van arti...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2020:2783

4.2. De door een belastingplichtige genoten inkomsten voor werkzaamheden verricht als raadslid vormen in beginsel resultaat uit overige werkzaamheden, waarop de daarop betrekking hebbende kosten in mindering kunnen worden gebracht (artikel 3.94...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHARL:2020:2783

4.2. De door een belastingplichtige genoten inkomsten voor werkzaamheden verricht als raadslid vormen in beginsel resultaat uit overige werkzaamheden, waarop de daarop betrekking hebbende kosten in mindering kunnen worden gebracht (artikel 3.94...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHARN:2003:AF5681

osten een bedrag aan spaarpremie is opgenomen van ƒ 3.284. In de ter vergelijking opgenomen kolom over 1997 is terzake geen bedrag opgenomen. 2.10. De Inspecteur heeft een boekenonderzoek voor de loonbelasting bij belanghebbende doen instellen over d...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:GHSGR:2003:AO7083

6.1 Artikel 4 van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna: de Wet), luidt - voor zover thans van belang -: " Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regelen worden gesteld, ingevolge welke eveneens als dienstbetrekking wordt besc...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4449

berekeningen is begrepen het aldus te belasten loonvoordeel van de heer X, ook al is deze werknemer niet in dienst van G, maar van H USA. Dit laatste geschiedt uitsluitend en eenmalig op grond van praktische overwegingen. Voor de nageheven loonbelast...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2021:5536

3.2. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende en [mevrouw X] niet geopteerd hebben om de onderhavige arbeidsverhouding aan te merken als fictieve dienstbetrekking in de zin van artikel 4, letter f, Wet op de loonbelasting 1964 (hie...

2%
Uitspraak

ECLI:NL:RBZWB:2021:5536

3.2. Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende en [mevrouw X] niet geopteerd hebben om de onderhavige arbeidsverhouding aan te merken als fictieve dienstbetrekking in de zin van artikel 4, letter f, Wet op de loonbelasting 1964 (hie...

1%
Uitspraak

ECLI:NL:PHR:2013:BZ2721

als het Hof heeft vermeld, ter toelichting van de voorgestelde bepaling in het Besluit op de Loonbelasting 1940 opgemerkt dat geen aanleiding tot heffing van loonbelasting bestaat indien de uitkeringen uitsluitend of voor een belangrijk deel worden g...

1%